Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TACAKN:2016:64 Accountantskamer Zwolle 16/473 Wtra AK

ECLI: ECLI:NL:TACAKN:2016:64
Datum uitspraak: 01-08-2016
Datum publicatie: 01-08-2016
Zaaknummer(s): 16/473 Wtra AK
Onderwerp:
Beslissingen: Klacht gegrond met waarschuwing
Inhoudsindicatie:   Betrokkene heeft in de door hem opgestelde balans en winst- en verliesrekening van een vennootschap van zijn cliënt, een aan klaagster (die in een echtscheidingsprocedure met de client is verwikkeld) verstrekte lening opgenomen, slechts op aangeven van die cliënt en zonder klaagster hierover te informeren en/of te consulteren. Nadat hij vernomen dat de balans en de winst- en verliesrekening door zijn cliënt zonder zijn toestemming waren ingebracht in de echtscheidingsprocedure heeft betrokkene geen actie ondernomen. Strijd met vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Waarschuwing.  

ACCOUNTANTSKAMER

 

 

BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 16/473 Wtra AK van 1 augustus 2016 van

drs. X RA ,

wonende te [woonplaats],

K L A A G S T E R ,

raadsman: mr. M. de Boorder,

t e g e n

Y ,

accountant-administratieconsulent,

kantoorhoudende te [plaats],

B E T R O K K E N E .

1.         Het verloop van de procedure

1.1       De Accountantskamer heeft kennisgenomen van de in deze zaak gewisselde en aan partijen bekende stukken, waaronder:

-        het op 12 februari 2016 ingekomen klaagschrift van 11 februari 2016, met bijlagen;

-        het op 6 april 2016 ingekomen verweerschrift van 5 april 2016, met bijlagen;

-        een op 21 april 2016 ingekomen brief van de raadsman van klaagster van 20 april 2016, met als bijlagen een aantal nadere producties bij het klaagschrift.

1.2       De Accountantskamer heeft de klacht behandeld ter openbare zitting van 2 mei 2016 waar zijn verschenen ‑ aan de zijde van klaagster ‑ X RA in persoon, tot bijstand vergezeld van mr. M. de Boorder, advocaat te ’s-Gravenhage, en ‑ aan de zijde van betrokkene ‑ Y AA in persoon,

1.3       Klaagster en betrokkene hebben op deze zitting ‑ onder overlegging van pleitaantekeningen ‑ hun standpunten doen toelichten en/of toegelicht en geantwoord op vragen van de Accountantskamer.

2.         De vaststaande feiten

Op grond van de inhoud van de gedingstukken en aan de hand van het verhandelde ter zitting stelt de Accountantskamer het volgende vast.

2.1       Betrokkene staat sedert 17 mei 1999 als accountant-administratieconsulent ingeschreven in het register van de NOvAA (thans: van de Nba), laatstelijk als openbaar accountant. Hij is verbonden aan het kantoor Accountants en Adviseurs1 te [plaats].

2.2       Klaagster is sinds de zomer van 2013 verwikkeld in een echtscheidingsprocedure met [A] (hierna: [A]), met wie klaagster in gemeenschap van goederen is gehuwd.

2.3       Een belangrijk geschilpunt in de echtscheidingsprocedure wordt gevormd door de waardering van de (aandelen in de) besloten vennootschap [B]. Consulting B.V. (hierna: [B]), waarvan klaagster blijkens een bij de Kamer van Koophandel (KvK) op 15 augustus 2008 ingekomen formulier per 13 augustus 2008 als bestuurder en enig aandeelhouder werd ingeschreven. Blijkens een “Opgaveformulier betreffende toetreden bestuurder” van de KvK d.d. 15 juni 2010 is [A] per 13 augustus 2008 toegetreden als alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van [B]. Vanaf begin april 2012 is [A] de enige aandeelhouder en bestuurder van [B]. [A] is daarnaast verbonden aan een maatschap van medisch specialisten.

2.4       De jaarrekeningen over de boekjaren 2008 tot en met 2012 van [B] werden samengesteld door Administratiekantoor [C] te [plaats]. De door [A] in het kader van de echtscheiding ingeschakelde fiscalist, mr. [D] FB, heeft in de jaarrekeningen 2011 en 2012 van [B] onjuistheden geconstateerd.

2.5       Betrokkene is door [A] aangezocht als accountant, vooreerst om de aangifte vennootschapsbelasting 2012 voor [B] te verzorgen. Hij heeft daartoe in de loop van 2014 de door genoemde fiscalist geconstateerde onjuistheden onderzocht, een reconstructie gemaakt van de beginbalans per 1 januari 2012 en vervolgens een gewijzigde versie van de balans en de winst-en-verliesrekening 2012 van [B] opgesteld.

