ECLI:NL:TGZRSGR:2021:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-081

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2021:19
Datum uitspraak: 19-01-2021
Datum publicatie: 19-01-2021
Zaaknummer(s): 2020-081
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft niet aangegeven met welke medische gegevens er zou zijn gesjoemeld en op welke wijze dit zou zijn gebeurd. Het College ziet in het medisch dossier geen enkele aanwijzing dat er onjuiste informatie is genoteerd. Beklaagde is al lange tijd niet meer betrokken bij de behandeling van klager. Het College begrijpt het belang van klager dat hij wil worden doorverwezen voor het verwijderen van schroeven vanwege de pijn die hij aan de schroeven heeft. Omdat beklaagde niet meer betrokken is bij klagers behandeling, is het niet aan beklaagde om klager te voorzien van een verwijzing. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.  

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A ,

wonende te B,

klager,

tegen:

C, huisarts,

destijds werkzaam te B,

beklaagde.

1.                  Het verloop van de procedure

1.1              Het verloop van de procedure blijkt uit:

-      het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 26 juni 2020;

-      het verweerschrift;

-      medische informatie van huisartsenpraktijk D, ontvangen op 11 september 2020.

1.2              De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

1.3              Het College heeft de klacht op 9 december 2020 in raadkamer behandeld.  

2.                  De feiten

2.1              Klager is in 2010 in het E aan zijn voet geopereerd.  

2.2       Beklaagde heeft klager in oktober 2012 in verband met een open wond aan zijn enkel verwezen. Zij was op dat moment werkzaam als huisarts in de praktijk, waar klager vanaf 2011 patiënt was. De verwijzing betrof een zogenaamde blanco verwijzing, gericht aan ‘afdeling Chirurgie’ (van een ziekenhuis naar keuze).  

 3.        De klacht

Klager verwijt de beklaagde, zakelijk weergegeven, dat:

1)       zij het E helpt in plaats van klager, omdat zij daar voorheen heeft gewerkt;

2)      er met zijn medische gegevens is gesjoemeld;

3)      klager is opgesloten in F;

4)      hij geen doorverwijzing krijgt om de schroeven die besmet zijn met bacteriën eruit te halen.

3.                  Het standpunt van beklaagde

De beklaagde heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

4.                  De beoordeling

eerste klachtonderdeel:

5.1              Beklaagde heeft betwist dat zij klager naar het E heeft verwezen. Nu klager ten tijde van de verwijzing naar het E in 2010 nog geen patiënt was in de praktijk waar beklaagde werkzaam was, is er geen aanleiding om aan de juistheid van het standpunt van beklaagde te twijfelen. Datzelfde geldt voor de stelling van beklaagde dat zij niet in het E heeft gewerkt. Beklaagde kan terzake van dit klachtonderdeel dan ook geen verwijt worden gemaakt. Het klachtonderdeel slaagt daarom niet.

tweede klachtonderdeel:

5.2              Klager heeft niet aangegeven met welke medische gegevens er zou zijn gesjoemeld en op welke wijze dit zou zijn gebeurd. Het College ziet in het medisch dossier geen enkele aanwijzing dat er onjuiste informatie is genoteerd. Ook dit klachtonderdeel slaagt daarom niet.

derde klachtonderdeel:

5.3              Uit het medisch dossier blijkt niet dat beklaagde betrokkenheid heeft gehad bij klagers opname in F. Dit klachtonderdeel slaagt daarom evenmin.

vierde klachtonderdeel:

5.4              Beklaagde is al lange tijd niet meer betrokken bij de behandeling van klager. Het College begrijpt het belang van klager dat hij wil worden doorverwezen voor het verwijderen van schroeven vanwege de pijn die hij aan de schroeven heeft. Omdat beklaagde niet meer betrokken is bij klagers behandeling, is het niet aan beklaagde om klager te voorzien van een verwijzing. 

5.5              Om bovenstaande redenen zal het College zonder nader onderzoek beslissen dat de klacht kennelijk ongegrond is. Beklaagde kan met betrekking tot de klacht geen verwijt als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden gemaakt.

5.                  De beslissing

Het College:

-           verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 19 januari 2021 door J. Recourt, voorzitter, P.M. de Keuning, lid-jurist, M. Bezemer, G.J. Dogterom en I. Weenink, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door B.J. Dekker, secretaris.

voorzitter                                                                                           secretaris

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.       Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

b.      Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

c.       Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.