Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TADRAMS:2021:171 Raad van Discipline Amsterdam 21-501/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2021:171
Datum uitspraak: 21-07-2021
Datum publicatie: 26-07-2021
Zaaknummer(s): 21-501/A/A
Onderwerp: Wat een behoorlijk advocaat betaamt, subonderwerp: Belangenconflict
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk niet-ontvankelijk. Klager kan als wederpartij niet klagen over gedragsregel 15.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort  Amsterdam

van  21 juli 2021

in de zaak 21-501/A/A

naar aanleiding van de klacht van:

klager

over:    

verweerster

gemachtigde: mr. N.J. Jacobs

advocaat te Amsterdam

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) van 27 mei 2021 met kenmerk 1244172/EJH/KV, digitaal door de raad ontvangen op dezelfde datum, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 12.

1    FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

1.1    Klager is verwikkeld geweest in een geschil met de beroepsaansprakelijkheids-verzekeraar Generali. Hij is daarin bijgestaan door (een advocaat via) Bureau Beroepsziekten FNV (hierna: FNV). Generali werd bijgestaan door (voormalig) kantoorgenoten van verweerster.

1.2    Op 17 augustus 2009 hebben klager en Generali een vaststellingsovereenkomst gesloten. Generali werd toen niet meer bijgestaan door het kantoor van verweerster. Klager stelt zich op het standpunt dat deze overeenkomst onder dwang tot stand is gekomen.

1.3    In 2013 heeft klager FNV aansprakelijk gesteld wegens onjuiste bijstand omdat hij van mening is dat er voor een hoger bedrag geschikt had kunnen worden. Dit heeft geleid tot een juridische procedure. In die procedure wordt FNV bijgestaan door (het kantoor van) verweerster.

1.4    Op 9 september 2020 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.

2    KLACHT

2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster dat sprake is van belangenverstrengeling/samenspanning tussen FNV en (het kantoor van) verweerster.

3    VERWEER

3.1    Verweerster voert tegen de klacht verweer. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING

4.1    Klager verwijt verweerster dat sprake is van belangenverstrengeling/samenspanning tussen FNV en (het kantoor van) verweerster doordat, zo begrijpt de voorzitter, (het kantoor van) verweerster optreedt voor een wederpartij van klager, FNV, terwijl het kantoor van verweerster in het verleden is opgetreden voor een andere wederpartij van klager, Generali.

4.2    De voorzitter stelt voorop dat het de advocaat in beginsel niet is toegestaan tegelijkertijd voor meer dan één partij op te treden in een zaak waarin deze partijen een tegengesteld belang hebben en/of tegen een cliënt of een voormalige cliënt op te treden (zoals ook is neergelegd in gedragsregel 15 lid 1). Deze regel heeft de bescherming van de (voormalige) cliënten van de advocaat ten doel. Dit brengt met zich mee dat een wederpartij zich niet op deze regel kan beroepen. De bepaling van gedragsregel 15 lid 1 strekt hier dan ook slechts tot de bescherming van de belangen van Generali en FNV en niet tot die van klager. Van bijzondere omstandigheden om van het hiervoor genoemde uitgangspunt af te wijken, is niet gebleken. Voor zover klager bedoelt daarnaast te klagen over de gestelde samenspanning tussen verweerster en FNV, geldt hiervoor hetzelfde. De klacht is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk niet-ontvankelijk.

Aldus beslist door mr. J.H. Dubois, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. S. el Bouazzati-van Excel als griffier en uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2021.

Griffier         Voorzitter

Verzonden op 21 juli 2021