ECLI:NL:TGZRZWO:2018:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 060/2018
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2018:121 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 22-06-2018 |
| Datum publicatie: | 22-06-2018 |
| Zaaknummer(s): | 060/2018 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen plastisch chirurg kennelijk ongegrond. Verweerder ontkent hetgeen klaagster aan haar klachten ten grondslag legt. Dossier geeft ook geen steun. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE
Beslissing d.d. 22 juni 2018 naar aanleiding van de op 28 februari 2018 bij het Regionaal
Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van
A , wonende te B,
k l a a g s t e r
-tegen-
C , plastisch chirurg, werkzaam te B,
bijgestaan door mr. R.J. Peet, verbonden aan VvAA te Utrecht,
v e r w e e r d e r
1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:
- het klaagschrift;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de repliek.
Verweerder heeft afgezien van dupliek. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid mondeling gehoord te worden in het vooronderzoek.
2. DE FEITEN
Op grond van de stukken (waaronder het medisch dossier) dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.
Klaagster is in 2012 door haar huisarts verwezen naar verweerder voor een borstverkleining. Hij zag haar op 9 augustus 2012 en noteerde:
Anamnese
Borstverkleining
verwezen via ha
klachten: veel pijn in rug/nek/schouders
hoofdpijn
BH maat: 80 DD
familie A/: gb
voorgeschiedenis: fibromyalgie
allergie: nee
roken: nee
kan stoppen:
beroep: geen
bloedverdunners: nee
overige medicatie:nee
onderzoek:
Lengte: 163 Gewicht: 72
BMI:
hypertrofie matig ptosis ja
lat. surplus: nee
asymmetrie: nee
SN-N: Re 26. cm., Li 26 cm.
smetten
plan: reductie
med fotografie
mammareductie
besproken:
procedure/technique
BH streefmaat nadien
risico’s/gevolgen
littekens
boekje met foto’s of presentatie laten zien ja
folder mee ja
patiënt akkoord/informed consent ja
klinisch
verzekering akkoord: ja
De ingreep werd op 6 maart 2013 uitgevoerd door verweerder. Het operatieverslag bevat geen bijzonderheden. Klaagster is op 7 maart 2013 ontslagen. Genoteerd werd dat de borsten soepel aanvoelden en de tepels goed doorbloed. De ontslagbrief bevatte geen bijzonderheden. Op 8 maart 2013 belde klaagster met de spreekuurassistente. Genoteerd is dat zij meldde dat ze aan een kant van de borst bloed had. Patiënte gaf, ondanks aandringen, te kennen niet naar het ziekenhuis te kunnen komen omdat ze geen vervoer kon regelen. Zij kreeg daarop het advies rustig aan te doen en zo nodig het verband te verschonen. Als het nog meer ging bloeden zou klaagster weer contact opnemen, of in het weekend bij de Afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) of de huisartsenpost langs gaan.
Op 18 maart 2013 werd klaagster gezien op de SEH omdat ze veel pijn bleef houden en het idee had dat er veel bloed uit kwam. Genoteerd is dat na lichte manipulatie aan de onderzijde op de kruising van de littekens veel serosanguilent vocht vrijkwam, dit luchtte op.
Op 20 maart 2013 werd klaagster gezien door verweerder voor poliklinische controle. Hij noteerde dat het goed ging en klaagster tevreden was. Op 2 mei 2013 noteerde verweerder bij poliklinische controle dat het litteken geen bijzonderheden vertoonde en fraai genas en dat klaagster tevreden was. Bij de controle op 19 juni 2013 door de mammacareverpleegkundige werd genoteerd dat klaagster zich zorgen maakte over pijnklachten/gevoelige borst links. Tevens werd genoteerd dat het er mooi en rustig uit zag en dat de klachten op zenuwprikkeling leken. Klaagster werd gerustgesteld.
