We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGZRGRO:2021:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/114

ECLI: ECLI:NL:TGZRGRO:2021:6
Datum uitspraak: 12-01-2021
Datum publicatie: 12-01-2021
Zaaknummer(s): G2019/114
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klager is van een ladder van twee meter hoogte gevallen. Hij verwijt beklaagde dat zij de diagnose wervelfractuur heeft gemist, zij had daar althans op bedacht moeten zijn, en zij had hem voor röntgendiagnostiek naar het ziekenhuis moeten doorzenden. Voorts heeft zij door onjuiste en onvolledige informatie in het medisch dossier te noteren niet aan haar dossierplicht voldaan. Klacht ongegrond.

Rep.nr. G2019/114

Datum 12 januari 2021

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE GRONINGEN

Beslissing op de klacht van:  

A,

wonende te B,

klager,

advocaat: mr. J.W. Janssens

tegen

C ,

werkende als huisarts te D,

beklaagde,

advocaat: mr. L. Beij.

1. Verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het klaagschrift van 20 december 2019 met bijlagen, ingekomen op 24 december 2019;

- het verweerschrift van 19 juni 2020, ingekomen op 23 juni 2020;

- het aanvullend stuk met bijlagen van klager van 21 juli 2020, ingekomen op 22 juli 2020;

- het proces-verbaal van het mondeling vooronderzoek gehouden op 4 augustus 2020; 

- het aanvullend stuk met bijlage van klager van 11 augustus 2020, ingekomen op 11 augustus 2020;

- het aanvullend stuk van beklaagde van 7 september 2020, ingekomen op 9 september 2020;

- het aanvullend stuk met bijlagen van klager van 18 november 2020, ingekomen op 1 december 2020.

De klacht is behandeld ter openbare zitting van 1 december 2020. Partijen zijn verschenen vergezeld door hun gemachtigden.

2. Vaststaande feiten

Voor de beoordeling van de klacht gaat het college uit van de volgende feiten.

2.1

Klager is op 28 maart 2017 buiten van ongeveer twee meter hoogte vanaf een ladder gevallen toen hij een trede miste. Klager slaagde erin naar binnen te komen en op bed te gaan liggen. Omdat hij veel pijnklachten ervoer, heeft zijn echtgenote de huisartsenpraktijk gebeld met het verzoek om een huisvisite.

2.2

Beklaagde was die dag werkzaam als waarnemend huisarts bij de praktijk. In die hoedanigheid heeft zij klager aan het eind van de middag thuis bezocht. Zij heeft klager onderzocht en aan de hand van haar bevindingen een afwachtend beleid met rust en pijnstilling (diclofenac en paracetamol) ingesteld. Beklaagde heeft haar assistente aantekeningen gedicteerd om in het medisch dossier vast te leggen. Deze aantekeningen luiden:

O  op de rug gevallen Niets gebroken/ NB onderzoek eind van de middag: geen asdrukpijn, geen kloppijn, kan benen goed heffen. erg gespannen lange rugspieren

E  Rug symptomen/klachten

P  pijnstilling, rustig bewegen, even niet te zwaar tillen etc”.

Na dit consult is beklaagde niet meer bij de behandeling van klager betrokken geweest.

2.4

In verband met aanhoudende pijnklachten heeft klager op 20 april 2017 zijn eigen huisarts geconsulteerd. De huisarts heeft klager onderzocht en voor röntgendiagnostiek naar het ziekenhuis doorverwezen. Uit de röntgenfoto’s bleek dat er sprake was van een gebroken ruggenwervel (wigvormige fractuur met tekenen van consolidatie van wervel op de overgang thoracolumbaal).

3. De klacht

Klager verwijt beklaagde dat zij:

1.      de diagnose van een wervelfractuur, dan wel de verdenking daarop, heeft gemist en klager voor röntgendiagnostiek naar het ziekenhuis had moeten doorverwijzen, aangezien er sprake was van een val van grote hoogte, hetgeen als hoogenergetisch trauma gekwalificeerd moet worden, wat een grote kans op een wervelfractuur geeft;

2.      niet heeft voldaan aan haar dossierplicht door onvolledige en onjuiste informatie in het medisch dossier te noteren. Zo staat in het dossier ten onrechte vermeld dat klager op zijn rug is gevallen terwijl dit de bil had moeten zijn, er wordt onderzoek vermeld dat niet heeft plaatsgevonden (controle op klop- en asdrukpijn) en er is geen aantekening van gemaakt dat het letsel hoog energetisch trauma betrof.

