ECLI:NL:TGZRZWO:2018:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 297/2017
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2018:143 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-07-2018 |
| Datum publicatie: | 20-07-2018 |
| Zaaknummer(s): | 297/2017 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen arts kennelijk ongegrond. Deels verjaard en voor het overige: In 2008 gold niet de norm in de beroepsgroep dat Artecoll en siliconenolie niet, al dan niet na elkaar, gebruikt mochten worden. Al waren de bijwerkingen toen al wel bekend en voor sommigen reden om deze behandelingen niet (meer) uit te voeren. Een redelijk bekwaam arts mocht in die tijd de genoemde middelen nog wel (na elkaar) gebruiken. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE
Beslissing d.d. 20 juli 2018 naar aanleiding van de op 27 oktober 2017 bij het Regionaal
Tuchtcollege te Amsterdam ingekomen en vervolgens naar het onderhavige college doorgezonden
klacht van
A , wonende te B,
k l a a g s t e r
-tegen-
C , arts, werkzaam te D,
v e r w e e r d e r
1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:
- het klaagschrift;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de repliek met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het op 7 mei 2018 gehouden mondeling vooronderzoek.
2. DE FEITEN
Op grond van de stukken dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.
Verweerder noemt zich cosmetisch arts en is werkzaam in een privékliniek.
Klaagster had zich in 1999 laten behandelen door het inspuiten van de nasolabiaalplooien met de permanente filler Artecoll. In 2005 en 2006 had zij zich laten behandelen door het inspuiten van de lijnen van de wangen met siliconenolie.
In maart 2008 wendde klaagster zich tot verweerder voor behandeling van rimpels in haar wangen. Verweerder heeft lijnen in de wangen ingespoten met in totaal 0,50 ml siliconenolie.
In maart 2015 constateerde verweerder bij klaagster verdikkingen in de lagere delen van de wangen en over de gehele lengte van de nasolabiaalplooien.
3. HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER EN DE KLACHT
Klaagster verwijt verweerder - zakelijk weergegeven - dat hij na een eerdere behandeling met Artecoll, silconenolie heeft gebruikt en dat door een reactie tussen beide de bultjes zijn ontstaan. Klaagster stelt daardoor pijn te ondervinden terwijl er ontsierende blauwe plekken zijn ontstaan.
4. HET STANDPUNT VAN VERWEERDER
Verweerder voert - zakelijk weergegeven – aan dat hij de eerdere behandelingen niet heeft uitgevoerd, alleen die in 2008. Hij vraagt zich af waarom klaagster niet eerder is gekomen als het zo is, zoals zij stelt, dat zij sinds 2009 klachten heeft. De door hem waargenomen complicatie kan door allerlei eerdere behandelingen zijn ontstaan. Hij is bereid klaagster te verwijzen naar een gespecialiseerde kliniek, de kosten worden vergoed door de zorgverzekeraar.
5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
5.1
Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.
5.2
Door verjaring kan niet meer worden geklaagd over handelen van vóór 27 oktober 2007 (tien jaar voor indiening van de klacht). Bovendien staat niet vast dat de eerdere behandelingen door verweerder (zelf) zijn uitgevoerd. Dit brengt mee dat alleen een uitspraak wordt gedaan over de laatste behandeling, te weten die in 2008. Tuchtrechtelijk gezien gaat het er niet om welke behandeling de klachten heeft veroorzaakt. Dat verweer gaat dus niet op. Het gaat erom of verweerder bij zijn behandeling heeft voldaan aan het bij 5.1 weergegeven criterium. Dat is hier het geval. In 2008 gold niet de norm in de beroepsgroep dat Artecoll en siliconenolie niet, al dan niet na elkaar, gebruikt mochten worden. Al waren de bijwerkingen toen al wel bekend en voor sommigen reden om deze behandelingen niet (meer) uit te voeren. Een redelijk bekwaam arts mocht in die tijd de genoemde middelen nog wel (na elkaar) gebruiken. De klacht is dus kennelijk ongegrond.
5.3
Gelet op het voorgaande dient als volgt te worden beslist.
6. DE BESLISSING
Het college wijst de klacht af.
Aldus gegeven in raadkamer door A.L. Smit, voorzitter, G.R.R. Kuiters en P. Houpt, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van P. van der Stroom, secretaris.
voorzitter
secretaris
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:
a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;
b. degene over wie is geklaagd;
c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.
Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.