Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TACAKN:2018:13 Accountantskamer Zwolle 17/1379 Wtra AK

ECLI: ECLI:NL:TACAKN:2018:13
Datum uitspraak: 16-03-2018
Datum publicatie: 16-03-2018
Zaaknummer(s): 17/1379 Wtra AK
Onderwerp:
Beslissingen:
  • Klacht gegrond met berisping
  • Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie:   Betrokkene heeft zich aanvankelijk tegenover een van de belanghebbenden bij een entiteit gepresenteerd als adviseur van de andere belanghebbende nadat tussen hen beide geschillen waren gerezen. Vervolgens accepteert hij de opdracht tot het samenstellen van de jaarrekening van de entiteit en is hij aanwezig op de algemene vergadering waarop die jaarrekening wordt besproken. Onder deze omstandigheden moet een accountant extra bedacht zijn op naleving van alle fundamentele beginselen en in het bijzonder op het beginsel van objectiviteit. Schending 21 VGBA want bedreigingen en maatregelen niet schriftelijk vastgelegd. Schending van het fundamentele beginsel van objectiviteit en dat van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Berisping.

ACCOUNTANTSKAMER

BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 17/1379 Wtra AK van 16 maart 2018 van

drs. X ,

wonende te [plaats1],

K L A G E R ,

t e g e n

drs. Y ,

registeraccountant en accountant-administratieconsulent,

kantoorhoudende te [plaats2],

B E T R O K K E N E ,

raadsman: mr. A.P.P. Witteveen.

1.      Het verloop van de procedure

1.1       De Accountantskamer heeft kennisgenomen van de in deze zaak gewisselde en aan partijen bekende stukken, waaronder:

-        het op 29 juni 2017 ingekomen klaagschrift van 26 juni 2017, met bijlagen;

-        het  op 5 september 2017 ingekomen verweerschrift van 4 september 2017.

1.2       De Accountantskamer heeft de klacht behandeld ter openbare zitting van 4 december 2017 waar zijn verschenen ‑ aan de zijde van klager ‑ drs. [X] in persoon en ‑ aan de zijde van betrokkene ‑ drs. [Y] RA AA in persoon, vergezeld van zijn raadsman mr. A.P.P. Witteveen, advocaat te Amsterdam.

1.3       Klager en betrokkene hebben op deze zitting hun standpunten toegelicht en/of doen toelichten, alsmede geantwoord en/of doen antwoorden op vragen van de Accountantskamer.

2.         De vaststaande feiten

Op grond van de inhoud van de gedingstukken en aan de hand van het verhandelde ter zitting stelt de Accountantskamer het volgende vast.

2.1       Betrokkene is sedert [datum] als accountant-administratieconsulent en sedert [datum] als registeraccountant ingeschreven in het accountantsregister. Hij houdt als openbaar accountant kantoor te [plaats2].

2.2       Klager heeft op 27 december 2012 met [A] (hierna: [A]) twee ondernemingen opgericht, te weten: [BV1] (hierna: [BV1]) en [BV2] (hierna: [BV2]). Beide heren hielden via hun persoonlijke vennootschappen (respectievelijk [BV3] en [BV4]) voor 50% aandelen in [BV1], dat op haar beurt 100% van de aandelen in [BV2] hield. Beiden waren ook directeur van [BV2] en zelfstandig bevoegd. De jaarrekeningen van [BV2] en [BV1] werden samengesteld door het kantoor [accountantskantoor1] te [plaats3] (hierna: [accountantskantoor1]).

2.3       Op enig moment zijn klager en [A] gebrouilleerd geraakt en hebben zij getracht tot een ontvlechting van hun samenwerking te komen. In juni 2015 heeft [A] betrokkene benaderd om hem hierbij behulpzaam te zijn.

2.4       Per e-mail van 26 juni 2015 heeft [accountantskantoor1] aan klager en [A] te kennen gegeven de opdracht tot het samenstellen van de jaarrekeningen van (onder meer) [BV2] en [BV1] terug te geven.

2.5       Op 30 juni 2015 heeft betrokkene zich per e-mail tot [accountantskantoor1] gericht, met een cc aan klager en aan [A]. Deze e-mail begint met de volgende passage:

‘Geachte mevrouw [B], Geachte heer [C],

De heer [A] heeft zich tot mij gewend met het verzoek hem in zijn discussie met de heer [X] behulpzaam te zijn bij de interpretatie van de financiële gegevens.’

In die e-mail vermeldde betrokkene voorts welke zaken voor hem nog onduidelijk zijn en verzoekt hij [accountantskantoor1] daarover met hem van gedachten te wisselen. De e-mail sloot af met:

‘Namens de heer [A] kan ik u tenslotte meedelen dat het de heer [X] vanzelfsprekend gepermitteerd is om nadere informatie betreffende de gezamenlijke activiteiten op te vragen. Ik verneem graag van u.’

Hierop heeft [accountantskantoor1] op 1 juli 2015 per e-mail gereageerd. Deze reactie, die in cc aan klager en [A] is gestuurd, bevatte onder meer de volgende passages:

‘Zoals u waarschijnlijk heeft begrepen hebben wij de opdracht teruggegeven.’

en:

‘Kort samengevat: wij achten het niet zinvol om hierover van gedachten te wisselen omdat beide heren gezamenlijk tot één standpunt dienen te komen. Pas dan komen wij weer in beeld.’

