Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TNORARL:2021:8 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/371950 / KL RK 20-75

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2021:8
Datum uitspraak: 10-02-2021
Datum publicatie: 02-04-2021
Zaaknummer(s): C/05/371950 / KL RK 20-75
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht over een notaris in haar rol als vereffenaar in een nalatenschap. Zo verwijt klager de notaris dat het tempo van de werkzaamheden te laag ligt, de notaris onnodig telkens de uitkomst van gerechtelijke procedures afwacht, de notaris zich als rechter/advocaat opstelt in plaats van als notaris haar werkzaamheden uit te voeren en de interne klachtenprocedure van het kantoor van de notaris niet voldoet en louter is gericht op het kunnen schrijven van uren. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard.  

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

Kenmerk:        C/05/371950 / KL RK 20-75

beslissing van de kamer voor het notariaat

op de klacht van

[ naam klager ],

wonende te [ woonplaats klager ],

klager,

tegen

[ naam notaris ] ,

notaris te [ vestigingsplaats notaris ].

Partijen worden hierna respectievelijk klager en de notaris genoemd.

1.         Het verloop van de procedure

1.1.      Het verloop van de procedure blijkt uit:

-          de klacht, met bijlagen, van 15 juni 2020;

-          het verweer, met bijlagen, van de notaris van 13 juli 2020;

-          de e-mail van (de secretaris van de) kamer aan klager van 15 september 2020;

-          de repliek, met bijlagen, van klager van 5 oktober 2020;

-          de dupliek van de notaris van 19 oktober 2020.

1.2.      De klachtzaak is ter zitting van 16 december 2020 behandeld. Klager heeft aan de mondelinge behandeling deelgenomen middels een videobelverbinding. De notaris is in persoon verschenen. Beiden hebben het woord gevoerd, klager aan de hand van door hem overgelegde spreekaantekeningen.

2.         De feiten

2.1.      Wijlen de heer [ naam vader ] (hierna: vader) was getrouwd met wijlen mevrouw [ naam moeder ] (hierna: moeder). Uit hun huwelijk zijn zeven kinderen geboren, waaronder de heer [ A ], de heer [ B ], wijlen de heer [ naam erflater ] (hierna: erflater) en klager.

2.2.      Vader is overleden op 26 november 1989. Moeder is overleden op 2 mei 2000. Tussen de kinderen was discussie over de afwikkeling van de nalatenschappen. Deze discussie ging met name over het al dan niet behoren van het effectendepot, gesteld ten name van erflater, tot de nalatenschap van vader en moeder. De heer [ A ] verlangde een verrekening ten laste van (de erfgenamen van) erflater van ongeveer

€ 200.000, te vermeerderen met de daarover opgebouwde revenuen/waardevermeerdering van de effecten.

2.3.      De rechtbank Leeuwarden heeft bij vonnis van 23 oktober 2013 de wijze van verdeling van de nalatenschappen van vader en moeder vastgesteld. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 21 februari 2017 het hoger beroep deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige de vonnissen waarvan beroep bekrachtigd. De heer [ A ] heeft cassatieberoep ingesteld tegen de beslissing van het gerechtshof.

2.4.      Op 26 maart 2014 is erflater overleden. De broers en zusters van erflater zijn diens erfgenamen. Een deel van de erfgenamen heeft de nalatenschap van erflater beneficiair aanvaard.

2.5.      Bij beschikking van 2 juni 2017 is de notaris door de rechtbank Overijssel benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater.

2.6.      De Hoge Raad heeft op 21 december 2018 het cassatieberoep van de heer [ A ] verworpen.

2.7.      Op 25 januari 2019 heeft de notaris een voorstel voor de afwikkeling van de nalatenschap van erflater aan de erfgenamen gestuurd. Nadien is er diverse malen contact geweest tussen de notaris en de erfgenamen. De erfgenamen hebben tot op heden geen overeenstemming bereikt over de verdeling van de nalatenschap van erflater.

2.8.      In zijn contact met de notaris heeft klager meerdere malen zijn ongenoegen geuit over de werkwijze van de notaris. Ook heeft klager op 27 augustus 2018 een klacht ingediend bij de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie (hierna: KNB).

3.         De klacht en het verweer

3.1.      Klager stelt zich op het standpunt dat de notaris de werkzaamheden ten behoeve van de nalatenschap van erflater onzorgvuldig (heeft) verricht omdat

1)      het tempo van de werkzaamheden te laag ligt;

2)      de notaris onnodig telkens de uitkomst van gerechtelijke procedures afwacht;

3)      de notaris zich als rechter/advocaat opstelt in plaats van als notaris haar werkzaamheden naar behoren uit te voeren;

4)      de interne klachtenprocedure van het kantoor van de notaris niet voldoet en louter is gericht op het kunnen schrijven van uren.

