Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZRZWO:2020:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 296/2019

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2020:103
Datum uitspraak: 02-10-2020
Datum publicatie: 02-10-2020
Zaaknummer(s): 296/2019
Onderwerp: Onheuse bejegening
Beslissingen: Gegrond, waarschuwing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen verpleegkundige gegrond. Beklaagde had professionele toonzetting moeten kiezen in Whatsapp-bericht aan de werkgever. Nadat klaagster het bericht op de telefoon van beklaagde had gelezen is het gesprek niet professioneel verlopen. Beklaagde was verantwoordelijk vanuit haar professie voor een correct verloop van het gesprek. Dat klaagster in een niet verantwoorde toestand het gesprek heeft verlaten is niet gebleken. Klacht gegrond. Waarschuwing.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE

Beslissing d.d. 2 oktober 2020 naar aanleiding van de op 16 december 2019 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van

A , wonende te B,

k l a a g s t e r

-tegen-

C , verpleegkundige, werkzaam te D,

bijgestaan door mr. P. Willems, verbonden aan WVO advocaten te Loenen,

b e k l a a g d e

1.    HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:

- het klaagschrift;

- het verweerschrift met de bijlagen.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid om te worden gehoord in het kader van het vooronderzoek.

De zaak is behandeld ter openbare zitting van 8 september 2020, waar beide partijen zijn verschenen, klaagster vergezeld door haar vader en beklaagde door haar gemachtigde.

Als getuige is verschenen en gehoord:

E, zus van klaagster, geboren in 1989 wonende te F.

2.    DE FEITEN

Op grond van de stukken (waaronder het bedrijfsgeneeskundig dossier) en het verhandelde ter zitting dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Klaagster, geboren in 1993, is sinds 27 november 2019 uitgevallen voor haar werk als WMO-consulent bij G. In dat kader werd de verzuimbegeleiding verzorgd door H.

Beklaagde is sinds 2005 als Arbo-verpleegkundige werkzaam bij H.

Op 28 november 2019 had klaagster een gesprek met de collega van beklaagde bij klaagster thuis. De situatie van klaagster is vervolgens op 3 december 2019 besproken tijdens het werkoverleg van het behandelteam met de bedrijfsarts, de collega van beklaagde en beklaagde.

De bedrijfsarts heeft verzocht aan beklaagde om klaagster eerder op te roepen voor een gesprek. Daarnaast werd beklaagde verzocht met de werkgever (vanwege de kosten) en klaagster te bespreken hoe zij stonden tegenover de inzet van een expert in een vroegtijdig stadium van de verzuimperiode.

Een afspraak werd gemaakt voor 10 december 2019.

Op 10 december 2019, om 8.44 uur in de ochtend, heeft beklaagde via WhatsApp contact opgenomen met het hoofd HR van de werkgever. De tekst van het bericht luidde, voor zover relevant voor de klacht:

Probeerde je net te bellen over [achternaam klaagster, RTC]. Ze komt dus zo hiet. Nu heb ik gisteren tel met haar gesproken en [voornaam collega beklaagde, RTC] heeft haar 2 wkn geleden gezien en we denken beiden dat dit weer zon’n [voornaam van een derde persoon, RTC]achtig beeld is= gaat lang duuuuuuuren. Voorstel: meteen expertise. Hoe kijk jij daar tegenaan?

Omtrent het spreekuurcontact op 10 december 2019 van klaagster heeft beklaagde genoteerd:

10-12-2019: Anamnese

SPU op lokatie dorpsstraat

kom met thee binnen en mw geeft aan dat ze mijn berichtje aan [voornaam hoofd HR werkgever,RTC] heeft gelezen op mij Iphone die nu links naast mijn computer ligt in plaats van rechts waar ik hem neer gelegd had.

tekst: probeerde je net te bellen over [achternaam klaagster, RTC]. Ze komt dus zo hier. Nu heb ik gisteren even tel met haar gesproken en [voornaam collega beklaagde, RTC] heeft haar 2 weken geleden gezien en we denken beiden dat dit weer zon xxx achtig beeld is= gaat lang duuuuuren. Voorstel: meteen expertise? Hoe kijk jij daar tegen aan? Mw geeft aan dat ze het bericht heeft gelezen. Dat was niet de bedoeling, geef aan dat ik wel van open en eerlijkheid houd en vertel dat heel veel van haar generatiegenoten uitvallen met dit soort klachten en dat dat altijd heel lang gaat duren voordat men weer in staat is om te beginnen. Ze vindt niet dat ik iedereen over 1 kam moet scheren.