Ook klager heeft op de e-mail van betrokkene gereageerd, met [A] in cc, per e-mail van eveneens 1 juli 2015. Die e-mail hield in:

“Geachte heer [Y], beste [voornaam1],

Wellicht is het mogelijk dat jij door een eenzijdige informatievoorziening een vertekend beeld van de realiteit hebt gekregen. Ik zal proberen om KORT de context te schetsen, zodat mijn reactie/conclusie “niet zomaar uit de lucht komt vallen”:

1)     Per 1 mei 2014 heb ik — na uitvoerig overleg met meerdere betrokken partijen waaronder primair dhr. [A] — besloten om een (loon)dienstverband te accepteren omdat “[BV2] het financieel niet trok”. Met dit besluit loste ik een persoonlijk probleem op, maar ook een groot probleem van [BV2]. Er werd toen afgesproken om “de financiële zaken zo snel mogelijk af te handelen”.

2)     In oktober 2014 heeft [D] aangeboden om de verrekening van de RC gelden al in kaart te brengen zodat de partners de openstaande saldi met elkaar konden verrekenen en ieder hun eigen weg konden gaan. Dhr. [A] heeft dat toen uitgesteld…..

3)     Vervolgens zijn er heel veel gesprekken, e-mails en andere contactmomenten geweest om deze materie definitief op te lossen, maar dhr. [A] zorgde steeds weer voor uitstel. Hoewel hij meermaals vooraf de toezegging deed dat “Dit nu echt de laatste afspraak was”, werd tijdens of na de afspraak dit weer herroepen en volgde er een nieuwe afspraak.

4)     In een poging om dit echec te beëindigen is er toen afgesproken dat wij samen met [D] alle openstaande punten zouden bespreken (de “16 punten lijst”) onder de toezegging dat daarmee de heel discussie was afgerond en [D] de definitieve overeenkomst kon opstellen en door beide partners zou worden ondertekend. Tijdens dat gesprek heeft dhr. [A] op alle individuele punten zijn akkoord uitgesproken (in bijzijn van meerdere objectieve getuigen) én na afloop nogmaals bevestigd dat hij akkoord was met de hele opzet en dat hij zich confirmeerde aan de afspraken, de overeenkomst en enkele andere afspraken/toezeggingen die hij tijdens dit overleg had gedaan. Eindelijk konden we alles definitief afronden!

5)     Vervolgens werden alle afspraken herroepen, de toezeggingen tijdens het gesprek, de additionele afspraken en toezeggingen herroepen, de volledige basis en het vertrouwen eenzijdig geschonden en weer extra uitstel veroorzaakt. Sterker nog: de belofte om géén externe deskundigen in te schakelen werd eenzijdig verbroken zonder vraag vooraf maar ook zonder informatie achteraf; pas toen dit proces al weken aan de gang was, werden betrokken partijen geïnformeerd….

Kortom: los van de inhoud / de cijfers /jouw bevindingen speelt hier een heel lang proces waarbij dhr. [A] tegen veel juridische regels heeft gezondigd, maar ook veel mensen “tegen zich in het harnas heeft gejaagd” en het vertrouwen tot onder het nulpunt is gezakt… Dat werd ook meermaals bevestigd toen bleek dat de informatieverstrekking van dhr. [A] richting [D] niet altijd volledig (juist) was geweest. Al zouden wij met zijn allen afspreken dat “met het bespreken van de 16 punten” alles definitief is afgerond, dan nog moet dit achteraf herzien kunnen worden als blijkt dat deze 16 punten op onjuiste of onvolledige informatie berusten…

ONDANKS al deze juridische haken en ogen, ondanks het geringe vertrouwen, ondanks de “onhandigheden” van dhr. [A] die veel pijn hebben gedaan en veel weerstand hebben opgewekt; ondanks dat alles ben en blijf ik bereid tot een gesprek, maar gezien de slechte ervaringen uit het verleden ben ik hier alleen maar toe bereid:

1)     Als dit op zéér korte termijn wordt geregeld; het proces wordt al meer dan een jaar getraineerd, dus verder uitstel is onacceptabel.

2)     Ik wil vooraf een absolute zekerheid dat dit ook echt het laatste gesprek is. Want alle toezeggingen uit het verleden bleken niets waard te zijn. Ik weet niet of het juridisch mogelijk is, maar alleen als er vooraf een ondertekende verklaring ligt van dhr. [A] én dhr. [Y] (als “getuige” c.q. inhoudsdeskundige) dat zij ervoor garant staan dat als alle punten zijn toegelicht en aan “goed boekhouderschap voldoen” deze zaken ook definitief worden afgerond en definitief door [D] in de administratie kunnen worden verwerkt en wij definitief van verdere experts en juristen worden gevrijwaard…. Dan zie ik een laatste mogelijkheid om er samen uit te komen.

3)     Tot slot: omdat ik het afgelopen jaar alleen maar pogingen heb gezien van dhr. [A] om onder zijn betalingsverplichting uit te komen (zelfs alle additionele toezeggingen die hij had gedaan om enkele kleine facturen te betalen, een privéschuld te voldoen of enkele facturen op te stellen en te verzenden) en hij alleen maar al zijn rekeningen structureel heeft betaald en al mijn rekeningen structureel NIET heeft betaald, vind ik een dergelijke inspanning (na al die vele uren van onzinnig overleg (omdat dhr. [A] achteraf weer alles herriep) al deze verloren kosten, tijd, zweet en moeite, maar vooral al deze negatieve emoties) alleen nog maar zinvol als dhr. [A] ook persoonlijk garant staat voor de betaling van het definitieve “verschil in het RC saldo”.

