Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZREIN:2021:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2092

ECLI: ECLI:NL:TGZREIN:2021:15
Datum uitspraak: 17-02-2021
Datum publicatie: 17-02-2021
Zaaknummer(s): 2092
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie:   Huisarts wordt verweten dat zij een onjuiste verklaring aan de Raad voor de Kinderbescherming heeft afgegeven en dat zij jegens klager onzorgvuldig heeft gehandeld. Verstrekken van objectieve informatie door hulpverlener. Juiste en objectieve weergave en relevant voor het onderzoek naar het welbevinden van de minderjarige kinderen. Gehandeld met inachtneming van KNMG-wegwijzer Toestemming en informatie bij behandeling van minderjarigen. Verweerster heeft de belangen van de kinderen en de transparante wijze van handelen naar beide ouders vooropgesteld. Ongegrond. Publicatie.

Uitspraak: 17 februari 2021

 

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE EINDHOVEN

heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 29 juli 2020 ingekomen klacht van:

[A]

wonende te [B]

klager

gemachtigde: mr. M.J.T.M. Verstegen te Roermond

tegen:

[C]

huisarts

werkzaam te [D]

verweerster

gemachtigde: mr. A.C.I.J. Hiddinga te Amsterdam

1. Het verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

-          het klaagschrift

-          het verweerschrift

-          de brief met bijlage van 29 september 2020, ontvangen van de gemachtigde van verweerster;

-          de brief met bijlagen van 23 december 2020 ontvangen van de gemachtigde van klager

-          de brief met bijlage van 29 december 2020, ontvangen van de gemachtigde van verweerster.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het aangeboden mondelinge vooronderzoek.

De klacht is ter openbare zitting van 6 januari 2021 behandeld. Partijen waren aanwezig, bijgestaan door hun gemachtigden.

2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende.

Klager is de ex-partner van een patiënte (verder te noemen “moeder”) van de huisartsenpraktijk waar verweerster werkzaam is. Klager heeft samen met moeder twee minderjarige kinderen. De ouders hebben beiden het gezag over de kinderen. Beide minderjarige kinderen zijn sinds 2016 ingeschreven bij de praktijk waar verweerster werkzaam is.

Op 6 juni 2019 heeft moeder het spreekuur van verweerster bezocht. Naar aanleiding van dit consult heeft verweerster een overleg gehad met Veilig Thuis waarbij de casus anoniem werd voorgelegd. Uiteindelijk heeft moeder melding gemaakt bij Veilig Thuis. Die melding is doorgestuurd naar de Raad voor de Kinderbescherming (verder “de Raad”).

Op 6 februari 2020 heeft klager het spreekuur van verweerster bezocht om inzage te krijgen in het medisch dossier van de kinderen. Klager heeft over het dossier een aantal opmerkingen gemaakt die door verweerster in het dossier zijn genoteerd.

Op 20 april 2020 heeft de Raad telefonisch contact gezocht met verweerster en informatie opgevraagd welke informatie verweerster heeft gegeven. De Raad heeft van dit gesprek een verslag gemaakt dat door verweerster akkoord is bevonden. In het verslag is, voor zover thans van belang, opgenomen:

“(…)

Vader is inmiddels twee keer gezien en gesproken door (naam verweerster). Hij heeft het dossier opgevraagd en zijn kant van het verhaal verteld waarbij hij oprecht betrokken overkwam.

(…)

Er zijn tussen de ouders problemen met communicatie.

(…)”

Klager heeft naar aanleiding van dit verslag gevraagd om een gesprek met verweerster. Verweerster heeft in eerste instantie voor dit gesprek ook de moeder uitgenodigd. Klager heeft daarop uitdrukkelijk kenbaar gemaakt het gesprek te willen voeren zonder de moeder. Daarop heeft verweerster de afspraak met moeder afgezegd.

Op 11 juni 2020 heeft klager opnieuw het spreekuur van verweerster bezocht. Klager heeft tijdens dit consult aangegeven dat het verslag onjuistheden bevatte en op onderdelen moest worden aangepast. Verweerster heeft in eerste instantie aangegeven de aanpassingen te zullen doorgeven aan de Raad. Na het consult heeft verweerster overleg gevoerd met haar collega-huisarts en besloten om de inhoud van het verslag niet aan te passen omdat zij achter de weergave van het eerder gemaakte verslag stond. Naar aanleiding van correspondentie tussen de gemachtigden heeft verweerster aan de Raad doorgegeven dat het verslag op een aantal punten moest worden genuanceerd. Klager heeft tegen deze nuanceringen geen bezwaar gemaakt.

3. Het standpunt van klager

Verweerster wordt verweten:

1.      dat zij een onjuiste verklaring aan de Raad voor de Kinderbescherming heeft afgegeven die verregaande gevolgen kan hebben voor klager;

2.      dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld jegens klager.

