ECLI:NL:TGZCTG:2018:225 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.070

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2018:225
Datum uitspraak: 24-07-2018
Datum publicatie: 25-07-2018
Zaaknummer(s): c2018.070
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:   Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij buiten zijn medeweten de batchnummers van zijn medicijnen heeft omgewisseld, waardoor klager de verkeerde medicijnen heeft gekregen en daardoor bijwerkingen in de mond, lever en nieren heeft ervaren. Ook verwijt klager de huisarts dat zij niet heeft gereageerd op brieven van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.  

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2018.070 van:

A., wonend te B., appellant, klager in eerste aanleg,

tegen

C., huisarts, werkzaam te B., verweerster in beide instanties,

gemachtigde: mr.drs. E.E. Rippen, werkzaam bij VvAA Rechtsbijstand te Utrecht.

1.         Verloop van de procedure

A. - hierna: klager - heeft op 26 juli 2017 bij het Regionaal Tuchtcollege te Den Haag tegen C. - hierna: de huisarts - een klacht ingediend. Bij beslissing van 6 februari 2018 onder nummer 2017-180 heeft dat College de klacht afgewezen.

Klager is van die beslissing tijdig in beroep gekomen en heeft nog een aanvullend beroepschrift ingediend. De huisarts heeft een verweerschrift in beroep ingediend.

De zaak is in beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 19 juni 2018 waar klager, de huisarts en haar gemachtigde zijn verschenen en het woord hebben gevoerd.  

2.         Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag

gelegd.

2.     De feiten

2.1       Klager, geboren op 9 april 1956, staat sinds 23 juni 2015 ingeschreven bij de praktijk waar verweerster vanaf 1990 werkzaam is als huisarts.

2.2       Op 22 maart 2017 is klager bij verweerster op het spreekuur geweest in verband met luchtwegproblemen. Klager was bekend met astma. Verweerster heeft de klachten van klager aan astma gerelateerd en met klager besproken dat hij zijn huidige medicatie voor astma, te weten Flixotide en Salbutamol, moest blijven gebruiken. Daarnaast heeft verweerster doxycycline disper voorgeschreven. Uit het medisch dossier blijkt dat dit medicijn ook reeds op 20 januari 2015 door de voormalige huisarts van klager was voorgeschreven.

2.3       Op 29 maart 2017 is klager wederom bij verweerster op het spreekuur geweest, omdat zijn klachten aanhielden. Ook had klager pijn in zijn mond. Tijdens het consult heeft verweerster de bloeddruk van klager gemeten, die verhoogd bleek. Naar aanleiding daarvan heeft verweerster een bloedonderzoek laten uitvoeren, waarbij klager ook op allergieën zou worden getest. Verder heeft verweerster het gebruik van Flixotide opgehoogd en met klager afgesproken dat hij twee weken later ter controle op het spreekuur zou komen. Het medisch dossier vermeldt het volgende:

“S klachten wqel wat minder maar niet over, vraagt of

S hij stootkuur mag; ook pijn mond, denkt door doxy

O aften; verspreid nog ronchi, wel beter dan

O voorheen

E astma

P uitleg: prednison te zwaar; liever flixotide 2dd2,

P co 2 wk”

2.4       Op 10 april 2017 is aan klager telefonisch de uitslag van het bloedonderzoek medegedeeld. Hieruit kwam naar voren dat er bij klager sprake was diverse allergieën.

2.5       Tijdens de controleafspraak op 12 april 2017 heeft verweerster met klager de risico's van een hoge bloeddruk besproken en is een verdere controleafspraak voor vier weken later gemaakt, waarbij is afgesproken dat klager in de tussentijd zijn bloeddrukwaarden zelf thuis zou meten en deze naar de controleafspraak zou meenemen.

2.6       Klager heeft de controleafspraak van 10 mei 2017 afgebeld.

2.7       Daarna heeft klaagster (het CTG leest: verweerster) op 17 juli 2017 een brief van klager ontvangen over de verstrekking van doxycycline, met daarbij twee foto’s van zijn tong.

2.8       Verweerster heeft vervolgens geprobeerd om klager telefonisch te bereiken, wat niet is gelukt. Klager heeft zich daarna uitgeschreven uit de praktijk van verweerster.

3.         De klacht

Klager verwijt verweerster, samengevat en zakelijk weergegeven dat zij:

1.               buiten zijn medeweten de batchnummers van zijn medicijnen heeft

omgewisseld, waardoor klager de verkeerde medicatie heeft gekregen en daardoor bijwerkingen in de mond, lever en nieren heeft ervaren.

2.               niet heeft gereageerd op de brieven van verweerder.

4.       Het standpunt van verweerster

Verweerster heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5.       De beoordeling

5.1       Klager heeft gesteld dat op de verpakkingen van zijn medicijnen verschillende batchnummers staan en baseert daarop dat hij verkeerde medicijnen heeft gekregen.