Want als ik over enkele weken toch moet gaan procederen om “dat te krijgen waar ik recht op heb”, dan kan ik dat eigenlijk net zo goed nu gaan doen. (ik zal de details in deze mail achterwege laten, maat ik heb in deze 16 punts lijst al vele concessies gedaan waar ik in een juridisch traject afstand van zal doen, deze concessies heb ik alleen maar gedaan “voor de lieve vrede” en om de snelheid er in te houden; mocht er géén snelheid zijn en géén definitieve toezegging omtrent de betalingsverplichting, dan is ieder verder gesprek wat mij betreft zinloos en zullen de specialisten verder moeten uitmaken wat nu “redelijk” of “correct” is….

Voor de goede orde: ik ben het volledig eens met het standpunt van [D]: de cijfers van 2011, 2012 en 2013 zijn meermaals zorgvuldig met dhr. [A] besproken, zowel onderling (met mij) alsook met dhr. [E] (indertijd onze boekhouder) en daarna nog eens met de specialisten van [D]. Dhr. [A] heeft twee bedrijfseconomische titels en mag geacht worden deze gesprekken al die jaren begrepen te hebben (en vervolgens voor akkoord ondertekend), dus vragen over die periode “vind ik eigenlijk al uit den boze”.

Hopende dat deze informatie in ieder geval enige verklaring geeft voor het standpunt van [D] en mijn voorstel.

Met vriendelijke groet, etc.”

2.6       In reactie hierop heeft betrokkene per e-mail van 2 juli 2015 klager uitgenodigd voor een gesprek onder vier ogen op zijn kantoor. Deze e-mail heeft betrokkene in cc naar [A] gestuurd. Klager heeft daarop, dezelfde dag, per e-mail betrokkene te verstaan gegeven geen vertrouwen te hebben in een dergelijk gesprek, behalve onder de door hem eerder gestelde voorwaarden. Ook heeft klager in deze e-mail opgenomen dat hij bereid is tot een korte kennismaking, de volgende dag in de loop van de middag.

2.7       Betrokkene heeft klager op 3 juli 2015 bericht het te betreuren dat klager niet bereid is om met hem een inhoudelijk gesprek over feiten aan te gaan. Betrokkene heeft laten weten niet aan de door klager gestelde voorwaarden te kunnen voldoen, omdat deze een bedreiging zouden vormen voor zijn objectiviteit. Tot slot heeft betrokkene in die e-mail te kennen gegeven die middag verhinderd te zijn.

2.8       Op deze reactie heeft klager op 3 juli 2015 geantwoord per e-mail, met onder meer de volgende passage:

‘Kortom: op alle fronten heeft een inhoudelijk gesprek geen enkele zin, tenzij dat “het probleem in een klap zou oplossen”.’

en:

‘Ik zie dan ook geen zinvolle redenen voor een inhoudelijk gesprek, nu de voorwaarden daarvoor door dhr. [A] zijn afgewezen.’ .

2.9       Enige tijd nadien heeft [A] namens [BV2] een opdracht tot het samenstellen van de jaarrekening aan betrokkene verstrekt. De opdracht is vastgelegd in de ondertekende opdrachtbevestiging van 11 september 2015. [A] heeft in dat najaar tevens aan betrokkene de opdracht verstrekt de jaarrekening van zijn persoonlijke vennootschap samen te stellen en zijn privé-aangiften te verzorgen.

2.10     Op 4 december 2015 heeft een algemene vergadering (hierna: AV) van [BV2] plaatsgevonden. Aanwezig waren [A] (voorzitter), klager (notulist), betrokkene en de heer [E] (als adviseur van klager). In deze AV is de door betrokkene samengestelde conceptjaarrekening 2014 besproken. In het verslag van de AV staat dat betrokkene daar heeft gezegd:

‘Het betreft conceptstukken die nog openstaan voor discussie; de uitgangspunten zijn afgeleid van beschikbare informatie maar nog niet met dhr. [X] besproken, dus kunnen deze cijfers nog wijzigen op basis van de visie van dhr. [X].’

2.11     Op 11 januari 2016 heeft klager namens zijn persoonlijke vennootschap een verzoekschrift strekkende tot faillietverklaring van [BV1] laten indienen, stellende dat zijn persoonlijke vennootschap een vordering van € 88.817,- ten gevolge van achterstallige managementfees op [BV1] heeft. Op [datum] is [BV1] failliet verklaard.

2.12     Met ingang van 20 oktober 2016 heeft klager door middel van zijn persoonlijke vennootschap de aandelen van [BV2] verworven. Per e-mail van 24 oktober 2016 heeft klager betrokkene hierover geïnformeerd en hem laten weten dat hij een onvolledige en onjuiste administratie heeft aangetroffen. Klager heeft betrokkene in die e-mail tevens een schikkingsvoorstel gedaan.

2.13     In reactie op dat schikkingsvoorstel heeft betrokkene per brief van 26 oktober 2016 klager bericht zijn e-mail van 20 oktober 2016 als een opzegging van de opdracht te beschouwen en, voor zover dit een onjuiste interpretatie mocht zijn, dat de opdracht per direct door hemzelf werd opgezegd.

2.14     Op 8 november 2016 heeft klager namens [BV2] een klacht bij de Klachtencommissie Nba tegen betrokkene ingediend. Die Klachtencommissie heeft op 26 april 2017 een beslissing op die klacht gegeven.

