Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar zoekresultaten

ECLI:
ECLI:NL:TADRSHE:2018:116
Datum uitspraak:
20-08-2018
Datum publicatie:
29-08-2018
Zaaknummer(s):
18-013/DB/LI
Onderwerp:
Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartijVrijheid van handelen
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Niet gebleken dat verweerder in strijd met artikel 21 Rv of Gedragsregel 30 heeft gehandeld door bewust onjuiste informatie te presenteren of informatie achter te houden. Grenzen vrijheid advocaat wederpartij niet overschreden. Ongegrond.

Limburg

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort  ’s-Hertogenbosch

van  20 augustus 2018

in de zaak 18-013/DB/LI

 

 

naar aanleiding van de klacht van:

 

 

 

klager

 

tegen:

 

 

verweerder

 

 

 

 

 

 

 

 

1         Verloop van de procedure

1.1     Bij brief d.d. 3 maart 2017 heeft klager  bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg een klacht ingediend tegen verweerder.

1.2     Bij brief aan de raad van 11 januari 2018 met kenmerk K17-040 heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.3     De klacht is behandeld ter zitting van de raad van 18 juni 2018 in aanwezigheid van klager en verweerder, vergezeld van mevrouw mr. S. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.4     De raad heeft kennis genomen van:

-      De hierboven genoemde brief van de deken en de daaraan gehechte stukken.

 

2        Feiten

2.1     Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken en voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, van de volgende feiten uitgegaan:

2.2     Verweerder is de advocaat van de heer JD en ATI, die op 23 november 2011 door klager, diens echtgenote en A. zijn gedagvaard om te verschijnen bij de rechtbank Limburg, locatie Roermond (rolnummer C/04/114635/HA ZA 12-76).

2.3     Klager, althans een aan hem gelieerde vennootschap in liquidatie heeft de heer D, bijgestaan door mr. P, en ATI en JD, bijgestaan door verweerder, gedagvaard op 26 maart 2015 (rolnummer C/03/205513/HA ZA 15-251). Bij vonnis d.d. 3 februari 2016 van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, is de zaak op de parkeerrol geplaatst wegens samenhang met de kwestie hierboven vermeld onder 2.2, in afwachting van het eindvonnis in die zaak.

2.4     Bij vonnis d.d. 8 december 2016 van de rechtbank Tongeren is klager strafrechtelijk veroordeeld wegens bedrieglijke verduistering van een voertuig ten nadele van ATI en wegens het opzettelijk gebruik van valse stukken in rechte, ten aanzien van banken en de notaris. Bij hetzelfde vonnis is de heer VdB strafrechtelijk veroordeeld wegens het opstellen en gebruik van valse stukken. De heer JD is vrijgesproken. Klager heeft op 2 januari 2017 hoger beroep ingesteld.

2.5     Op 1 februari 2017 heeft verweerder een akte ingediend. Aan deze akte was gehecht het vonnis van de rechtbank Tongeren d.d. 8 december 2016. Verweerder heeft in deze akte namens zijn cliënt gesteld dat de heer VdB door de rechtbank Tongeren is veroordeeld voor het vervalsen van stukken op basis waarvan de heer JD is ontslagen en de heer VdB als bestuurder is benoemd. Verweerder heeft voorts gesteld dat klager, wetende dat de bescheiden vals zijn, van deze bescheiden gebruik heeft gemaakt en de rechtbank valselijk heeft geïnformeerd. De rechtbank heeft deze akte geweigerd.

2.6     Op 2 februari 2017 heeft klager de heer JD rechtstreeks gedagvaard voor de rechtbank Tongeren wegens (vermeende) overtreding van artikel 491 Strafwetboek.

2.7     Op 15 februari 2017 heeft verweerder opnieuw een akte ingediend, welke akte is geaccepteerd. Aan deze akte was gehecht het vonnis van de rechtbank Tongeren d.d. 8 december 2016. Verweerder heeft in deze akte namens zijn cliënt gesteld dat de heer VdB door de rechtbank Tongeren is veroordeeld voor het vervalsen van stukken op basis waarvan de heer JD is ontslagen en de heer VdB als bestuurder is benoemd. Verweerder heeft voorts gesteld dat klager, wetende dat de bescheiden vals zijn, van deze bescheiden gebruik heeft gemaakt en de rechtbank valselijk heeft geïnformeerd. Verweerder heeft niet in de akte vermeld dat klager hoger beroep had ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Tongeren d.d. 8 december 2016, noch dat klager de heer JD op 2 februari 2017 rechtstreeks had gedagvaard.