3.         De klacht

3.1       Betrokkene heeft volgens klaagster gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels.

3.2       Ten grondslag aan de door klaagster ingediende klacht liggen, zoals betrokkene blijkens diens verweerschrift heeft begrepen en ook de Accountantskamer uit het klaagschrift en de daarop door klaagster gegeven toelichting heeft begrepen, de volgende verwijten.

1)     De jaarrekeningen over 2012 en 2013 die betrokkene ten behoeve van [B] heeft opgesteld, bevatten grove fouten, te weten:

  1. de opgevoerde schuld in rekening-courant van [A] aan [B] van € 374.841,54;
  2. de aan klaagster verstrekte lening in verband met het appartementsrecht aan [adres] te [plaats] van € 274.894.

Deze schuldenlast dient te worden gecorrigeerd tot een bedrag van € 54.339,71, zijnde de dividendbelasting die over een rekening-courantschuld van € 217.358,83 is verschuldigd.

2)     Betrokkene had de wijzigingen ten opzichte van eerdere jaarrekeningen van [B] niet zonder toestemming van klaagster en buiten klaagster om mogen doorvoeren.

3)     De wijzigingen zijn onjuist en betrokkene weet dat. De jaarrekeningen zijn in opdracht van [A], de cliënt van betrokkene, gewijzigd met het oogmerk om [A] bij de lopende echtscheidingsprocedure te bevoordelen.

4)     De wijzigingen die de betrokkene heeft doorgevoerd zijn wettelijk niet toegestaan.

5)     Betrokkene is verantwoordelijk voor het feit dat er momenteel wordt geprocedeerd met onjuiste stukken.

3.3       Wat door of namens klaagster bij de mondelinge behandeling als nieuwe standpunten naar voren is gebracht, is door de Accountantskamer niet opgevat als nieuwe klachtonderdelen  (waarvan de inbreng op een dergelijk laat tijdstip overigens ook in strijd zou zijn met de beginselen van een behoorlijke procesorde) doch als een ondersteuning van de betwisting van het gestelde in de door betrokkene gegeven weerspreking van de klacht.

4.         De gronden van de beslissing

Omtrent de klacht en het daartegen gevoerde verweer overweegt de Accountantskamer het volgende. 

4.1       Op grond van artikel 42 van de Wet op het accountantsberoep (hierna: Wab) is de accountant ten aanzien van de uitoefening van zijn beroep onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens de Wab bepaalde en ter zake van enig ander handelen of nalaten in strijd met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep.

4.2       Het handelen en/of nalaten waarop de klacht betrekking heeft, moet, nu dit plaatshad ná 4 januari 2014 worden getoetst aan de sindsdien geldende Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

4.3       Daarbij stelt de Accountantskamer voorop dat het in een tuchtprocedure als de onderhavige in beginsel aan klaagster is om feiten en omstandigheden te stellen en - in geval van (gemotiveerde) betwisting - aannemelijk te maken, die tot het oordeel kunnen leiden dat de betrokken accountant tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

4.4       De klachtonderdelen 1) tot en met 4) lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

4.4.1    Tegenover het klachtonderdeel onder 1), inhoudende dat in de jaarrekeningen over 2012 en 2013, die betrokkene ten behoeve van [B] heeft opgesteld, foutief is opgenomen a) een opgevoerde schuld in rekening-courant van [A] aan [B] van € 374.841,54 en b) de lening in verband met het appartementsrecht aan [adres] te [plaats] van € 274.894,--, is door betrokkene in het verweerschrift, verwijzend naar de daarbij overgelegde producties, ‑ onder meer en zakelijk weergegeven (waarbij het woord cliënt door de Accountantskamer is vervangen door [A]) - aangevoerd:

Het opstellen van de jaarrekeningen door de heer [C] geschiedde in opdracht van klaagster en had haar instemming. Bovendien blijkt uit haar e-mailbericht van 10 februari 2014 aan mr. [D] dat zij zich bijzonder actief en op eigen wijze bemoeide met de totstandkoming van de jaarrekeningen (productie 4). Klaagster is zelf als register-accountant ingeschreven in het register van de Nba. Derhalve behoort, althans behoorde zij als bestuurder en aandeelhoudster te weten dat de door de heer [C] opgestelde jaarrekeningen niet juist waren. Ook is verzuimd om over de jaren 2008 tot en met 2011 de jaarrekeningen te publiceren bij de Kamer van Koophandel.

