Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TNORSHE:2020:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/54

ECLI: ECLI:NL:TNORSHE:2020:11
Datum uitspraak: 20-04-2020
Datum publicatie: 03-06-2020
Zaaknummer(s): SHE/2019/54
Onderwerp: Registergoed
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klager verwijt de kandidaat-notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de financiële afwikkeling van de overdracht van de aan hem en zijn ex-echtgenote in eigendom toebehorende woning. Volgens klager heeft de kandidaat-notaris, in strijd met de beschikkingen van de rechtbank en het hof, de gehele overwaarde aan de ex-echtgenote uitgekeerd. De kamer volgt de kandidaat-notaris in het door hem gevoerde verweer. De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris de zorgvuldigheid heeft betracht die een behoorlijk handelend kandidaat-notaris betaamt. Bij dit oordeel spelen met name de volgende omstandigheden een rol. a) Tussen klager en de kandidaat-notaris is niet in geschil dat het verkoopsaldo van de woning in beginsel aan klager en zijn ex-echtgenote toekomt, ieder voor de onverdeelde helft. b) Uit de door de kandidaat-notaris overgelegde stukken volgt dat er, voorafgaand aan de levering van de woning, op verzoek van de ex-echtgenote twee executoriale beslagen zijn gelegd ten laste van klager: 1. executoriaal beslag op de aan klager toekomende onverdeelde helft van de woning; en 2. executoriaal derdenbeslag onder het notariskantoor op de aan klager toekomende overwaarde van de woning. De kamer is van oordeel dat de ex-echtgenote op grond van de betreffende beschikkingen ten laste van klager executoriaal beslag kon leggen. Gesteld noch gebleken is dat klager de betreffende vorderingen van de ex-echtgenote al had voldaan. c) Uit de aan het notariskantoor betekende beslagexploten blijkt dat de betreffende beschikkingen aan klager waren betekend. d) De gemachtigde van klager heeft ter zitting erkend dat klager de op 29 mei 2019 door de kandidaat-notaris aan hem gemailde concept-nota’s heeft ontvangen. De kandidaat-notaris heeft klager steeds geïnformeerd over de stand van zaken en de wijze van uitbetaling van het verkoopsaldo van de woning. De klacht wordt ongegrond verklaard.

Klachtnummer    : SHE/2019/54

Datum uitspraak : 20 april 2020

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH

De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van:

[klager] (hierna: klager),

thans ingeschreven op [adres],

gemachtigde: mevrouw [naam],

tegen

[de kandidaat-notaris] (hierna: de kandidaat-notaris),

werkzaam in [plaatsnaam],

gemachtigde: mevrouw mr. M. Franke, advocaat te Eindhoven.

1.          De procedure

 1.1.       Bij e-mailbericht (met bijlagen) van 29 augustus 2019 heeft klager een klacht geformuleerd tegen de kandidaat-notaris. Dit e-mailbericht is op dezelfde datum door de kamer voor het notariaat (de kamer) ontvangen.

1.2.       Bij brief van 18 september 2019 heeft de kamer een kopie van de klacht aan de kandidaat- notaris gezonden en hem verzocht om zijn standpunt binnen drie weken kenbaar te maken.

1.3.       De kandidaat-notaris heeft bij brief van 2 oktober 2019 een verweerschrift (met bijlagen) ingediend.

1.4.       Bij e-mailbericht van 13 februari 2020 heeft de gemachtigde van de kandidaat-notaris bijlage 12 ingediend.

1.5.       De klacht is behandeld tijdens de openbare zitting van de kamer van 17 februari 2020, waarbij de gemachtigde van klager, de kandidaat-notaris en de gemachtigde van de kandidaat-notaris zijn verschenen. Partijen hebben hun visie op de klacht over en weer toegelicht. De gemachtigde van de kandidaat-notaris heeft dit mede aan de hand van pleitnotities gedaan die zij aan de kamer heeft overhandigd.

2.          De feiten

2.1.       Klager is met [naam] (hierna: zijn ex-echtgenote) in algehele gemeenschap van goederen gehuwd geweest. Tot deze algehele gemeenschap van goederen behoorde onder meer de woning aan [adres] (hierna: de woning).