Daarna werd klaagster niet meer gezien tot het poliklinisch consult op 13 april 2016 bij verweerder. Hij noteerde:
Anamnese draagt topjes geen bh bhs passen niet zou meer als DD zijn
162 92kg
last van nek
verzoek borstverkleining
Tractus anamnese verder gezond:
medicijnen:lijst
bloedverdunners n
allergie: n
roken: n
kan stoppen:
beroep: geen werk, knieproblemen zit in rolstoel
Lichamelijk onderzoek adipeus,
mammae beperkte hypertrofle
lateraal surplus, li iets groter
Conclusie verzoek borstverkleining, m.i.niet zinvol, kans op duurzaam
resultaat gering, tevens verhoogd risico op
wondgenezingsproblemen
Beleid retour huisarts
3. HET STANDPUNT VAN KLAGER/KLAAGSTER EN DE KLACHT
Klaagster verwijt verweerder -zakelijk weergegeven- dat er bij de borstverkleiningsoperatie een grote fout is gemaakt. Er is geen drain geplaatst, zoals afgesproken, waardoor klaagster veel bloed- en vochtverlies had en de hechting van de operatie te lang duurde om te genezen, en de tepels waren kleiner dan afgesproken. Ook is de ene tepel hoger dan de andere en is uit beide borsten de massaspier gehaald, waardoor klaagster nu twee leeghangende ballonnen heeft zonder spierweefsel.
4. HET STANDPUNT VAN VERWEERDER
Verweerder voert -zakelijk weergegeven- aan dat het gebruik van drains omstreden is en in dit geval niet noodzakelijk omdat het wondbed droog was tijdens de operatie. Het feit dat klaagster tien dagen later op de SEH werd gezien met vochtophoping (seroom) is niet noodzakelijkerwijs te wijten aan het niet-plaatsen van een drain. De term “massaspier” is verweerder niet bekend, bij een borstverkleining wordt nooit spierweefsel verwijderd zoals ook blijkt uit het operatieverslag. Klaagster heeft zich nimmer uitgelaten over de grootte van de tepels. Klaagster was in 2016 sinds de borstverkleining 20 kg aangekomen. Dit kan gevolgen hebben gehad voor vorm en grootte van de borsten. Haar BMI van >36 was ook de reden dat verweerder dat verweerder een nieuwe borstverkleining heeft afgeraden.
5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
5.1
Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.
5.2
Verweerder ontkent hetgeen klaagster aan haar klachten ten grondslag legt. Het dossier biedt evenmin steun voor de stellingen van klaagster, veeleer voor die van verweerder. Dit leidt ertoe dat niet van de juistheid van hetgeen klaagster stelt kan worden uitgegaan. Dit oordeel berust niet op het uitgangspunt dat het woord van klaagster minder geloof verdient dan dat van verweerder, maar op de omstandigheid dat in een dergelijke situatie het dossier het meeste houvast biedt, tenzij aannemelijk is dat wat in het patiëntdossier staat vermeld een onjuiste weergave is van de gang van zaken, hetgeen hier niet aan de orde is. Er is niet genoteerd dat is afgesproken een drain te plaatsen, terwijl verweerder terecht aanvoert dat een drain niet in alle gevallen noodzakelijk is. Het enkele feit dat patiënte met seroom op de SEH is gezien, betekent niet dat de operatie niet goed is uitgevoerd. Niet is gebleken dat klaagster heeft aangegeven of verweerder geconstateerd dat de tepels te klein waren en de ene borst hoger dan de andere. Dat laatste was uiteindelijk wel het geval in 2016, maar dit kan niet teruggevoerd worden tot de borstverkleining in 2013.
5.3
Gelet op het voorgaande is de klacht kennelijk ongegrond en dient als volgt te worden beslist.
6. DE BESLISSING
Het college wijst de klacht af.
Aldus gedaan in raadkamer door mr. A.L. Smit, voorzitter, dr. P. Houpt en dr. P.C.M. Verbeek, leden-arts, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Sijnstra-Meijer, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2018 door mr. A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Poel-Berkovits, secretaris.
voorzitter
secretaris
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:
a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;
b. degene over wie is geklaagd;
c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.
Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.