ECLI:NL:TGZRSGR:2018:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-021

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2018:81
Datum uitspraak: 29-05-2018
Datum publicatie: 29-05-2018
Zaaknummer(s): 2018-021
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:   Ongegronde klacht tegen een tandarts. Niet is gebleken dat de vervolgbehandeling van het wortelkanaal niet lege artis is uitgevoerd. De eventueel nog aanwezige pijnklachten zijn voorafgaand door zowel de preventieassistente als door de tandarts met klaagster besproken. Enige klachten waren niet ongebruikelijk, gelet op de daarvoor uitgevoerde initiële behandeling. Ook niet gebleken dat de guttaperchastiften te diep of buiten de gebruikelijke marge zijn geplaatst. Wel sprake van enig doorgeperste sealer en/of guttapercha, maar niet ongebruikelijk en doorgaans geen oorzaak van de pijnklachten na het afsluiten van de wortelkanaalbehandeling. Niet voorschrijven van antibioticium is juist, het is ongebruikelijk om dit direct na een wortelkanaalbehandeling voor te schrijven. Klacht afgewezen.  

Datum uitspraak: 29 mei 2018

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A ,

wonende te B,

klaagster,

gemachtigde: C,

tegen:

D , tandarts,

werkzaam te B,

verweerster.

1.         Het verloop van de procedure

1.1       Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 30 januari 2018;

- het verweerschrift met bijlagen, waaronder het medisch dossier en een CD-rom;

- de e-mail van 16 maart 2018 van de praktijk van verweerster.

1.2       De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

1.3       De mondelinge behandeling door het College heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 17 april 2018. De gemachtigde van klaagster en verweerster zijn verschenen en hebben hun standpunten mondeling toegelicht. Klaagster was niet aanwezig.

2.         De feiten

2.1       Klaagster, geboren in 1965, heeft zich op 7 december 2017 met kiespijn klachten gemeld bij F (hierna: de praktijk), waar verweerster werkzaam is als tandarts. Klaagster is sinds 2015 patiënte van verweerster.

2.2       Verweerster heeft klaagster diezelfde dag op consult onderzocht en constateerde een acute ontsteking van de zenuw in element 25. Daarop is direct een wortelkanaalbehandeling uitgevoerd bij klaagster. Het medisch dossier vermeldt daarover het volgende:

“25cendo        Endodontisch consult

kiespijn> kloppende pijn naar t oor.

IO: perc. gevoelig 25 ++, KOUDe test 25++

lengte foto: 16mm > geprep met blauw 2 kanalen. beiden op

16 mm

25 einca          Insluiten calciumhydroxide

25 a                 Geleid. of infilt. anesthesie

25 2*xrsl         Intra orale foto”

2.3       Omdat verweerster de wortelkanaalbehandeling tijdelijk had afgesloten met een medicament en tijdelijke vulling, heeft verweerster met klaagster een afspraak gemaakt om de wortelkanaalbehandeling te sluiten op 21 december 2017.

2.4       Daarna is er door de praktijk telefonisch contact opgenomen met klaagster om de afspraak van 21 december 2017 te verplaatsen naar 18 december 2017.

2.5       Vervolgens heeft klaagster op 18 december 2017 een gesprek gehad met de preventie assistente van de praktijk over eventuele pijnklachten, waarna verweerster de wortelkanaalbehandeling heeft afgerond.

Het medisch dossier vermeldt daarover het volgende:

“25 wkb2        Wortelkannalbeh. tweekanalig elem.

25 einstr          Toeslag instrumentarium

25 xrsl             Intra orale foto

25 a                 Geleid. of infilt. anesthesie

25 opk             Tweevlaksrest. Composiet”

2.6       Op 26 december 2017 heeft klaagster in verband met pijnklachten telefonisch contact opgenomen met het F (hierna: F), omdat de praktijk gesloten was.

2.7       Op 27 december 2017 heeft klaagster wederom telefonisch contact opgenomen met het F, in verband met een toename van de pijnklachten. Het F heeft aan klaagster doorgegeven welke praktijk als waarnemend tandartsenpraktijk bereikbaar was.

2.8       Klaagster heeft de praktijk op 6 januari 2018 een e-mailbericht gestuurd over de uitgevoerde behandeling op 18 december 2017, met de vermelding dat zij en haar echtgenoot, C, zich hebben uitgeschreven uit de praktijk.

2.9       Verweerster heeft op 12 januari 2018 per e-mail op het e-mailbericht van klaagster van 6 januari 2018 gereageerd en in die mail bevestigd dat klaagster en haar echtgenoot zullen worden uitgeschreven uit de praktijk van verweerster.

