ECLI:NL:TGZCTG:2018:207 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.347

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2018:207
Datum uitspraak: 24-07-2018
Datum publicatie: 25-07-2018
Zaaknummer(s): c2017.347
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht tegen huisarts. De huisarts was vele jaren de huisarts van klager. In juni 2014 heeft een medewerkster van de gemeente telefonisch contact opgenomen met de huisarts in het kader van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg omdat de gemeente veel brieven van klager ontving. In augustus 2015 heeft een psychiater in opleiding contact met de huisarts opgenomen omdat hij informatie wilde over klager in verband met een rapportage ten behoeve van een rechtelijke machtiging. De huisarts heeft het dossier van klager op zijn verzoek eind 2015 vernietigd. De klacht van klager houdt in dat de huisarts direct had moeten ingrijpen toen hij hoorde wat de medewerkster van de gemeente en de psychiater in opleiding hem vertelden. De huisarts had hen de mond moeten snoeren. In eerste aanleg wordt de klacht ongegrond verklaard. Het beroep van klager wordt verworpen.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2017.347 van:

A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg,

tegen

C., huisarts, werkzaam te D., verweerder in beide instanties,

gemachtigde: mr. V.C.A.A.V. Daniëls. 

1.               Verloop van de procedure

A. - hierna klager - heeft op 23 februari 2017 bij het Regionaal Tuchtcollege te Groningen tegen C. - hierna de huisarts - een klacht ingediend. Bij beslissing van

1 augustus 2017, onder nummer G2017/49, heeft dat College de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Klager is van die beslissing tijdig in beroep gekomen. De huisarts heeft een verweerschrift in beroep ingediend.

De zaak is in beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 8 februari 2018, waar zijn verschenen klager en de huisarts, bijgestaan door mr. Daniels.  De zaak is over en weer bepleit. Klager heeft dat gedaan aan de hand van pleitnotities die aan het Centraal Tuchtcollege zijn overgelegd.

2.               Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd.

“(…)

2. Vaststaande feiten

            Voor de beoordeling van de klacht gaat het college uit van de volgende feiten.

Verweerder was de huisarts van klager gedurende vele jaren.

Op 13 juni 2014 heeft mevrouw E. van de gemeente telefonisch contact opgenomen met verweerder in het kader van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) omdat de gemeente veel brieven van klager ontving.

Een psychiater in opleiding, de heer F., heeft op 26 augustus 2015 contact opgenomen met verweerder omdat hij informatie wilde over klager in verband met rapportage ten behoeve van een rechterlijke machtiging.  

Eind 2015 heeft verweerder op verzoek van klager zijn medisch dossier vernietigd.

3. De klacht

De klacht luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.

Verweerder had, toen hij hoorde wat de heer F. en mevrouw E. hem vertelden, direct moeten ingrijpen vanuit zijn taak als hulpverlener. Hij had hun onmiddellijk de mond moeten snoeren. Verweerder heeft klager toen niet geholpen.

4. Het verweer

Het verweer luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.

Het medisch dossier van klager is op zijn verzoek vernietigd. Daarom moet verweer worden gevoerd op basis van hetgeen verweerder zich herinnert.

Verweerder heeft aan genoemde personen geen inhoudelijke mededelingen gedaan. Klager had verweerder uitdrukkelijk verboden om medische inlichtingen over hem te verstrekken aan wie dan ook en daar heeft verweerder zich aan gehouden. Ten aanzien van de heer F. staat dit ook letterlijk in het medisch dossier genoteerd.

Verweerder heeft de genoemde personen slechts aangehoord en zijn geheimhoudingsplicht in acht genomen.

Verweerder vindt dat hij niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Direct ingrijpen en het snoeren van de mond was niet aan de orde.

5. Beoordeling van de klacht

Op basis van het door klager overgelegde (deel van het) medisch dossier heeft het college vastgesteld dat verweerder hierin uitdrukkelijk heeft opgenomen dat hij geen informatie over klager aan derden mag verstrekken. Tevens heeft verweerder ten aanzien van het telefonische contact met de heer F. in het medisch dossier genoteerd dat hij heeft aangegeven dat hij strikte opdracht heeft om geen medische inlichtingen over klager te verstrekken aan wie dan ook. Het college gaat er dan ook van uit dat verweerder geen medische informatie aan derden heeft verstrekt.

De klacht houdt echter in dat verweerder verzoeken van anderen om informatie over klager te ontvangen niet zou mogen aanhoren en hun onmiddellijk de mond zou moeten snoeren. Het college is van oordeel dat het verweerder vrijstaat om aan te horen wat anderen hem te melden hebben zolang hij zelf geen medische informatie verstrekt. De klacht is daarom kennelijk ongegrond.

6. Slotsom

De klacht zal als kennelijk ongegrond worden afgewezen. (…)”.

3.               Vaststaande feiten en omstandigheden

Voor de beoordeling van het beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de beslissing in eerste aanleg onder het kopje “2. De feiten”, welke weergave in beroep niet, althans onvoldoende, is bestreden.

4.               Beoordeling van het beroep

4.1            In beroep heeft klager zijn klacht herhaald en nader toegelicht.

4.2            De huisarts heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

4.3       De behandeling van de zaak in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.

5.               Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door: mr. E.J. van Sandick, voorzitter, mr. Y. Buruma en

mr. drs. R.H. Zuijderhoudt, leden-juristen en dr. M.K. Dees en drs. M.G.M. Smid-Oostendorp, leden-beroepsgenoten en mr. J.S Heidstra, secretaris.

Uitgesproken ter openbare zitting van

Voorzitter  w.g.                                                         Secretaris  w.g.