Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TACAKN:2021:20 Accountantskamer Zwolle 20/1685 Wtra AK

ECLI: ECLI:NL:TACAKN:2021:20
Datum uitspraak: 08-03-2021
Datum publicatie: 08-03-2021
Zaaknummer(s): 20/1685 Wtra AK
Onderwerp:
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht tegen accountant die ook werkzaam is als advocaat. Klager heeft niet toegelicht welke in de producties genoemde feiten er specifiek toe hebben geleid dat betrokkene de beroepsregels voor accountants heeft overtreden (doordat hij standpunten te kwader trouw of in sterke mate bewust onjuist of misleidend heeft ingenomen). Het is niet aan de Accountantskamer om uit overgelegde producties die feiten te destilleren die dienstig kunnen worden geacht aan de onderbouwing van een klacht. Meerdere tuchtrechtelijke beslissingen (van Raden- en Hoven van Discipline) zijn genomen jegens betrokkene in zijn hoedanigheid van advocaat op in die beslissingen vastgestelde feiten. De in die beslissingen vastgestelde feiten staan voor een andere tuchtrechter, en dus voor de Accountantskamer nog niet vast. Een tuchtrechtelijke veroordeling als advocaat impliceert niet zonder meer dat beroepsregels van accountants zijn geschonden. De klacht is ongegrond.  

ACCOUNTANTS KAMER

 

UITSPRAAK van 8 maart 2021 op grond van artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 2 september 2020 ontvangen klacht met nummer 20/1685 Wtra AK van

X

wonende te [plaats1]

K L A G E R

t e g e n

MR. DRS. Y

accountant-administratieconsulent

kantoorhoudende te [plaats2]

B E T R O K K E N E

1.             De procedure

1.1.         De Accountantskamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

-          het klaagschrift met bijlagen

-          de brief van klager van 13 oktober 2020 met aanvullende bijlagen

-          de brief van klager van 15 oktober 2020 met bijlagen

-          het verweerschrift

-          de e-mail en brief van betrokkene van 5 januari 2021 met bijlage

-          de e-mail van klager van 6 januari 2021 met bijlage.

1.2.         De klacht is behandeld op de openbare zitting van 15 januari 2021. Klager is verschenen. Betrokkene is ook verschenen.    

2.             De feiten

2.1.        Betrokkene is sinds [datum]  ingeschreven in het accountantsregister van de Nba, thans als accountant in business. Betrokkene is of was tevens advocaat.

2.2.        Betrokkene staat de ex-partner van klager bij in de afwikkeling van hun echtscheiding.

2.3.        Klager en betrokkene hebben per e-mail van 16 augustus 2017 respectievelijk 21 augustus 2017 gecorrespondeerd over (onder meer) de vraag van klager of betrokkene in een tussen hen georganiseerd  gesprek in september 2017, de ex-partner van klager zou bijstaan als advocaat of als accountant.  Betrokkene heeft geantwoord de ex-partner als accountant bij te staan.

2.4.        In een e-mail van 21 november 2018 heeft klager betrokkene een door hem opgesteld gespreksverslag gestuurd van een gesprek op die datum tussen hem, zijn ex-partner en betrokkene. Daarin staat dat het klager duidelijk was dat betrokkene tijdens dat gesprek optrad  als advocaat van zijn ex-partner en niet als fiscalist of als accountant.

2.5.        Op de website van Bedrijvenpagina.nl is op enig moment een omschrijving opgenomen van [accountantskantoor1]. Daarin staat onder meer  “a. het (voor haar rekening doen) optreden als openbaar accountant door daartoe bevoegde personen, al dan niet in samenwerking met (andere) openbaar accountants en/of beoefenaren van een ander vrij beroep, alles met inachtneming van de daarop van toepassing zijnde regelen”.

2.6.        In het kader van de echtscheiding hebben klager en zijn ex-partner  meer dan dertig procedures gevoerd. Op tuchtklachten tegen betrokkene in zijn hoedanigheid van advocaat is in 2014 en 2019  beslist.        

3.             De klacht

3.1.         Betrokkene heeft volgens klager gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Klager verwijt betrokkene het volgende:

a.       betrokkene maakt niet  duidelijk  of hij zijn werkzaamheden verricht als advocaat, als belastingadviseur of als accountant. Hij geeft ook geen duidelijkheid over de vraag  of hij openbaar accountant of accountant in business is;

b.      betrokkene heeft een rol gespeeld in een mistig spel met drugsgeld en in een spel rond zijn demente moeder. Hij heeft notulen van een stichting vervalst,  geprocedeerd over een schijnovereenkomst en doorgeprocedeerd zonder toestemming van zijn cliënt. Hij is al twaalf keer als advocaat tuchtrechtelijk veroordeeld.