3.2.      Op de toelichting en onderbouwing van bovenstaande klachtonderdelen alsmede het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het van belang is voor de beoordeling van de klacht, nader ingaan.

4.         De beoordeling

4.1.      Ingevolge artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

Klachtonderdeel 1 en 2

4.2.      De kamer ziet aanleiding klachtonderdeel 1 en 2 gezamenlijk te behandelen.

4.3.      Klager verwijt de notaris dat na al die jaren nog geen zicht is op verdeling van de nalatenschap van erflater. Dit terwijl de nalatenschap volgens klager simpel en overzichtelijk is. De notaris maakt de afwikkeling onnodig complex en werkt onnodig vertragend. Zo heeft de notaris de voor de afwikkeling benodigde documentatie niet voortvarend opgevraagd. Ook heeft zij sinds oktober 2019 ineens enkele vorderingen van de heer [ B ] in behandeling genomen, terwijl dit volgens klager een reeds gepasseerd station was.

Verder neemt de notaris volgens klager ten onrechte een afwachtende houding aan ten aanzien van gerechtelijke uitspraken die nog niet onherroepelijk zijn geworden. Alle relevante gerechtelijke uitspraken zijn immers uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De nalatenschap van erflater had dan ook direct verdeeld moeten worden conform de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden en al helemaal na de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Als het cassatieberoep tot een andere uitkomst had geleid, dan had de heer [ A ] een vordering tot terugbetaling kunnen instellen bij de civiele rechter. Door haar afwachtende houding gaat de notaris voorbij aan het risico dat een van de erfgenamen komt te overlijden en daardoor niet meer van zijn/haar erfdeel kan genieten. Volgens klager zijn zijn rechten volledig genegeerd en verwaarloosd.

4.4.      De kamer overweegt dat de notaris in haar rol als vereffenaar de belangen van de nalatenschap van erflater diende te behartigen. De notaris heeft dan ook niet klachtwaardig gehandeld door de appeltermijn van haar benoemingsbeschikking af te wachten, alvorens zij haar werkzaamheden startte. Het zou de nalatenschap immers kunnen schaden als zij al een aanvang had gemaakt met haar werkzaamheden, terwijl achteraf haar benoeming in hoger beroep zou worden vernietigd en daarmee de grondslag voor haar werkzaamheden zou komen te vervallen.

4.5.      Nadat de benoeming van de notaris als vereffenaar onherroepelijk was, is de notaris gestart met een inventarisatie van de nalatenschap van erflater. Niet is gebleken dat zij daarbij onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij het opvragen van de benodigde documentatie. Uit het verweerschrift van de notaris blijkt dat zij in september 2017 de erfgenamen heeft verzocht om nota’s die ten laste van de boedel zouden dienen te komen, zoals zorg- en uitvaarkosten, aan de notaris te overleggen. De heer [ B ] heeft hierop in september 2017 enkele nota’s inzake de uitvaartkosten van erflater ingediend, met de mededeling dat er nog meerdere nota’s zouden volgen, zo blijkt uit het verweerschrift van de notaris. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris terecht aangevoerd dat zij in haar rol als vereffenaar de heer [ B ] de gelegenheid moest bieden om zijn aanvullende nota’s en betalingsbewijzen over te leggen. Dat de heer [ B ] hier geen gebruik van heeft gemaakt, kan de notaris niet worden verweten.

4.6.      De notaris heeft terecht aangevoerd dat de omvang van de nalatenschap van erflater in belangrijke mate afhing van de verdeling van de nalatenschappen van vader en moeder. De uitkomst in het cassatieberoep was relevant voor de afwikkeling van de nalatenschappen van vader en moeder en daarmee dus ook voor de afwikkeling van de nalatenschap van erflater. De notaris diende een afweging te maken tussen het risico dat een van de erfgenamen zou komen te overlijden en het risico dat het cassatieberoep tot een andere uitkomst zou leiden. In dat tweede geval zouden de belangen van de nalatenschap geschaad worden als reeds tot afwikkeling was overgegaan. Naar het oordeel van de kamer getuigt het van zorgvuldig handelen van de notaris dat zij, conform het verzoek van een aantal erfgenamen, de uitkomst van de gerechtelijke procedure omtrent de nalatenschappen van vader en moeder heeft afgewacht totdat deze onherroepelijk was, omdat daarmee de belangen van de nalatenschap het meest gediend waren.

