Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZRSGR:2021:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2021-005

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2021:53
Datum uitspraak: 04-05-2021
Datum publicatie: 04-05-2021
Zaaknummer(s): 2021-005
Onderwerp: Schending beroepsgeheim
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Gegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde heeft erkend dat hij in principe de toestemming van beide ouders met gezag nodig had om de dochters van klager in zijn praktijk in te schrijven. Hij heeft uitgelegd dat hij nog niet eerder een vergelijkbaar geval had meegemaakt. De werkwijze binnen de groepspraktijk waar beklaagde werkt is onmiddellijk gewijzigd naar aanleiding van dit voorval. Het standaardinschrijfformulier is hierop aangepast. Voorts heeft beklaagde zich bij herhaling verontschuldigd voor het veel te lang uitblijven van zijn reactie op het schrijven en mailen door klager. D e administratieve inrichting van de praktijk is zodanig aangepast, dat een herhaling niet meer voor kan komen . Klacht gegrond verklaard. Geen maatregel opgelegd.

Datum uitspraak: 4 mei 2021

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A ,

wonende te B,

klager,

gemachtigde: mr. S.E.C. Veldhof, werkzaam te Goes,

tegen:

C , huisarts,

werkzaam te D,

beklaagde,

gemachtigde: mr. drs. S. Slabbers, werkzaam te Utrecht.

1.                  Het verloop van de procedure

1.1              Het verloop van de procedure blijkt uit:

-          het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 15 januari 2021;

-          het verweerschrift.

1.2              De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling

te worden gehoord.

1.3              De mondelinge behandeling door het College heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 23 maart 2021. De partijen, bijgestaan door hun gemachtigden, zijn verschenen en hebben hun standpunten mondeling toegelicht.

2.                  De feiten

2.1              Klager is de vader van twee dochters van indertijd twee en vier jaar oud (verder: de dochters). Klager is verwikkeld in een problematisch verlopende echtscheiding. Klager en zijn ex-echtgenote hebben samen het gezag over de dochters. De ex-echtgenote van klager (verder: de ex-echtgenote) is in 2020 met vervangende toestemming van de rechtbank met beide dochters verhuisd naar D. De rechtbank heeft daarbij ook vervangende toestemming verleend tot inschrijving op een school aldaar.

2.2              Op 19 juni 2020 heeft klager vernomen dat de dochters op verzoek van de ex-echtgenote in de huisartsenpraktijk van beklaagde waren ingeschreven. Klager had hier geen toestemming voor gegeven. Klager heeft nadien van de zorgverzekeraar vernomen dat deze inschrijving op 7 mei 2020 had plaatsgevonden.

2.3              Op 14 augustus 2020 heeft klager beklaagde per brief verzocht de inschrijving ongedaan te maken, opdat de dochters weer in de voormalige praktijk konden worden ingeschreven. Omdat een reactie van beklaagde uitbleef, heeft klager op 15 september 2020 een herinneringsmail verstuurd. Op 19 november 2020 heeft klager een schriftelijke reactie ontvangen van beklaagde.

3.                  De klacht

Klager verwijt beklaagde, zakelijk weergegeven, dat hij zonder klagers benodigde toestemming de dochters heeft ingeschreven in zijn praktijk en hun medische dossiers heeft overgenomen. Daarnaast verwijt klager beklaagde dat hij pas na herhaald aandringen en na een onaanvaardbaar lange tijd heeft gereageerd op zijn brief en e-mail.

4.                  Het standpunt van beklaagde

Beklaagde heeft de klachten erkend en klager in zijn schrijven van 19 november 2020 bij herhaling zijn excuus aangeboden. Voor zover nodig wordt hieronder verder op het standpunt van beklaagde ingegaan.

5.                  De beoordeling

5.1              Het College stelt allereerst vast dat beklaagde in zijn schrijven en ook tijdens de mondelinge behandeling heeft erkend dat hij in principe de toestemming van beide ouders met gezag nodig had om de dochters in zijn praktijk in te schrijven. Hij heeft uitgelegd dat hij nog niet eerder een vergelijkbaar geval had meegemaakt. De werkwijze binnen de groepspraktijk waar beklaagde werkt is onmiddellijk gewijzigd naar aanleiding van dit voorval. Het standaardinschrijfformulier is hierop aangepast. Dit deel van de klacht is gegrond.

5.2              De passage uit het verweerschrift waarin wordt verwezen naar de site van de KNMG ( https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/artseninfolijn/praktijkdiemmas-1/praktijkdilemma/verzoek-tot-overdracht-dossier-van-kind-aan-nieuwe-arts-na-echtscheiding.htm ) kan voor wat de beoordeling van deze klacht betreft onbesproken blijven, omdat in dit geval beklaagde er gewoonweg niet bij stil heeft gestaan dat deze situatie zich hier voordeed. De adviezen van de KNMG zien op gevallen waarin de arts zich voor een dilemma geplaatst ziet. Het College wil desondanks voornoemde site noemen, omdat denkbaar is dat deze situatie vaker in de huisartsenpraktijk voorkomt.

5.3              Beklaagde heeft zich ook bij herhaling verontschuldigd voor het veel te lang uitblijven van zijn reactie op het schrijven en mailen door klager. Hij heeft uitgelegd dat dit mogelijk door een samenloop van vakantiedrukte en alle problemen rondom de covid 19-situatie is gekomen, maar dat het desondanks niet zolang had mogen duren. Ook hierop heeft hij de administratie gewijzigd zodat het tijdig reageren op brieven en e-mails nu wordt gewaarborgd. Ook dit gedeelte van de klacht is gegrond.

5.4              Het College is van oordeel dat een gegrondverklaring van de klacht zonder het opleggen van een maatregel in dit geval passend is. Het College overweegt daartoe dat het tuchtrecht - onder meer - is bedoeld als instrument om de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bevorderen en te waarborgen. Precies dat is naar aanleiding van deze klacht gebeurd: beklaagde heeft direct erkend dat hij dit anders had moeten doen en daarop de administratieve inrichting van de praktijk zodanig aangepast, dat een herhaling niet meer voor kan komen. Gelet op de inhoud/zwaarte van de klacht en het bereiken van het hiermee beoogde doel, is het College van oordeel dat het opleggen van een maatregel niet passend is.

5.5              Omdat het College inschat dat situaties zoals hierboven beschreven vaak voorkomen in de dagelijkse praktijk zal deze beslissing worden gepubliceerd.

6.         De beslissing

Het College:

-           verklaart de klacht gegrond;

-           bepaalt dat geen maatregel wordt opgelegd;

-           bepaalt dat deze beslissing, nadat deze onherroepelijk is geworden, in geanonimiseerde vorm in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.

Deze beslissing is gegeven door E.P. de Beij, voorzitter, E.B. Schaafsma-van Campen, lid-jurist, H.C. Baak, B. van Ek, I. Weenink, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2021.

voorzitter                                                                                           secretaris

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.       Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

b.      Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

c.       Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.