ECLI:NL:TGZRGRO:2018:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018-05
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRGRO:2018:49 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 31-07-2018 |
| Datum publicatie: | 31-07-2018 |
| Zaaknummer(s): | G2018-05 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klaagster heeft een colonoscopie ondergaan nadat bij een bevolkingsonderzoek naar darmkanker werd geconstateerd dat er bloed bij haar ontlasting zat. Verweerder heeft tijdens het onderzoek een perforatie geconstateerd. Het verwijt dat verweerder geen colonoscopie had moeten verrichten, maar een CT-scan, wordt door het college ongegrond bevonden. Tijdens de intake voor het onderzoek kwamen geen argumenten naar voren die een hoger dan normaal risico op complicaties zouden kunnen geven. Het verwijt dat verweerder klaagster niet heeft bezocht op de afdeling waar ze na het onderzoek werd opgenomen, acht het college eveneens ongegrond omdat de lezing van partijen uiteen lopen. |
Rep.nr. G2018/05
31 juli 2018
Def. 133
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE GRONINGEN
Beslissing op de klacht van:
A,
klaagster,
wonende te B,
tegen
C ,
werkzaam als maag-darm-leverarts te B,
verweerder,
BIG-reg.nr:
gemachtigde: mr. A.C.I.J. Hiddinga.
1. Verloop van de procedure
Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het ongedateerde klaagschrift, ingekomen op 15 januari 2018;
- het verweerschrift met bijlagen van 26 februari 2018, ingekomen op 1 maart 2018;
- het proces-verbaal van het op 12 maart 2018 gehouden mondeling vooronderzoek onder leiding van H.D. de Groot, plaatsvervangend secretaris van het college.
De klacht is behandeld ter openbare zitting van 12 juni 2018. Partijen zijn verschenen. Verweerder werd bijgestaan door zijn gemachtigde.
2. Vaststaande feiten
Voor de beoordeling van de klacht gaat het college uit van de volgende feiten.
2.1
Bij klaagster is tijdens een bevolkingsonderzoek naar darmkanker geconstateerd dat er bloed bij haar ontlasting zat. Op 30 januari 2017 heeft zij een colonoscopie (een inwendig kijkonderzoek van de dikke darm) ondergaan in het D in B (hierna: het ziekenhuis). Dit onderzoek is verricht door verweerder.
2.2
Tijdens het onderzoek heeft verweerder een perforatie geconstateerd. Het onderzoek is gestopt en verweerder heeft de dienstdoende chirurg geraadpleegd. In overleg met de chirurg is vervolgens een CT Abdomen uitgevoerd om informatie over de ernst te verkrijgen en mogelijk onderliggende afwijkingen op te sporen.
2.3
De chirurg heeft klaagster beoordeeld samen met de uitslag van de CT-scan. Er is gekozen om klaagster niet te opereren, maar in rust te laten herstellen middels een conservatieve behandeling met antibiotica. Klaagster is op 31 januari 2017 overgeplaatst naar de afdeling chirurgie. Zij is op 14 februari 2017 ontslagen uit het ziekenhuis.
3. De klacht
De klacht luidt (na intrekking van een onderdeel tijdens het mondeling vooronderzoek) – zakelijk weergegeven – als volgt.
1. Verweerder constateerde divertikels en heeft een groot risico genomen door toch te kiezen voor het verrichten van een colonoscopie. Hij had moeten kiezen voor een veilige CT-scan, zoals later alsnog is uitgevoerd. Door deze verkeerde keuze heeft klaagster een levensbedreigende buikvliesontsteking opgelopen.
2. In de periode dat klaagster in het ziekenhuis lag, heeft verweerder haar niet bezocht op de afdeling, terwijl dat wel had gemoeten.