Begrijp ik en doe ik ook niet. Hoor graag jouw verhaal.

Heb veel last van huilbuien, voel me labiel niet stevig in de schoenen staan. Het is me allemaal te veel, slaap slecht.

Dat zijn symptomen maar wat is de oorzaak?

Oorzaak: te hoge werkdruk

halfjaar in I gewoond met ex= narcist. ben gewoon gevoelig voor stress, ben gevoelig, is allemaal te veel, bijna dood geweest

wat wil je met je leven: Ik wil in balans zijn.

ik: Daar heb je jaren voor nodig

Mw raakt overstuur, geeft aan dat ze zich niet plezierig voelt, heeft het gevoel aangevallen te worden en dat ze zich moet verdedigen. Begrijp ik.

gesprek stoppen en afspraak maken met Bedrijfsarts.

NB: alles wat maar fout kon gaan ging fout met dit gesprek. Had het gesprek meteen moeten afkappen toen mw vertelde dat ze mijn tel had gelezen.

Uur later komt [voornaam klaagster, RTC] samen met haar zichtbaar boze vader terug.

Verduidelijkend gesprek waarin ik nogmaals mijn verontschuldigingen heb aangeboden.

Vader vertelt dat hij ook een burnout heeft gehad en dat hij nog steeds niet de oude is. Oorzaak hoge werkdruk, druk vanuit de maatschappij enz

Altijd een combinatie van factoren. klopt.

Heb aangegeven dat bij mij ook hoge werkdruk en te weinig slaap parten heeft gespeeld.

Klachtenprocedure wordt gestart. Begrijp ik.”

Beklaagde heeft klaagster diezelfde dag gebeld en daarover genoteerd:

“Betrokkene gebeld en haar oprecht excuses aangeboden voor de wijze waarop de begeleiding vanochtend verlopen is. Goed dat u er formeel een klacht van maakt, daar leren we van.

Klachtenprocedure uitgelegd.

Is het 2e gesprek van vanochtend met [roepnaam beklaagde, RTC] goed geweest; deels wel, deels niet.

Aangeboden als contactpersoon altijd beschikbaar te zijn. Aangegeven dat ze door J opgeroepen wordt. Voor welke organisatie werkt J? Voor K.”

Diezelfde dag heeft beklaagde nog een e-mailbericht naar klaagster gestuurd met – voor zover thans relevant voor de klacht – navolgende inhoud:

Beste [voornaam klaagster, RTC],

Het spijt me van ons gesprek daarnet. Dat is absoluut niet goed gegaan en je zult ongetwijfeld erg boos op me zijn. Dat begrijp ik.

Alles wat ook maar fout kon gaan ging fout en ik had het gesprek moeten beëindigen nadat jij aangaf dat je mijn bericht op mijn telefoon aan [naam hoofd HR werkgever, RTC] had gelezen. Dat heb ik niet gedaan want ik hoopte dat ik er nog een goede draai aan kon geven. Dat is niet gelukt. Nog sterker, je hebt je niet gehoord gevoeld en je hebt je niet serieus genomen gevoeld en dat spijt me oprecht.

Je bent nu net samen met je vader geweest en ik heb je oprecht mijn welgemeende verontschuldigingen aangeboden. Ik heb er alle begrip voor dat je een klachtenprocedure gaat starten.

Ik heb hetgeen gebeurd is bij [naam hoofd HR werkgever, RTC] gemeld en ik heb het aan de bedrijfsarts verteld onder wiens verlengde arm ik mag functioneren.

Ik ben per direct van jouw dossier ontheven en de bedrijfsarts zal een andere bedrijfsarts vragen om jouw dossier op te nemen.

Beklaagde is nadien niet bij meer bij de verzuimbegeleiding van klaagster betrokken geweest.