3.         De klacht

3.1       Betrokkene heeft volgens klager gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels.

3.2       Ten grondslag aan de klacht liggen, zoals blijkt uit het klaagschrift en de daarop door klager gegeven toelichting, de volgende verwijten:

a)     Betrokkene had de opdracht van [BV2] niet mogen aanvaarden of alsnog moeten teruggeven c.q. alsnog moeten crediteren.

b)     Betrokkene heeft nagelaten elders advies in te winnen om de informatie van [A] te verifiëren.

c)     Betrokkene is mede debet aan onnodige escalatie van het conflict tussen klager en [A] door [A] te adviseren eenzijdig de afspraken op te zeggen, niet te schikken, subjectiviteiten van [A] niet te verifiëren of hem hierop aan te spreken, [A]s visie te steunen, de opdracht niet terug te geven wegens ontbreken van objectiviteit.

d)     Betrokkene heeft ook blijk gegeven van een gebrek aan integriteit door subjectiviteiten van [A] niet te verifiëren.

e)     Betrokkene heeft gedurende het hele traject (bijna) nooit met klager gecommuniceerd om informatie te vragen of te verstrekken, noch heeft hij ooit een poging gedaan andere stakeholders van [BV2] te benaderen om beter zicht te krijgen op de feiten, de waarheid en de context. Hij sprak slechts met [A] en nam al diens uitspraken ongeverifieerd als waarheid over.

f)      Betrokkene heeft een gebrek aan objectiviteit getoond door tijdens en na de AV vast te houden aan de subjectieve visie van [A], ook in de formele (gedeponeerde) cijfers/jaarrekening van [BV2].

g)     Betrokkene is onzorgvuldig en niet integer geweest want de opgeleverde cijfers zijn in strijd met de feiten en daarnaast heeft betrokkene (op enkele e-mails na) totaal niet met klager gecommuniceerd, zulks terwijl hij vanwege de explosieve situatie jegens beide bestuurders een zorgvuldigheidsplicht had met betrekking tot de inhoud én het proces en wel in het bijzonder de communicatie.

h)     Betrokkene heeft zich “meermaals onprofessioneel gedragen”.

3.3       Wat door klager bij de mondelinge behandeling als nieuwe standpunten naar voren is gebracht, is door de Accountantskamer niet opgevat als nieuwe klachtonderdelen  (waarvan de inbreng op een dergelijk laat tijdstip overigens ook in strijd zou zijn met de beginselen van een behoorlijke procesorde) doch - voor zover het daartoe kan dienen - als een ondersteuning van de betwisting van het gestelde in de door/namens betrokkene gegeven weerspreking van de klacht.

4.         De gronden van de beslissing

Omtrent de klacht en het daartegen gevoerde verweer overweegt de Accountantskamer het volgende. 

4.1       Op grond van artikel 42 van de Wet op het accountantsberoep (hierna: Wab) is de accountant ten aanzien van zijn beroepsuitoefening onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens de Wab bepaalde en ter zake van enig ander handelen of nalaten in strijd met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep.

4.2       Het handelen en/of nalaten waarop de klacht betrekking heeft moet, nu dit plaats had ná 4 januari 2014, worden getoetst aan de sindsdien geldende Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

4.3       Daarbij stelt de Accountantskamer voorop dat het in een tuchtprocedure als de onderhavige in beginsel aan klager is om feiten en omstandigheden te stellen en - in geval van (gemotiveerde) betwisting - aannemelijk te maken, die tot het oordeel kunnen leiden dat de betrokken accountant tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

4.4.1    Bij klachtonderdeel a), inhoudende dat betrokkene de opdracht van [BV2] niet had mogen aanvaarden of alsnog had moeten teruggeven c.q. alsnog had moeten crediteren, heeft klager als toelichting - onder meer - het volgende aangevoerd.

Als binnen een organisatie 2 bestuurders een geschil hebben, zal een echte professional “nooit” de organisatie vertegenwoordigen, maar één van de 2 bestuurders. Betrokkene had de opdracht wél namens [BV3] kunnen accepteren, maar niet namens [BV2]. Juridisch gezien “mag” het, maar een echte professional zal dat zelden doen, zeker als een gerenommeerde collega de opdracht om “professionaliteitsredenen” heeft teruggegeven.

Als je in een dergelijk precaire situatie namens de B.V. optreedt, dien je extra alert te zijn, de objectiviteit “meer dan normaal” in de gaten te houden en zeer zorgvuldig met beide bestuurders te communiceren. Aldus het advies dat betrokkene vooraf van de Nba kreeg.

Het ontbreken van de objectiviteit is elders bewezen en ik heb [Y] vaker gemeld dat ik hem niet als accountant van [BV2] erken. Het totale gebrek aan communicatie is ook al aangetoond en de extra alertheid en zorgvuldigheid (integriteit/verificatie) was ook afwezig. Op basis van die conclusie had betrokkene de opdracht direct terug moeten geven.

4.4.2    Dit klachtonderdeel is, ook blijkens de toelichting erop, grotendeels gestoeld op het handelen en/of nalaten van betrokkene dat hem in de klachtonderdelen b) tot en met h) wordt verweten. En die klachtonderdelen komen er op hun beurt in de kern op neer dat betrokkene bij zijn samenstellingswerkzaamheden voor [BV2] geen, dan wel onvoldoende, contact met beide bestuurders van deze vennootschap heeft onderhouden en zich slechts heeft verlaten op de informatie die hem door één van beiden, in casu: [A], werd verstrekt, zulks in strijd met de voor betrokkene geldende gedrags- en beroepsregels. De Accountantskamer zal alle klachtonderdelen dan ook vanuit dit uitgangspunt benaderen en, na de weergave van de standpunten van partijen ten aanzien van de diverse klachtonderdelen, haar bijeengenomen oordeel dienaangaande geven.

