ECLI:NL:TGZRAMS:2018:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/050

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2018:68
Datum uitspraak: 26-06-2018
Datum publicatie: 26-06-2018
Zaaknummer(s): 2018/050
Onderwerp: Onvoldoende informatie
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: De klacht betreft de door de neurochirurg bij klaagsters moeder verrichte operatie (laminectomie lumbaal). De klacht houdt onder andere in dat de neurochirurg informatie voor patiënte heeft achtergehouden en haar niet heeft geïnformeerd over de tijdens de operatie ontstane complicatie (durascheur). Ongegrond.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

AMSTERDAM

Beslissing naar aanleiding van de op 6 februari 2018 binnengekomen klacht van:

A ,

wonende te B,

k l a a g s t e r ,

gemachtigde: C (hierna te noemen: de dochter)

tegen

D,

neurochirurg,

werkzaam te E,

v e r w e e r s t e r ,

gemachtigde: mr. R.J. Peet, verbonden aan VvAA, te Utrecht.

1.         De procedure

Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

-                      het klaagschrift met de bijlagen;

-                      het verweerschrift met de bijlagen;

-                      de e-mail van de dochter aan het college van 26 maart 2018.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De klacht is op een openbare zitting behandeld. Partijen en hun gemachtigden waren aanwezig. Klaagster verstaat en begrijpt het Nederlands, maar haar moedertaal is Spaans. Waar nodig heeft de dochter voor haar vertaald.

2.         De feiten

2.1       Verweerster is als neurochirurg verbonden aan het F in E. Zij werkt daar één dag per week.

2.2       Klaagster is in 2016 door de neuroloog doorverwezen naar verweerster in verband met pijn bij het lopen en staan. Conservatief beleid van de rugklachten had geen verbetering gebracht. Zij was herstellende van een breuk in het bovenbeen.

2.3       Verweerster zag klaagster voor het eerst poliklinisch op 28 juni 2016.  

2.4       Verweerster stelde vast dat het beeld paste bij een lumbale kanaalstenose en ook de MRI toonde een forse lumbale stenose. In het voortgangsverslag van 28 juni 2016 is – voor zover van belang – het volgende vermeld:

“(…)

Bespreking:

Ze heeft een forse stenose en een typisch verhaal. Ik raad haar ten zeerste een decompressie aan. Ik leg haar de operatie uit en besrpeek de mogelijke complicaties (uitval, infectie, nabloeding). Ze woont alleen. Ik vraag vast thuiszorg aan. Ze voelt toch wel voor operatie. (…)”            

2.5       Op 26 september 2016 vond de operatie plaats. In het OK-operatieverslag is daarover – voor zover van belang – het volgende vermeld:

            “(…)

            Ligamentum flavum verwijderd L3-L4.

            (…)

            Wond gesloten, zonder wonddrain.

Bijzonderheden: durascheurtje dat wordt gerepareerd met surgicel en tisswue3col. dura sdcheurt meteen bij hechten

Kliniek, radiodiagnostiek en bevindingen bij operatie correleren goed.

            Post-operatief beleid:

            Hechtingen verwijderen: steristrips.

            Rugligging: eerste 2 uur post-operatief

            Bedrust: geen

Mobilisatie: met fysiotherapie

2.6       In het verpleegkundig verslag van de verpleegkundige van 26 september 2016 is – voor zover van belang – het volgende vermeld:

            “(…)

Mw kwam rond 13:00 terug van OK. Heeft een durascheurtje, volgens OK verslag hier verder geen bedrust bij [verweerster] heeft op fysio formulier aangegeven dat mw vanaf morgen mag mobiliseren met de fysio.

Contactpersoon werd ingelicht. (…)”

2.7       Na de operatie doen zich geen wondproblemen door. Wel heeft klaagster veel pijn en zijn er mictieproblemen. In verband met de pijn bleek het niet mogelijk om op 28 en 29 september 2016 een MRI te laten maken. Daarover is telefonisch contact geweest tussen verweerster en de afdeling neurologie. Uiteindelijk is op 3 oktober 2016 een MRI gemaakt. Op 5 oktober 2016 is nogmaals een MRI – met contrast– gemaakt.

2.8       Op 6 oktober 2016 heeft verweerster klaagster bezocht.

2.9       Op 9 december 2016 heeft verweerster klaagster gezien bij een poliklinische controle. Klaagster was opgenomen geweest in een verpleegtehuis en was op dat moment sinds twee weken thuis. Zij had verschillende infecties doorgemaakt, die geen relatie hadden met de operatiewond. De mictieproblemen waren inmiddels hersteld. Gaandeweg bleek er een zwakte te zijn ontstaan van de voetheffers rechts. De reeds op 29 september door de neuroloog geadviseerde enkel-voet-prothese was al onderweg.

2.10     Op 20 februari 2017 is er telefonisch contact geweest tussen verweerster en klaagster. Het ging nog niet goed met de voet.

2.11     Op 20 juni 2017 heeft verweerster klaagster weer gezien. De dochter van klaagster was daarbij aanwezig. Er was nog altijd een zwakte van de voetheffers rechts. De enkel-voet-prothese zat niet fijn en klaagster droeg deze niet. Ondanks maandenlange fysiotherapie was er nog geen verbetering. Verweerster heeft klaagster medegedeeld dat van voortzetting van de fysiotherapie nu ook geen verbetering meer viel te verwachten. De dochter hoorde tijdens dit gesprek voor het eerst dat er tijdens de operatie een duralek is opgetreden en was daar boos over. Het gesprek verliep moeizaam.