3.    HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER EN DE KLACHT

Klaagster verwijt beklaagde - zakelijk weergegeven -:

1. Dat beklaagde het vertrouwen en de privacy van klaagster heeft geschaad en grensoverschrijdend, discriminerend en respectloos gedrag heeft vertoond tijdens het gesprek op 10 december 2019;

2. dat beklaagde de veiligheid van klaagster heeft geschaad door haar in een zekere gemoedstoestand van het consult te laten vertrekken.  

4.    HET STANDPUNT VAN BEKLAAGDE

Beklaagde voert - zakelijk weergegeven - aan dat het consult van 10 december 2019 niet goed is verlopen. Beklaagde was overvallen door het handelen van klaagster en heeft geprobeerd het consult een goede wending te laten nemen. Zij heeft nadien opengestaan voor gesprek toen klaagster een uur na het consult met haar vader terugkwam bij beklaagde. Beklaagde heeft mondeling en per e-mail haar excuses aangeboden. Beklaagde voert aan dat het consult wel in het licht moet worden gezien van het handelen van klaagster die zonder toestemming in de telefoon van beklaagde heeft gekeken. Toen het consult werd afgesloten en klaagster vertrok was zij niet zichtbaar ontdaan in de zin dat beklaagde haar niet had mogen laten vertrekken.

Beklaagde voert aan dat het consult zeker beter had gekund maar gezien in het licht van de omstandigheden niet tuchtrechtelijk aan haar kan worden verweten.

5.    DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

5.1          

Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2

Wat betreft het eerste klachtonderdeel overweegt het college als volgt. De tekst en toonzetting van het WhatsApp-bericht zijn naar het oordeel van het college onprofessioneel van aard, daargelaten dat WhatsApp niet de geëigende wijze van communicatie is tussen beklaagde als professional en de werkgever. De tekst en toonzetting kunnen de indruk wekken van vooringenomenheid en neerbuigendheid jegens klaagster. Beklaagde heeft aangevoerd dat dit bericht niet was bedoeld om door klaagster te worden gelezen. Het college overweegt hierover dat een professional zich überhaupt niet op deze wijze over – in dit geval – een zieke werknemer dient uit te laten. Van een professional mag worden verwacht dat deze zich onder alle omstandigheden objectief en in zakelijke termen uitdrukt. Dat geldt ook voor vertrouwelijk bedoelde communicatie met derden.

5.3

Beklaagde heeft, in het kader van haar verweer, aangevoerd dat klaagster zich schuldig heeft gemaakt aan schending van de privacy van beklaagde en aan computervredebreuk door zonder toestemming een niet voor haar bestemd bericht op de telefoon van beklaagde te lezen. Het college overweegt als volgt. De omstandigheid dat klaagster zonder toestemming het bericht op de telefoon van beklaagde heeft gelezen, staat er niet aan in de weg dat het bericht, dat in de onderhavige procedure door beklaagde is overgelegd, bij de beoordeling van de klacht wordt betrokken. De vraag of klaagster de privacy van beklaagde heeft geschonden en/of computervredebreuk heeft gepleegd als door beklaagde gesteld, kan in dit geschil niet beantwoord worden, omdat een tuchtrechtelijke procedure, waar het handelen van beklaagde centraal staat, zich daarvoor niet leent.

5.4

Dat beklaagde door het bekend worden van het WhatsApp-bericht geschrokken was en het gesprek met klaagster (mede) daardoor problematisch verliep, is voor te stellen, maar ook in die situatie is het aan een professioneel zorgverlener om dat in goede banen te leiden. Wat er precies is gezegd door beklaagde tijdens het gesprek is niet komen vast te staan. Maar ook op grond van beklaagdes eigen aantekeningen, onder meer dat alles wat fout kon gaan fout was gegaan, is aannemelijk geworden dat beklaagdes handelen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening heeft overschreden. Beklaagde had of het gesprek niet moeten aangaan of zelf het gesprek moeten beëindigen toen zij ervoer dat het gesprek niet goed verliep. Zij heeft het initiatief daartoe aan klaagster gelaten terwijl zij daarvoor de verantwoordelijkheid droeg. Beklaagde heeft zulks na afloop van het gesprek overigens ook ingezien en meermaals haar excuses aan klaagster aangeboden. Het eerste onderdeel van de klacht is derhalve gegrond.