4.5.1      Klachtonderdeel b), inhoudende dat betrokkene heeft nagelaten elders advies in te winnen om de informatie van [A] te verifiëren, is door klager toegelicht met de stellingen:

-        dat betrokkene meermaals zijn uiterste verbazing erover uitsprak dat een ander erkend lid van de Nba de opdracht had teruggegeven, maar dat hij géén enkele informatie heeft opgevraagd bij andere nauw betrokkenen. Bij klager en [accountantskantoor1] heeft hij één poging gedaan en het daarbij gelaten;

-        dat betrokkene zich volledig op de subjectieve meningen van [A] verliet, zonder deze te verifiëren c.q. [A] om bewijzen te vragen. 

4.5.2    Tegen dit klachtonderdeel is door betrokkene ‑ onder meer ‑ als verweer aangevoerd:

-        dat betrokkene contact heeft gezocht met klager en [accountantskantoor1], maar dat klager niet met betrokkene in gesprek wilde, althans voorwaarden verbond aan een dergelijk gesprek;

-        dat betrokkene daarop heeft besloten door te gaan met zijn werkzaamheden, met in het achterhoofd de wetenschap dat klager zich altijd nog over de conceptstukken zou kunnen uitlaten (hetgeen ook is gebeurd).

4.6.1    Klachtonderdeel c), inhoudende dat betrokkene mede debet is aan onnodige escalatie van het conflict tussen klager en [A], zulks door [A] te adviseren eenzijdig de afspraken op te zeggen, niet te schikken, subjectiviteiten van [A] niet te verifiëren of hem hierop aan te spreken, [A]s visie te steunen, de opdracht niet terug te geven wegens ontbreken van objectiviteit, is toegelicht met het volgende.

Een professional streeft in principe naar de-escalatie. [Y] heeft vele kansen gehad en ze allemaal geweigerd. [accountantskantoor1] wilde toelichten waarom hun cijfers correct waren, [Y] leek alleen geïnteresseerd in zijn eigen waarheid. [X] heeft schikkingen aangeboden en bereidheid tot gesprek getoond (mits dit concreet resultaat oplevert); [Y] kon/wilde daar niet aan voldoen. In plaats van te overleggen, i.p.v. mediation, i.p.v. schikken, bleef hij volharden in de extreme standpunten van [A] in niet mis te verstane taal. (…) Wellicht “omdat hij het allemaal beter wist”, wellicht uit financieel oogpunt; nergens in het hele proces is één poging tot de-escalatie waar te nemen. Terwijl veel momenten concreet tot verdere escalatie, irritatie, vertraging, onnodige kosten, faillissement en procedures bij NBA etc. hebben geleid. Hij had constructief met [accountantskantoor1], [X], [F] of [E] kunnen overleggen, i.p.v. de harde confrontatie te kiezen. Hij had [A] kunnen adviseren om in gesprek te gaan (i.p.v. volharden), hij had schikkingsvoorstellen (…) kunnen aanbevelen/accepteren, hij had derden kunnen raadplegen/inschakelen: niets van dat alles. Ook weigerde betrokkene om de cijfers te leveren toen advocaten van beide bestuurders daar om verzochten met verdere vertraging, irritatie en escalatie tot gevolg. Met een taalgebruik dat niet echt “de-escalerend’ genoemd kan worden. Én hij steunde [A] in het opnemen van posten in de administratie zonder wettelijke grondslag. En als een directeur meldt dat hij akkoord is gegaan met jaarcijfers/16 afspraken met een gerenommeerd accountantskantoor “waar hij zich later niet helemaal in kan vinden” dan kan hij melden dat het juridisch onhandig is om deze afspraken eenzijdig te verwerpen, dat het handiger is om “constructief in gesprek te gaan met [accountantskantoor1]/[X] in de hoop dat zij hem tegemoet willen komen”. Illustratief: er was volledige overeenstemming op 16 punten, vervolgens meldt betrokkene dat er op één punt een meningsverschil is. Dat worden er opeens 5 en later escaleert dat verder tot 15 punten.

4.6.2    Betrokkene heeft dit klachtonderdeel en de motivering daarvan weersproken met ‑ onder meer ‑ het volgende.

[Y] is helder geweest over zijn rol en de werkzaamheden die hij heeft uitgevoerd. [Y] heeft [A] niet gesteund en heeft geen positie ingenomen in het conflict tussen [X] en [A]. Daarmee is [Y] niet verantwoordelijk voor (de gang van zaken met betrekking tot) het conflict tussen [X] en [A]. De klachtencommissie van de Nba is het met [Y] eens.

4.7.1    Klachtonderdeel d) , inhoudende dat betrokkene ook blijk heeft gegeven van een gebrek aan integriteit door subjectiviteiten van [A] niet te verifieren, is door klager toegelicht met - onder meer - het volgende.

