Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TNORARL:2021:10 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/379874 / KL RK 20-137

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2021:10
Datum uitspraak: 06-04-2021
Datum publicatie: 06-04-2021
Zaaknummer(s): C/05/379874 / KL RK 20-137
Onderwerp:
  • Personen- en Familierecht
  • Personen- en Familierecht
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:   Klaagster was partner erflater in 10 jaar voorafgaand aan zijn overlijden. In levenstestament 20 september 2019 met haar medeweten benoemd tot algemeen gevolmachtigde en bij zijn testament van diezelfde datum tot zijn erfgename. Vaststaat ook dat erflater bij onderzoek in ziekenhuis heeft benoemd dat klaagster onder meer zijn erfgename is. Ook in zorgplan hospice juni 2020 staat klaagster vermeld als gevolmachtigde erflater. Het belang van klaagster bij een klacht over de werkwijze van de notaris bij het herroepen van het (levens)testament en opstellen van een (nieuw) testament staat daarmee dan ook vast. Gezien de omstandigheden van het geval is voor de beoordeling van belang klaagster bij klacht niet van doorslaggevend belang of het testament van september 2019 éénmaal, of zoals de notaris stelt maar niet onderbouwt, tweemaal is herroepen. Voor beoordeling wilsbekwaamheid erflater kan notaris zich slechts deels op geheimhouding beroepen, immers deze ziet slechts op de inhoud van en de aanleiding (voor de cliënt) voor de werkzaamheden en strekt zich niet uit tot de wijze waarop de notaris te werk is gegaan. De notaris wordt door deze tussenbeslissing in de gelegenheid gesteld zich op dit punt alsnog uit te laten.  

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

Kenmerk:         C/05/379874 / KL RK 20 - 137

tussenbeslissing van de kamer voor het notariaat

op de klacht van

[K.],

wonende te […]

klaagster,

gemachtigde: mr. K.O. Valentien,

tegen

[N.],

oud-notaris te […].

Partijen worden hierna respectievelijk klaagster en de oud-notaris genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit

-        de klacht, met bijlagen, van 19 november 2020

-        het verweer van de oud-notaris van 16 december 2020

1.2 De klachtzaak is ter zitting van 5 maart 2021 behandeld, waarbij zijn verschenen klaagster, bijgestaan door haar gemachtigde enerzijds en de oud-notaris anderzijds.

2. De feiten

2.1 Op 20 september 2019 heeft de oud-notaris een levenstestament (hierna: het levenstestament) gepasseerd waarbij klaagster is benoemd tot algemeen gevolmachtigde van haar partner [P.] (hierna: erflater).

2.2 Eveneens op 20 september 2019 heeft de notaris een testament (hierna: het testament) gepasseerd waarbij erflater zijn wettige echtgenote [E.] heeft onterfd en klaagster en zijn kinderen tot erfgenamen heeft benoemd.

2.3 Op 20 januari 2020 heeft de notaris in aanvulling op het testament van

20 september 2019 een akte gepasseerd waarbij de notaris is benoemd tot executeur van de nalatenschap van erflater.

2.4 Op 14 februari 2020 is de bij het levenstestament door erflater aan klaagster verleende volmacht ingetrokken. Klaagster is op 21 juli 2020 van deze intrekking op de hoogte geraakt.

2.5 Medio april 2020 heeft erflater het testament herroepen.

3. De klacht en het verweer

3.1 Klaagster verwijt de oud-notaris dat hij bij de herroeping van het testament heeft gehandeld in strijd met het Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid (hierna: het Stappenplan).

3.2 De oud-notaris stelt zich op het standpunt dat klaagster in deze zaak geen belanghebbende is en dat hetgeen waarvan de oud-notaris kennis heeft genomen bij de behandeling van de zaak onder de geheimhoudingsplicht valt. Om deze redenen wenst de oud-notaris niet inhoudelijk te reageren op de klacht, tenzij de kamer hem ondanks zijn geheimhoudingsverplichting over deze zaak zou willen horen.

