ECLI:NL:TGZREIN:2018:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1864
| ECLI: | ECLI:NL:TGZREIN:2018:74 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 03-10-2018 |
| Datum publicatie: | 03-10-2018 |
| Zaaknummer(s): | 1864 |
| Onderwerp: | Onvoldoende informatie |
| Beslissingen: | Gegrond, waarschuwing |
| Inhoudsindicatie: | Verwijt aan chirurg dat met het oog op operatie endeldarmkanker niet is gesproken over risico van impotentie. Kans op seksuele stoornissen is een veel voorkomend risico dat moet worden besproken. Uit het dossier kan niet worden opgemaakt dat het is besproken. Niet voldaan aan informatieplicht. Waarschuwing. |
Uitspraak: 3 oktober 2018
HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE EINDHOVEN
heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 16 april 2018 binnengekomen klacht van:
[A]
wonende te [B]
klager
tegen:
[C]
chirurg
werkzaam te [B]
verweerder
gemachtigde mr. C. Van der Kolk-Heinsbroek
1. Het verloop van de procedure
Het college heeft kennisgenomen van:
- het klaagschrift
- het verweerschrift.
Na ontvangst van het verweerschrift heeft de secretaris de zaak naar een openbare zitting van het college verwezen. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het aangeboden mondelinge vooronderzoek. De klacht is ter openbare zitting van 29 augustus 2018 behandeld. Partijen waren aanwezig. Verweerder werd bijgestaan door zijn gemachtigde. Ter zitting zijn op verzoek van klager drie getuigen onder ede gehoord.
2. De feiten
Het gaat in deze zaak om het volgende.
Bij klager is in mei 2013 endeldarmkanker geconstateerd en een blaascarcinoom. Een uitgebreide behandeling van chemotherapie en bestraling was nodig voordat een operatie kon plaatsvinden. Vanwege de locatie van de tumor was een uitgebreide resectie noodzakelijk. Uiteindelijk is gekozen voor een stoma. Bij verweerder en collega’s van verweerder hebben verschillende consulten plaatsgevonden. De consulten met verweerder vonden onder meer plaats op:
- 13 mei 2013
- 21 mei 2013
- 15 augustus 2013 en
- 16 september 2013.
Klager heeft vanaf juli 2013 bestraling gekregen en chemotherapie. De operatie aan de endeldarm heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2013.
In het medisch dossier van klager is, voor zover van belang, het volgende opgenomen (citaten inclusief taal- en typefouten):
“ (…)
13-05-2013
(…)
Samenvattend: verdenking op gemetastaseerd distaal rectumcarcinoom; nu PET maken, dan MOD, in principe dan palliatieve chemo en zo nodig herstageren, indien geen verdenking iop metastatse overweeg punctie/excisie liesklier en lap. APR na CRTX. Tevens consult Uro.
(…)
21-05-2013
(…)
Uitvoerig gesproken in bijzijn van echtgenote en dochters
Plan:
1. TURT blaas 29-5
2. CRTX
3. restageren (MRI, CT en evt. PET)
4. indien geen progressie of aantoonbaar metastase dan resectie (i.p. APR)
(…)
15-08-2013
(…)
Wil second opinion in [plaatsnaam].
Zeer uitvoerig ins en outs besproken – ook van Wait and See – in mijn optiek geen optie bij verdachte klieren. We zullen het faciliteren – ik adviseer patiënt dringend om eerst de restadiering te doen maar hij wil perse op korte termijn naar [plaatsnaam]. (…)
16-09-2013
(…)
Zeer uitvoerig gesprek. Uitgelegd dat functionele resultaten van de coloanale bedrievend zijn; maar dat ik dat desnoods wel wil overwegen. Nog even ruggespraak BLF/MRT.
(…)
19-09-2013 Decursus poliklinisch, gecreëerd door[naam]
[naam physician assistant]
heeft keuze gemaakt tot definitief stoma
verder geen vragen
afspraak stoma vpk voorlichting en aftkeken
folder regieteam mee
(…)
7-10-2013
(…)
Gesproken met patiënt. Kiest voor blijvend eindstandig colostoma.
(…)”
In de folder is onder meer, voor zover van belang, het volgende opgenomen:
“ (…)
Schade aan deze zenuwen kan leiden tot (…) problemen op het gebied van de seksualiteit (erectie- en ejaculatieklachten bij de man (…)).”
3. Het standpunt van klager en de klacht
Klager verwijt verweerder dat verweerder hem tijdens het hele voortraject naar de uiteindelijke operatie ter bestrijding van endeldarmkanker niets heeft verteld over het risico van een eventuele verdwijning van klagers seksualiteit. Voor klager is dit behoorlijk ingrijpend geweest in een normaal goed huwelijk.
Klager heeft ter onderbouwing van de klacht nog drie getuigen laten horen, zijn echtgenote en twee dochters. De getuigen hebben alle drie onder meer verklaard meermalen bij de consulten aanwezig te zijn geweest, dat uitgebreid is gesproken over mogelijkheden voor behandeling en de risico’s maar dat over het onderwerp seksualiteit en het verlies daarvan, niet is gesproken.