[A} heeft na het feitelijk uiteengaan van klaagster en [A] een nieuwe accountant gezocht. De eerste opdracht aan de accountant was het verzorgen van de aangifte Vpb 2012. (…)

Aan zowel klaagster als de heer [C] is herhaaldelijk verzocht de administratieve gegevens over de boekjaren 2008 tot en met 2012 aan te leveren (producties5,6 en 7).

Betrokkene heeft, gelet op de door hem geconstateerde verschillen in de jaarrekeningen 2011 en 2012, gekozen voor de volgende werkwijze:

-        De balansposten ultimo 2011, opgenomen in de ingediende en door de belastingdienst geaccepteerde aangifte VPB 2011 vormden het uitgangspunt voor de beginbalans 2012 in de aangifte VPB 2012;

-        Betrokkene was gedwongen om, ten gevolge van de geconstateerde verschillen zoals eerder genoemd, de bankmutaties vanaf 2008 tot en met 2011 te analyseren. Hieruit bleek dat de actiefposten op de balans, zoals goodwill, banksaldi, maatschapsaandeel en vorderingen dienden te worden gecorrigeerd ten opzichte van de ingediende aangifte VPB 2011. Als gevolg van deze reconstructie diende per saldo een bedrag van € 126.115 negatief te worden gecorrigeerd (productie8). In overleg met en na toestemming van [A] is dit bedrag ten laste gebracht van de rekening-courantverhouding tussen de vennootschap en hem. Met deze handelswijze werd bereikt dat het fiscaal vermogen per 1 januari 2012 ten opzichte van het vermogen per 31 december 2011 volgens de ingediende en geaccepteerde aangifte VPB 2011 ongewijzigd is gebleven.

-        Aan de hand van controleerbare gegevens (te weten de jaarrekening van de maatschap en de bankafschriften over het boekjaar 2012) zijn de balans en winst- en verliesrekening ten behoeve van de aangifte VPB 2012 opgesteld (productie9).

(…)

1.4 Klaagster stelt dat [A] een rekening-courantschuld van € 649.735,54 tot en met 2012 opvoert, hetgeen eigenlijk een schuld van € 54.339,71 aan dividendbelasting zou zijn bij een schuld in rekening-courant van € 217.358,83. Betrokkene merkt ter zake het volgende op:

a.      Volstrekt onduidelijk is waar klaagster de samenstelling van het bedrag € 649.735,54 aan ontleent. In de toelichting die klaagster daarbij heeft gegeven wordt dit niet onderbouwd.

b.      Uit de fiscale balans over 2012 blijkt dat er geen sprake is van een schuld van € 649.735,54 tot en met 2012. De rekening-courant verhouding per 31 december 2012  laat een vordering van cliënt op de vennootschap zien van € 57.589. Verder is sprake van een lening u/g van € 264.365 per 31 december 2012 in verband met het financieren van het appartementsrecht aan [adres] in [plaats].

c.      Klaagster stelt dat de schuld in rekening-courant kan worden weggeboekt door een dividenduitkering te doen. Over de uitkering is dividendbelasting verschuldigd. Door deze laatste af te dragen aan de belastingdienst zou de schuld in rekening-courant zijn verdwenen. Klaagster verzuimt zich te realiseren dat dit tot gevolg heeft dat de waarde van de aandelen van de vennootschap in dat geval ook lager zou worden. Er verdwijnt immers een vordering van de vennootschap op [A].

d.      Het nemen van een besluit tot dividenduitkering is voorbehouden aan de aandeelhouder van de vennootschap. Vanaf 5 april 2012 is [A] enig aandeelhouder en bestuurder van de vennootschap. [A] is derhalve als enige bevoegd om een dividendbesluit te nemen. Er is geen schriftelijk bewijs van een dividendbesluit. Zowel [A] als betrokkene zijn niet op de hoogte van een dergelijk besluit. Klaagster kan niet aantonen dat er een dividendbesluit is genomen.

en tegenover het klachtonderdeel onder 2), inhoudende dat betrokkene de wijzingen ten opzichte van eerdere jaarrekeningen van [B] niet zonder de toestemming van klaagster en buiten klaagster om had mogen doorvoeren:

Voor het verzorgen van de aangifte vennootschapsbelasting dan wel in het algemeen jaarrekeningen na de datum van 5 april 2012 is geen toestemming nodig van klaagster. Tevens is diverse malen contact gezocht met klaagster om informatie aangaande de vennootschap. (…)

