ECLI:NL:TGZRGRO:2021:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/33

ECLI: ECLI:NL:TGZRGRO:2021:13
Datum uitspraak: 11-05-2021
Datum publicatie: 11-05-2021
Zaaknummer(s): G2020/33
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen huisarts. Klager verwijt zijn vorige huisarts dat zij niet zou hebben meegewerkt aan een correcte en juiste dossieroverdracht aan zijn nieuwe huisarts. Zij zou hebben geweigerd bepaalde zaken in het medisch dossier te corrigeren. Daarnaast is beklaagde over klager benaderd door de GGD en heeft ze hierover niets tegen hem gezegd. Het college overweegt over het eerste verwijt dat de correctieverzoeken zijn gedaan nadat het dossier al was overgedragen. Beklaagde kon na de overdracht geen wijzigingen meer aanbrengen, nog daargelaten of de gewenste wijzigingen juist zouden zijn. Daarnaast heeft beklaagde klager niet ingelicht over het contact met de GGD, omdat zij tijdens het bewuste gesprek geen informatie over klager heeft verstrekt. Het college verklaart bij deze stand van zaken beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond.  

Rep.nr. G2020/33

11 mei 2021

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE GRONINGEN

Beslissing in raadkamer op de klacht van:

A,

klager,

wonende te B,

tegen

C,

werkzaam als huisarts te D,

beklaagde,

gemachtigde: mr. J.S.M. Brouwer.

1. Verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het klaagschrift van 23 juni 2020, met bijlagen, ingekomen op 24 juni 2020;

- het medisch dossier, ingekomen op 28 oktober 2020;

- het verweerschrift van 2 december 2020, ingekomen op 3 december 2020;

- de repliek van 8 januari 2021, ingekomen op 11 januari 2021;

- de brief van beklaagde van 19 januari 2021, ingekomen op 21 januari 2021, waarin zij meldt af te zien van een inhoudelijke reactie op de repliek.

In het kader van het vooronderzoek zijn partijen in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Partijen hebben hiervan geen gebruik gemaakt.

De klacht is behandeld in raadkamer.  

2. Vaststaande feiten

Voor de beoordeling van de klacht gaat het college uit van de volgende feiten.

Beklaagde heeft een huisartsenpraktijk in D. Klager werd als patiënt ingeschreven bij haar praktijk in mei 2018. Hij was ontevreden over zijn vorige huisarts en over bepaalde notities in het medisch dossier. Beklaagde heeft in overleg met klager enkele notities verwijderd of aangepast. Beklaagde heeft klager vaak op het spreekuur gezien vanwege een breed scala aan lichamelijke klachten. Op 29 november 2019 liet klager zich bij een andere huisartsenpraktijk inschrijven, omdat hij ontevreden was over beklaagdes handelen als huisarts. Beklaagde heeft zijn medisch dossier op 4 december 2019 met klagers instemming overgedragen aan de nieuwe huisarts. Hierna heeft klager nog diverse malen verzocht om aanpassing van zijn medisch dossier. Deze verzoeken heeft beklaagde afgewezen, omdat zij niet meer beschikte over het medisch dossier.

3. De klacht

De klacht luidt – samengevat en zakelijk weergegeven – als volgt.

3.1

Klager is uit zijn woning in D gezet op 21 augustus 2019. Sinds 29 november 2019 woont hij in B en heeft hij een andere huisarts. Hij ondervindt allerlei problemen door onjuistheden en misverstanden in het medisch dossier dat is overgedragen aan zijn huidige huisarts. Deze onjuistheden en misverstanden zijn erdoor toedoen van beklaagde in terechtgekomen of in blijven staan. Het gaat om notities die niet op de realiteit berusten over stalkinggedrag, manipulatie, somatische wanen en andere wanen. Klagers ernstige klachten worden hierdoor niet meer serieus genomen door zijn huidige huisarts. Klager vermoedt dat medewerkers van beklaagdes praktijk ook telefonisch contact hebben gehad met de praktijk waar hij nu is ingeschreven. Hierdoor wordt klager nu weggezet als iemand die achterdochtig is en mogelijk zelfs gevaarlijk zou zijn. Toen klager uit zijn huis werd gezet, had beklaagde wel al een en ander op zijn verzoek gecorrigeerd in het medisch dossier. De benodigde dossiercorrectie was echter nog niet afgerond toen het dossier werd overgedragen aan zijn huidige huisarts.

Daarnaast is beklaagdes praktijk benaderd door de GGD na een anonieme melding over klager. Beklaagde heeft verzuimd klager hiervan op de hoogte te stellen. Klager werd vervolgens door de GGD in samenspraak met de politie als een verwarde zorgmijder neergezet en behandeld.

3.2 De verwijten

Klager verwijt beklaagde:

1. dat zij niet heeft meegewerkt aan een juiste en correcte overdracht van zijn medisch dossier aan de nieuwe huisarts;

2. dat zij geen contact met klager heeft opgenomen nadat zij over hem werd benaderd door de GGD.

4. Het verweer

Het verweer luidt – samengevat en zakelijk weergegeven – als volgt.

