ECLI:NL:TGZRAMS:2018:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/090GZP

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2018:98
Datum uitspraak: 08-08-2018
Datum publicatie: 08-08-2018
Zaaknummer(s): 2018/090GZP
Onderwerp: Onvoldoende informatie
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klaagster dient een klacht in tegen de drie zorgverleners die hebben meegewerkt aan een rapportage over haar geestelijk welzijn, naar aanleiding van een aangifte. Klaagster verwijt de GZ-psycholoog dat zij een onjuist advies heeft gegeven. Tevens heeft zij klaagster niet geïnformeerd over de inhoud van de aangifte, terwijl zij dit wel stelt in haar rapportage.   Ongegrond

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

AMSTERDAM

Beslissing naar aanleiding van de op 6 maart 2018 binnengekomen klacht van:

A,

wonende te B,

k l a a g s t e r ,

tegen

C,

GZ-psycholoog,

werkzaam te B,

v e r w e e r s t e r ,

1.         De procedure

Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

-                      het klaagschrift met de bijlagen;

-                      de aanvulling op het klaagschrift met de bijlagen;

-                      het verweerschrift met de bijlagen;

-                      de correspondentie met betrekking tot het vooronderzoek.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De klacht is in raadkamer behandeld.

2.         De feiten

Op grond van de stukken kan van het volgende worden uitgegaan:

Op 10 november 2015 is door een oud-collega van klaagster aangifte tegen haar gedaan wegens bedreiging, mishandeling en vernieling.

Op verzoek van het Openbaar Ministerie (OM) heeft een psychiater van het D een rapportage-advies uitgebracht. Deze psychiater heeft het OM geadviseerd over klaagster een dubbele pro Justitia rapportage door een psychiater en een psycholoog te laten uitbrengen.

Verweerster heeft op 17 maart 2016 een rapport uitgebracht aan het OM. De rapportage omvat achtereenvolgens:

-           de tekst van een concept-dagvaarding van klaagster;

-           de vraagstelling aan verweerster;

-           de beschikbare en geraadpleegde stukken;

-           de onderzoeksopzet (er heeft geen onderzoek plaatsgevonden, omdat klaagster niet       is verschenen);

-           een samenvatting van relevante informatie uit de gerechtelijke stukken;

-           verslag van pogingen om met klaagster in contact te komen;

-           beantwoording van de vragen;

-           overleg mederapporteur en overleg reclassering.

In het stuk “beantwoording van de vragen” heeft verweerster het navolgende genoteerd:

De vragen kunnen niet worden beantwoord want er heeft geen onderzoek plaats kunnen vinden aangezien betrokkene niet op de afspraak is verschenen. De informatie uit de gerechtelijke stukken geeft enige aanwijzingen dat er sprake zou kunnen zijn van een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van mogelijk een verhoogd wantrouwen en waanachtig denken. Echter, zonder gedegen onderzoek en enkel op basis van het dossier kunnen geen diagnostische conclusies worden getrokken.”

3.         De klacht en het standpunt van klaagster

Klaagster verwijt verweerster:

1.         dat zij met klaagster contact gezocht heeft zonder duidelijkheid te geven over

            waarvan klaagster werd verdacht of wat het doel van het onderzoek zou zijn;

2.         dat de inhoud van de rapportage door het OM bewust geheim is gehouden voor    klaagster;

3.         dat de rapportage meerdere onwaarheden bevat die gebruikt worden om een sfeertje     te creëren tegen klaagster.

Ter toelichting op de klacht heeft klaagster onder meer aangevoerd dat de op 10 november 2015 gedane aangifte een valse aangifte is geweest en dat er geen sprake is geweest van letsel, terwijl de term letsel wel in de rapportage van verweerster voorkomt. Een onderzoek volgens artikel 37 WvSr is een buitenproportionele reactie op een aangifte van een “slag zonder letsel”. In het rapport heeft verweerster vermeld dat meerdere registraties in het proces-verbaal van de politie zijn opgenomen “van overlast, belediging en vernieling door betrokkene in de jaren 2012 tot en met 2015”. Het gaat om onware en opgeklopte meldingen en er is geen sprake van meerdere registraties van overlast én belediging én vernieling.