4.             De beoordeling

4.1.         Het handelen en/of nalaten waarop de klacht betrekking heeft moet worden getoetst aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Het is in beginsel aan een klager om feiten en omstandigheden te stellen en - in geval van (gemotiveerde) betwisting - aannemelijk te maken, die tot het oordeel kunnen leiden dat een accountant tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

4.2.        Sedert 1 januari 2019 geldt een klachttermijn van tien jaar na het moment van de verweten gedragingen. De klacht is binnen deze termijn ingediend. Op grond van de overgangswetgeving wordt een klacht echter niet in behandeling genomen als de oude klachttermijn (die drie of zes jaar was) al vóór 1 januari 2019 was verstreken. Wat betreft de zesjaarstermijn moet worden beoordeeld of de verweten gedraging van betrokkene plaatsvond vóór 1 januari 2013. Ten aanzien van de driejaarstermijn moet worden beoordeeld of klager vóór 1 januari 2016 zodanige feiten heeft geconstateerd of redelijkerwijs heeft kunnen constateren dat hij daarop een vermoeden van (mogelijk) tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten kon baseren. Daarbij is niet vereist dat een klager volledig op de hoogte is van de regelgeving voor accountants waarmee het handelen of nalaten (mogelijk) in strijd is.

4.3.        Klager heeft ter onderbouwing van zijn verwijten verwezen naar de door hem overgelegde producties. Dit betreft e-mailwisseling met betrokkene van augustus 2017 en van november 2018, ongedateerde informatie op de website Bedrijvenpagina.nl, een publicatie op de website van Advocatie.nl van 21 mei 2014, een tweet van 15 augustus 2019,  geanonimiseerde tuchtrechtbeslissingen van 14 april 2014 en 15 april 2019 van de Raad van Discipline in het ressort Midden Nederland en van 21 maart 2014 en 21 september 2020 van het Hof van Discipline ’s Hertogenbosch en van 13 juni 2016 van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag, een lijst van de Nederlandse Orde van Advocaten van geschorste en geschrapte advocaten per september en oktober 2019 en een lijst per november en december 2019, nieuwsberichten van 22 augustus 2018, 20 augustus 2019,  2 oktober 2019 en 17 december 2019  en drie ongedateerde berichten uit het dagblad de Telegraaf.

4.4.        Klager heeft zich, geparafraseerd, op grondslag van deze producties op het standpunt gesteld dat betrokkene niet duidelijk  is over de hoedanigheid waarin hij handelt -advocaat of accountant- , en over de ledengroep waartoe hij behoort:openbaar accountant of accountant in business. Ook heeft hij zich op het standpunt gesteld dat gedragingen van betrokkene als advocaat tot tuchtrechtelijke maatregelen hebben geleid en deze gedragingen ook in strijd zijn met de beroepsregels voor accountants. Het gaat volgens zijn pleidooi op de zitting om valsheid in geschrift, misbruik van procesrecht, misleiding van de rechtbank, achterhouden van informatie aan de rechtbank en liegen tegen rechters.

4.5.        De Accountantskamer overweegt het volgende.

4.6.        Klachtonderdeel a. is ontvankelijk voor zover klager betrokkene verwijt dat betrokkene in augustus 2017 en november 2018 niet duidelijk is geweest of hij handelde als advocaat of als accountant.  

Voor het tweede verwijt van klachtonderdeel a. en voor klachtonderdeel b. overweegt de Accountantskamer dat klager niet heeft gespecificeerd op welke in de producties genoemde feiten hij zich jegens betrokkene als accountant wenst te beroepen of wanneer de door hem aan betrokkene verweten gedragingen hebben plaatsgevonden. Niet kan worden vastgesteld, ook niet na de door klager op de zitting gegeven toelichting, of de klachtonderdelen gelet op overweging 4.2, tijdig zijn ingediend.  Als er evenwel van moet worden uitgegaan dat ook deze klachtonderdelen tijdig zijn ingediend zijn de klachtonderdelen geheel ongegrond om het hierna volgende.

Klachtonderdeel a.

4.7.        In de e-mail van 21 augustus 2017 heeft betrokkene klager geantwoord dat hij tijdens een gesprek dat plaats zou vinden in september 2017, zou handelen als accountant. In de e-mail van 21 november 2018 heeft klager betrokkene laten weten dat het hem duidelijk was dat betrokkene tijdens een gespek dat die dag tussen hem, zijn ex-partner en betrokkene had plaatsgevonden, had gehandeld als advocaat van zijn ex-partner. Beide e-mails duiden erop dat betrokkene duidelijkheid heeft gegeven over de hoedanigheid waarin hij handelde.     