2.8     Op 1 maart 2017 heeft de advocaat van klager een antwoordakte ingediend. In de antwoordakte heeft de advocaat van klager de stellingen van verweerder weersproken en aangegeven dat klager hoger beroep had ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Tongeren d.d. 8 december 2016 en dat klager de heer JD op 2 februari 2017 rechtstreeks had gedagvaard

2.9     De rechtbank heeft de zaak op 22 maart 2017 verwezen naar de parkeerrol.

 

3       KLACHT

3.1     De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat hij:

 

bewust heeft gehandeld in strijd met de waarheidsplicht ex art. 21 Rv en gedragsregel 30 heeft overtreden door de rechtbank gegevens te verstrekken waarvan verweerder weet dat deze feitelijk onjuist zijn en door het bewust achterhouden van feiten, door:

-      eerst bij (geweigerde) akte van 1 februari 2017 en later bij akte van 15 februari 2017 onder overlegging van een strafrechtelijk vonnis van de rechtbank Tongeren te stellen dat klager er wetenschap van had dat VdB (destijds bestuurder van ATI) stukken vervalst heeft en dat klager desondanks van deze bescheiden gebruik heeft gemaakt en aldus de rechtbank onjuist geïnformeerd heeft;

-      de rechtbank bewust niet te kennen  te geven dat klager c.s. in hoger beroep is gegaan tegen het vonnis van de rechtbank Tongeren, dat klager c.s. JD  heeft gedagvaard, dat er in België een strafrechtelijk onderzoek loopt tegen JD, dat uit forensisch schriftonderzoek blijkt dat de overeenkomst van 11 juli 2008 en de ontbindingsverklaring van diezelfde datum wel degelijk is ondertekend door JD en dat JD zelf voor zijn ontslag als bestuurder had getekend en was vervangen door VdB.

 

                         

                          4       VERWEER

4.1     De klacht is ongegrond. Verweerder heeft de belangen van zijn cliënt behartigd en in dat kader stond het hem vrij om de standpunten van zijn cliënt bij de rechtbank naar voren te brengen. Klager probeert met zijn klachten verweerder te verhinderen om zijn werk als advocaat naar behoren uit te voeren.

 

                         5        BEOORDELING

5.1     De klacht heeft betrekking op het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij. De raad overweegt dat de advocaat van de wederpartij een ruime mate van vrijheid geniet om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze als hem in overleg met zijn cliënt goeddunkt. Deze vrijheid is niet absoluut, maar kan onder meer beperkt worden doordat (a) de advocaat zich niet onnodig grievend mag uitlaten over de wederpartij, (b) de advocaat geen feiten mag poneren waarvan hij de onwaarheid kent of redelijkerwijs kan kennen, (c) de advocaat bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van de wederpartij niet onnodig of onevenredig mag schaden zonder redelijk doel. Daarbij geldt voorts dat de advocaat de belangen van zijn cliënt dient te behartigen aan de hand van het feitenmateriaal dat zijn cliënt hem verschaft, en dat hij in het algemeen mag afgaan op de juistheid daarvan en slechts in uitzonderingsgevallen gehouden is de juistheid daarvan te verifiëren. De advocaat behoeft in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat hij voor zijn cliënt wil bereiken met de middelen waarvan hij zich bedient, opweegt tegen het nadeel dat hij daarmee aan de wederpartij toebrengt. Wel moet de advocaat zich onthouden van middelen die op zichzelf beschouwd ongeoorloofd zijn of die, zonder dat zij tot enig noemenswaardig voordeel van zijn cliënt strekken, onevenredig nadeel aan de wederpartij toebrengen. De raad zal de klacht met inachtneming van dit uitgangspunt beoordelen. 