[A] heeft betrokkene in het belang van de lopende echtscheidingsprocedure geen toestemming gegeven om met klaagster inhoudelijk over de financiële situatie in contact te treden.

en tegenover het klachtonderdeel onder 3), inhoudende dat betrokkene, wetende dat de wijzigingen onjuist waren, de jaarrekeningen in opdracht van [A] heeft gewijzigd met het oogmerk om [A] bij de lopende echtscheidingsprocedure te bevoordelen:

Uit de door klaagster geleverde toelichtingen blijkt niet dat de wijzigingen onjuist zijn en dat betrokkene hier weet van heeft. Onder verwijzing naar punt 1.4 c. dient hier herhaald te worden dat er geen bevoordeling heeft plaatsgevonden in het licht van de echtscheidingsprocedure. Daarnaast heeft betrokkene als eerste opdracht de balans en winst- en verliesrekening opgesteld als basis voor de aangifte vennootschapsbelasting 2012.

en tegenover het klachtonderdeel onder 4), inhoudende dat betrokkene wijzigingen heeft doorgevoerd die wettelijk niet zijn toegestaan, dat uit de door klaagster geleverde toelichtingen niet blijkt dat de wijzigingen wettelijk niet zijn toegestaan.

4.4.2    Namens klaagster is in reactie hierop ter zitting aan de hand van een pleitnota ‑ onder meer en zakelijk weergegeven (onder invoeging door de Accountantskamer van het woord “betrokkene” in plaats van de achternaam van betrokkene) ‑ het volgende betoogd.

In de jaarstukken van de B.V. over 2008, 2009, 2010 en 2011 komt geen RC-schuld van de heer [A] voor. Deze komt ook niet voor in de conceptjaarrekening van het jaar 2012. In het voorstel van de heer [D] van productie 2 komt ook geen RC-schuld van de heer [A] voor. De onroerende zaak [adres] is in 2013 als schuld ingevoerd. Betrokkene stelt zelf in productie 6 en 7 van zijn verweer dat hij geen onderliggende stukken heeft m.b.t. de geldlening [adres] en de rekeningcourantschuld. Terwijl betrokkene weet dat deze stukken nodig zijn voerde hij wijzigingen door zonder stukken. De juistheid en volledigheid van zijn handelen kan niet gegarandeerd worden. Betrokkene heeft nooit zelf aan klaagster om stukken gevraagd. Klaagster heeft wel contact opgenomen met betrokkene, maar die heeft inhoudelijk overleg geweigerd en antwoord laten geven door de echtscheidingsadvocaat van de heer [A]. Ook via die weg bleek geen inhoudelijk overleg mogelijk. Klaagster is het ook oneens met de manier waarop betrokkene haar heeft behandeld en weigert inhoudelijk contact met haar te hebben. Klaagster is immers belanghebbende.

(…)

Uit de echtscheidingsprocedure, te weten een processtuk van de man d.d. 3 maart 2016, komen de jaarrekeningen van betrokkene met betrekking tot 2012, 2013 en 2014 te voorschijn. Dan is er ineens een RC-schuld in 2013 van €92.861,- en in 2014 van €242.528,-. [adres] is nu een privélening van klaagster. De RC-schuld is helemaal niet onderbouwd en wordt betwist door klaagster. Klaagster heeft geen privélening gesloten ten aanzien van [adres], er is hier geen afspraak over en er bestaat geen overeenkomst. In 2013 is het maatschapsaandeel in de jaarrekening opgenomen, dit was eerder niet zo. Zonder enige toelichting en/of afrekening kan dit niet worden opgenomen. In het verweer legt betrokkene zijn werkwijze uit; enerzijds is door hem gekeken naar bankmutaties 2008/2011, anderzijds naar de Vpb. Deze werkwijze is fout, want als hij een wijziging wilt doorvoeren moet hij ook vanaf 2008 de Vpb nakijken. De rekening-courant zoals die door klaagster is opgesteld (zie klacht blz. 2 werkelijke schuld tot en met 2012, €217.345,83,--) komt overeen met de Vpb 2008 en 2009 en onderliggende documenten. De schuld die betrokkene vanaf 2012 heeft opgenomen in de jaarrekening is niet onderbouwd.

Betrokkene heeft niet gehandeld volgens de R.J. foutherstel 204. Hierin staat dat de rechtspersoon bij een fout herstel in de toelichting op de jaarrekening dient te vermelden dat er sprake is van een materiele fout, de aard en omvang van de fout dienen in de toelichting te worden vermeld. Daarnaast dienen de belanghebbenden te worden geïnformeerd over de wijziging.