Voor het tweede verwijt geldt dat op grondslag van een ongedateerde pagina van de website Bedrijvenpagina.nl en op grond van door klager gestelde overige informatie op internet zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet kan worden vastgesteld dat betrokkene onduidelijkheid heeft gecreëerd of heeft laten bestaan over de vraag of hij werkzaam is of was als openbaar accountant of als accountant in business. Daarbij merkt de Accountantskamer op dat de vraag in welke ledengroep een accountant door de Nba is ingedeeld geen gevolgen heeft voor de wijze waarop een accountant zijn professionele diensten dient uit te voeren.  De VGBA geldt  voor alle accountants en maakt geen onderscheid tussen openbare accountants en accountants in business. 

Klachtonderdeel b.

 4.8.       Voor de onderbouwing van klachtonderdeel b. heeft klager volstaan met de verwijzing naar (openbare/pers) publicaties van handelen door betrokkene als advocaat en (geanonimiseerde) tuchtrechtbeslissingen inzake zijn optreden als advocaat. De lezing daarvan zou in klagers optiek logischerwijs ook duiden op schending van de beroepsregels voor accountants, zo heeft de Accountanskamer het pleidooi van klager op de zitting begrepen. 

Betrokkene heeft niet betwist dat deze publicaties en beslissingen hem betreffen maar zich op het standpunt gesteld dat hij met zijn handelen als advocaat niet een beroepsregel voor accountants heeft overtreden.

4.9.        De maatstaf voor de tuchtrechtelijke toets door de Accountantskamer van een als advocaat werkzame accountant die namens een cliënt procedeert en/of daarmee samenhangende handelingen verricht, luidt op grond van vaste jurisprudentie van de Accountantantskamer als volgt:   

“H et al dan niet in rechte innemen van (civielrechtelijke) standpunten kan, in het kader van de door een accountant in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit ‑ behoudens bijzondere omstandigheden ‑ niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt leiden. Van zulke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant (als advocaat) ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend ‑ en dus te kwader trouw ‑ blijkt te zijn of naar zijn aard bezien door een objectieve, redelijke en goed geïnformeerde derde, die over alle relevante informatie beschikt, zal worden opgevat als (in de terminologie van de VGBA) het accountantsberoep in diskrediet brengend. In dit verband kan ook het beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid zijn geschonden, te weten in een geval waarin de betrokkene weliswaar niet bewust onjuist of misleidend een standpunt heeft ingenomen, maar haar/hem wel in sterke mate verweten kan worden een onjuist of misleidend standpunt te hebben ingenomen” [1] .

4.10.      De Accountantskamer overweegt op de eerste plaats dat klager niet heeft toegelicht welke in de producties genoemde feiten er specifiek toe hebben geleid dat betrokkene de beroepsregels voor accountants heeft overtreden (doordat hij standpunten te kwader trouw of in sterke mate bewust onjuist of misleidend heeft ingenomen). Het is daarbij niet aan de Accountantskamer om uit overgelegde producties die feiten te destilleren die dienstig kunnen worden geacht aan de onderbouwing van een klacht. Daarnaast mag het zo zijn dat meerdere tuchtrechtelijke beslissingen (van Raden- en Hoven van Discipline) op in die beslissingen vastgestelde feiten zijn gestoeld maar daarmee staan deze voor een andere tuchtrechter, en dus de Accountantskamer nog niet vast. Een tuchtrechtelijke veroordeling als advocaat impliceert tenslotte, zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet dat beroepsregels van accountants zijn geschonden.   

4.11.      Op grond van vorenstaande moet worden geconcludeerd dat klager de feiten waarop hij zijn jegens betrokkene gemaakte verwijten heeft gebaseerd, onvoldoende heeft gespecificeerd en onderbouwd terwijl betrokkene heeft betwist dat hij bij zijn handelen als advocaat in strijd met de VGBA heeft gehandeld. Klager heeft aldus niet aannemelijk gemaakt dat betrokkene een tuchtrechtelijk verwijt treft.

5.             De beslissing

De Accountantskamer:

·         verklaart de klacht in beide onderdelen ongegrond.

Aldus beslist door mr. A.A.J. Lemain, voorzitter, mr. E.F. Smeele en mr. W.JB. Cornelissen (rechterlijke leden) en drs. R.G.Bosman en drs. J Kalisvaart (accountantsleden), in aanwezigheid van mr. G.A. Genee, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2021.

_________                                                                                                                     __________

secretaris                                                                                                                          voorzitter

Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________

Op grond van artikel 43 Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld door middel van het indienen van een beroepschrift bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (adres: Postbus 20021, 2500 EA  Den Haag). Het beroepschrift moet de gronden van het beroep bevatten en moet zijn ondertekend.


[1] Bijvoorbeeld: ECLI:NL:TACAKN:2017:48 en ECLI:NL:CBB:2018:295.