ECLI:NL:TGZREIN:2018:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17255
| ECLI: | ECLI:NL:TGZREIN:2018:88 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-11-2018 |
| Datum publicatie: | 21-11-2018 |
| Zaaknummer(s): | 17255 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Gegrond, berisping |
| Inhoudsindicatie: | “CBR keuring alcohol door psychiater voldoet niet aan de criteria voor rapportages noch aan de daarvoor geldende richtlijn. Alleen afwijkende leverwaarden onvoldoende voor conclusie dat sprake is van alcoholmisbruik. Uit rapport blijkt niet dat meer factoren zijn meegewogen. Statistieken zeggen niets over individuele situatie. Berisping.” |
Uitspraak: 21 november 2018
HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE EINDHOVEN
heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 22 december 2017 binnengekomen klacht van:
[A]
wonende te [B]
klager
tegen:
[C]
psychiater
werkzaam te [B]
verweerder
1. Het verloop van de procedure
Het college heeft kennisgenomen van:
- het klaagschrift
- het verweerschrift
Na ontvangst van het verweerschrift heeft de secretaris de zaak naar een openbare zitting van het college verwezen.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het aangeboden mondelinge vooronderzoek.
De klacht is ter openbare zitting van 10 oktober 2018 behandeld. Verweerder was aanwezig (bijgestaan door zijn gemachtigde [D] ). Klager was zonder bericht afwezig.
2. De feiten
Het gaat in deze zaak om het volgende.
Het CBR heeft klager verwezen naar verweerder om te beoordelen of hij volgens de regels geestelijk en lichamelijk in staat is om te rijden.
Op 10 oktober 2017 is klager gekeurd door verweerder. Verweerder heeft een alcoholrapport in het kader van de eigen verklaring procedure opgesteld en de medisch adviseur van het CBR geadviseerd klager ongeschikt te verklaren. Verweerder heeft dit onderbouwd door er op te wijzen dat uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat alle drie de leverfuncties zijn verhoogd, de ALAT meer dan 1,5 keer de grenswaarde. Een andere oorzaak dan misbruik van alcohol is daarmee volgens de conclusie van het rapport onwaarschijnlijk. De DSM-IV-TR classificatie op As I is misbruik van alcohol in ruime zin.
Op 12 december 2017 bericht het CBR verweerder dat klager het labonderzoek heeft laten herhalen en dat er daarbij geen afwijkingen zijn aangetoond in de leverwaardes. De uitslagen zijn ter beoordeling van verweerder bij de brief gevoegd, omdat dit wellicht van invloed kan zijn op de eerder gegeven conclusie en het advies.
In het aanvullend specialistisch rapport van 16 december 2017 schrijft verweerder dat gezien het feit dat de lab-uitslagen in ongeveer 1 maand tijd zijn genormaliseerd, dat de conclusie misbruik van alcohol in ruime zin alleen nog maar waarschijnlijker maakt. Verweerder onderschrijft dan ook zijn eerder gegeven advies om klager ongeschikt te verklaren.
3. Het standpunt van klager en de klacht
Klager verwijt verweerder dat hij in verband met een medisch onderzoek naar zijn rijvaardigheid in verband met mogelijk risicovol gebruik van alcohol, klager uitsluitend op basis van verhoogde leverwaarden ongeschikt heeft verklaard. Verweerder zou ondeskundig zijn. Zo heeft hij op internet moeten zoeken wat de oorzaak van de verhoging van de leverwaarden was.
4. Het standpunt van verweerder
Verweerder geeft aan dat zijn rapport is opgesteld conform de daarvoor opgestelde richtlijn “Diagnostiek van stoornissen in het gebruik van alcohol in het kader van CBR-keuringen” (verder te noemen de richtlijn). De reden dat hij op internet keek was om te zien of de medicatie die klager gebruikte een mogelijke oorzaak zou kunnen zijn voor de verhoogde leverfuncties. Dit was niet het geval.
Ter zitting heeft verweerder nog het volgende aangevoerd. Een belangrijk aspect bij dit soort rapportages is de prevalentie. Als er een leverafwijking is, terwijl de persoon in kwestie twee keer aangehouden is voor het rijden onder invloed, dan is de kans groot dat er sprake is van een alcoholprobleem en niet van een andere ziekte. Indien alleen naar de leverfuncties van klager wordt gekeken, is dat onvoldoende om te concluderen tot misbruik van alcohol. Echter, indien alles bijeen wordt genomen, de statistische gegevens, de beide aanhoudingen, de verhoogde bloeddruk, tolerantie voor alcohol, de koorddansersgang, de ervaring van verweerder en de verhoogde leverwaarden, dan is er sprake van een verhoogde kans op een vermoeden van misbruik van alcohol in ruime zin bij klager, aldus verweerder. Met de opmerking “in ruime zin” bedoelt verweerder dat hij alle aspecten heeft meegewogen om tot een conclusie te komen.
5. De overwegingen van het college
Het college stelt voorop dat een (medische) rapportage ten minste dient te voldoen aan de geldende criteria. Daartoe behoren in ieder geval dat het rapport de feiten, omstandigheden en bevindingen ver meldt waarop het berust en dat op inzichtelijke en consistente wijze wordt uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen Het college stelt vast dat het rapport van verweerder niet voldoet aan deze criteria en dat hij de genoemde richtlijn in onvoldoende mate heeft gevolgd. Zo ontbreekt een onderbouwde sociale anamnese, terwijl de richtlijn dat wel voorschrijft. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat hij meer factoren heeft meegewogen dan de verhoogde leverwaarden. Dit blijkt echter niet uit de rapportage. Voorts stelt verweerder de diagnose misbruik van alcohol in ruime zin, terwijl de DSM-IV-TR deze classificatie niet kent. De richtlijn noemt deze term wel en geeft aanknopingspunten hoe dit zo nodig te onderbouwen. Verweerder heeft dit nagelaten.
Naar het oordeel van het college ontbreekt een consistente en inzichtelijke uiteenzetting van factoren, toegespitst op klager, waar verweerder (kennelijk) rekening mee heeft gehouden. Op grond van de niet heel erg verhoogde leverwaarden is de getrokken conclusie in ieder geval niet gerechtvaardigd, hetgeen verweerder ter zitting heeft bevestigd.
De klacht dient dan ook in zoverre gegrond te worden verklaard.
Voor zover klager de gestelde ondeskundigheid als apart klachtonderdeel heeft willen aanvoeren, is het college van oordeel dat niet gezegd kan worden dat verweerder ondeskundig is geweest door informatie op te zoeken op internet. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.
De maatregel
Nu de klacht gedeeltelijk gegrond is, dient het college een maatregel op te leggen. Het college is van oordeel dat de rapportage van verweerder ernstige gebreken vertoont doordat de in die rapportage opgenomen feiten de conclusie van verweerder niet, in ieder geval niet zonder nadere onderbouwing, kunnen dragen. Verweerder heeft niet conform de geldende criteria en richtlijn gehandeld. Verweerder baseert zich, blijkens zijn mededelingen ter zitting, in hoge mate op de statistieken en zijn ervaring, wat ten eerste niet uit zijn rapportage blijkt, maar ten tweede nog niets zegt over de individuele situatie. Het college acht het opleggen van de maatregel van berisping dan ook passend en geboden.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt op de maatregel van berisping.
Aldus beslist door E.C.M. de Klerk als voorzitter, K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk als lid-jurist, H.J. Weltevrede, E.D.M. Masthoff en A.M.A. Wagemans als leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van N. Sinjorgo als secretaris en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2018 in aanwezigheid van de secretaris.