4. Het standpunt van verweerder
Verweerder is van mening dat de klacht moet worden afgewezen als kennelijk ongegrond. Volgens verweerder is er geen tuchtrechtelijke norm geschonden. Verweerder stelt vast dat het optreden van seksuele stoornissen een veelvoorkomend probleem is na de behandeling van endeldarmkanker. Klager en verweerder hebben tijdens diverse consulten uitgebreid met elkaar gesproken over complicaties. Volgens verweerder is toen ook gesproken over het risico van impotentie. Aan klager is ook op enig moment door de physician assistant de folder meegegeven waarin ook het risico van impotentie wordt genoemd. Ter zitting heeft verweerder nog aangegeven dat klager in eerste instantie geen operatie wilde, wat volgens verweerder heel invoelbaar was. Er is door verweerder en klager gesproken over een mogelijkheid van “Wait and see”, een vervolg behandelmethode voor mensen die na bestraling niet geopereerd worden. Voordeel daarvan zou zijn dat er minder zenuwschade optreedt. Daar hebben klager en verweerder het in detail over gehad, ook in verband met de seksuele functie en het plaatsen van een stoma. Dan wordt besproken of het plaatsen van een stoma en de mogelijke problemen op het gebied van seksualiteit opwegen tegen de kans dat kanker terug komt. Dat zijn volgens verweerder altijd moeilijke gesprekken. Volgens verweerder is de problematiek dan ook meermalen aan de orde gekomen.
5. De overwegingen van het college
Het college stelt voorop dat de kans op seksuele stoornissen, waaronder impotentie, een reëel risico is bij de behandeling van endeldarmkanker zoals deze door klager is ondergaan. Daarmee is gegeven dat dit risico met de patiënt dient te worden besproken. Bij de beoordeling van de vraag of dit risico is besproken geldt dat het medisch dossier van de patiënt leidend is. Ingevolge artikel 7:454 van het Burgerlijk Wetboek is de arts verplicht om een dossier in te richten met betrekking tot de behandeling van de patiënt. Daarin dient hij onder meer aantekening te houden van de gegevens omtrent de gezondheid van de patiënt en de uitgevoerde verrichtingen, een en ander voor zover dit voor een goede hulpverlening aan de patiënt noodzakelijk is. Goede, toegankelijke en begrijpelijke verslaglegging in het medisch dossier is van groot belang niet alleen voor de kwaliteit en continuïteit van de zorgverlening en begeleiding, maar ook vanwege de verantwoording en toetsbaarheid van het handelen van de desbetreffende hulpverlener. Indien een goede verslaglegging ontbreekt, kan het handelen van een arts niet goed worden beoordeeld. Deze is dan ook van wezenlijk belang voor een goede beoordeling van het professionele handelen van een arts.
Het college stelt vast dat in het medisch dossier van klager weliswaar is opgenomen dat diverse malen zeer uitvoerig is gesproken met klager en zijn familie, maar dat uit het dossier niet kan worden opgemaakt dat met zoveel woorden is gesproken over het risico van de behandeling op de seksualiteit of het risico van impotentie. Hoewel het ontbreken van een dergelijke aantekening geen afbreuk heeft gedaan aan de goede hulpverlening aan klager en evenmin gesteld kan worden dat het maken van een aantekening daaromtrent noodzakelijk was voor een goede hulpverlening, leidt het ontbreken van een dergelijke aantekening in het dossier wel ertoe dat het college niet kan vaststellen dat dit risico is besproken met klager. De verklaringen hieromtrent van de getuigen, vooral die van beide dochters, zijn naar het oordeel van het college consistent en geloofwaardig. Daar staat weliswaar tegenover dat verweerder ook ter zitting verklaart dat dit risico wel door hem aan de orde is gesteld, waarbij hij ervan uitgaat dat dit is gebeurd tijdens een consult waarbij de dochters niet aanwezig waren, maar nu verweerder daarover in het dossier niets heeft vermeld, heeft dit tot gevolg dat verweerder de juistheid van zijn verklaring niet heeft aangetoond. Om die reden kan het college enkel concluderen dat de risico’s van impotentie niet zijn besproken. Nu het, zoals hiervoor vastgesteld, een veel voorkomend risico betreft van de behandeling tegen endeldarmkanker, had dit risico wel degelijk moeten worden besproken. Verweerder heeft daarmee niet aan zijn informatieplicht voldaan, wat hem tuchtrechtelijk kan worden aangerekend. De klacht is derhalve gegrond zodat aan verweerder een maatregel dient te worden opgelegd.
De maatregel
Het college is van oordeel dat uit hetgeen in het medisch dossier is opgenomen met betrekking tot de behandeling van klager, alsmede uit hetgeen zowel door klager als door verweerder ter zitting is meegedeeld, kan worden opgemaakt dat verweerder zeer zorgvuldig is geweest in de begeleiding van klager. Helaas is de problematiek betreffende de mogelijkheid van problemen met de seksualiteit en mogelijke impotentie kennelijk onderbelicht gebleven. Daaraan doet niet af dat klager wel een folder is meegegeven over de behandeling en dat daarin het risico op impotentie is belicht. Een folder is immers enkel te beschouwen als ondersteunende informatie. Primair dient de informatie namelijk door de arts te worden verstrekt.
Gelet evenwel op de gecompliceerde problematiek van de ziekte, het stadium waarin klager zich bevond en de begeleiding door verweerder - en zijn collega’s in het algemeen - ziet het college aanleiding om aan verweerder enkel de maatregel van waarschuwing op te leggen. Daarbij tekent het college aan dat dit een zakelijke terechtwijzing is die de onjuistheid van de handelwijze naar voren brengt zonder daarop het stempel van laakbaarheid te drukken.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt op de maatregel van waarschuwing.
Aldus beslist door H.A.W. Vermeulen als voorzitter, K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-
van Meerwijk als lid-jurist, H.L. de Boer, J.H. Wijsman en G.J. Scheffer als leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van C.W.M. Hillenaar als secretaris en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2018 in aanwezigheid van de secretaris.