Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TNORARL:2020:38 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365396 / KL RK 20-13

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2020:38
Datum uitspraak: 11-11-2020
Datum publicatie: 02-04-2021
Zaaknummer(s): C/05/365396 / KL RK 20-13
Onderwerp:
  • Personen- en Familierecht
  • Personen- en Familierecht
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Het is volgens het Stappenplan mogelijk dat een notaris de indicatoren van het stappenplan toepast en aan de hand daarvan tot de conclusie komt dat nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid niet noodzakelijk is. In deze zaak is niet komen vast te staan dat de notaris onvoldoende zorgvuldig tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid niet noodzakelijk zou zijn.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN


Kenmerk:        C/05/365396 / KL RK 20-13

beslissing van de kamer voor het notariaat

op de klacht van

[K.],

Wonende te […],

klager,

tegen

[N.],

Notaris.

Partijen worden hierna respectievelijk klager en de notaris genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit

-          de klacht, met bijlagen, van 17 januari 2020

-          het verweer van de notaris van ingekomen 2 maart 2020

-          de brief van de notaris met bijlagen van 26 augustus 2020

-          de e-mail van klager met bijlagen van 3 september 2020

-          de e-mails van de notaris met bijlagen van 10 september 2020 en 11 september 2020

-          de e-mail van klager met bijlagen van 17 september 2020

-          de brief van de notaris van 24 september 2020

1.2 De klachtzaak is ter zitting van 9 september 2020 behandeld, waarbij zijn verschenen klager, bijgestaan door mevrouw mr. J. Bijl en vergezeld van zijn partner enerzijds en de notaris, bijgestaan door haar kantoorgenoot kandidaat-notaris [M.] anderzijds.

2. De feiten

2.1 Op 6 februari 2019 is overleden de vader van klager en zijn zuster, de heer [E.] (hierna: erflater).

2.2 Erflater heeft op 13 september 2017 bij testament over zijn nalatenschap beschikt. Dit testament is gepasseerd door de notaris. In dit testament heeft erflater zijn dochter als enig erfgenaam en zijn schoonzoon als executeur-testamentair aangewezen.

2.3 In 2011 heeft erflater door middel van een levenstestament, gepasseerd door een andere notaris, als zijn enige gevolmachtigde aangewezen de onder 2.2 bedoelde schoonzoon.

3. De klacht en het verweer

3.1 Klager verwijt de notaris onzorgvuldig te werk te zijn gegaan bij het voorbereiden en het passeren van (de wijziging in) het testament van erflater van 13 september 2017.

3.2 Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.

4. De beoordeling

Norm

4.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.2 Artikel 17 Wna bepaalt dat de notaris zijn ambt uitoefent in onafhankelijkheid en de belangen behartigt van alle bij de rechtshandeling betrokken partijen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid.

4.3.1 De norm van zorgvuldigheid wordt, als het gaat om het bepalen van wilsbekwaamheid door de notaris, onder meer ingevuld door het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid (hierna: Stappenplan) zoals vastgesteld door het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) in 2006.

4.3.2 Het stappenplan geeft een opsomming van zogenaamde indicatoren (hierna: de indicatoren) aan de hand waarvan de notaris in de eerste plaats bepaalt of nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid noodzakelijk is. Indien dat het geval is, spelen de indicatoren vervolgens ook een rol bij de vraag hoe, in hoeverre en door wie dit nader onderzoek ingesteld dient te worden.

4.3.3 Met andere woorden, het is volgens het Stappenplan mogelijk dat een notaris de indicatoren van het stappenplan toepast en aan de hand daarvan tot de conclusie komt dat nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid niet noodzakelijk is.

Nadere beschrijving standpunten

4.4 De notaris stelt zich in deze zaak op het standpunt dat zij op basis van de gesprekken die zij met erflater aan de hand van de indicatoren gevoerd heeft, tot de volle overtuiging is gekomen dat erflater zijn wil kon bepalen, deze kon begrijpen en hier volledig achterstond.

Om deze reden heeft zij geen aanleiding gezien een nader onderzoek in te (laten) stellen naar de wilsbekwaamheid van erflater.

4.5 Klager verwijt de notaris dat zij haar beslissing om geen nader onderzoek in te (laten) stellen naar de wilsbekwaamheid van erflater niet voldoende zorgvuldig genomen heeft. Klager heeft in dit verband een aantal feiten en omstandigheden aangevoerd, die hierna door de kamer worden besproken.