2.2.       Bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant (hierna: rechtbank) van 29 december 2017 is de echtscheiding tussen klager en zijn ex-echtgenote uitgesproken. Verder is bij die beschikking onder meer beslist dat de woning moest worden verkocht en de uiteindelijke overwaarde van de woning tussen partijen bij helfte moest worden verdeeld.

2.3.       Klager is in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank. Bij beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (hierna: het hof) van 14 februari 2019 is:

- de beschikking van de rechtbank, voor zover het betreft de tussen partijen uitgesproken echtscheiding, bekrachtigd;

- de beschikking van de rechtbank deels vernietigd;

- de ex-echtgenote op grond van artikel 3:299 BW gemachtigd om (kort gezegd) de woning, mede namens klager, te verkopen en te leveren aan een derde;

- iedere verdere beslissing aangehouden.

2.4.       Op 22 februari 2019 is op verzoek van de ex-echtgenote ten laste van klager executoriaal beslag gelegd op het aan klager toekomende onverdeeld gedeelte van de woning op basis van een grosse van de beschikking van de rechtbank van 8 maart 2017. Bij deze beschikking is klager veroordeeld om kinderalimentatie aan de ex-echtgenote te betalen. Het beslagexploot is op 22 februari 2019 ingeschreven in de openbare registers van het kadaster.

2.5.       De woning is vervolgens verkocht aan derden. De kopers hebben het notariskantoor waar de kandidaat-notaris werkzaam is (hierna: het notariskantoor) opdracht gegeven om de overdracht van de woning te begeleiden.

2.6.       Op 11 april 2019 heeft het hof een eindbeschikking gegeven over de (financiële) afwikkeling van de echtscheiding. In deze eindbeschikking is de beslissing van de rechtbank over de gerechtigdheid van klager en zijn ex-echtgenote tot de overwaarde van de woning bekrachtigd.

2.7.       Bij brief van 13 mei 2019 heeft de advocaat van de ex-echtgenote aan het notariskantoor laten weten dat de ex-echtgenote op grond van de beschikkingen van de rechtbank en het hof vorderingen heeft op klager en dat de ex-echtgenote daarom aanspraak maakt op de volledige overwaarde van de woning.

2.8.       Bij e-mailbericht van 29 mei 2019 om 11:08 uur heeft de kandidaat-notaris ten aanzien van de overdracht van de woning de concept-akte van levering, de concept-nota van afrekening, de brief van de advocaat van de ex-echtgenote van 13 mei 2019 en andere stukken aan klager en zijn advocaat gezonden en gevraagd of “een en ander zo akkoord is”.

2.9.       Bij e-mailbericht van 29 mei 2019 heeft de deurwaarder aan het notariskantoor laten weten dat de vordering van de ex-echtgenote met betrekking tot het op 22 februari 2019 gelegde executoriaal beslag € 24.895,77 bedraagt.

2.10.      Bij e-mailbericht van 29 mei 2019 om 14:10 uur heeft een medewerker van het notariskantoor een gewijzigde concept-nota van afrekening aan klager en zijn advocaat gezonden. In dit e-mailbericht staat, met uitzondering van hetgeen ter verduidelijking tussen haakjes is geplaatst [ ], het volgende vermeld:

“Zoals door mijn collega (…) [de kandidaat-notaris] met (…) [klager] telefonisch is besproken gaat hierbij een gewijzigde conceptnota van afrekening tezamen met de gewijzigde opgave van (…) Gerechtsdeurwaarders d.d 29 mei 2019.”

Uit de bijgevoegde gewijzigde concept-nota van afrekening blijkt dat het batig verkoopsaldo van de woning € 77.016,72 bedraagt. Op de laatste pagina van deze concept-nota van afrekening staat, met uitzondering van hetgeen ter verduidelijking tussen haakjes is geplaatst [ ], het volgende vermeld:

“Van het verkoopsaldo ad EUR 77.016,72 komt toe aan:

1. (…) [de ex-echtgenote] :

- een bedrag van EUR 38.508,36, alsmede

- een bedrag van EUR 24.895,77 (conform opgave (…) Gerechtsdeurwaarders d.d. 29 mei 2019),

derhalve in totaal EUR 63.404,13

2. (…) [klager] :

- een bedrag van EUR 38.508,36

- minus EUR 24.895,77 (conform opgave (…) Gerechtsdeurwaarders d.d. 29 mei 2019),

derhalve in totaal EUR 13.612,59

Het aan (…) [klager] toekomende bedrag van EUR 13.612,59 wordt aangewend ter (gedeeltelijke) voldoening van de schuld van (…) [klager] aan (…) [de ex-echtgenote] , zodat per saldo aan (…) [de ex-echtgenote] zal worden uitbetaald het totale bedrag ad EUR 77.016,72.”