Het batchnummer (ook wel een chargenummer genoemd) op de verpakking van het medicijn is van belang voor de traceerbaarheid van het product voor de fabrikant. Via dit nummer zijn alle processtappen van het productieproces traceerbaar, waaronder de productiedatum. Daarom kan dezelfde medicatie een ander batchnummer bevatten, wat in de situatie van klager het geval is. Het batchnummer zegt echter niets over het soort medicijn. Het College kan ook verder geen aanknopingspunten vinden voor het oordeel dat klager verkeerde medicijnen zou hebben gekregen.

5.2       Het is conform de NHG-standaard “Acuut hoesten” om doxycycline voor te schrijven bij een luchtweginfectie. Dat klager klachten heeft ervaren in de mond, lever en nieren – al dan niet als gevolg van het gebruik van doxycycline – valt verweerster niet tuchtrechtelijk te verwijten. Zij heeft naar aanleiding van de klachten van klager over pijn in zijn mond op 29 maart 2017 geconstateerd dat klager aften had. Uit het medisch dossier blijkt niet dat klager klachten had aan lever of nieren, of dat hij na het consult van 29 maart 2017 nog klachten aan zijn mond had. Verweerster heeft pas op 17 juli 2017 foto’s ontvangen van klager en het is onduidelijk wanneer deze zijn gemaakt. Gelet op het voorgaande acht het College het eerste klachtonderdeel ongegrond.

5.3       De assistente van de praktijk van verweerster heeft naar aanleiding van de brief van klager van 17 juli 2017 meerdere pogingen gedaan om contact met hem op te nemen, wat niet is gelukt doordat het telefoonnummer van klager was gewijzigd. Het kan verweerster daarom niet tuchtrechtelijk worden verweten dat zij niet had gereageerd, toen klager acht dagen later zijn klacht indiende. Het tweede klachtenonderdeel is dan ook ongegrond.

5.4       Om bovenstaande redenen zal de klacht zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond worden afgewezen.

3.         Vaststaande feiten en omstandigheden

Voor de beoordeling van het beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de beslissing in eerste aanleg, welke weergave in beroep niet, althans onvoldoende, is bestreden.

4.         Beoordeling van het beroep

4.1       Klager heeft ter terechtzitting desgevraagd toegelicht dat hij met zijn beroep  beoogt om de klacht in volle omvang aan het Centraal Tuchtcollege voor te leggen.

De klacht bestaat uit twee klachtonderdelen. Klager verwijt de huisarts dat zij:

1. buiten zijn medeweten de batchnummers van zijn medicijnen heeft omgewisseld, waardoor klager de verkeerde medicatie heeft gekregen en daardoor bijwerkingen in de mond, lever en nieren heeft ervaren;

2. niet heeft gereageerd op zijn brieven.

4.2       De huisarts heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd, kort gezegd, primair tot niet-ontvankelijkheid van klager in zijn beroep en subsidiair tot verwerping van het beroep.

4.3       Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat klager, gezien zijn nadere toelichting ter terechtzitting, kan worden ontvangen in zijn beroep.

4.4       In eerste aanleg heeft het Regionaal Tuchtcollege geoordeeld dat de klacht moet worden afgewezen omdat, samengevat, er geen aanknopingspunten zijn dat klager verkeerde medicijnen heeft gekregen en de huisarts niet valt te verwijten dat klager klachten heeft ervaren die mogelijk het gevolg kunnen zijn geweest van het gebruik van doxycyline. Daarnaast, zo overweegt het Regionaal Tuchtcollege, heeft de huisarts getracht contact te leggen met klager maar bleek diens telefoonnummer gewijzigd, zodat haar niet verweten kan worden dat zij niet heeft gereageerd op klagers’ brief  van 17 juli 2017 voordat klager acht dagen later zijn klacht indiende.

4.5       In beroep zijn de schriftelijke klachten over het beroepsmatig handelen van de huisarts nog een keer ter beoordeling aan de tuchtrechter voorgelegd. Het Centraal Tuchtcollege heeft kennis genomen van de inhoud van die in eerste aanleg geformuleerde klachten en het daarover in eerste aanleg door partijen schriftelijk en mondeling gevoerde debat. Het door het Regionaal Tuchtcollege gevormde zaaksdossier is aan het Centraal Tuchtcollege gestuurd.

4.6       In beroep is het debat door partijen schriftelijk nog een keer gevoerd, waarbij door ieder van hen standpunten zijn ingenomen naar aanleiding van de door het Regionaal Tuchtcollege vastgestelde feiten en de door dat College gegeven beschouwingen en beslissingen. Tijdens de mondelinge behandeling op 19 juni 2018 is dat debat voortgezet.

4.7       Het beraad in raadkamer na de behandeling in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg. Dit betekent dat het beroep zal worden verworpen.

5.         Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door: mr. T.L. de Vries, voorzitter, mr. A. Smeeïng-van Hees en

mr. S.M. Evers, leden-juristen en drs. M. van Bergeijk en drs. M.G.M. Smid-Oostendorp, leden-beroepsgenoten en mr. M.W. van Beek, secretaris.

Uitgesproken ter openbare zitting van 24 juli 2018.

                        Voorzitter   w.g.                                             Secretaris   w.g.