ECLI:NL:TGZRAMS:2018:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/149

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2018:89
Datum uitspraak: 19-07-2018
Datum publicatie: 19-07-2018
Zaaknummer(s): 2018/149
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Klaagster verwijt verweerster dat zij haar zeer negatief heeft beoordeeld zonder haar te informeren en ten onrechte geen medische diagnose heeft gesteld. Niet-ontvankelijk.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

AMSTERDAM

Beslissing naar aanleiding van de op 19 april 2018 binnengekomen klacht van:

A ,

wonende te B,

k l a a g s t e r,

tegen

C,

arts,

werkzaam te B,

a a n g e k l a a g d e.

1.         De procedure

Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

-                      het klaagschrift met de bijlagen;

-                      de brief van de secretaris van het college van 30 april 2018;

-                      het aanvullend klaagschrift van 2 mei 2018.

De klacht is in raadkamer behandeld.

2.         De feiten

Op grond van de stukken kan van het volgende worden uitgegaan:

2.1. Klaagster is op 18 april 2011 door de kantonrechter onder curatele gesteld. 

2.2. De aangeklaagde psychiater (verder te noemen de psychiater) is als ouderenpsychiater verbonden aan D (FAC T ouderen E) te B.

2.3. Op 6 september 2016 is klaagster door de huisarts verwezen naar FAC T ouderen E. Vanaf 13 september 2016 heeft klaagster de polikliniek bezocht voor diagnostisch onderzoek. In dat kader heeft de psychiater klaagster op 26 september 2016 gezien.

2.4. Op 14 oktober 2016 heeft de psychiater de huisarts schriftelijk bericht over het verloop van de diagnostisch onderzoek. Uit deze brief wordt - voor zover van belang – het volgende overgenomen:

"REDEN VAN VERWIJZING

Huisarts ziet een floride psychotisch beeld met betrekkings en paranoïde wanen(waarvan sommige bizar , in die zin dat anderen zwanger van haar zouden zijn) die haar gedrag bepalen, waardoor zij in conflict komt met oa medische specialisten en mensen op straat. Patiente lijdt hier zelf ook onder en zou nu open staan voor behandeling en indien er geen behandel overeenstemming wordt bereikt zijn er volgens huisarts voldoende RM criteria aanwezig

(…)

BELOOP NA AANMELDING

Patiënte komt in eerste instantie zonder afspraak binnenlopen. Wil een briefje van de psychiater waarin staat dat ze niet gek is. Wil onder de curatele stelling uit want de curator strijkt miljoenen op. Is ook niet eens met de aanmelding van de huisarts waarin staat dat ze behandeling wil. Staat een huisbezoek toe, Woning is verzorgd en netjes ingericht. Woont samen met haar dochter. Heeft een zeer klein netwerk en geen goed contact met haar familie. Werd op het F gezien door psychiater C, waarbij een goed verzorgde vrouw gezien werd met uitgebreide verhalen, die nauwelijks te volgens zijn. Denken vol achterdocht , intriges, van de hak op de tak, seksueel getint, een tikje versneld. Er is absoluut geen  ziekte besef en geen enkel inzicht. Hallucinaties werden niet waargenomen ten tijde van onderzoek. Stemming is prima, moduleren affect, veel verontwaardiging. Geen suïcidaliteit. Patiënte geeft aan geen behandeling te willen, want ze is niet ziek. Vindt het zonde van haar tijd en die van de hulpverlening.

BESCHRIJVENDE DIAGNOSE

Volop psychotische vrouw. DD waanstoornis, schizofrenie, met diverse GGZ episodes in de voorgeschiedenis, die massaal dokter, instanties ed voor het gerecht sleept (en altijd verliest). Zij is een aantal jaren gelden onder curatele gesteld op aanvraag van het FACT volwassenen nav grote schulden vanwege dwangbevelen van de gemeente tav panden die zij bezit. Wil ook een brief dat ze gezond is, zodat ze deze kan overleggen tijdens de zitting over de nog steeds lopende curatele in oktober en geen behandeling van GGZ.

(…)

ADVIES EN BELEID

Op dit moment geen gevaar criteria aanwezig waardoor een juridische maatregel op dit moment niet tot de mogelijkheden behoort. Door de curatele worden oa de gevaren rondom financiële zaken voldoende afgewikkeld. Gezien ze absoluut geen behandeling wil, zullen wij het contact afsluiten."

2.5. In antwoord op brieven van klaagster heeft de psychiater klaagster bij brief van 18 januari 2018 bericht bereid te zijn tot een gesprek over onder andere het in 2016 bij haar verrichte diagnostisch onderzoek. Bij brief van 18 april 2018 heeft klaagster de psychiater een reactie op deze brief gezonden en gelijktijdig een klacht tegen hem bij dit college ingediend. 

3.         De klacht en het standpunt van klaagster

In het (aanvullend) klaagschrift schrijft klaagster dat zij de psychiater, kort en zakelijk weergegeven, het volgende verwijt:

-           klaagster in het verslag van 14 oktober 2016 zeer negatief heeft beoordeeld zonder haar daarover te informeren;

 -          klaagster de deur heeft gewezen met de mededeling dat zij niets mankeert en ten onrechte geen medische diagnose heeft gesteld.

4. De beoordeling met betrekking tot de ontvankelijkheid.

Klaagster komt op tegen een diagnose DD waanstoornis waar zij zelf stelt dat zij niets mankeert. Het stellen van een onwelgevallige (vermoedelijke) diagnose is op zichzelf niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Daar waar de diagnose begrijpelijk is gemotiveerd (bijlage 1 bij het klaagschrift), is de betwisting hiervan door klaagster dat niet, ondanks een verzoek tot verduidelijking. Het voorgaande brengt het college tot het oordeel dat de klacht niet voldoet aan de voorwaarden die aan een klaagschrift in artikel 4, eerste lid, onder b. van het Tuchtrechtbesluit BIG zijn gesteld. Klaagsters stelling dat zij niets mankeert, is alleen onvoldoende om als grond voor de klacht aan te nemen. Dit geldt temeer in het licht van de omstandigheid dat het de 17de tuchtklacht over dit onderwerp van klaagster betreft vanaf 2011. Klaagster is in 2011 onder curatele gesteld. Zij verzet zich tegen deze curatele stelling. De diagnose door verweerder van 14 oktober 2016 draagt mogelijk bij aan de voortduring van de curatele en wordt (daarom) door klaagster middels een tuchtklacht bestreden. Het tuchtrecht is hier echter niet voor bedoeld.

Het klaag­schrift voldoet niet aan de eisen van artikel 66 lid 4 van de Wet op de beroepen  in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Klaagster zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar klacht.

De beslissing :

Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk.

Aldus beslist op 19 juli 2018 door:

J. Recourt, voorzitter,

B. van Ramshorst en D.E. de Jong, leden-arts,

bijgestaan door P. Tanja, secretaris.

w.g. secretaris                                                                             w.g.   voorzitter