2.11.      Op 29 mei 2019 is op verzoek van de ex-echtgenote ten laste van klager executoriaal beslag gelegd onder het notariskantoor op de aan klager toekomende overwaarde van de woning op basis van een grosse van de beschikking van het hof van 11 april 2019. Uit het beslagexploot blijkt dat de vordering van de ex-echtgenote op klager ten minste € 49.643,62 bedraagt.

2.12.      Op 31 mei 2019 is de akte van levering ten aanzien van de woning gepasseerd zonder medewerking van klager, maar met gebruikmaking van de bij beschikkingen van het hof van 14 februari en 11 april 2019 aan de ex-partner verleende machtiging op grond van artikel 3:299 BW. Op de definitieve nota van afrekening van dezelfde datum staat, met uitzondering van hetgeen ter verduidelijking tussen haakjes is geplaatst [ ], het volgende vermeld:

“Het verkoopsaldo ad EUR 77.016,72 wordt als volgt uitgeboekt:

aan:

1) voor zover het betreft het 1/2e aandeel in de overwaarde van (…) [de ex-echtgenote] ad EUR 38.508,36:

- een bedrag van EUR 38.508,36 aan (…) [de ex-echtgenote]

2.) voor zover het betreft het 1/2e aandeel in de overwaarde van (…) [klager] ad EUR 38.508,36:

- een bedrag van EUR 24.895,77 aan (…) Gerechtsdeurwaarders op basis van executoriale beslaglegging

- een bedrag van EUR 13.612,59 aan (…) Gerechtsdeurwaarders op basis van executoriale beslaglegging:”

2.13.      Op 3 juni 2019 heeft de kandidaat-notaris conform de definitieve nota van afrekening een bedrag van € 24.895,77 (vallende onder het eerste executoriale beslag) aan de deurwaarder overgemaakt.

2.14.      Bij brief van 3 juni 2019 heeft de deurwaarder aan het notariskantoor laten weten dat uit de van de ex-echtgenote ontvangen nota van afrekening volgt dat een bedrag van € 13.612,59 onder het executoriale derdenbeslag zou vallen. In deze brief staat verder het volgende vermeld:

“Overeenkomstig artikel 476a Rv dient u een derdeverklaring ingevuld aan ons te retourneren. U kunt echter in dit geval volstaan met het toezenden van de definitieve eindnota, zodra u hierover beschikt. (…)

Wij zullen u daarna verzoeken om het onder het beslag vallende bedrag aan ons over te maken. Na betaling hiervan zal het beslag worden opgeheven.”

2.15.      Op 6 juni 2019 heeft de kandidaat-notaris de definitieve nota van afrekening aan de deurwaarder gezonden. Bij brief van dezelfde datum heeft de deurwaarder aan de kandidaat-notaris verzocht om het bedrag van € 13.612,59 aan de deurwaarder over te maken, waarna het derdenbeslag als opgeheven kan worden beschouwd. De kandidaat-notaris heeft genoemd bedrag op 6 juni 2019 aan de deurwaarder overgemaakt.

3.          De klacht

3.1.       Klager verwijt de kandidaat-notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de financiële afwikkeling van de overdracht van de woning. Op grond van de beschikking van de rechtbank van 29 december 2017 komt de helft van de overwaarde van de woning aan klager toe. In hoger beroep is deze beslissing van de rechtbank bekrachtigd. De kandidaat-notaris heeft, in strijd met de beschikkingen van de rechtbank en het hof, de gehele overwaarde aan de ex-partner uitgekeerd, aldus klager. De gemachtigde van klager heeft ter zitting benadrukt dat de ex-partner nooit beslag had mogen leggen.

3.2.       De kandidaat-notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. Voor zover dit verweer van belang is voor de beoordeling, zal dit hierna worden besproken.