Toetsing

4.6.1 De kamer stelt bij deze beoordeling voorop dat klager met zijn klacht  begrijpelijk heeft gemaakt waarom hij in zijn positie overtuigd is geraakt van het misbruik en de beïnvloeding zoals door hem gesteld. Dit gegeven vormt echter, gelet op de hierboven beschreven normen, geen grond om aan te nemen dat een en ander voor een zorgvuldig werkend notaris ten tijde van het voorbereiden en passeren van het testament redelijkerwijze kenbaar moet zijn geweest.

4.6.2 Onweersproken is immers dat erflater de door de notaris aan de hand van de indicatoren gestelde (controle)vragen adequaat heeft beantwoord. Erflater heeft zelf telefonisch contact opgenomen met de notaris voor een gesprek. Erflater was ten tijde van het passeren van het testament weliswaar 87, maar hij woonde nog zelfstandig.

( vervolg 4.6.2 )

Erflater heeft, naar de notaris eveneens onweersproken heeft gesteld, zijn wensen voor de wijziging van zijn testament helder verwoord en gemotiveerd en er blijk van gegeven de gevolgen van de gewenste wijziging te overzien. De notaris heeft bij gelegenheid van de passeerafspraak met erflater alleen gesproken, niet in bijzijn van anderen.  De wensen waren bovendien in lijn met het levenstestament (de volmacht) uit 2011. Erflater was voor de notaris, vanwege haar werkzaamheden ten behoeve van een schenking door klager in 2014 bovendien een bekende cliëntrelatie.

Bij haar beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater op 13 september 2017 kon de notaris dus voortbouwen op en vergelijken met het beeld dat zij zich al eerder van (de wilsbekwaamheid van) klager had kunnen vormen.

4.6.3 Daarbij komt dat de kantonrechter Noord-Nederland blijkens het vonnis van

18 april 2018 naar aanleiding van de zitting van 9 maart 2018 heeft geoordeeld dat erflater ondanks beginnende dementie nog in staat was schenkingsbeslissingen te nemen. Deze beoordeling stemt overeen met het beeld dat de notaris zich een half jaar eerder van de wilsbekwaamheid van klager heeft gevormd.

4.6.4 Overigens zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die klagers veronderstelling rechtvaardigen dat de notaris vanwege het feit dat haar cliëntrelatie met erflater voortkwam uit haar contact met de dochter van erflater als schoonheidsspecialiste, de wilsbekwaamheid van erflater minder zorgvuldig zou hebben beoordeeld. Ook de na afloop van de zitting over en weer gedocumenteerde feiten en omstandigheden die gespeeld hebben bij de adressering van de stukken en de datering van de factuur doen naar het oordeel van de kamer niet toe- of af aan de kwaliteit van het onderzoek van de notaris naar de wilsbekwaamheid van erflater.

4.6.5 Hetzelfde geldt voor het feit dat het geneeskundige onderzoek van erflater als gerapporteerd op 16 augustus 2017 de diagnose Alzheimer stelt. De notaris was immers met dit onderzoek niet bekend en kon hiermee redelijkerwijze ook niet bekend zijn. Uit het rapport blijkt namelijk ook dat erflater destijds imponeerde als een geestelijk en lichamelijk relatief vitaal functionerende man. Bovendien is niet komen vast te staan dat erflater vanwege de door bedoeld rapport gestelde diagnose niet meer in staat zou zijn geweest zelfstandig over zijn vermogen te beschikken.

4.6.6 De kamer is al met al dan ook van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat het onderzoek van de notaris naar de wilsbekwaamheid van erflater niet voldoende zorgvuldig is geweest.

4.7 Tegen de achtergrond van het voorgaande is de kamer van oordeel dat de klacht van klager ongegrond moet worden verklaard.

4.8 Tenslotte overweegt de kamer als volgt. De beoordeling van de wilsbekwaamheid komt in eerste instantie toe aan de eigen waarneming van de notaris. Een en ander neemt niet weg dat de notaris er naar het oordeel van de kamer in deze situatie beter aan had gedaan zich bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater aantoonbaar actiever op te stellen door betere verslaglegging van het wel of niet aanwezig achten van indicatoren en de wijze waarop zij de wilsbekwaamheid en/of mogelijke beïnvloeding van derden heeft beoordeeld gezien de ingrijpende aard van de wijziging.

5. De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden

- verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. D. Vergunst, voorzitter, mr. M.J.C. van Leeuwen,

mr. S.V. Viveen,  mr. J.T.J. Heijstek en mr. A.J.H.M. Janssen, leden, en in tegenwoordigheid van mr. M.J. Derksen, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 11 november 2020.

De secretaris

De voorzitter

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.