3.         De klacht en het standpunt van klaagster

De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerster niet (meteen) eerlijk heeft toegegeven dat er tijdens de operatie iets fout gegaan is en klaagster informatie heeft achtergehouden. Pas 9 maanden na de operatie is klaagster hiervan op de hoogte geraakt.

Klaagster stelt verder dat verweerster haar beloofd heeft dat zij door de operatie beter zou gaan lopen en zij is zeer teleurgesteld dat dit niet het geval blijkt te zijn.

4.            Het standpunt van verweerster

Verweerster heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Zij stelt daartoe -kort gezegd- dat zij klaagster op de dag van de operatie, aan het einde van de middag, heeft bezocht en haar heeft verteld hoe de operatie was verlopen. Zij heeft klaagster daarbij verteld over het opgetreden duralek en uitgelegd wat dit betekende. Zekerheidshalve heeft zij ook de verpleging over het duralek ingelicht, zodat die klaagster later eventueel nog nadere uitleg zou kunnen geven. Tijdens het bezoek op 6 oktober 2016 heeft zij opnieuw het duralek ter sprake gebracht. Zij was in de veronderstelling dat klaagster de uitleg begreep.

Verweerster betwist bovendien dat zij garanties heeft gegeven over het succes van de operatie. Zij heeft klaagster uitleg gegeven over de operatie en haar gewezen op de risico’s.

5.         De beoordeling

5.1.      Ter toetsing staat of verweerster bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het door klager klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep terzake als norm was aanvaard.

5.2       Bij de beoordeling van deze klacht stelt het college voorop dat verwijten omtrent inhoud en wijze van (mondelinge) communicatie zich moeilijk op hun juistheid laten beoordelen door het college, dat van die communicatie immers geen getuige is geweest. Op grond van het medisch dossier, en de ter zitting afgelegde verklaringen van verweerster en klaagster, acht het college echter niet aannemelijk dat verweerster voor klaagster zou hebben verzwegen dat zich een complicatie in de vorm van een duralek had voorgedaan.

Verweerster heeft ter zitting uitgebreid beschreven hoe zij gewend is haar patiënten te informeren na een operatie. Zij verklaarde daarover dat zij aan het einde van de dag de geopereerde patiënten bezoekt en verslag doet van hetgeen is voorgevallen. Zij herinnerde zich de operatie van klaagster nog goed, juist vanwege het opgetreden duralek. Een duralek komt niet veel voor en verweerster vond dat erg vervelend. Voorts heeft verweerster toegelicht dat zij doorgaans uitleg probeert te geven in korte begrijpelijke zinnen. Ook licht zij de verpleging in zodat die ook op de hoogte is en eventueel later opgekomen vragen kan beantwoorden. Op deze wijze heeft zij ook bij klaagster gehandeld. Zij heeft klaagster bovendien tijdens het latere bezoek op 6 oktober 2016 nogmaals uitleg gegeven over het opgetreden duralek, zo verklaart verweerster.

Het college constateert dat het optreden van het duralek is vermeld in het OK-verslag en dat ook de verpleegkundige in haar verslag melding maakt van het duralek, hetgeen strookt met de door verweerster beschreven handelwijze. Deze verslagleggingen wijzen er bovendien geenszins op dat verweerster getracht heeft de opgetreden complicatie te verzwijgen.

5.3.      Hoewel verweerster heeft verklaard uitleg te hebben gegeven in korte en duidelijke zinnen en dat zij de overtuiging had dat klaagster haar uitleg had begrepen, sluit het college niet uit dat klaagster – mogelijk als gevolg van de taalbarrière – die uitleg toch niet goed heeft begrepen. Niet kan echter worden vastgesteld dat verweerster hiervan een verwijt kan worden gemaakt. De klacht faalt dan ook.

5.4       Voor zover de klacht tevens inhoudt dat verweerster een belofte heeft gedaan over het succes van de operatie en die belofte niet is nagekomen, is de klacht ook op dat onderdeel ongegrond. Een arts kan in het algemeen geen garanties geven over het succes van een operatie. Wel ligt het op de weg van de arts om de kans op succes goed in te schatten en de patiënt daarover in te lichten en te adviseren. Uit het verslag van 28 juni 2016 blijkt dat verweerster ervan overtuigd was dat de klachten van klaagster werden veroorzaakt door de kanaalvernauwing en dat een decompressieoperatie een grote kans op verbetering zou geven. Dat zij garanties heeft gegeven kan daaruit niet worden opgemaakt. Dat strookt ook niet met de besproken risico’s. Dat klaagster, gelet op de inschatting van verweerster, gehoopt had op een betere uitkomst, is begrijpelijk, maar dit brengt niet mee dat verweerster een belofte heeft gedaan die zij niet is nagekomen. Dat de gewenste verbetering zich bij klaagster niet heeft voorgedaan is betreurenswaardig, maar het college ziet in het dossier geen aanwijzingen dat verweerster medisch niet juist zou hebben gehandeld. 

5.5       De conclusie van het voorgaande is dat de klacht (in al haar onderdelen) ongegrond is. Verweerster kan met betrekking tot de klacht geen verwijt als bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden gemaakt.

6. De beslissing

Het college:

-          wijst de klacht af.

Aldus beslist door:

mr. J.F. Aalders, voorzitter,

prof. dr. W.P. Vandertop, prof. dr. J.C. Goslings en drs. D.E. de Jong, leden-arts,

mr. C.E. Polak, lid-jurist,

bijgestaan door mr. S. van Excel, secretaris,

en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2018 door de voorzitter in aanwezigheid van de secretaris.

WG  secretaris                                                                                   WG  voorzitter