Ik heb [Y] meermaals expliciet gewezen op de onjuistheid van de gegevens van [A] (o.a. bijlage 11, verslag AV etc); enerzijds was er wél een wettelijke grondslag voor de “[accountantskantoor1] cijfers” ([A] had de concept jaarcijfers 2014 met 16 afspraken geaccordeerd), anderzijds was er totaal géén wettelijke grondslag voor de claims van [A]. (…) Het feit dat een gerenommeerd accountantskantoor sluitende cijfers heeft opgeleverd die door beide directeuren zijn geaccordeerd is voor een echte professional reden genoeg om “alternatieve feiten” terughoudend en kritisch te bekijken (en dubbel te controleren alvorens ze een formele status te geven); [Y] nam ze blindelings en ongecontroleerd over van [A] en presenteerde ze richting [accountantskantoor1], [X] en de buitenwereld als de waarheid. De basis van de 5 afwijkende standpunten (bijlage 9, blz. 2) ligt in een intern memo van [Y] (bijlage 13; bijlage 35 van [Y]). (…) Alles uit deze interne memo is subjectief (“[A] zegt”, “volgens [A]” etc.) en aantoonbaar nooit door [Y] geverifieerd. [A] vragen om bewijzen (stukken uit de administratie, bewijs van afstorting etc.) of derden raadplegen om e.e.a. te verifiëren (…) vond [Y] niet nodig. Dat [accountantskantoor1] (gerenommeerd collega) een ander standpunt innam, dat [Y] hier meermaals voor gewaarschuwd was en dat [Y] extra objectiviteit, alertheid en zorgvuldigheid had toegezegd brachten hier geen verandering in: op basis van deze ongeverifieerde subjectieve uitingen bleef [Y] hardnekkig volharden in “zijn gelijk”, zelfs nog tot ver na de AV: m.i. een voorbeeld van “niet professioneel gedrag”. Los hiervan is voorgaand punt ook volledig in strijd met de managementovereenkomst, waarin uitdrukkelijk en expliciet is vastgelegd dat alles 50-50 gedeeld wordt. (…) Daarnaast claimt [A]/[Y], dat er 3 facturen naar [G] gestuurd moeten worden op basis van “gemaakte afspraken” (bijlage 17); bij navraag verwijst [Y] hierbij naar één mail van [accountantskantoor1]. Zoals al vaker door mij opgemerkt: élke juridische grondslag ontbreekt. (…) Kortom: alle facturen berusten op afspraken die de wederpartij zélf heeft verworpen. (…) Samen met € 30.00,- extra fee van [A] zijn dit de enige relevante afwijkingen van de jaarrekening van [accountantskantoor1]; alle 4 niet geverifieerd, in strijd met de afspraken, niet integer en zonder wettelijke grondslag. Zoals vaker door mij en [accountantskantoor1] e.a. gemeld. Desondanks weigert [Y] dit te corrigeren in de jaarrekening en zijn deze onjuiste cijfers gedeponeerd bij de KvK. Ook het feit dat deze facturen bijna 2 jaar na dato worden verzonden (voor een organisatie die al jaren in zware liquiditeitsproblemen zit) toont al aan, dat de wettelijke grondslag hiervoor al langer ontbrak.

4.7.2    Betrokkene heeft dit klachtonderdeel en de motivering daarvan weersproken met ‑ onder meer ‑ het volgende.

[Y] is niet op uitlatingen van [A] afgegaan, maar heeft hier steeds ondersteunende informatie bij gezocht. Indien die informatie niet voorhanden was, heeft [Y] de visie van [A] niet gevolgd. Bovendien gold dat … betrokkene een concept zou voorleggen aan [X] en [A]: [X] zou dus nog minimaal een gelegenheid krijgen om zich over de bevindingen uit te laten. De klachtencommissie van de NBA is het met betrokkene eens.

4.8.1    Klachtonderdeel e) , inhoudende dat betrokkene gedurende het hele traject (bijna) nooit met klager heeft gecommuniceerd om informatie te vragen of te verstrekken, noch ooit een poging heeft gedaan andere stakeholders van [BV2] te benaderen om beter zicht te krijgen op de feiten, de waarheid en de context; dat hij slechts met [A] sprak en al diens uitspraken ongeverifieerd als waarheid overnam, is door klager toegelicht met het volgende.

[Y] kiest er bewust voor om de BV te vertegenwoordigen en niet [H]. Als hij ondanks de voorgeschiedenis en de waarschuwingen van [accountantskantoor1] en [X] slechts één poging doet om met [X] te praten en totaal niet communiceert met alle andere betrokkenen bij [BV2] dan is dat absoluut niet zorgvuldig of professioneel, maar ook kan de toegezegde objectiviteit en extra alertheid zo absoluut niet meer worden gewaarborgd én is er géén verificatie van de onwaarheden van [A] mogelijk, zodat ook de integriteit zwaar onder de maat blijft.

4.8.2    Betrokkene heeft dit klachtonderdeel en de motivering daarvan weersproken met ‑ onder meer ‑ het volgende.

Zoals in de korte reactie op klachtonderdeel b) al aangegeven, [Y] heeft contact gezocht met alle relevante betrokkenen. [X] weigerde ieder gesprek. Met [accountantskantoor1] heeft een passende collegiale overdracht plaatsgevonden. Van een gebrek aan communicatie was geen sprake.

4.9.1    Klachtonderdeel f) , inhoudende dat betrokkene een gebrek aan objectiviteit heeft getoond door tijdens en na de AV vast te houden aan de subjectieve visie van [A], ook in de formele (gedeponeerde) cijfers/jaarrekening van [BV2], is door klager toegelicht met het volgende.

