ECLI:NL:TGZRSGR:2018:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-299

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2018:119
Datum uitspraak: 24-07-2018
Datum publicatie: 25-07-2018
Zaaknummer(s): 2017-299
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:   Ongegronde klacht tegen een psychiater. Het College acht het voor de hand liggend dat de administratieve verwerking door het secretariaat plaatsvindt en verzending van het rapport aan klager valt dus buiten de verantwoordelijkheid van de psychiater, geen aanwijzing voor valsheid in geschrifte. Klacht afgewezen. 

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A ,

wonende te B,

klager,

gemachtigde: C, vader van klager

tegen:

D, psychiater,

werkzaam te E,

verweerster,

gemachtigde: mr. M.C. Hazenberg, werkzaam te Utrecht.

1.            Het verloop van de procedure

1.1       Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het klaagschrift met bijlage, ontvangen op 14 november 2017

- het aanvullend klaagschrift, ontvangen op 8 december 2017

- documentatie bij het klaagschrift (kopie van het faxbericht d.d. 31 oktober 2017 met bijlagen van de gemachtigde van verweerster in dossier 2017-159), ontvangen op 1 februari 2018

- het verweerschrift met bijlagen

- de brief d.d. 11 april 2018 van klager

- de brief d.d. 1 mei 2018 van de gemachtigde van de arts.

1.2       De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

1.3       Het College heeft de klacht op 13 juni 2018 in raadkamer behandeld.  

2.           De feiten

2.1              Verweerster is als zelfstandig psychiater onder andere werkzaam voor F.

2.2              Klager, geboren op […] 1998, is op […] 2017 ’s nachts rond 3.30 uur aangehouden met een alcoholpromillage van 2,024 nadat hij met de auto tegen een boom was gereden. Hij is op 12 april 2017 door verweerster in opdracht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) op alcoholmisbruik onderzocht in het kader van de Vorderingsprocedure zoals bedoeld in de artikelen 130 tot 134 a van de Wegenverkeerswet.

2.3              Ter zake van het rapport dat verweerster naar aanleiding van het onderzoek heeft opgesteld, heeft klager een klacht tegen haar ingediend, die op 4 juli 2017 door het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag is ontvangen en in behandeling genomen onder het dossiernummer 2017-159. Op 9 januari 2018 heeft het College uitspraak gedaan.

2.4              Tijdens het mondeling vooronderzoek in het dossier 2017-159 op 2 oktober 2017 is discussie ontstaan over de door verweerster als productie 2 (bij het verweerschrift in dat dossier) overgelegde printscreen van een e-mailbericht d.d. 3 mei 2017 van F aan klager. Klager gaf aan dat uit de printscreen bleek dat het bericht aan een onjuist e-mailadres was verzonden, waardoor hij het (concept)rapport van verweerster niet tijdig heeft ontvangen. Tijdens dit verhoor is onduidelijkheid ontstaan over de juiste datum van verzending van het rapport naar het juiste e-mailadres.

2.5              De gemachtigde van verweerster heeft vervolgens ter verduidelijking in het dossier 2017-159 per faxbericht van 31 oktober 2017 nadere stukken (verschillende e-mailberichten die aan klager zijn toegezonden en printscreens) overgelegd. Deze stukken zijn in het onderhavige geding wederom ingebracht.

3.             De klacht

Klager verwijt verweerster valsheid in geschrifte, hetgeen zou blijken uit de e-mailberichten die de gemachtigde van verweerster bij het faxbericht d.d. 31 o ktober 2017  aan het College heeft toegezonden. Het e-mailadres in het e-mailbericht van 3 mei 2017 is beperkt en geknipt weergegeven en geeft geenszins aan dat het bericht daadwerkelijk correct is verstuurd.

4.        Het standpunt van verweerster

Verweerster heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5.        De beoordeling

5.1       Verweerster heeft bij het verweerschrift kopie van de verzonden e-mails en de printscreens van die e-mails overgelegd. Zij heeft aangegeven deze van F te hebben ontvangen. Verweerster heeft gesteld dat het de gebruikelijke gang van zaken is dat (het secretariaat van) F zorg draagt voor verzending van het opgestelde rapport. Uit het proces-verbaal van het  mondelinge vooronderzoek op 2 oktober 2017 in het dossier 2017-159 blijkt dat verweerster heeft uitgelegd dat zij zelf verantwoordelijk is voor de inhoud van het rapport en het secretariaat van F verantwoordelijk is voor de verzending van het rapport aan de keurling. Mocht er iets mis gaan met de verzending, dan dient het secretariaat dit af te handelen/op te lossen. Het afdelingshoofd beslist welke stappen er ondernomen moeten worden. Verweerster heeft daarmee geen bemoeienis.

5.2       Nu het College het voor de hand liggend acht dat de administratieve verwerking door het secretariaat plaatsvindt en er ook geen enkele aanwijzing is om hierover anders te oordelen, valt de verzending van het rapport buiten de invloedssfeer en verantwoordelijkheid van verweerster. Reeds hierom is er geen enkele aanwijzing van valsheid in geschrifte door

 verweerster en zal de klacht zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond worden afgewezen.

6.       De beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:

wijst de klacht af.

Deze beslissing is gegeven op 24 juli 2018 door M.A.F. Tan-de Sonnaville, voorzitter,  E.B. Schaafsma-van Campen, lid-jurist, H.N. Koetsier, A.J.J.M. Keijzer-van Laarhoven en M. Bezemer, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door  I.C.M. Spitters-Vermeulen, secretaris.

voorzitter                                                                                          secretaris

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezond­heidszorg door:

a.         de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;

b.         degene over wie is geklaagd;

c.         de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van het Staatstoezicht op de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hem toevertrouwde belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroep­schrift wordt ingezon­den bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcolle­ge voor de Gezondheidszorg te

Den Haag, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.