ECLI:NL:TGZCTG:2018:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.469
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2018:151 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 24-05-2018 |
| Datum publicatie: | 25-05-2018 |
| Zaaknummer(s): | c2017.469 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen psychiater. Op verzoek van de huisarts van klager heeft verweerster klager eenmalig gezien. Naar aanleiding van dit consult heeft zij een brief met haar bevindingen aan de huisarts geschreven. Klager verwijt verweerster kort gezegd dat zij hem ernstig heeft beschadigd en beledigd door in het verslag een totaal vertekend beeld van klager te geven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2017.469 van:
A., wonende te B., C., appellant, klager in eerste aanleg,
gemachtigde: D.,
tegen
E., psychiater, werkzaam te F., verweerster in beide instanties,
gemachtigde: mr. drs. E.E. Rippen, verbonden aan VvAA Rechtsbijstand te Utrecht.
1. Verloop van de procedure
A. – hierna klager – heeft op 14 maart 2017 bij het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam tegen E. – hierna de psychiater – een klacht ingediend. Bij beslissing van 26 september 2017, onder nummer 17/096, heeft dat College de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Klager is van die beslissing tijdig in beroep gekomen. De psychiater heeft een verweerschrift in beroep ingediend. Het Centraal Tuchtcollege heeft van klager nog nadere correspondentie ontvangen.
De zaak is in beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 19 april 2018, waar namens klager is verschenen de echtgenoot van klager, D. voornoemd, en de psychiater, bijgestaan door mr. Rippen voornoemd. De heer D. heeft ter zitting gemeld dat klager door onvoorziene omstandigheden niet ter terechtzitting aanwezig kon zijn.
Ter terechtzitting is door de heer D. een analyse, opgesteld door klager, voorgelezen. Dit stuk is aan het college overgelegd. Voorts hebben de heer D. en de psychiater en haar gemachtigde de standpunten van partijen ter terechtzitting nader mondeling toegelicht.
2. Beslissing in eerste aanleg
Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd.
“2. De feiten
Op grond van de stukken kan van het volgende worden uitgegaan:
2.1. Op 29 augustus 2016 is klager, geboren op 29 augustus 1955, op verzoek van de huisarts voor een eenmalig consult bij verweerster, werkzaam als psychiater in het F.-Ziekenhuis, geweest. In 2003 is bij klager de diagnose ADHD gesteld en sindsdien heeft hij methylfenidaat voorgeschreven gekregen.
2.2. Voorafgaand aan het consult op 29 augustus 2016 heeft de huisarts van klager op 11 augustus 2016 telefonisch contact met verweerster gehad en vervolgens heeft de huisarts klager op 11 augustus 2016 voor consultatie bij verweerster aangemeld. In de aanvraag staat, voor zover hier van belang:
“De vraag is om mee te kijken naar diagnose en medicatie-advies. Hij gebruikt namelijk al jaren ritalin in verband met vermeende ADHD. Ik heb meermalen met hem besproken dat ik denk dat olanzrpine beter voor hem zou zijn, omdat ik kenmerken van psychose herken. Hij wil dit echter niet en de vraag is echter ook of de manie hem ook een beetje op de been houdt. (…) voordat ik nu weer jaren ritalin ga voorschrijven zijn we overeen gekomen dat hij voor deze consultatie gaat.”
2.3. Na het consult heeft verweerster haar bevindingen weergegeven in een brief aan de huisarts van 29 augustus 2016. In die brief staat, voor zover hier van belang:
“Psychiatrisch onderzoek
Ik sprak een 61 jarige man die een matig verzorgde indruk maakte ondanks zijn kostuum. In de wachtkamer en ook tijdens het gesprek maakte hij grapjes die niet aansluiten. (…) Het bewustzijn is helder. Het kost moeite lijn in het gesprek aan te brengen. Het contact blijft aan de oppervlakte. Het denken is verhoogd associatief, het tempo is niet verhoogd. Zijn gedachtengang is soms niet goed te volgen. (…) Zijn opmerkingen zijn grensoverschrijdend (…) Er is sprake van waanachtige belevingen en grootheidsideeën mbt zijn bedrijf. (…) De waarneming is ongestoord. De stemming is dysfoor. De psychomotoriek is rustig en aangepast. Het affect moduleert soms heftig [stemverheffing] maar hij herneemt zich.
Samenvatting
Waanachtige denkbeelden en grootheidsfantasieën zonder versnelling van het denken of stoornissen in de waarneming bij een 61 jarige man bij wie kennelijk in 2003 door de Riagg de diagnose ADHD is gesteld en die sindsdien werd behandeld met Ritalin. 5 jaar geleden was er sprake van een crisissituatie waarbij de crisisdienst olanzapine adviseerde. (…)
(Voorlopige) classificatie volgens DSM IV
as I waanstoornis dd hypomaan beeld dd ADHD
(…)
Beleid
Ik besprak met patient dat ik geen indicatie zie voor een wekamine en dat ik vooral de risico’s zie (toename impulsiviteit, toename depressie, kans op psychose). Het ligt meer voor de hand om te kiezen voor een middels zoals olanzapine 2,5 of 5 mg of Orap 1 mg dd om rust in zijn hoofd te brengen. (…) Pat was erg teleurgesteld dat ik niet achter herstart van de Ritalin sta. Hij zal hierover met de huisarts verder spreken.”
3. De klacht en het standpunt van klager
De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerster klager ernstig heeft beschadigd. Ter toelichting hierop stelt klager dat in het verslag dat verweerster heeft gemaakt naar aanleiding van het consult op 29 augustus 2016 een totaal vertekend beeld van hem wordt gegeven en dat verweerster stoeit met diagnoses die zeer beledigend op hem overkomen. Verweerster twijfelt aan de diagnose ADHD en zij spreekt van een waanstoornis en/of hypomaan beeld. Daarnaast heeft zij vanwege de risico’s geadviseerd geen wekamine voor te schrijven maar een anti-psychoticum als olanzapine of pimozide. Bovendien heeft zij klager beschreven als een matig verzorgde man die grensoverschrijdend gedrag vertoont. De opmerkingen in het verslag, de onsamenhangendheid ervan en de subjectieve interpretatie van klagers persoon hebben klager in zo ernstige mate gekrenkt dat hij sindsdien niet meer in staat is zijn werkzaamheden voort te zetten. Klager voelt zich door verweerster ernstig beschadigd en beledigd.
4. Het standpunt van verweerster
Verweerster heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Zij voert het volgende aan.
Verweerster heeft tijdens het consult op 29 augustus 2016 voldoende tijd kunnen nemen voor het gesprek. Tijdens het gesprek heeft zij met haar jarenlange ervaring als psychiater klager psychiatrisch onderzocht. Haar observaties heeft zij in de brief aan de huisarts weergegeven. Aan het einde van het gesprek heeft verweerster haar bevindingen en het beleid met klager besproken. Verweerster betreurt het dat klager zich beschadigd en beledigd voelt door de inhoud van de brief die zij naar aanleiding van het consult heeft opgesteld. Dat is niet haar bedoeling geweest. Het spijt haar oprecht dat zij in de biografie enkele gegevens niet juist heeft weergegeven. Zij kan zich voorstellen dat dit tot ergernis bij klager heeft geleid. Deze onjuist vermelde gegevens in de biografie hebben echter geen rol gespeeld bij de totstandkoming van haar bevindingen en beleid. Ten aanzien van de classificatie volgens DSM IV met betrekking tot as I was verweerster de mening toegedaan dat op dat moment een waanstoornis dan wel een hypomaan beeld meer op de voorgrond stonden bij klager dan ADHD. In dat licht vond zij het meer voor de hand liggen te kiezen voor een middel als olanzapine of pimozide dan een middels als wekamine, zoals Ritalin. Een wekamine zou kunnen leiden tot een toename van impulsiviteit en/of een depressie en deze zou de kans op een psychose kunnen vergroten. Zij heeft ADHD echter wel als differentiaal diagnose laten staan, waarmee zij heeft willen aangegeven dat zij deze diagnose niet heeft laten vallen, aldus verweerster.
5. De beoordeling
5.1. Bij de beoordeling van de vraag of een adviesrapport van een arts voldoet aan de daaraan te stellen eisen dienen volgens vaste tuchtrechtelijke jurisprudentie de volgende criteria in aanmerking te worden genomen:
1. Het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust;
2. Het rapport geeft blijk van een geschikte methode van onderzoek om de voorgelegde vraagstelling te beantwoorden;
3. In het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen;
4. Het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust, daaronder begrepen de gebruikte literatuur en de geconsulteerde personen;
5. De rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid.
Het college toetst ten volle of het onderzoek door de arts uit het oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid de tuchtrechtelijke toets der kritiek kan doorstaan.
Ten aanzien van de conclusie van de rapportage wordt beoordeeld of de deskundige in redelijkheid tot zijn conclusie heeft kunnen komen.
5.2. Het college is van oordeel dat het advies van verweerster voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden, zoals gespecificeerd onder 5.1. Meer in het bijzonder geldt dat, hoewel sprake is van een stevige voorlopige diagnose na één consult, de conclusies in het advies inzichtelijk, consistent en deugdelijk zijn onderbouwd. Wel heeft verweerster toegegeven dat in de biografie enkele gegevens niet juist zijn weergegeven, maar deze onvolkomenheid heeft, zoals verweerster terecht heeft aangevoerd, niet tot gevolg gehad dat de conclusies in haar advies onjuist zijn. Verweerster is met haar advies tegemoetgekomen aan de aanvraag van de huisarts. Dat klager zich niet herkent in de observaties van en bevindingen over hem en dat hij zich daarvoor gekrenkt voelt, betekent nog niet dat deze onjuist zijn.
5.3. Van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten door verweerster is het college niet gebleken.
5.4. De conclusie van het voorgaande is dat de klacht kennelijk ongegrond is.
Verweerster kan met betrekking tot de klacht geen verwijt als bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden gemaakt.”
3. Vaststaande feiten en omstandigheden
Voor de beoordeling van het beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de beslissing in eerste aanleg, welke weergave in beroep niet, althans onvoldoende, is bestreden.
4. Beoordeling van het beroep
4.1 Klager beoogt met zijn beroep de zaak in volle omvang aan het Centraal Tuchtcollege voor te leggen en concludeert tot gegrondverklaring van het beroep.
4.2 De psychiater voert hiertegen verweer en concludeert tot verwerping van het beroep.
4.3 In beroep is de schriftelijke klacht over het beroepsmatig handelen van de psychiater nog een keer aan de tuchtrechter ter beoordeling voorgelegd. Het Centraal Tuchtcollege heeft kennis genomen van de inhoud van de in eerste aanleg geformuleerde klacht en het daarover in eerste aanleg door partijen gevoerde debat. Het door het Regionaal Tuchtcollege gevormde zaaksdossier is aan het Centraal Tuchtcollege gestuurd.
4.4 In beroep is het debat door partijen schriftelijk nog een keer gevoerd, waarbij door ieder van hen standpunten zijn ingenomen naar aanleiding van de door het Regionaal Tuchtcollege vastgestelde feiten en de door dat College gegeven beschouwingen en beslissingen. Tijdens de mondelinge behandeling op 19 april 2018 is dat debat voortgezet.
4.5 Het beraad in raadkamer na de behandeling in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg. Dit betekent dat het beroep zal worden verworpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verwerpt het beroep.
Deze beslissing is gegeven door: mr. E.J. van Sandick, voorzitter, mr. W.P.C.M. Bruinsma en
mr. Y.A.J.M. van Kuijck, leden-juristen en dr. M.C. ten Doesschate en drs. A.C.L. Allertz, leden- beroepsgenoten en mr. M.D. Barendrecht-Deelen, secretaris.
Uitgesproken ter openbare zitting van 24 mei 2018.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.