4.1

Beklaagde heeft klager tijdens hun arts-patiëntrelatie veelvuldig gezien vanwege diverse lichamelijk aandoeningen. Vaak kwam klager op het spreekuur met meerdere vragen door elkaar en met verwijten over andere artsen. Ook heeft er veel telefonisch contact plaatsgevonden. Klager gedroeg zich dwingend en verbaal agressief aan de balie ten opzichte van de assistentes. Klager wilde bij aanvang van hun behandelrelatie meteen dat diverse zaken zouden worden aangepast in zijn medisch dossier. Op verzoek van klager heeft beklaagde enkele aanpassingen doorgevoerd. Zo heeft zij ‘schizofrenie’ uit de episodelijst verwijderd en gewijzigd in ‘somatisch onverklaarbare klachten’.

Tijdens het consult op 14 maart 2019 vertelde klager dat een buurman enige tijd daarvoor een zorgmelding had gedaan bij GGD Meldpunt Bijzondere Zorg (hierna: het Meldpunt). Op 17 juli 2019 belde klager naar de praktijk met de vraag of hij meedeed aan een gesubsidieerd pilotproject van de GGD. De assistente die klager te woord stond, antwoordde ontkennend.

Op 7 augustus 2019 werd beklaagde gebeld door het Meldpunt en hoorde zij dat klager twee weken later uit zijn huis gezet zou worden in verband met overlast aan medebewoners. Gezien klagers psychotische klachten overwoog het Meldpunt een Rechterlijke Machtiging aan te vragen. Beklaagde werd in dit verband verzocht informatie te verstrekken. Zij heeft dit geweigerd en zich beroepen op haar verschoningsrecht. Klager vernam dat het Meldpunt contact met de praktijk had opgenomen en zei dat hij daar graag van op de hoogte had willen worden gesteld. Beklaagde legde uit dat ze geen informatie had gedeeld met het Meldpunt en dat er daarom voor haar geen aanleiding was geweest om klager hierover te bellen.

4.2 Verweer ten aanzien van klachtonderdeel 1

Klager wilde dat zijn medisch dossier werd aangepast in de zin dat bepaalde diagnoses anders verwoord zouden worden. Beklaagde is hem tegemoet gekomen door enkele correcties in het dossier aan te brengen. Nadat het dossier al was overgedragen aan de opvolgend huisarts verzocht klager om nog meer correcties. Beklaagde heeft hem herhaaldelijk getracht uit te leggen dat zij dit verzoek niet meer kon inwilligen, nu zij niet meer beschikte over het medisch dossier.

4.3 Verweer ten aanzien van klachtonderdeel 2

Beklaagde heeft klager inderdaad niet gebeld nadat zij op 7 augustus 2019 was benaderd door het Meldpunt. Beklaagde vond dat niet nodig, omdat zij geen informatie had verstrekt over klager.

5. Beoordeling van de klacht

5.1 Klachtonderdeel 1

Klager stelt dat beklaagde niet heeft meegewerkt aan een juiste en correcte overdracht van zijn medisch dossier aan de nieuwe huisarts. Klager heeft ter onderbouwing van dit verwijt enkele mailwisselingen bij zijn klaagschrift gevoegd waarin hij inderdaad herhaaldelijk heeft verzocht om aanpassing van zijn dossier. De mailwisselingen hebben echter plaatsgevonden na 4 december 2019 en dus nadat klagers medisch dossier al was overgedragen aan de nieuwe huisarts. Deze overdracht is met instemming van klager gebeurd. Uit de mailwisselingen blijkt dat beklaagde meermalen heeft uitgelegd dat zij niet meer beschikte over het medisch dossier en niet meer in de gelegenheid was om zaken daarin aan te passen. Het college volgt beklaagde hierin. Na overdracht van een medisch dossier kunnen daar geen wijzigingen meer in worden aangebracht door degene die het heeft overgedragen. Dit betekent dat beklaagde het verzoek van beklaagde niet meer kon inwilligen, nog daargelaten of de gewenste correcties inhoudelijk correct zouden zijn. Al met al is niet gebleken dat beklaagde niet heeft meegewerkt aan een juiste en correcte overdracht van het medisch dossier. Het eerste klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

5.2 Klachtonderdeel 2

Wat betreft het feit dat beklaagde niet aan klager had gemeld dat zij op 7 augustus 2019 benaderd was door het Meldpunt geldt het volgende. Beklaagde heeft uiteengezet dat zij geen informatie heeft verstrekt over klager. Daarom zag zij ook geen reden om hem over het contact te informeren. Het college ziet in deze gang van zaken geen aanknopingspunt voor een tuchtrechtelijk verwijt. Ook het tweede klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

6. Slotsom

Het voorgaande voert tot de slotsom dat de klacht in zijn geheel kennelijk ongegrond is.

7. Beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen:

verklaart de klacht in zijn geheel kennelijk ongegrond.

Aldus gegeven door:

G. Tangenberg, voorzitter,

Th.A. Wiersma, lid-jurist,

J. Gietema, lid-beroepsgenoot,

H. Donkers, lid-beroepsgenoot,

B.R. Schudel, lid-beroepsgenoot,

bijgestaan door L.C. Commandeur, secretaris,

en op 11 mei 2021 ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

De secretaris:                                                                         De voorzitter:                                    

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.        Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

b.       Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

c.        Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

d.       Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.