5.5

Het tweede klachtonderdeel betreft de vraag of beklaagde klaagster in haar emotionele gemoedstoestand onbegeleid had mogen laten vertrekken. Beklaagde betwist dat zij op het moment van klaagsters vertrek had moeten begrijpen dat klaagster zodanig overstuur was dat ze haar niet naar buiten had moeten laten gaan. Klaagster heeft zelf het gesprek beëindigd en aangegeven te willen vertrekken. Dat zij daarbij in een zodanige gemoedstoestand verkeerde dat beklaagde haar niet alleen had mogen laten vertrekken, daargelaten of beklaagde haar zou hebben kunnen tegenhouden, is niet aannemelijk geworden. Zo is niet gebleken dat klaagster al bij haar vertrek over haar toeren was, huilde, hyperventileerde trilde of anderszins in een voor beklaagde herkenbaar emotionele gemoedstoestand verkeerde, en wel zodanig dat het onverantwoord was klaagster te laten gaan.

Uit de verklaring van de zus van klaagster, gehoord als getuige, is gebleken dat klaagster eerst haar vader heeft gebeld en daarna haar zus. Toen ze haar zus belde was ze, zo verklaarde deze, door huilbuien niet in staat een gesprek te voeren. Dat ze niet in staat was haar vader te woord te staan is niet gebleken. Het lijkt er, mede gelet de verklaring van de getuige, de zus van klaagster, meer op dat de emoties bij klaagster sterker naar de oppervlakte kwamen toen ze het pand van beklaagde had verlaten en telefonisch contact had met haar familieleden. De verklaringen van klaagsters vader en zus, die klaagster op een iets later moment telefonisch spraken, kunnen niet voldoende licht werpen op het moment waarop klaagster afscheid nam van beklaagde. Nu het niet aannemelijk is geworden dat - op het moment dat klaagster het pand verliet - voor beklaagde duidelijk was dat klaagster te overstuur was om haar onbegeleid te laten vertrekken, is de klacht in zoverre ongegrond.  

5.6

Aangezien het eerste klachtonderdeel gegrond is, zal het college een maatregel opleggen. Daarbij neemt het college het volgende in aanmerking. Beklaagde wordt verweten op onprofessionele wijze over klaagster te hebben gecommuniceerd, waarbij zij haar telefoon op ontoereikende wijze had beveiligd. Tevens heeft zij het daaropvolgende gesprek met klaagster onvoldoende in de hand gehad, op een wijze zoals van een professional verwacht had mogen worden. Daar staat tegenover dat beklaagde in een later gesprek die dag met klaagster haar fouten heeft erkend (beklaagde heeft zelf aangegeven en door klaagster is dat bevestigd: “alles wat maar fout kon gaan ging fout met dit gesprek”). Beklaagde heeft daarmee op dat moment alsnog haar verantwoordelijkheid genomen. Over het WhatsApp-bericht en de wijze van communicatie met de werkgever heeft zij ter zitting aangegeven dat zij in een volgend geval bij de werkgever slechts toestemming zou vragen om specialistische kennis te mogen inzetten om langer verzuim te voorkomen, zonder het noemen van andere namen. De kans dat beklaagde wederom een soortgelijke fout zal maken, acht het college klein. Beklaagde heeft niet eerder tuchtrechtelijke maatregelen gekregen. Volstaan kan derhalve worden met een waarschuwing. Het volstaan met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel, zoals door de gemachtigde is bepleit, acht het college niet passend bij de ernst van het verwijt.

6.    DE BESLISSING

Het college:

- verklaart het eerste onderdeel van de klacht gegrond;

- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;

- legt een waarschuwing op.

Aldus gegeven door E.W. de Groot, voorzitter, P.A.H. Lemaire, lid-jurist, B.F.A. Gooselink, R. Broeren-Woudstra en M.G. Roseboom-Coenen, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van J.W. Sijnstra-Meijer, secretaris.                                                                                                   

                                                                                                                 voorzitter

                                                                                                                 secretaris

 

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.         Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

b.         Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

c.         Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.