ECLI:NL:TGZRAMS:2018:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/458
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2018:83 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-07-2018 |
| Datum publicatie: | 10-07-2018 |
| Zaaknummer(s): | 2017/458 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klager verblijft in een penitentiaire inrichting en dient een klacht in tegen de bedrijfsarts. Hij verwijt de arts dat hij hem ten onrechte arbeidsgeschikt heeft verklaard voor de (hand)arbeid in de inrichting. De bedrijfsarts heeft volgens klager de bevindingen van de neuroloog niet meegenomen in zijn advies, daaruit blijkt juist dat klager niet arbeidsgeschikt is voor de handarbeid. Ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM
Beslissing naar aanleiding van de op 5 december 2017 binnengekomen klacht van:
A,
wonende te B,
k l a g e r,
gemachtigde mr. M. van Stratum, advocaat te Nootdorp,
tegen
C,
arts,
destijds werkzaam te B
v e r w e e r d e r,
gemachtigde mr. W.A. Hielkema, verbonden aan VvAA Rechtsbijstand.
1. De procedure
Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het klaagschrift met de bijlagen;
- de brief van klager van 14 december 2017;
- de brief van de gemachtigde van klager van 23 januari 2018;
- de correspondentie met betrekking tot het vooronderzoek;
- de brief van de gemachtigde van verweerder van 11 juni 2018.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.
De klacht is op een openbare zitting van 12 juni 2018 behandeld.
Verweerder was aanwezig, vergezeld van zijn gemachtigde.
2. De feiten
2.1 Klager is op 29 juni 2017 voor het eerst gezien door verweerder. Klager was op dat moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting (PI) te B.
2.2 Verweerder heeft op 3 juli 2017 in het medisch dossier onder meer het volgende over het betreffende consult vermeld:
“Dhr. Zegt buiten PI > UWV niet gewerkt wegens psychische klachten. Vraagt dit eerst te lezen psychische klachten en geeft daar toestemming voor, zo niet dan naar tucht college. (…) Conclusie: Afspr. Eerst lezen en volgende week su inplannen. Herbeoordelen. Nu tijdelijk geen ao status tot herbeoordeling”.
2.3 Op 6 juli 2017 heeft verweerder klager voor de tweede maal gezien. Op dezelfde datum heeft hij over dat consult in het medisch dossier onder meer genoteerd:
“Uit documentatie beschreven in verslagen van de psychologen staat dat de UWV beschrijft moeite met gezagsverhoudingen bij arbeid, en kan eenvoudig werk doen zonder stress waarbij hij alleen kan werken. (…) Dhr. traint veel en word daardoor rustiger! bodybuilders fysiek. Uitleg arbeid als dagbesteding te zien en dat past in de lijn terug naar de maatschappij. a/ dhr. Verteld als hij AO is kan hij door faseren naar half open afdeling. Als hij aftekent kan hij dat niet, en kan hij niet door fasseren. Daarom wil dhr. graag AO verklaard worden. Uitleg arbeid is licht: zoals schroefjes in een plastic zak bergen en verder geen zwaar werk, meestal zittend arbeid (zoals kerstkaarten in enveloppe doen). (…) Advies: Uitleg dat rekening houdend met zijn klachten; de mogelijkheden om niet in drukte te kunnen werken en liefst wat apart te werken. Per aanstaande maandag (…)Dhr. is in staat gewichten te tillen n fysieke op te bouwen van een bodybuilder. Daarom verwacht ik geen problemen met het lichte werk welke hier in PI wordt uitgevoerd. (…) Dhr.is het niet mee eens en geeft aan een full blown tucht zaak starten. Zeer intimiderend en dreigend ”.
2.4 In het dossier bevindt zich een brief van een neuroloog, gedateerd 22 juni 2017, gericht aan de medische dienst van de PI B. In die brief staat onder het kopje “Beleid” vermeld: “Houdingsadviezen. Co 3 mnd”.
2.5 Daarnaast bevindt zich in het dossier een handgeschreven brief van dezelfde neuroloog, gedateerd 14 november 2017. In die brief staat onder meer dat “fijnmotoor werk” lastig zal zijn en wordt evaluatie met een ergotherapeut als mogelijkheid gesuggereerd.
3. De klacht en het standpunt van klager
De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder de bevindingen van de neuroloog heeft genegeerd en hem ten onrechte geschikt heeft verklaard voor het verrichten van arbeid in de PI.
4. Het standpunt van verweerder
Verweerder heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen ter zitting en door middel van een kort voor de zitting toegezonden verklaring bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hierna ingegaan.
5. De beoordeling
5.1 Verweerder heeft, overeenkomstig hetgeen in het medisch dossier is weergegeven, verklaard dat klager tijdens het eerste consult hem meedeelde arbeidsongeschikt te zijn wegens psychische klachten. Verweerder heeft daarop toestemming van klager gevraagd en gekregen de daarop betrekking hebbende documentatie door te nemen. Tijdens het tweede consult heeft verweerder aan klager uitgelegd dat de door verweerder bestudeerde stukken niet konden leiden tot de conclusie dat klager ongeschikt was voor het verrichten van werkzaamheden in de PI.
5.2 Het college is van oordeel dat het onderzoek als door verweerder verricht als ruim voldoende en zorgvuldig moet worden gekwalificeerd. Verweerder heeft de door klager gestelde psychische klachten nader onderzocht en zelfs zijn conclusies dienaangaande in een tweede consult nog afzonderlijk met klager besproken. Het college is niet gebleken van enig tekortschieten van verweerder bij dit onderzoek. De door verweerder getrokken conclusie is voorts navolgbaar. De brief van de neuroloog van 22 juni 2017 is niet in strijd met de conclusies van verweerder. Hiervan is ook verslag gedaan in het medisch dossier. Daarbij merkt het college op dat de brief van de neuroloog d.d. 14 november 2017 voor de beoordeling van het handelen van verweerder niet relevant is, omdat deze van (ruim) na het handelen van verweerder dateert.
5.3. Uit het voorgaande volgt dat de handelwijze van verweerder niet in strijd met enige tuchtrechtelijke norm kan worden geacht. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.
6. De beslissing
Het college wijst de klacht af.
Aldus beslist door:
mr. R.A. Dozy, voorzitter,
drs. P.G.J. Koch, mr. drs. E.G. van der Jagt en mr. drs. R.L. Kloots, leden-arts,
mr. dr. R.P. Wijne, lid-jurist,
bijgestaan door mr. J.W. Rouwendal, secretaris,
en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2018 door de voorzitter in aanwezigheid van de secretaris.
w.g. secretaris w.g. voorzitter