 

 

                          5.2     De door verweerder verwoorde standpunten, wat daar ook van zij, betreffen de inhoud van het geschil dat klager c.s. en de cliënten van verweerder verdeeld houdt en waarover is en wordt geprocedeerd. Het is niet aan de raad om daarover te oordelen, tenzij verweerder een evident onpleitbaar standpunt zou innemen en hij klagers belangen daarmee nodeloos en op ontoelaatbare wijze zou schaden. Daarvan is naar het oordeel van de raad niet gebleken.

                          5.3     De raad is van oordeel dat verweerder, gezien de inhoud van het vonnis van de rechtbank Tongeren d.d. 8 december 2016, en dan met name de overwegingen van de rechtbank op pagina 16 van het vonnis, met de door hem namens zijn cliënten in de (geweigerde) akte d.d. 1 februari 2017 en de akte d.d. 15 februari 2017 geponeerde stellingen de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid niet heeft overschreden. Dat verweerder bewust feiten heeft geponeerd waarvan hij de onjuistheid kende is naar het oordeel van de raad niet gebleken en dat hij bewust feiten heeft achtergehouden evenmin. Klager en diens advocaat zijn in de gerechtelijke procedure in gelegenheid gesteld om op de door verweerder ingediende akte en de door hem daarin geponeerde stellingen te reageren en hebben ook van die gelegenheid gebruik gemaakt. Van schending van artikel 21 Rv en gedragsregel 30 is naar het oordeel van de raad geen sprake. De klacht is ongegrond.

 

 

BESLISSING

De raad van discipline:

 

verklaart de klacht ongegrond.

 

Aldus beslist door mr. M.E. Bartels, voorzitter, mrs. S.A.R. Lely, H.C.M. Schaeken, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. van de Langenberg als griffier en uitgesprokenin het openbaar op 20 augustus 2018

 

 

 

Griffier                                                                 Voorzitter

 





mededelingen van de griffier ter informatie:

 

verzending

 

Deze beslissing is in afschrift op21 augustus 2018

verzonden aan:

- klager

- verweerder

- de deken van de Orde van Advocaten in het Limburg

- de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten

- de secretaris van de Nederlandse Orde van Advocaten

- het College van Toezicht van de Nederlandse Orde van Advocaten

 

 

 

 

 

 

rechtsmiddel



Van deze beslissing staat hoger beroep bij het Hof van Discipline open voor:

- klager

- verweerder

- de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg

- de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten

 

Het hoger beroep moet binnen een termijn van 30 dagen na verzending van de beslissing worden ingesteld door middel van indiening van een beroepschrift, waarin de gronden van het beroep zijn vermeld en van een motivering zijn voorzien. Het beroepschrift moet in zevenvoud worden ingediend tezamen met zes afschriften van de beslissing waarvan beroep.

De eerste dag van de termijn van 30 dagen is de dag volgend op de dag van de verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het beroepschrift dus in het bezit zijn van de griffie van het Hof van Discipline. Verlenging van de termijn van 30 dagen is niet mogelijk.

Het beroepschrift kan op de volgende wijzen worden ingediend bij het Hof van Discipline:

a.               Per post

Het postadres van de griffie van het Hof van Discipline is:

Postbus 85452, 2508 CD Den Haag

 

b.               Bezorging

De griffie is gevestigd aan het adres:

Kneuterdijk 1, 2514 EM Den Haag

 

Teneinde er zeker van te zijn dat voor de ontvangst getekend kan worden of dat pakketten die niet in een reguliere brievenbus besteld kunnen worden, afgegeven kunnen worden dient u telefonisch contact op te nemen met de griffie van het hof via telefoonnummer088-2053777.



c.               Per fax

Het faxnummer van het Hof van Discipline is088-2053701

Tegelijkertijd met de indiening per fax dient het beroepschrift tezamen met de beslissing waarvan beroep in het vereiste aantal per post, voorzien van een originele handtekening, te worden toegezonden aan de griffie van het hof.

d.         Per e-mail

 

Het e-mailadres van het Hof van Discipline is:griffie@hofvandiscipline.nl.

 

Tegelijkertijd  met de indiening per e-mail dient het beroepschrift tezamen met de beslissing waarvan beroep in het vereiste aantal per post, voorzien van een originele handtekening, te worden toegezonden aan de griffie van het hof.

 

Informatie ook op www.hofvandiscipline.nl

 

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens