ECLI:NL:TGZRGRO:2018:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/28

ECLI: ECLI:NL:TGZRGRO:2018:51
Datum uitspraak: 07-08-2018
Datum publicatie: 07-08-2018
Zaaknummer(s): G2018/28
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen huisarts. Klager verwijt verweerster dat zij in een periode van twee jaren diverse diagnoses heeft gemist en medisch onjuist en/of onzorgvuldig heeft gehandeld.  Ook verwijt klager verweerster dat zij hem niet actief vervolgd heeft om eventueel nadere diagnostiek te verrichten. Verweerster heeft de klachtonderdelen gemotiveerd betwist. Haar weergave van de gebeurtenissen vindt, voor zover die onverenigbaar is met die van klager, steun in het medisch dossier. Het college concludeert voorts dat de verwijten met betrekking tot medisch handelen onterecht zijn. Wat het niet actief vervolgen van een patiënt betreft, is het college van oordeel dat dat onder de gegeven omstandigheden evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De klacht wordt geheel ongegrond verklaard. Deze zaak hangt samen met de procedures met kenmerk G2018/27 en G2018/29.     

Rep.nr. G2018/28

7 augustus 2018

Def. 137

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE GRONINGEN

Beslissing op de klacht van:  

A

klager,

wonende te B,

tegen

C ,

werkzaam als huisarts te B,

verweerster,

BIG-reg.nr:

1. Verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het klaagschrift met bijlagen van 27 februari 2018, ingekomen op 28 februari 2018;

- het verweerschrift met bijlagen van 28 maart 2018, ingekomen op 30 maart 2018;

- de repliek met bijlagen van 6 april 2018, ingekomen op 9 april 2018;

- de dupliek van 14 april 2018, ingekomen op 17 april 2018;

- het relevante deel van het medisch dossier, ingekomen op 1 juni 2018.

In het kader van het vooronderzoek zijn partijen in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Partijen hebben hiervan geen gebruik gemaakt.

De klacht is behandeld ter openbare zitting van 26 juni 2018. Partijen zijn verschenen. Klager werd vergezeld door zijn echtgenote.

Deze zaak hangt nauw samen met twee andere klachten van klager, die tegelijkertijd met deze zijn ingediend. Die klachten, bekend onder de kenmerken G2018/27 en G2018/29, zijn gezamenlijk met de onderhavige klacht op zitting behandeld. 

2. Vaststaande feiten

Voor de beoordeling van de klacht gaat het college uit van de volgende feiten.

Verweerster is werkzaam als huisarts in een duopraktijk in B. In de periode van september 2015 tot en met november 2017 wendt klager zich tot deze praktijk, waar hij staat ingeschreven, met de volgende aandoeningen/letsels:

- een mallet finger;

- ziekte van Dupuytren;

- hallux valgus/hallux rigidus;

- ontsteking van een bunion bij het teengewricht, later gevolgd door

- een ulcus ter plaatse van het teengewricht, bevolkt door de Pseudonomasbacterie.

Klager wordt hiervoor gezien en behandeld door verweerster, haar collega en een waarneemster. Ook wordt hij meermalen naar specialisten doorverwezen, al dan niet op zijn eigen verzoek. Uit ontevredenheid over – onder meer – de praktijkvoering en de deskundigheid van verweerster, haar collega en de waarneemster laat klager zich eind oktober 2017 uitschrijven uit de praktijk.

3. De klacht

3.1 Klagers – zakelijk weergegeven – beschrijving van de gang van zaken

3.1.1 Mallet finger

In december 2016 bezeert klager zijn rechterpink tijdens een volleybalwedstrijd. Hij wordt gezien door verweerster, omdat zijn pink vreemd aanvoelt. Verweerster denkt ten onrechte dat de pink uit de kom is en verwijst klager naar de afdeling radiologie voor een röntgenfoto van bovenaf. Op deze foto blijkt de pink niet uit de kom te zijn. Klager wordt naar huis gestuurd met het advies in een stressballetje te knijpen.

Een week later wordt klager, omdat hij het niet vertrouwt, opnieuw gezien op de huisartsenpraktijk. Ditmaal door verweersters collega, die klagers pink echter niet eens onderzoekt. Zij verwijst klager naar de chirurg voor de ziekte van Dupuytren. Die ziekte, die inderdaad aanwezig is bij klager, heeft echter niets te maken met de afwijkende stand van het topje van de rechterpink. De chirurg constateert de aanwezigheid van een mallet finger, een diagnose die (onder andere) verweerster heeft gemist.

3.1.2 Ulcus

In april 2017 krijgt klager ineens pijn in – met name – zijn linkervoet. Klager loopt hiermee door tijdens de zomervakantie, maar als er een forse knalrode bunion is ontstaan aan de buitenzijde van de grote teen gaat hij toch naar de huisarts. Hij wordt hiervoor eerst gezien door verweersters collega, die een onjuiste behandeling start. De klachten worden erger. Nadat klager ook nog door de waarneemster wordt gezien als er inmiddels al een ulcus is ontstaan, wordt hij in november 2017 vanwege het slecht genezende ulcus door verweerster gezien. Ze schrikt van het ulcus, laat een assistente een gel met een gaasje aanbrengen op het ulcus en belt met een collega uit een ziekenhuis. Die adviseert blijkbaar dagelijks betadinegazen over het ulcus aan te brengen, die bij de apotheker worden besteld. Ze neemt echter geen kweek af.

Een paar weken later heeft klager een nieuwe huisarts. Deze neemt wel direct een kweek af en stelt vast dat het ulcus bevolkt wordt met de Pseudonomasbacterie. 

Klager wordt vervolgens in D. gezien door een orthopedisch chirurg. Uiteindelijk wordt klager eind november 2017 geopereerd, een week nadat klager door zijn nieuwe huisarts wordt gezien die de Pseudonomasbacterie in het ulcus constateert. In de tussenliggende tijd heeft klager ciprofloxacine antibiotica moeten innemen. Hier is hij heel ziek van geweest. Als verweerster of haar collega eerder al een kweek had afgenomen, was dit te voorkomen geweest.

3.1.3 Praktijkvoering

Er vindt geen communicatie plaats, noch tussen de huisartsen onderling, noch tussen de huisartsen en de patiënt. De werkwijze bestaat uit het na onderzoek vlot heenzenden van een patiënt met een recept of een verwijzing. De patiënt wordt verder niet vervolgd. Volgens klager zou op het moment dat er een specialistenbrief binnenkomt contact moeten worden gelegd met de patiënt om eventueel een differentiaaldiagnose uit te sluiten en om het vervolg te bespreken. Verweerster en haar collega doen dat niet. Ook dit acht klager klachtwaardig.

3.2 De klachtonderdelen

Klager verwijt verweerster:

1. dat zij de diagnose mallet finger heeft gemist; 

2. dat zij de ernst van het ulcus heeft onderschat en geen kweek heeft afgenomen, waardoor de aanwezigheid van de Pseudonomasbacterie niet werd vastgesteld en

3. dat zij hem als patiënt niet heeft vervolgd om eventueel nadere diagnostiek te kunnen verrichten.

4. Het verweer

Het verweer luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.

4.1 Eerste klachtonderdeel: het missen van de diagnose mallet finger

In december 2016 zag verweerster klager, omdat hij ruim tien dagen eerder zijn rechterpink had bezeerd bij volleybal. In verband met de afwijkende stand van de pink en de zichtbare ziekte van Dupuytren vroeg zij röntgenonderzoek aan om een luxatie van de pink uit te sluiten. De radioloog bepaalt vervolgens wat voor röntgenfoto er gemaakt wordt, niet verweerster. Het is derhalve niet juist dat uit de röntgenfoto die gemaakt is zou blijken dat verweerster de mogelijkheid van een mallet finger zou hebben gemist. Aansluitend is klager op verzoek van verweerster op de SEH gezien door een arts-assistent voor nadere beoordeling en adviezen. Verweerster is van mening juist gehandeld te hebben met haar verwijzing om een luxatie uit te sluiten.

