ECLI:NL:TGZRGRO:2018:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/193

ECLI: ECLI:NL:TGZRGRO:2018:41
Datum uitspraak: 26-06-2018
Datum publicatie: 26-06-2018
Zaaknummer(s): G2017/193
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie:   Klager verwijt de anesthesioloog dat hij bij de intubatie zijn gebit heeft beschadigd. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de beschadiging van het gebit door het handelen van verweerder is veroorzaakt. Klacht ongegrond.

Rep.nr. G2017/193

26 juni 2018

Def. 093

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE GRONINGEN

Beslissing op de klacht van:  

a,

klager,

wonende te B,

gemachtigde: C, 

tegen

D ,

werkzaam als anesthesioloog te E,

verweerder,

BIG-reg.nr:,

gemachtigde: N.M.H. Hoekstra. 

1. Verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het klaagschrift van 13 december 2017, ingekomen op 20 december 2017;

- een aanvulling van de klacht van 25 december 2017, ingekomen op 29 december 2017;

- een brief met bijlage van klager van 23 januari 2018, ingekomen op 24 januari 2018;

- het verweerschrift met bijlagen van 12 februari 2018, ingekomen op 13 februari 2018;

- een brief met bijlage van verweerder van 29 maart 2018, ingekomen op 5 april 2018;

- het proces-verbaal van het op 19 maart 2018 gehouden mondeling vooronderzoek onder leiding van S. Boersma, lid-jurist van het college.

De klacht is behandeld ter openbare zitting van 15 mei 2018. Partijen zijn verschenen, beiden vergezeld door hun gemachtigden.

2. Vaststaande feiten

Voor de beoordeling van de klacht gaat het college uit van de volgende feiten.

In verband met een stenose van het wervelkanaal ter hoogte van L4-L5 (de vierde en vijfde lendenwervel) is bij klager op 13 juli 2015 een laminectomie verricht door de neurochirurg in F te E. De operatie vond plaats onder algehele narcose waarbij klager werd geïntubeerd (het inbrengen van de beademingsbuis) door verweerder.

3. De klacht

Klager verwijt verweerder dat hij een fout heeft gemaakt bij de intubatie, waardoor schade aan zijn gebit is ontstaan. Hij ontkent voorafgaand aan de operatie voorlichting te hebben ontvangen ten aanzien van de mogelijkheid van schade aan het gebit. Klager vindt dat verweerder de kosten van implantaten en letselschade moet vergoeden.

4. Het verweer

Verweerder vraagt zich af of de intubatie schade aan het gebit heeft veroorzaakt. Hiervan blijkt ook niets uit het medisch dossier.

De intubatie is zorgvuldig en volgens de daarvoor bestaande beroepsnormen uitgevoerd. Er was geen sprake van een lastige intubatie. Schade aan het gebit kan eigenlijk alleen ontstaan als er wel sprake is van een lastige intubatie. Wel was er sprake van een matige/slechte dentitie (staat van het gebit) waardoor het risico op schade aan het gebit groter is.

Als er bij een intubatie onverhoopt wel gebitsschade ontstaat betreft dit bij een zorgvuldig handelen een complicatie en niet een fout, zoals klager stelt. Klager is voorafgaande aan de operatie zowel mondeling als via een folder geïnformeerd over de mogelijkheid van het kunnen optreden van gebitsschade als complicatie.

5. Beoordeling van de klacht

5.1

Het college wijst er allereerst op dat het er bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2 Het informeren

Klager ontkent informatie te hebben ontvangen met betrekking tot de mogelijkheid van het optreden van gebitsschade als complicatie gedurende de narcose. Verweerder stelt dat dit wel is gebeurd. De versie van verweerder wordt gesteund door de aantekeningen in het medisch dossier. Het college gaat er daarom van uit dat klager de bedoelde informatie heeft ontvangen.

5.3 De gebitsschade

Ten aanzien van de schade aan het gebit van klager heeft het college niet kunnen vaststellen dat dit door het handelen van verweerder is veroorzaakt. Klager stelt dit, maar verweerder ontkent en ook het medisch dossier biedt geen aanknopingspunt voor de zienswijze van klager.

Het college is daarom van oordeel dat een relatie tussen het handelen van verweerder en de gestelde schade aan het gebit niet is komen vast te staan.

5.4 Het vergoeden van schade

Nu niet is vast komen te staan dat verweerder de schade aan het gebit van klager door zijn handelen heeft veroorzaakt, hoefde hij klager ook niet aan te bieden om de schade te vergoeden.

Ook al zou het college tot de conclusie zijn gekomen dat verweerder onjuist zou hebben gehandeld, dan nog is het college niet bevoegd tot het toekennen van enige vorm van schadevergoeding of financiële compensatie.

6. Slotsom

Gezien het hiervoor overwogene is de klacht ongegrond.

7. Beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen:

v erklaart de klacht ongegrond en wijst deze af.

Aldus gegeven door:

J.G. W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter;

W.J. de Boer, lid-jurist;

J.C. Goslings, lid-beroepsgenoot;

W.P. Vandertop, lid-beroepsgenoot;

C. Keijzer, lid-beroepsgenoot;

bijgestaan door A.H. Loos-Horstman, secretaris,

en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2018 door de voorzitter, in tegenwoordigheid van L.C. Commandeur, secretaris.

De secretaris:                                                                         De voorzitter:                                    

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door: a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard; b. degene over wie is geklaagd; c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat. Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.