4.          De beoordeling

4.1.       Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.

4.2.       Aan de orde is de vraag of de kandidaat-notaris, door over te gaan tot uitbetaling van gelden aan de deurwaarder, heeft gehandeld in strijd met de door hem als behoorlijk handelend kandidaat-notaris te betrachten zorg. Klager meent dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Volgens hem had de kandidaat-notaris de helft van het verkoopsaldo van de woning aan klager moeten uitbetalen.

4.3.       De kandidaat-notaris heeft aangevoerd dat hij zorgvuldig heeft gehandeld. Hij werd namelijk geconfronteerd met:

- een beschikking op grond waarvan executoriaal beslag was gelegd op de aan klager toekomende onverdeelde helft van de woning;

- een beschikking op grond waarvan ten laste van klager executoriaal derdenbeslag onder het notariskantoor was gelegd; en

- het verzoek van de deurwaarder tot uitbetaling.

De conclusie van de kandidaat-notaris was dat hij het aan klager toekomende bedrag van het verkoopsaldo, waarvoor executoriale beslagen waren gelegd, moest uitbetalen aan de deurwaarder.

4.4.       De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris de zorgvuldigheid heeft betracht die een behoorlijk handelend kandidaat-notaris betaamt. Bij dit oordeel spelen met name de volgende omstandigheden een rol.

a)      Tussen klager en de kandidaat-notaris is niet in geschil dat het verkoopsaldo van de woning in beginsel aan klager en zijn ex-partner toekomt, ieder voor de onverdeelde helft. Uit de overgelegde concept-nota van afrekening van 29 mei 2019 en de overgelegde definitieve nota van afrekening van 31 mei 2019 blijkt ook dat de kandidaat-notaris van dit principe is uitgegaan.

b)      Uit de door de kandidaat-notaris overgelegde stukken volgt dat er, voorafgaand aan de levering van de woning, op verzoek van de ex-echtgenote twee executoriale beslagen zijn gelegd ten laste van klager:

1.       executoriaal beslag op de aan klager toekomende onverdeelde helft van de woning; en

2.       executoriaal derdenbeslag onder het notariskantoor op de aan klager toekomende overwaarde van de woning.

Het eerste executoriale beslag is gelegd op basis van een grosse van de beschikking van de rechtbank van 8 maart 2017. Gesteld noch gebleken is dat deze beschikking niet onherroepelijk was. Het tweede executoriale (derden)beslag is gelegd op basis van een grosse van de beschikking van het hof van 11 april 2019. Vaststaat dat deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Anders dan klager meent, heeft een eventueel ingesteld cassatieberoep tegen deze door hem bestreden beschikking geen schorsende werking.

De ex-echtgenote kon dus op grond van beide beschikkingen ten laste van klager executoriaal beslag leggen. Gesteld noch gebleken is dat klager de betreffende vorderingen van de ex-echtgenote al had voldaan.

c)      Uit de aan het notariskantoor betekende beslagexploten blijkt dat de betreffende beschikkingen aan klager waren betekend.

d)      De gemachtigde van klager heeft ter zitting erkend dat klager de op 29 mei 2019 door de kandidaat-notaris aan hem gemailde concept-nota’s heeft ontvangen. De kandidaat-notaris heeft klager steeds geïnformeerd over de stand van zaken en de wijze van uitbetaling van het verkoopsaldo van de woning.

Gelet hierop is de kamer van oordeel dat de kandidaat-notaris bij het uitbetalen van de gelden aan de deurwaarder de zorgvuldigheid heeft betracht die een behoorlijk handelend kandidaat-notaris betaamt. De klacht van klager zal daarom ongegrond worden verklaard.

5.          De beslissing

De kamer:

verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.H.L.M. Snijders, plaatsvervangend voorzitter, mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend rechterlijk lid en mr. S. Lettinga, plaatsvervangend notarislid.

Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2020 door mr. T. Zuidema, plaatsvervangend voorzitter.

mr. A.R. Jansen-Castelein, secretaris                           mr. T. Zuidema, plaatsvervangend voorzitter

buiten staat

Hoger beroep tegen deze beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van de aangetekende brief waarbij van deze beslissing kennis is gegeven - bij het gerechtshof in Amsterdam, postadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.