Op vele plaatsen en manieren blijkt de subjectiviteit van [Y]: hij kende [A] al veel langer, mij niet. Hij deed al zaken met [A]/[H] (en privé) voordat hij de opdracht van [BV2] aanvaardde, hij communiceerde alleen met [A] en met niemand anders, nam alle subjectieve meningen van [A] over zonder bewijs of verificatie. Hij blijft de extreme en foute standpunten van [A] aanhouden (ook in de formele cijfers die hij de KvK zijn gedeponeerd) ondanks bewijzen die de onjuistheid aantonen. [X], [E], [F], [accountantskantoor1] en anderen wijzen [Y] meermaals op deze fouten, maar € 30.000,- in het voordeel van [A] en ca. € 100.000,- in het nadeel van [X] blijven onveranderd in de jaarrekening staan, ook na de A.v.A en tot 2017…. Veel subjectiever kan men toch niet zijn?

4.9.2    Betrokkene heeft dit klachtonderdeel en de motivering daarvan weersproken met ‑ onder meer ‑ het volgende.

[Y] was en is geen partij in het conflict tussen [X] en [A]. [Y] had ook geen mening over de uitkomsten, het ging [Y] om verwerking van de afspraken en opbrengsten.

4.10.1  Klachtonderdeel g) , inhoudende dat betrokkene onzorgvuldig en niet integer is geweest nu de opgeleverde cijfers in strijd zijn met de feiten en dat betrokkene daarnaast (op enkele e-mails na) totaal niet met klager heeft gecommuniceerd, zulks terwijl hij vanwege de explosieve situatie jegens beide bestuurder een zorgvuldigheidsplicht had met betrekking tot de inhoud én het proces en wel in het bijzonder de communicatie, is door klager toegelicht met het volgende.

De onzorgvuldigheid in product/dienst is al aangetoond: alle door [A] aangeleverde punten zijn zonder controle/verificatie “voor waar” in de definitieve cijfers opgenomen. Op basis van de feiten/bewijzen blijkt, dat deze weergave bijzonder onzorgvuldig kan worden genoemd (zeker nu blijkt, dat alle punten van [A] loodrecht op de feiten staan). De onzorgvuldigheid in het proces ligt in de communicatie: behalve [A] verder niemand geïnformeerd, nergens informatie ingewonnen, slechts één bron geraadpleegd en voor waar aangenomen; gerenommeerd kantoor ([accountantskantoor1]) niet serieus genomen, geen navolging op de waarschuwingen van [X], etc. Daarnaast is [Y] in zijn communicatie vrij extreem en star in zijn uitgangspunten, maar ook vrij arrogant in woordkeuze, toon en stellingname; (…) Ook de starre houding van betrokkene (nooit bereid tot constructief overleg/schikken, zijn waarheid is dé waarheid, altijd de confrontatie opzoeken; slikken of stikken”, alle andere partijen negeren) heeft uitsluitend tot verdere escalatie gezorgd, hetgeen voor alle betrokkenen (exclusief [Y]) de minst gewenste situatie was. Enige zorgvuldigheid in deze had kunnen leiden tot de-escalatie.

4.10.2  Betrokkene heeft dit klachtonderdeel en de motivering daarvan weersproken met ‑ onder meer ‑ het volgende.

Van onzorgvuldigheid was geen sprake. Betrokkene heeft juist uiterst prudent gehandeld, ook gelet op het conflict tussen [X] en [A]. De klachtencommissie is het hiermee eens.

4.11.1  Klachtonderdeel h), inhoudende dat betrokkene zich meermalen onprofessioneel heeft gedragen, is door klager - op de pagina’s 8 en 9 van het klaagschrift - uitgebreid toegelicht met een aantal voorbeelden, erop neerkomende:

-        dat betrokkene niet terstond met informatie/cijfers kwam als bij hem daarop was aangedrongen;

-        dat de declaraties van betrokkene allesbehalve professioneel zijn, want aan de hoge kant en onvoldoende gespecificeerd;

-        dat betrokkene bij de Klachtencommissie Nba niet alleen vertrouwelijke, maar ook onjuiste/ongeverifieerde informatie in zijn verweerschrift heeft opgenomen. 

4.11.2  Betrokkene heeft dit klachtonderdeel en de motivering daarvan weersproken door te stellen dat het verwijt ter zake van onprofessioneel gedrag er met de haren is bijgesleept en dat hiervoor geen enkele grondslag bestaat.