4. De beoordeling

4.1 Artikel 99 lid 1 Wna, voor zover hier van belang, bepaalt dat klachten tegen notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen kunnen worden ingediend door een ieder met enig redelijk belang. Het begrip ‘enig redelijk belang’ dient ingevolge de jurisprudentie ruim te worden opgevat. Het belang kan onder meer volgen uit betrokkenheid bij een specifieke zaak of betrekking hebben op handhaving van de beroepsnormen en - regels voor het notariaat. [1]

4.2 Bij de beoordeling van de vraag of klaagster in de voorliggende zaak enig redelijk belang heeft bij de indiening van een klacht overweegt de kamer als volgt.

4.3 Vaststaat dat klaagster in de tien jaren voorafgaand aan het overlijden van erflater zijn levenspartner was. Klaagster is met haar medeweten, op 20 september 2019, bij het levenstestament van erflater benoemd tot zijn algemeen gevolmachtigde en bij zijn testament van diezelfde datum tot zijn erfgename. Voorts heeft erflater in de eerste helft van 2020 in aanwezigheid van klaagster bij onder meer de screening voor een longtransplantatie in het UMC benoemd dat klaagster onder meer zijn erfgename is. Ook in het in juni 2020 door het hospice opgestelde zorgplan dat door erflater is ondertekend, staat klaagster vermeld als zijn gevolmachtigde ingevolge het levenstestament. Het belang van klaagster bij het opstellen van een (nieuw) testament door erflater staat daarmee dan ook vast.

4.4 De kamer gaat met deze vaststelling voorbij aan de door de oud-notaris eerst ter zitting geponeerde stelling dat na de herroeping van het testament in april 2020 waarbij klaagster niet langer als erfgename is benoemd, er nogmaals sprake zou zijn geweest van een herroeping van het testament. De oud-notaris heeft deze stelling niet alleen eerst ter zitting ingenomen, maar ook op geen enkele wijze onderbouwd. Bovendien acht de kamer de omstandigheid dat het testament van april 2020 mogelijk niet het laatste testament is van erflater, gezien de omstandigheden van het geval, niet doorslaggevend voor de vraag of klaagster een belang heeft bij de beoordeling van haar klacht over de totstandkoming van het testament in april 2020.

4.5 Vervolgens komt de vraag aan de orde of de notaris zich in deze zaak met succes op de geheimhoudingsplicht kan beroepen. De kamer is van oordeel dat dit niet (volledig) het geval is. De geheimhoudingsplicht van een notaris ziet immers op de inhoud van en de aanleiding (voor de cliënt) voor de werkzaamheden en strekt zich niet uit tot de wijze waarop de notaris te werk is gegaan.

Van de notaris mag verwacht worden dat hij de gang van zaken bij de totstandkoming van (de herroeping van) het testament en de wijze waarop de notaris zich daarbij een oordeel heeft gevormd over de wilsbekwaamheid van erflater kan toelichten, zonder zijn geheimhoudingsplicht te schenden. Desgevraagd heeft de oud-notaris ter zitting ook bevestigd dat hij beschikt over aantekeningen van de gang van zaken rond de totstandkoming van het testament in april 2020.

4.6 Tegen de achtergrond van het voorgaande zal de kamer, om zich een oordeel te kunnen vormen over de gang van zaken die geleid heeft tot het opstellen en het passeren van het testament van erflater in april 2020 en de wijze waarop de oud-notaris zich een oordeel heeft gevormd over de wilsbekwaamheid van de erflater, de oud-notaris in de gelegenheid zich hierover zo gedetailleerd mogelijk uit te laten.

5. De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden

-        stelt de notaris in de gelegenheid binnen vier weken na de dagtekening van deze beslissing een beschrijving aan de kamer te doen toekomen als bedoeld in rechtsoverweging 4.6.;

-        stelt klaagster in de gelegenheid om hierop vervolgens binnen vier weken schriftelijk te reageren;

-        houdt iedere verdere beslissing op de klacht aan.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.S. Kuipers, voorzitter, mr. H.J.T. Vos en

mr. F. Drost, leden, en in tegenwoordigheid van mr. M.J. Derksen, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 6 april 2021.

De secretaris

De voorzitter

Tegen deze tussenbeslissing is geen apart hoger beroep mogelijk, dat kan eventueel tegelijk met een hoger beroep tegen de eindbeslissing. 


[1] onder meer Gerechtshof Amsterdam 9-2-2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:314) en 3-1-2017 (ECLI:NL:GHAMS: 2017:8)