Volgens de brief van de gemachtigde van klager van 23 juni 2020 die als bijlage bij het klaagschrift is gevoegd, is gewezen op vijf punten in het verslag van de Raad die volgens klager onjuist zijn. Ter zitting heeft klager aangevoerd dat twee punten resteren nu verweerster een drietal punten heeft genuanceerd in de brief van haar gemachtigde van 29 juni 2020 en klager met deze nuancering akkoord is gegaan.

Klager heeft aangevoerd dat de weergave dat klager inmiddels twee keer is gezien door verweerster niet juist is omdat daaraan had moeten worden toegevoegd dat klager stukken had aangeleverd om de woorden van moeder te weerspreken en dat hij had verzocht om aanpassingen.

Voorts is volgens klager de tekst onjuist waar staat dat er problemen met de communicatie zijn tussen de ouders. Deze tekst had volgens klager moeten luiden dat moeder aangeeft dat er problemen zijn met de communicatie tussen vader en moeder. Verweerster had immers niet zelf vastgesteld dat er sprake was van problemen met de communicatie, alleen dat moeder dit zo ervoer. Ten slotte heeft verweerster in strijd met de richtlijn behandeling minderjarigen KNMG gehandeld door geen objectieve informatie te verschaffen. Daarnaast kan verweerster volgens de richtlijn weliswaar ervoor kiezen om de andere ouder op de hoogte te stellen maar in de richtlijn staat niet dat de andere ouder moet worden uitgenodigd voor een gesprek. Dat verweerster zonder overleg met klager meteen is overgegaan tot het uitnodigen van moeder is dan ook onzorgvuldig. Dat zij, nadat klager had aangegeven dat hij moeder er niet bij wilde hebben, de uitnodiging aan moeder heeft geannuleerd doet daar niet aan af.

4. Het standpunt van verweerster

Verweerster heeft betwist dat zij een onjuiste verklaring heeft afgegeven aan de Raad.

Op 6 juni 2019 kwam moeder met de kinderen op het spreekuur omdat ze bang waren. Verweerster heeft vervolgens overleg gehad met haar collega, omdat hij de kinderen ook wel ziet. Er is ook overleg geweest met Veilig Thuis waar de casus anoniem is voorgelegd. Uiteindelijk heeft moeder een melding gemaakt bij Veilig Thuis. Verweerster geeft aan dat zij ook een gesprek heeft gehad met klager en zijn partner, samen met haar collega. Toen ging het over de vraag met wat voor klachten de kinderen bij de huisarts waren geweest. Vader kreeg vervolgens een uitdraai van het dossier mee. Hij kwam terug om te vertellen wat er volgens hem niet juist was en verweerster heeft dat in het dossier genoteerd. Verweerster werd enige tijd later door de Raad gevraagd om informatie te geven. Na door klager gegeven toestemming heeft zij de informatie verstrekt en daarvan heeft zij een verslag gekregen. Verweerster heeft haar collega laten meekijken en vervolgens haar akkoord op het verslag aan de Raad gegeven. Klager kwam vervolgens opnieuw op het spreekuur om zich te beklagen over het verslag aan de Raad. Er was door de assistente echter een andere reden voor het consult genoteerd. Klager gaf onvoldoende openheid over de reden van zijn bezoek waardoor verweerster onvoldoende was voorbereid op dit gesprek. Zij voelde zich op dat moment door klager overvallen en onder druk gezet en heeft vervolgens een aantal toezeggingen gedaan om het verslag op punten te wijzigen. Toen verweerster een en ander had laten bezinken en in overleg was gegaan met haar collega, heeft zij besloten om geen aanpassing door te geven aan de Raad omdat zij achter de inhoud van het verslag stond.

De verklaring is gebaseerd op de eigen observatie van verweerster van het contact met moeder en met de kinderen. Op grond van artikel 1:240 BW en de “KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld” is het uitgangspunt dat verweerster de relevante informatie verstrekt die noodzakelijk is om kindermishandeling te laten onderzoeken of te stoppen. Verweerster realiseert zich dat weliswaar de informatie voornamelijk gebaseerd is op een kant van het verhaal maar het is niet de taak van verweerster om aan waarheidsvinding te doen of een oordeel te vellen. Dat er sprake was van problemen met de communicatie is volgens verweerster wel degelijk een eigen waarneming, nu klager zelf aan verweerster heeft gevraagd om hem te informeren over de kinderen. Normaal is het zo dat de ene ouder de` andere ouder informeert.

Verweerster is eveneens van mening dat zij niet onzorgvuldig heeft gehandeld door moeder uit te nodigen voor het gesprek met klager. Zij is hiertoe overgegaan omdat zij zorgen had over de geestelijke gezondheid van de kinderen. Gelet op de voorgeschiedenis was het voor verweerster logisch om beide ouders uit te nodigen.  Zij heeft eerst overleg gehad over deze kwestie met een collega en bovendien hebben beide ouders het gezag over de kinderen. Nadat klager bezwaar had gemaakt heeft zij moeder wel direct afgebeld.

Verweerster verzoekt het college de klacht ongegrond te verklaren.

