Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZRZWO:2019:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 040/2019

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2019:74
Datum uitspraak: 10-05-2019
Datum publicatie: 10-05-2019
Zaaknummer(s): 040/2019
Onderwerp: Schending beroepsgeheim
Beslissingen: Gegrond, geen maatregel
Inhoudsindicatie: Klacht tegen bedrijfsarts die persoonlijke informatie naar de werkgever van klager heeft gestuurd zonder toestemming van klager. Klacht gegrond zonder oplegging van een maatregel.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE

Beslissing d.d. 10 mei 2019 naar aanleiding van de op 27 februari 2019 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van

A , wonende te B,

k l a g e r

-tegen-

C , bedrijfsarts, destijds werkzaam te D,

v e r w e e r d e r  

1.    HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:

-      het klaagschrift met de bijlagen;

-      het verweerschrift.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid om te worden gehoord in het kader van het vooronderzoek.

De zaak is behandeld ter openbare zitting van 12 april 2019, waar klager niet is verschenen en waar verweerder is verschenen.

2.    DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Klager was als groepsfitnessinstructeur werkzaam bij E te B gedurende 1 uur per week. Op 6 september 2015 was zijn eerste ziektedag. Op 3 november 2015 werd klager door verweerder op zijn spreekuur gezien. Verweerder stelde een spreekuurverslag en een probleemanalyse op. In de probleemanalyse werd onder 4.2 Omschrijving werkzaamheden genoteerd: “Functie: 1 uur per week RPM. Sinds 2014 geen les meer gegeven. Dubbele HNP. Nu Facet ok gehad L5S1. 2015. . Krijgt nu Neuromoduilatie. januari gebruikt veel medicatie; oxicodon, ook slaapmiddelen!!” Op 10 november 2015 werd het spreekuurverslag en de probleemanalyse naar E Personeelszaken verstuurd. Op 20 november 2015 ontving klager per e-mail dit verslag en de probleemanalyse.

Klager had verweerder geen toestemming gegeven de medische informatie, zoals opgenomen in de Probleemanalyse, met de werkgever te delen.

3.    HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT

Klager verwijt verweerder - zakelijk weergegeven – dat verweerder zich niet aan zijn geheimhoudingsplicht en/of medisch beroepsgeheim heeft gehouden. Verweerder heeft,  zonder toestemming van klager, zijn medische gegevens gedeeld met zijn werkgever.

4.    HET STANDPUNT VAN VERWEERDER

Verweerder voert - zakelijk weergegeven - aan dat hij erkent dat er informatie naar de werkgever is gegaan die daar niet had moeten komen en hij biedt hiervoor zijn oprechte excuses aan.

5.    DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

5.1          

Het college wijst er op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2

Uit het dossier en uit wat ter zitting is besproken, blijkt dat verweerder verantwoordelijk was voor een advies aan de werkgever met betrekking tot de arbeidsgeschiktheid van klager en mogelijkheden ten aanzien van re-integratie. De probleemanalyse die daarvoor werd opgesteld bevatte informatie die niet voor de werkgever bestemd was maar werd desondanks naar de werkgever verzonden. Klager had geen toestemming gegeven deze gegevens met de werkgever te delen.

Het voorgaande betekent naar het oordeel van het college dat, nu klager geen toestemming had gegeven, verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Het college overweegt daartoe als volgt.

Klager heeft, evenals iedere andere patiënt, een rechtens te respecteren belang bij het beschermen van zijn persoonlijke levenssfeer. Dit recht is in diverse wetten en verdragen vastgelegd. Naleving hiervan is een belangrijk uitgangspunt, ook in de gezondheidszorg. Weliswaar is een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de patiënt mogelijk, wanneer inbreuk anderszins noodzakelijk is en toestemming ontbreekt, maar daarvan was in deze zaak geen sprake.

Verweerder heeft aldus in strijd gehandeld met de in 5.1 vermelde norm.

Verweerders tekortkoming rechtvaardigt op zichzelf een waarschuwing. Het college ziet aanleiding om verweerder desondanks geen maatregel op te leggen. Daartoe is het volgende redengevend. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verweerder ruiterlijk zijn fout erkent en klager daarvoor zijn oprechte excuses heeft aangeboden. Voorts heeft verweerder aangegeven dat hij lering heeft getrokken uit het gebeurde. Gelet op deze omstandigheden is het college van oordeel dat volstaan kan worden met de vaststelling dat de klacht gegrond is en dat het opleggen van een maatregel achterwege kan worden gelaten.

6.    DE BESLISSING

Het college:

-      verklaart de klacht gegrond;

-      bepaalt dat geen maatregel wordt opgelegd.

Aldus gegeven door W.J.B. Cornelissen, voorzitter, M. Willemse, lid-jurist,

C.W.M. Hosmus en H.A.M. Veneman en C.A.W.M. Hertog, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van M. Duijnstee-Mikmak, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2019 door A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van H. van der Poel-Berkovits, secretaris.

                                                                                                                 voorzitter

                                                                                                                 secretaris

 

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door: a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard; b. degene over wie is geklaagd; c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat. Het tot het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen. Degene die beroep instelt, is € 50,- griffierecht verschuldigd aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht van het Centraal Tuchtcollege. Als degene die in beroep is gegaan geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht terugbetaald.