2.10     Op 14 januari 2018 heeft C nader gereageerd via een e-mail aan de praktijk. Daarop heeft verweerster klaagster en haar echtgenoot per e-mail van 18 januari 2018 uitgenodigd voor een gesprek, dat niet heeft plaatsgevonden.

3.         De klacht

Klaagster verwijt verweerster, samengevat en zakelijk weergegeven, dat zij nalatig en onprofessioneel heeft gehandeld. Zij heeft klaagster verkeerd behandeld, namelijk:

1.         tijdens de wortelkanaalbehandeling zijn er stiften (te diep) geplaatst in een ontstoken

kies/wortel, terwijl klaagster nog pijnklachten had. Verweerster heeft de toestand van

de kies/wortel niet juist ingeschat;

2.         na de behandeling is er geen antibioticumkuur voorgeschreven.

4.         Het standpunt van verweerster

Verweerster heeft de klachten en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5.         De beoordeling

5.1       Het College constateert dat verweerster de wortelkanaalbehandeling bij klaagster in twee fases heeft uitgevoerd. De initiële behandeling op 7 december 2017 is uitgevoerd om de (pijn)klachten van klaagster aan element 25 te verhelpen. De verwijten van klaagster zien met name op de tweede fase, te weten de vervolgbehandeling op 18 december 2017, waarbij de wortelkanalen van element 25 verder zijn schoongemaakt en gevuld.

5.2       Uit de stukken, waaronder het medisch dossier, de door partijen gegeven toelichting noch uit het overige verhandelde ter zitting kan naar het oordeel van het College worden opgemaakt dat de vervolgbehandeling niet lege artis is uitgevoerd. De praktijk heeft telefonisch contact opgenomen met klaagster om te bespreken of deze behandeling eerder dan 21 december 2017 kon worden uitgevoerd. Vervolgens zijn de eventueel nog aanwezige (pijn)klachten van klaagster voorafgaand aan de behandeling op 18 december 2017 zowel door de preventie assistente van de praktijk, als door verweerster met klaagster besproken. Dat klaagster op dat moment nog enige klachten had is niet ongebruikelijk, mede gelet op de kort daarvoor uitgevoerde initiële behandeling. Met de initiële behandeling, die mede tot doel heeft de bacteriën uit de wortelkanalen te verwijderen, is de ontsteking niet direct verdwenen. Dit is geen contra-indicatie voor het afsluiten van een wortelkanaalbehandeling. Na het afsluiten van het element kan de ontsteking verder genezen.

5.3       Uit het medisch dossier, alsmede uit het verweerschrift volgt dat verweerster bij het sluiten van de wortelkanaalbehandeling guttapercha in combinatie met daarvoor geëigend wortelkanaal cement heeft gebruikt. Niet is gebleken dat de guttaperchastiften te diep of buiten de gebruikelijke marge volgens de beroepsgroep van verweerster zijn geplaatst. Wel is sprake geweest van enig doorgeperste sealer en/of guttapercha. Dit is niet ongebruikelijk bij goed gereinigde wortelkanalen en is doorgaans geen oorzaak van de pijnklachten die klaagster na het afsluiten van de wortelkanaalbehandeling heeft ervaren. Dit kan verweerster dan ook niet tuchtrechtelijk worden verweten.

5.4       Voorts kan verweerster niet tuchtrechtelijk worden verweten dat zij klaagster geen antibioticumkuur heeft voorgeschreven na de afsluitende behandeling. Binnen de beroepsgroep van verweerster is het ongebruikelijk om (direct) na een wortelkanaalbehandeling een antibioticum voor te schrijven. Dit was bij klaagster ook niet geïndiceerd. Verweerster heeft juist gehandeld door klaagster uitleg te geven over napijn.

5.5       Gelet op het voorgaande is het College van oordeel dat er destijds zorgvuldig en conform het geldende protocol van de praktijk is gehandeld. De conclusie is dan ook dat verweerster met betrekking tot de klacht geen verwijt zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid onder a, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg kan worden gemaakt. De klacht zal dan ook als ongegrond worden afgewezen.

6.         De beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:

wijst de klacht af.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.E.B. ter Heide, voorzitter, mr. E.B. Schaafsma-van Campen, lid-jurist, M.M.L.F. Smulders, H.W. Luk en J.M.W. Croes, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door mr. R.C. Kruit, secretaris en uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2018.

voorzitter                                                                                          secretaris

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:

a.         de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij            niet-ontvankelijk is verklaard;

b.         degene over wie is geklaagd;

c.         de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van het Staatstoezicht op de

volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hem toevertrouwde

belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.