4.         Het standpunt van verweerster

Verweerster heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Zij heeft daartoe onder meer het navolgende aangevoerd.

Verweerster wijst erop dat de gestelde vragen onbeantwoord zijn gebleven, omdat geen onderzoek heeft plaatsgevonden. Verweerster heeft voordat zij klaagster uitnodigde van de informatie uit de gerechtelijke stukken kennis genomen. Zij heeft deze samengevat zonder daar iets aan toe te voegen of af te doen. Verweerster heeft in haar rapportage melding gemaakt van de correspondentie tussen haar en klaagster. De door klaagster in haar e-mail van 10 februari 2016 gestelde vragen heeft verweerster beantwoord met mededeling dat zij – blijkens de aan verweerster verstrekte concept-dagvaarding – werd verdacht van bedreiging, belediging en mishandeling. Verweerster heeft klaagster de naam van de Officier van Justitie verstrekt, opdat klaagster met deze contact kon opnemen. Verder heeft zij een kopie van de brochure Psychologische en psychiatrische rapportage in strafzaken meegestuurd.

5.         De beoordeling

Het college stelt voorop dat het niet tot een inhoudelijke rapportage met beantwoording van de door het OM gestelde vragen door verweerster is gekomen, omdat verweerster geen onderzoek heeft kunnen verrichten bij gebrek aan medewerking door klaagster. Verweerster heeft dan ook geen advies gegeven en toetsing van het advies aan de in de tuchtrechtjurisprudentie ontwikkelde criteria voor een zorgvuldige rapportage is hier derhalve niet aan de orde.

Met betrekking tot klachtonderdeel 1 heeft verweerster onweersproken gesteld dat zij klaagster op haar verzoek heeft geïnformeerd over de strafbare feiten waarvan zij werd verdacht, dat zij klaagster de naam van de Officier van Justitie heeft gegeven en een brochure heeft toegezonden. Alleen al hierom is klachtonderdeel 1 ongegrond.

Met betrekking tot klachtonderdeel 2 is van belang dat het OM de opdrachtgever van verweerster was en dat verweerster aan het OM heeft gerapporteerd. Indien en voor zover het OM de rapportage niet aan klaagster heeft doorgeleid kan verweerster daarvan geen verwijt worden gemaakt. Ook klachtonderdeel 2 is ongegrond.

Met betrekking tot klachtonderdeel 3 stelt het college vast dat verweerster geen eigen bevindingen in de rapportage heeft opgenomen, maar de tekst van een concept-dagvaarding heeft overgenomen (waarin het woord letsel inderdaad voor komt), en een samenvatting heeft gegeven van de overige informatie die haar is verstrekt. Aan klaagster kan worden toegegeven dat de door verweerster gegeven samenvatting van de door de politie gemaakte registraties verkeerd kan worden geïnterpreteerd. Beter ware geweest dat verweerster hier had vermeld dat het betreft zestien registraties, waaronder enkele betreffende overlast, belediging en/of vernieling. De betreffende formulering heeft echter geen enkele invloed gehad op het (niet gegeven) advies en is in het geheel van de samenvatting van zodanig ondergeschikt belang, dat deze formulering niet als tuchtrechtelijk verwijtbaar kan worden beschouwd. Dat klaagster de aangifte en de registraties onjuist acht doet aan die registraties overigens niet af. Ook klachtonderdeel 3 is ongegrond.

De conclusie van het voorgaande is dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is.

Verweerster kan met betrekking tot de klacht geen verwijt als bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden gemaakt.

6. De beslissing

Het college wijst de klacht af.

Aldus beslist op 8 augustus 2018 door:

mr. J. Recourt, voorzitter,

E.S.J. Roorda en W.C.B. Hoenink, leden-beroepsgenoten,

bijgestaan door mr. N.A.M. Sinjorgo, secretaris.

WG                                                                                                     WG

secretaris                                                                                       voorzitter