ECLI:NL:TGDKG:2018:48 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/623992 / DW RK 17/156

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2018:48
Datum uitspraak: 27-02-2018
Datum publicatie: 25-03-2018
Zaaknummer(s): C/13/623992 / DW RK 17/156
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Beslissing op verzet. De klacht betreft het feit dat klager in privé is gedagvaard in plaats van de betreffende B.V. Overweging over vermeende schending wederhoor door klager niet op de reactie van de gerechtsdeurwaarder te laten reageren. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter. Het verzet wordt ongegrond verklaard.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 27 februari 2018 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 7 februari 2017 met zaaknummer C/13/605733 / DW RK 17/351 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/623992 / DW RK 17/156 ingesteld door:

[ ],

wonende te [ ],

klager,

tegen:

[ ],

gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde.

1. Ontstaan en verloop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen ingekomen op 5 april 2016 heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde. Bij brief met bijlagen ingekomen op 4 mei 2016 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend. Bij beslissing van 7 februari 2017 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Klager is een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden bij brief van 7 februari 2017. Bij e-mail van 20 februari 2017 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Bij e-mail van 21 maart 2017 heeft klager een productie overgelegd. Bij e-mail van 12 januari 2018 heeft klager medegedeeld niet ter zitting te kunnen verschijnen. Het verzetschrift is behandeld ter openbare zitting van 16 januari 2018 alwaar de gerechtsdeurwaarder is verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 27 februari 2018.

2. De ontvankelijkheid van het verzet

Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.

3. De feiten

De kamer verwijst voor de feiten naar hetgeen de voorzitter in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de voorzitter geen bezwaar gemaakt, zodat ook de kamer van die feiten uitgaat.

4. De oorspronkelijke klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder de rechtbank heeft misleid door hem privé in plaats van de betreffende B.V. te dagvaarden. Klager stelt dat de kwestie een aangelegenheid is betreffende de B.V. waar hij slechts werkzaam was. Klager beklaagt zich er verder over dat hij nooit stukken van de gerechtsdeurwaarder heeft ontvangen en dat de gerechtsdeurwaarder desgevraagd weigert stukken toe te zenden.

5. De beslissing van de voorzitter

5.1 De voorzitter heeft op de klacht overwogen dat uit de overgelegde producties blijkt dat klager op 20 maart 2009 in persoon is gedagvaard te verschijnen ter zitting van 15 april 2009 en dat hij vervolgens bij (verstek)vonnis in persoon is veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag. Het vonnis is betekend middels openbaar exploot. Indien klager van mening is dat de B.V. waar hij werkzaam was had moeten worden gedagvaard, in plaats van klager in persoon, had klager binnen de verzetstermijn verzet tegen de vordering moeten aantekenen. Dat heeft hij niet gedaan. Het vonnis is in kracht van gewijsde gegaan. Niet gebleken is van enig tuchtrechtelijk laakbaar handelen.

5.2 De voorzitter heeft daarnaast overwogen dat uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties blijkt dat de gerechtsdeurwaarder meermalen stukken ten aanzien van de vordering aan klager heeft verzonden. Hoewel er ook stukken retour zijn ontvangen, kan niet gezegd worden dat klager helemaal geen stukken heeft ontvangen. Ook blijkt uit de overgelegde producties dat de gerechtsdeurwaarder contact heeft gehad met de echtgenote van klager. Voorts heeft de gerechtsdeurwaarder desgevraagd het vonnis van 15 april 2009 van de kantonrechter te Utrecht aan klager verzonden. De klacht van klager dat hij tot 22 maart 2016 ruim zes jaar niets heeft gehoord van de gerechtsdeurwaarder en geen stukken heeft ontvangen die hij wel heeft opgevraagd, stuit hierop af.

6. De gronden van het verzet

6.1 In verzet heeft klager aangevoerd dat door hem nimmer enige correspondentie is ontvangen van de gerechtsdeurwaarder. Pas in maart 2016 was hij op de hoogte van het feit dat er een veroordeling was. Klager heeft daar direct op gereageerd en een advocaat in de hand genomen. Deze heeft inmiddels een verzet procedure opgestart bij de rechtbank te Utrecht. Indien klager in maart 2009 wel een dagvaarding had ontvangen dan was hij verschenen voor de rechtbank te Utrecht en had hij geen klacht ingediend en was hij ook niet in verzet gegaan. Klager heeft nog steeds een rekening bij de bank. Daarop is geen beslag gelegd.

6.2 De voorzitter is er zonder wederhoor en zonder dat klager stukken die de gerechtsdeurwaarder heeft overgelegd, heeft ingezien van uitgegaan dat wat de gerechtsdeurwaarder aanvoert ook juist is. Bij een zitting voor de rechtbank kunnen alle stukken van te voren door partijen worden ingezien en worden partijen gehoord.

7. De beoordeling van de gronden van het verzet

7.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De tegen de beslissing van de voorzitter door klager in verzet aangevoerde gronden leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht toekomt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

7.2 Het standpunt van klager dat de (voorzitter van de) kamer het recht op wederhoor heeft geschonden door klager niet op de reactie van de gerechtsdeurwaarder te laten reageren, kan niet worden gevolgd. Klager heeft zijn klacht bij de kamer neergelegd. Daarop is gereageerd door de gerechtsdeurwaarder. Daarmee zijn beide partijen gehoord. Dat klager zou moeten worden toegelaten om op de reactie van de gerechtsdeurwaarder te reageren, waarna – gelet op het recht van hoor en wederhoor - de gerechtsdeurwaarder weer op de reactie van klager zouden mogen reageren, volgt echter niet uit de wet, en is ook overigens geen regel van Nederlands recht.

(ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9415).

7.3 De kamer merkt ten overvloede wel op dat in de berichten van een medewerker van de gerechtsdeurwaarder aan klager te stellig staat geformuleerd dat tegen de beslissing van de kantonrechter geen verzet meer open stond. Uit een door klager overgelegd proces-verbaal van comparitie van 7 maart 2017 blijkt immers dat partijen in de verzet procedure hun geschil hebben beëindigd door elkaar finale kwijting te verlenen. Nu hierover in de inleidende klacht niet is geklaagd, wordt dit verder buiten beoordeling gelaten.

BESLISSING:

De kamer voor gerechtsdeurwaarders:

- verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. A.E. de Vos, voorzitter, mr. M. Nijenhuis en mr. J.M. Wisseborn, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2018, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.