4.12     De Accountantskamer overweegt ten aanzien van de klacht zoals deze door haar is begrepen en hiervoor onder 4.4.2 omschreven, dat betrokkene, nadat hij in juni 2015 door [A] was benaderd om hem behulpzaam te zijn bij de ontvlechting van diens samenwerking met klager in [BV2], zich duidelijk in een wespennest had begeven. Uit de inhoud van de e-mail van 1 juli 2015 van klager aan betrokkene (hiervoor onder 2.5 weergegeven) is immers volstrekt duidelijk dat er tussen klager en [A] grote onenigheid bestond en wel over een groot aantal onderwerpen. Onder die omstandigheden had betrokkene zich, toen hij werd benaderd door [A] met het verzoek om de jaarrekening van [BV2] over 2014 samen te stellen, meteen moeten afvragen wat hem te doen stond en had hij zich, zoals is voorgeschreven in artikel 21 van de VGBA, de bedreigingen voor het door hem naleven van de fundamentele beginselen als bedoeld in de VGBA en de als waarborgen daartegen te nemen maatregelen moeten realiseren en beide schriftelijk moeten vastleggen. Een en ander was te meer noodzakelijk nu betrokkene zich eerder expliciet had gepresenteerd als adviseur van [A] en betrokkene had vernomen dat [accountantskantoor1] de aan  haar verstrekte opdracht had teruggegeven vanwege de onenigheid tussen [A] en klager. Nadat betrokkene was benaderd met het verzoek om de jaarrekening van [BV2] samen te stellen, heeft hij zich hierover, naar hij stelt, begin september 2015 telefonisch verstaan met de helpdesk van de Nba en toen te horen gekregen dat aanvaarding van de opdracht niet bezwaarlijk was, mits “de objectiviteit gewaarborgd bleef”. Dit diende aldus betrokkene, onder meer “plaats te vinden door het goed documenteren van alle informatie.”. De Accountantskamer stelt vast dat betrokkene het verloop van dit gesprek niet schriftelijk heeft vastgelegd en dat ook elke andere vastlegging van zowel bedreigingen voor de naleving van de fundamentele beginselen als van de als waarborgen daartegen genomen maatregelen, ontbreekt. Daarom moet worden geoordeeld dat betrokkene de verplichtingen die op grond van artikel 21 van de VGBA op hem rusten, niet heeft nageleefd. Als vastlegging zoals hiervoor bedoeld, kan niet gelden het stuk dat betrokkene aanduidt als “Aanvullende overwegingen opdrachtacceptatie” (productie 39 bij het verweerschrift), omdat hij daarin uitsluitend aandacht heeft besteed aan de vraag of aan [A] de bevoegdheid toekomt om de opdracht tot het samenstellen van de jaarrekening aan betrokkene te verstrekken.    

4.13     Het moge duidelijk zijn dat een accountant in de hiervoor geschetste omstandigheden vooral bedacht moet zijn op de naleving van het fundamentele beginsel van objectiviteit dat volgens artikel 11 van de VGBA inhoudt dat hij zich bij zijn overwegingen niet ongepast laat beïnvloeden. Opmerking verdient dat van handelen in strijd met dit beginsel (volgens vaste jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven) niet alleen aan de orde is indien wordt vastgesteld dat van een objectieve oordeelsvorming daadwerkelijk geen sprake is, maar ook indien een accountant zich heeft begeven in een situatie waarin zijn objectiviteit te zeer in het gedrang komt. Dit laatste geval doet zich in deze zaak voor. Daarmee is niet gezegd dat betrokkene de opdracht tot het samenstellen van de jaarrekening over 2014 van [BV2] niet had mogen accepteren. Wel kon van hem gevergd worden dat hij, voordat hij zich zette aan het samenstellen van de jaarrekening over 2014, klager in de gelegenheid had gesteld om zijn standpunten over de onderwerpen waarover onenigheid bestond, uiteen te zetten dan wel dat hij een conceptjaarrekening over 2014 aan klager had toegezonden, vergezeld van een brief met uitleg bij - en een verzoek om commentaar op dat concept. Betrokkene heeft het een noch het ander gedaan en het op de AV laten aankomen.

4.14     Het hiervoor vastgestelde nalaten van betrokkene moet worden aangemerkt als strijdig met niet alleen het fundamentele beginsel ‘objectiviteit’ als bedoeld in artikel 2 onder c van de VGBA, maar ook met dat van ‘vakbekwaamheid en zorgvuldigheid’ als bedoeld onder d van die bepaling, nu het immers bij de geschillen tussen klager en [A] ging om materiële posten in de jaarrekening. De klacht moet dan ook in zoverre gegrond worden verklaard.

4.15     Voor het overige dient de klacht als onvoldoende gesubstantieerd en/of als deugdelijk weersproken ongegrond te worden verklaard.

4.16     Nu de klacht (gedeeltelijk) gegrond moet worden verklaard, kan de Accountantskamer een tuchtrechtelijke maatregel opleggen. Bij de beslissing daarover houdt zij rekening met de aard en de ernst van het verzuim van de betrokkene en de omstandigheden waaronder dit zich heeft voorgedaan. De Accountantskamer acht in deze klachtzaak de maatregel van berisping passend en geboden. Daarbij heeft de Accountantskamer er mede op gelet dat betrokkene onvoldoende blijk heeft gegeven van inzicht in de tekortkomingen van zijn handelen. Anderzijds is meegewogen dat betrokkene niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld.

4.17      Op grond van al het hiervoor overwogene wordt als volgt beslist.

5.         Beslissing

De Accountantskamer:

·       verklaart de klacht gegrond in voege als hiervoor omschreven;

·       legt ter zake aan betrokkene de maatregel van berisping op;

·       verklaart de klacht voor het overige ongegrond;

·       verstaat dat de AFM en de voorzitter van de Nba na het onherroepelijk worden van deze uitspraak én de uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging door de voorzitter van de Accountantskamer, zorgen voor opname van deze tuchtrechtelijke maatregel in de registers, voor zover betrokkene daarin is of was ingeschreven;

·       verstaat dat, op grond van het bepaalde in artikel 23, derde lid Wtra, betrokkene het door klager betaalde griffierecht van € 70,-- (zeventig euro) aan klager vergoedt.

Aldus beslist door mr. M.J. van Lee, voorzitter, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. R.P. van Eerde (rechterlijke leden), mr. drs. J.B. Backhuijs RA en E.M. van der Velden AA (accountantsleden), in aanwezigheid van W. Welmers, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2018.

_________                                                                                          __________

secretaris                                                                                            voorzitter

Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________

Ingevolge artikel 43 Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld door middel van het indienen van een beroepschrift bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (adres: Postbus 20021, 2500 EA  Den Haag). Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en de gronden van het beroep te bevatten.