4.2 Tweede klachtonderdeel: geen kweek afnemen van ulcus

Toen verweerster klager zag in verband met zijn ulcus was hij al verwezen voor een chirurgische ingreep. Verweerster zocht contact met de dermatoloog die haar adviseerde het ulcus met betadinegazen te behandelen. Ook zocht zij contact met de orthopedisch chirurg naar wie klager al verwezen was. Deze zei dat de operatie snel kon plaatsvinden en dat het ulcus door middel van de operatie ook zou genezen. Hij zegde toe klager de volgende dag zelf te bellen over de operatie en dat gebeurde ook. Verweerster begreep ten tijde van het consult dat een en ander naar wens was van klager en is verbaasd dat hij haar nu ineens verwijt geen kweek te hebben afgenomen.

4.7 Derde klachtonderdeel: niet vervolgen van patiënt voor nadere diagnostiek

Het is niet de taak van een huisarts om een patiënt actief te vervolgen voor nadere diagnostiek.

5. Beoordeling van de klacht

5.1

Het college wijst er allereerst op dat het er bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2 Eerste klachtonderdeel: het missen van de diagnose Mallet finger

Klager onderbouwt dit verwijt met de stelling dat verweerster klager heeft verwezen voor een röntgenfoto van bovenaf, waarop een Mallet finger nooit te diagnosticeren zou zijn. Het college deelt het standpunt van verweerster dat het niet haar beslissing, maar de beslissing van de radioloog is geweest om de betreffende röntgenfoto te maken. Hieromtrent kan verweerster dan ook geen verwijt worden gemaakt. Het college acht het voorts geen onzorgvuldige beslissing van verweerster om klager eerst te verwijzen om een luxatie uit te sluiten en om vervolgens eventueel nadere diagnostiek te verrichten. Verweerster heeft telefonisch geregeld dat klager aansluitend aan de rö ntgendiagnostiek op de SEH beoordeeld zou worden. Verweerster heeft klager daarna voor deze klacht niet meer gezien. Twee dagen later heeft klager zelf met verweersters collega gesproken om verwezen te worden vanwege de ziekte van Dupuytren. Dat de mallet finger vervolgens alsnog door de chirurg is gediagnosticeerd naar wie klager was verwezen, betekent niet dat verweerster met de eerdere verwijzing voor röntgenonderzoek onzorgvuldig heeft gehandeld. Dit eerste klachtonderdeel is alles overziend ongegrond. 

5.3 Tweede klachtonderdeel: geen kweek afnemen van ulcus

Gelet op het contact tussen verweerster en de orthopedisch chirurg en hetgeen afgesproken werd, is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerster op dat moment geen kweek meer heeft afgenomen van het ulcus. Klager werd al ‘in de tweede lijn’ behandeld en de operatie zou spoedig plaatsvinden. Het tweede klachtonderdeel faalt eveneens.

5.4 Derde klachtonderdeel: niet vervolgen van patiënt voor nadere diagnostiek

Ten slotte acht het college het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerster klager niet actief heeft vervolgd voor nadere diagnostiek. Het ligt – zeker bij niet levensbedreigende aandoeningen zoals een hallux valgus – meer op de weg van de patiënt zelf om bij aanhoudende of verergerende klachten contact te zoeken met de behandelaar. Het college hecht eraan in dit verband op te merken dat klager in de jaren waarop deze klacht betrekking heeft veelvuldig is gezien op de praktijk. Zodoende kan niet worden gesteld dat verweerster en haar collega in deze periode onvoldoende op de hoogte zijn geweest van zijn medische situatie. Een en ander maakt dat ook dit laatste klachtonderdeel zal worden afgewezen.

6. Slotsom

Het voorgaande voert tot de slotsom dat de klacht in zijn geheel als ongegrond behoort te worden afgewezen.

7. Beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen:

verklaart de klacht in al zijn onderdelen ongegrond en wijst deze af.

Aldus gegeven door:

W.P. Claus, voorzitter,

J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, lid-jurist,

J. Seegers, lid-beroepsgenoot,

H.J. Kolthof, lid-beroepsgenoot,

E.M. ter Braak, lid-beroepsgenoot,

bijgestaan door L.C. Commandeur, secretaris,

en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2018 door J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, in tegenwoordigheid van de secretaris.

De secretaris:                                                                         De voorzitter:                                    

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door: a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard; b. degene over wie is geklaagd; c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat. Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.