5. De overwegingen van het college

Met betrekking tot klachtonderdeel 1) oordeelt het college als volgt:

Bij de beoordeling of sprake is van een onjuiste weergave in een verslag van een medicus ten behoeve van een onderzoek door de Raad stelt het college voorop dat de informatie die gevraagd en gegeven wordt, relevant dient te zijn voor de zorgverlening en de hulpverlening aan minderjarige kinderen. Informatie die niet relevant is, behoeft niet te worden opgenomen. Daarbij dient men bij het geven van informatie zoveel als mogelijk uit eigen waarneming objectief weer te geven en zich zoveel als mogelijk te onthouden van het geven van een waardeoordeel of een conclusie. De vraag of de weergave juist dan wel onjuist was dient dan ook in dit kader te worden beoordeeld.

Voor zover de klacht ziet op de opmerking over de betrokkenheid van klager waar niet is benoemd dat klager ook bewijsstukken had aangeleverd is volgens het college ongegrond, gelet op het volgende. Zoals hiervoor reeds is weergegeven gaat het bij een onderzoek door de Raad om het verstrekken van objectieve informatie door een hulpverlener, die zoveel als mogelijk gebaseerd is op eigen waarneming en die betrekking heeft of kan hebben op het welzijn van de kinderen. Het behoort niet tot de taak van degene die informatie verstrekt, om aan waarheidsvinding te doen of om informatie van partijen met elkaar te vergelijken. Het college is van oordeel dat verweerster in het licht van deze uitgangspunten niet verplicht was om in haar weergave ook te benoemen dat klager stukken had aangeleverd om de woorden van moeder te weerspreken, noch om te benoemen dat klager om aanpassingen van haar verslag aan de Raad had gevraagd. Met betrekking tot dat laatste element merkt het college nog op dat, voor zover verweerster de aanpassingen relevant vond, deze al waren opgenomen in het medisch dossier van de minderjarige kinderen.

Het college stelt daarnaast vast dat verweerster het probleem met de communicatie tussen de ouders heeft gebaseerd op haar eigen waarneming dan wel vaststelling. Verweerster is immers tot deze conclusie gekomen nu klager zelf aan verweerster heeft gevraagd om hem op de hoogte te houden over het welbevinden van de kinderen. Van ouders mag immers verwacht worden dat zij, ook als zij ex-partners zijn, alle relevante informatie, waaronder ook medische informatie, zonder tussenkomst van de huisarts met elkaar delen. De weergave zoals verweerster die akkoord heeft bevonden in het verslag van de Raad was daarmee een juiste en objectieve weergave. De opmerking was bovendien relevant voor het onderzoek naar het welbevinden van de minderjarige kinderen. Het college acht ook dit klachtonderdeel ongegrond.

Met betrekking tot klachtonderdeel 2) overweegt het college als volgt. Het college merkt allereerst op dat met de door klager genoemde “richtlijn behandeling minderjarigen KNMG” bedoeld zal zijn de “KNMG-wegwijzer Toestemming en informatie bij behandeling van minderjarigen uit 2019”. Er is hierbij geen sprake van een richtlijn maar een handleiding en naslagwerk voor artsen die minderjarige kinderen behandelen. De handleiding benoemt als uitgangspunt het welbevinden van het kind en draagt adviezen aan. Zo wordt benoemd dat de arts naar beide ouders zoveel als mogelijk transparant handelt door, wanneer daartoe aanleiding is, beide ouders te informeren. Het college stelt vast dat verweerster volledig heeft gehandeld met inachtneming van deze handleiding. Immers, er was sprake van mogelijke gezondheidsschade van de minderjarige kinderen en er was sprake van een probleem met de communicatie. In het licht daarvan heeft verweerster er, naar het oordeel van het college, goed aan gedaan beide ouders uit te nodigen voor een gezamenlijk gesprek om zo transparantie te waarborgen. Toen klager vervolgens aangaf geen prijs te stellen op een gezamenlijke bespreking, heeft verweerster moeder actief benaderd om het gezamenlijke gesprek af te blazen en klager alsnog alleen te woord te staan. Naar het oordeel van het college heeft verweerster daarmee in alle opzichten juist gehandeld nu zij immers de juiste belangen, namelijk de belangen van de minderjarige kinderen en de transparante wijze van handelen naar beide ouders, voorop heeft gesteld. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.

Het college zal, gelet op al het voorgaande, de klacht ongegrond verklaren.

Om redenen, aan het algemeen belang ontleend, zal deze beslissing worden gepubliceerd.

6. De beslissing

Het college:

-           verklaart de klacht ongegrond;

-           bepaalt dat deze beslissing nadat deze onherroepelijk is geworden in geanonimiseerde vorm in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift ‘Medisch Contact’.

Aldus beslist door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, voorzitter, A.H.M.J.F. Piëtte, lid-jurist, H.J. Weltevrede, B.C.A.M van Casteren-van Gils en W.F.R.M. Koch, leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van C.W.M. Hillenaar, secretaris, en uitgesproken door N.B. Verkleij op 17 februari 2021 in aanwezigheid van de secretaris.