4. Het verweer
Het verweer luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
Ad. 1. Verweerder herkent zich niet in dit verwijt. Jaarlijks wordt bij honderden patiënten in het ziekenhuis een colonoscopie verricht en dit onderzoek wordt ook zeer veel gedaan bij patiënten met een vergelijkbare problematiek als klaagster. Daarmee wordt geen groot risico genomen. Bij klaagster is de colonoscopie zorgvuldig verricht, waarbij helaas een perforatie is opgetreden. Dat is een risico dat zich kan verwezenlijken en waarover klaagster vooraf is geïnformeerd.
Ad. 2. Gedurende de ziekenhuisopname heeft verweerder klaagster bezocht. Het klachtonderdeel lijkt te zijn gebaseerd op een misverstand.
5. Beoordeling van de klacht
5.1
Het college wijst er allereerst op dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.
5.2
Het college realiseert zich dat voor klaagster een nare periode is gevolgd op het door verweerder verrichte onderzoek. Dat maakt echter nog niet dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld. Er was naar het oordeel van het college geen indicatie om een ander onderzoek dan een colonoscopie te verrichten. Klaagster kwam in het kader van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker vanwege een positieve test naar bloedsporen in de ontlasting. Zij kwam niet vanwege specifieke klachten. Tijdens de intake voor het onderzoek kwamen geen argumenten naar voren die een hoger dan normaal risico op complicaties zouden kunnen geven. Dan is het gebruikelijk dat de voorkeur wordt gegeven aan een colonoscopie boven een CT colografie. Verweerder nam dus niet een groot risico door voor dit onderzoek te kiezen. Dat verweerder de colonoscopie heeft verricht, kan hem dan ook niet verweten worden.
Het ontstaan van een perforatie betreft een complicatie die kan optreden tijdens het verrichten van het onderzoek. Dit wil niet zeggen dat verweerder het onderzoek onzorgvuldig heeft verricht. Wanneer een onderzoek volledig juist wordt uitgevoerd, kunnen er ook problemen ontstaan tijdens of door de behandeling. In de informatiefolder voor patiënten over het onderzoek, die klaagster ook heeft ontvangen, wordt een perforatie ook als risico benoemd.
Het college acht het eerste klachtonderdeel ongegrond.
5.3
Voor wat betreft het tweede klachtonderdeel lopen de lezingen van partijen over het al dan niet bezoeken van klaagster op de afdeling chirurgie door verweerder uiteen. In gevallen waarin de lezingen van partijen over de feitelijke gang van zaken uiteenlopen en niet kan worden vastgesteld welke van beide lezingen aannemelijk is, kan een verwijt dat is gebaseerd op de lezing van klaagster in beginsel niet gegrond worden bevonden. Dit berust niet op het uitgangspunt dat het woord van klaagster minder geloof verdient dan dat van verweerder, maar op de omstandigheid dat voor het oordeel dat een bepaalde gedraging of bepaald nalaten verwijtbaar is eerst moet worden vastgesteld of er een voldoende feitelijke grondslag voor dat oordeel bestaat. Daarbij is van belang dat niet kan worden vastgesteld dat verweerder niet bij klaagster op de afdeling chirurgie is gekomen omdat de lezing van klaagster op geen enkele wijze kan worden gestaafd. Daarom is het tweede klachtonderdeel eveneens ongegrond.
6. Slotsom
De klacht zal als ongegrond worden afgewezen.
7. Beslissing
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen:
verklaart de klacht ongegrond en wijst deze af.
Aldus gegeven door:
J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter,
W.J. de Boer, lid-jurist,
F. Krijnen, lid-beroepsgenoot,
P.J. Wahab, lid-beroepsgenoot,
B.R. Schudel, lid-beroepsgenoot,
bijgestaan door A.H. Loos-Horstman, secretaris,
en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2018 door de voorzitter, in tegenwoordigheid van L.C. Commandeur, secretaris.
De secretaris: De voorzitter:
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door: a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard; b. degene over wie is geklaagd; c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat. Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.