4. Het verweer

Beklaagde heeft geen inhoudelijke herinnering aan dit huisbezoek op 28 maart 2017 en moet zich op haar aantekeningen in het medisch dossier verlaten. Beklaagde heeft de anamnese afgenomen en lichamelijk onderzoek gedaan, waaronder controle op klop- en asdrukpijn. Na het consult heeft zij alle bevindingen telefonisch aan de assistente gedicteerd om deze in het dossier te noteren. Haar bevindingen gaven haar geen aanleiding om nader onderzoek te laten doen; er waren geen aanwijzingen voor een wervelfractuur.

5. Beoordeling van de klacht

5.1

Bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen gaat het er niet om of dat handelen beter had gekund. Het college moet beoordelen of beklaagde bij haar zorg voor klager binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Daarbij wordt rekening gehouden met de stand van de wetenschap ten tijde van haar handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm was aanvaard. Alleen het persoonlijke handelen van beklaagde kan worden beoordeeld. Daarbij moet bovendien worden uitgegaan van wat haar ten tijde van haar beoordeling van de situatie van klager bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn. Kennis achteraf kan daarbij niet in aanmerking worden genomen, omdat beklaagde daarmee uiteraard bij het bepalen van haar beleid ook geen rekening heeft kunnen houden.

5.2

Het college ziet aanleiding de twee klachtonderdelen gezamenlijk te bespreken. De lezingen over welke onderzoeken beklaagde bij het huisbezoek op 28 maart 2017 heeft gedaan, lopen uiteen en ook over de informatie die klager aan beklaagde heeft gegeven. Klager stelt dat beklaagde niet heeft onderzocht of hij last had van klop- en asdrukpijn, terwijl beklaagde stelt dat zij dit wel heeft gedaan. Voorts heeft klager verklaard dat hij heeft gemeld dat hij bij de val, die volgens hem moet worden opgevat als een hoogenergetisch trauma, op zijn bil is terecht gekomen in plaats van op zijn rug. Het is niet vast te stellen hoe het consult precies is verlopen. Hoewel een val van deze hoogte (ernstig) letsel kan veroorzaken was er volgens het college geen sprake van een hoogenergetisch trauma waarbij (aanvullende) diagnostiek ernstig overwogen zou moeten worden. Hiervan zou eerst sprake geweest zijn bij een val van meer dan twee tot drie keer de lichaamslengte van klager.  Uit het medisch dossier blijkt dat beklaagde heeft geconstateerd dat er geen sprake was van klop- en asdrukpijn. Het college gaat uit van de lezing van beklaagde die gesteund wordt door de aantekeningen die zij direct na het consult in het dossier heeft laten opnemen. Dit oordeel berust niet op het uitgangspunt dat het woord van klager minder geloof verdient dan dat van beklaagde, maar op de omstandigheid dat onvoldoende aannemelijk is dat wat beklaagde hierover in het medisch dossier heeft laten vermelden een onjuiste weergave is van haar onderzoek en bevindingen bij het huisbezoek. Ook overigens heeft het college geen aanwijzingen dat de aantekeningen in het dossier onzorgvuldig tot stand zijn gekomen.

5.4

Met haar aantekeningen in het medisch dossier heeft beklaagde naar het oordeel van het college voldoende aangetoond dat zij de relevante onderzoeken heeft gedaan. Op basis van het resultaat van haar onderzoeken mocht zij concluderen dat er geen sprake was van alarmsymptomen op basis waarvan zij een nader onderzoek had moeten initiëren. Het college is van oordeel dat beklaagde kon volstaan met het door haar ingezette expectatieve beleid bestaande uit pijnstilling, rustig bewegen en niet te zwaar tillen, etc.

De klacht is ongegrond.

6. Slotsom

De klacht zal ongegrond worden verklaard. 

7. Beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen:

- verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond.

Aldus gegeven door:

J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter,

W.P. Claus, lid-jurist,

F. Krijnen, lid-beroepsgenoot,

B.R. Schudel, lid-beroepsgenoot,

J.H.M. Uijen, lid-beroepsgenoot ,

bijgestaan door Y.M.C. Bouman, secretaris,

en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2021 door de voorzitter, in tegenwoordigheid van de secretaris.

De secretaris:                                                                         De voorzitter:                                    

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.        Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

b.       Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

c.        Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

d.       Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.