4.7.      Nadat de Hoge Raad het cassatieberoep heeft verworpen, heeft de notaris de afwikkeling van de nalatenschap van erflater verder opgepakt. De kamer overweegt dat de notaris terecht heeft aangevoerd dat zij als vereffenaar geen zelfstandige beslissingen kan nemen, maar voor de afwikkeling van de nalatenschap afhankelijk is van de medewerking van alle erfgenamen. Anders dan bijvoorbeeld een executeur, is de notaris als vereffenaar niet bevoegd zelfstandig beslissingen te nemen en de nalatenschap te verdelen, bijvoorbeeld ten aanzien van de door klager aangehaalde verkoop van effecten. Een vereffenaar is enkel bevoegd goederen uit de nalatenschap te verkopen voor zover dit noodzakelijk is voor de voldoening van de schulden van de nalatenschap. Daarvan was in casu geen sprake.

Dat de nalatenschap thans nog niet is afgewikkeld kan de notaris niet worden aangerekend, nu uit de stukken blijkt dat dit wordt veroorzaakt door het feit dat erfgenamen van standpunten verschillen en soms laat of helemaal niet reageren. Daarbij helpt het ook niet dat klager wisselende, soms tegenstrijdige standpunten inneemt.

Gelet op voorgaande zal de kamer dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

Klachtonderdeel 3

4.8.      Klager verwijt de notaris dat zij zich als advocaat van de heer [ A ] opstelt. In de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het hof volgens klager op meerdere punten de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden bevestigd. Desondanks heeft de notaris de vordering van de heer [ A ] als p.m. post in de boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater opgenomen. Daarnaast stelt klager dat de notaris in haar communicatie met de KNB ten onrechte heeft gesteld dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de beslissing op formele gronden heeft verworpen en heeft zij verzwegen dat het gerechtshof de beslissing uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard.

4.9.      De kamer overweegt dat het niet van (enige schijn van) partijdigheid getuigt dat de notaris in afwachting van het cassatieberoep de vordering van de heer [ A ] als p.m. post heeft opgenomen. Het bestaan en de omvang van die vordering stond immers nog niet onherroepelijk vast. Ook in de communicatie van de notaris met de KNB blijkt niet van (de schijn van) partijdigheid ten gunste van de heer [ A ]. Klager heeft zijn stellingen hieromtrent ook niet nader onderbouwd. De verwijten van klager zijn op dit punt onterecht, zodat de kamer dit klachtonderdeel ongegrond zal verklaren.

Klachtonderdeel 4

4.10.     Klager verwijt de notaris dat hij meerdere malen zijn beklag heeft gedaan, maar dat dit niets heeft opgeleverd, behalve een toename van de in rekening gebrachte werkzaamheden. Vervolgens heeft klager een klacht ingediend bij de KNB. De uren die de notaris heeft besteed aan de beantwoording van die klacht heeft de notaris in eerste instantie gedeclareerd bij de erfgenamen. Na een terechtwijzing van de KNB heeft de notaris deze uren weliswaar gecorrigeerd, maar daarvoor in de plaats zijn de kosten voor de onvermijdelijke contacten met receptionistes en secretaresses in de plaats gekomen, aldus klager.

4.11.     De kamer overweegt dat de notaris niet kan worden verweten dat de klachtuitingen van klager kennelijk niet tot een voor hem bevredigend resultaat hebben geleid. De notaris heeft weliswaar ten onrechte de uren die zij heeft besteed aan de klachtenprocedure bij de KNB in rekening gebracht, maar zij heeft deze uren na het bericht van de KNB direct gecorrigeerd, zodat haar daarvan geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

Verder overweegt de kamer dat de notaris niet klachtwaardig heeft gehandeld door de tijd die zij en haar medewerkers hebben besteed aan het beantwoorden van vragen van klager in rekening te brengen als boedelkosten. Dit betreffen immers werkzaamheden die de notaris en haar medewerkers hebben verricht ten behoeve van de afwikkeling van de nalatenschap van erflater. De kamer zal daarom dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

5.         De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden

-          verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.C.J. Heessels, voorzitter, mr. R.C.C. van Leest,

mr. S.V. Viveen, mr. J.A.H. Bruggemann en mr. V. Oostra, leden, en in tegenwoordigheid van mr. K.K.H. Wagemaker, secretaris, door mr. M.J.C. van Leeuwen, voorzitter, in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2021.

De secretaris

De voorzitter

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam .