Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZRZWO:2019:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 071/2019

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2019:116
Datum uitspraak: 25-09-2019
Datum publicatie: 25-09-2019
Zaaknummer(s): 071/2019
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Gegrond, waarschuwing
Inhoudsindicatie: tandarts handelt niet met de vereiste bekwame spoed na uitval volwassen tand bij minderjarige jongen. Klacht gegrond, waarschuwing

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE

Beslissing d.d. 25 september 2019 naar aanleiding van de op 9 april 2019 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van

A , wonende te B,

k l a g e r

-tegen-

C , tandarts, werkzaam te B,

bijgestaan door mr. M.C. Hazenberg, verbonden aan de VvAA te Utrecht,

b e k l a a g d e

1.    HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:

- het klaagschrift met de bijlagen;

- het verweerschrift;

- het proces-verbaal van het op 27 juni 2019 gehouden gehoor in het kader van het  

  vooronderzoek.

De zaak is behandeld ter openbare zitting van 30 augustus 2019, waar partijen zijn verschenen, verweerder bijgestaan door zijn gemachtigde.

Partijen worden hierna aangeduid als klager respectievelijk de tandarts.

2.    DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Klager heeft de klacht ingediend als ouder van zijn minderjarige zoon D, geboren in 2011. De zoon zal verder worden aangeduid als 'patiënt '.

De klacht heeft betrekking op de bereikbaarheid van de tandarts tijdens de weekenddienst en de tijdspanne tussen het moment waarop klagers partner, ten behoeve van patiënt, met de spoedgevallendienst van de E (verder: de spoedgevallendienst) heeft gebeld en het moment waarop de tandarts hen voor behandeling in zijn praktijk heeft ontvangen. De klacht ziet niet op de tandheelkundige behandeling van patiënt.

Patiënt is op zondag 15 april 2018 om ca. 17.55 uur ten val gekomen met een step en heeft daarbij een volwassen voortand verloren. Om 18.00 uur is door de moeder van patiënt naar de spoedgevallendienst gebeld. Zij werd te woord gestaan door een medewerker van F (de alarmeringsinstantie van de E). De telefonist heeft een spoedmelding aangemaakt. De medewerker van F heeft haar gezegd dat zij door de tandarts gebeld zou worden.

De moeder van de patiënt heeft daarna de tand teruggevonden en in een glas melk bewaard.

De communicatie tussen F en de dienstdoende tandarts verliep in die tijd middels het gebruik van semafoons.

Om 18.39 uur heeft de moeder nogmaals gebeld met de spoedgevallendienst omdat zij nog niet door de tandarts gebeld was, zoals was toegezegd.

Omstreeks 18.50 uur heeft de tandarts een melding ontvangen op het semafoonnummer met het telefoonnummer van de moeder en haar daarop gebeld. De moeder heeft hem verteld dat de volwassen voortand van patiënt was uitgevallen en dat die gevonden was. De tandarts heeft gezegd de tand in melk te bewaren en met patiënt tegen 20.00 uur naar de praktijk te komen.

De tandarts heeft de tand teruggeplaatst, en een spalk geplaatst.

3.    HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT

Klager verwijt beklaagde - zakelijk weergegeven - dat de tandarts niet heeft gereageerd naar aanleiding van de door de moeder van patiënt om 18.00 uur gedane spoedoproep. Ook verwijt klager de tandarts dat deze niet adequaat heeft gereageerd gelet op de tijdspanne tussen het verlies van de voortand van patiënt (circa 17.55 uur), het tijdstip van bellen door de tandarts (18.50 uur) en het tijdstip van 20.00 uur dat patiënt in de praktijk mocht komen. De tandarts heeft daarmee in strijd gehandeld met de NMT- praktijkrichtlijn “Opvang tandheelkundige zorg buiten praktijkuren”.

4.    HET STANDPUNT VAN BEKLAAGDE

De tandarts voert - zakelijk weergegeven - aan dat hij voorafgaande aan zijn spoeddienst zoals gebruikelijk heeft gecontroleerd of het semafoonnummer goed werkte. Hij heeft niet eerder dan 18.50 uur een melding ontvangen op de semafoon en daarop meteen contact opgenomen met de echtgenote van klager. In de wetenschap dat de avulsie van het element omstreeks 17.55 uur had plaatsgevonden en er derhalve al geruime tijd was verstreken voordat de tandarts patiënt hulp kon bieden had hij ook kunnen kiezen de tand niet te terug te plaatsen. Zijn assistente moest van verder komen en kon niet veel eerder op de praktijk zijn. De tandarts heeft in het belang van patiënt en ouders gehandeld door toch te trachten het element te behouden.

De tandarts stelt dat hij binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven.

5.    DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

5.1          

Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2

De tandarts betwist dat hij op genoemde zondag eerder dan rond 18.50 uur een melding op zijn semafoon heeft ontvangen met het telefoonnummer van moeder. Uit de gegevens afkomstig van de telefoon van moeder en de spoedgevallendienst blijkt dat moeder eerder gebeld heeft en dat eerder een semafoonoproep aan de tandarts is verzonden. Nu de tandarts betwist deze eerdere oproep ontvangen te hebben en het college niet kan vaststellen of de semafoonoproep de tandarts daadwerkelijk heeft bereikt zal deze oproep bij de beoordeling buiten beschouwing blijven.

5.3

Toen de tandarts rond 18.50 uur de moeder belde en hoorde dat de volwassen voortand van patiënt was uitgevallen had hij haar zo spoedig mogelijk met hem naar de praktijk moeten laten komen. Een uitgevallen tand moet, om de kans op succes te vergroten, zo spoedig mogelijk worden teruggeplaatst. Tijdsverloop is, naast de wijze waarop de tand in de tussentijd wordt bewaard, in belangrijke mate bepalend voor de kans op blijvend succes van de herplaatsing. Van de tandarts had verwacht en verlangd mogen worden dat hij patiënt veel sneller naar de praktijk zou hebben laten komen dan 'tegen 20.00 uur'. Dat al meer dan een uur verstreken was op het moment dat de tandarts met de avulsie bekend raakte, waardoor de kans op succes al wel serieus is afgenomen, is geen reden om niet alsnog zo spoedig mogelijk patiënt naar de praktijk te laten komen om de mogelijkheid van herplaatsing te beoordelen en eventueel uit te voeren.

5.4

Ook de omstandigheid dat de tandarts niet direct zijn assistente beschikbaar had en hij daarop moest wachten rechtvaardigt niet het tijdsverloop. Hij had ook zonder assistente zelf al met de behandeling een aanvang kunnen maken door de tand terug te plaatsen. Met het spalken had hij dan desgewenst kunnen wachten tot de assistente er was. Voor zover de tandarts meent dat hij wel vanaf de aanvang zijn assistente bij de behandeling nodig had is het zijn verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat ook zij tijdens diensturen binnen de normtijd op de praktijk aanwezig kan zijn.

5.5

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de klacht gegrond. Het college zal de tandarts bij wijze van maatregel een waarschuwing geven.

6.    DE BESLISSING

Het college verklaart de klacht gegrond en legt een waarschuwing op.

Aldus gegeven door E.W. de Groot, voorzitter, F. van der Maden, lid-jurist,

Th.J.M. Hoppenreijs, R. Rowel en J. Dam, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van J.W. Sijnstra-Meijer, secretaris.

                                                                                                                 voorzitter

                                                                                                                 secretaris

 

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.         Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

b.         Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

c.         Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.