Mevrouw X stelt dat betrokkene geen onafhankelijk positie inneemt, hij heeft geen controle uitgevoerd op het bestaan van de opgevoerde schulden en de achterliggende stukken (deze schulden en achterliggende schulden bestaan helemaal niet) en er zijn verzonnen posten opgevoerd. Ook is geweigerd te overleggen met klaagster en is er ondertussen samengewerkt met de echtscheidingsadvocaat van de heer [A], die gedragsrechtelijk niet eens onpartijdig mag zijn; de gedragsregels van advocaten schrijven partijdigheid voor.

Op basis van deze opgenomen niet bestaande schulden die betrokkene heeft goedgekeurd zegt de heer [A] via zijn echtscheidingsadvocaat dat hij geen draagkracht heeft en er wordt ook een onjuiste vermogensverdeling voorgesteld (…).

4.4.3    De Accountantskamer overweegt met betrekking tot de klachtonderdelen 1) tot en met 4) vooreerst dat klaagster de jaarrekeningen van [B] over 2012 en 2013 waarop haar klacht ziet, niet in het geding heeft gebracht. Betrokkene heeft de stukken die zijn vermeld in r.o. 2.4 als producties 8 en 9 aan het verweerschrift gehecht. De Accountantskamer gaat ervan uit (en betrokkene heeft dat kennelijk ook begrepen) dat de klacht op die stukken betrekking heeft, nu in die stukken een schuld in rekening-courant van [A] aan [B] en de lening in verband met het appartementsrecht zijn opgenomen. Naar het oordeel van de Accountantskamer heeft klaagster niet aannemelijk gemaakt op grond waarvan betrokkene niet zonder toestemming van klaagster en buiten haar om in de hiervoor bedoelde stukken gegevens heeft mogen opnemen die afwijken van gegevens die zijn verwerkt in de door [C] samengestelde jaarrekening van [B] over 2012, en al evenmin dat betrokkene , wetende dat de wijzigingen onjuist waren, die wijzigingen in opdracht van [A] heeft aangebracht met het oogmerk om [A] in de lopende echtscheidingsprocedure te bevoordelen. Klaagster heeft in het bijzonder niet aannemelijk gemaakt dat betrokkene haar nadere vragen had moeten stellen en/of dat hij onderliggende stukken bij haar had moeten opvragen. G elet op het hiervoor bij 4.3 overwogene zijn daarom k lachtonderdeel 2) in zoverre en klachtonderdeel 3) geheel ongegrond te achten.

4.4.4    Wat betreft de volgens klaagster opgevoerde schuld in rekening-courant van [A] aan [B] van (volgens klaagster) € 374.841,54 overweegt de Accountantskamer dat klaagster noch in het klaagschrift en de daarbij gevoegde stukken noch ter zitting duidelijk heeft gemaakt waaraan zij dit bedrag heeft ontleend en ook niet inzichtelijk heeft uiteengezet waarom het bedrag onjuist zou zijn. Klachtonderdeel 1) is daarom in zoverre ongegrond.

4.4.5    Onaanvaardbaar echter moet worden geacht dat betrokkene in de door hem opgestelde balans en winst- en verliesrekening over 2012 van [B] (productie 9 bij het verweerschrift) in verband met het appartementsrecht aan [adres] te [plaats] een aan klaagster verstrekte lening van € 274.894,-- heeft opgenomen, zulks ‑ naar hij ter zitting heeft verklaard ‑ slechts op aangeven van [A] en zonder klaagster hierover te informeren en/of te consulteren, ook niet toen hij kennis had genomen van de informatie die klaagster over deze lening heeft verstrekt in een e-mailbericht van 10 februari 2014 aan mr. [D] FB (productie 4 bij het verweerschrift). Uit dit bericht kan namelijk niet worden afgeleid dat [B] aan klaagster een lening heeft verstrekt. Hiermee heeft betrokkene gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 2 onder d van de VGBA en de klachtonderdelen 1) en 2) moeten in zoverre dan ook gegrond worden geacht. 

4.4.6    Betrokkene heeft ter zitting desgevraagd ook nog verklaard:

-        dat hij in de loop van 2014 van [A] heeft vernomen dat de balans en de winst- en verliesrekening van [B] over 2012, die door betrokkene zijn opgesteld, van de zijde van [A] waren ingebracht in de echtscheidingsprocedure met klaagster, zowel bij de voorlopige voorzieningen als in de hoofdzaak;

-        dat [A] daarvoor geen toestemming van betrokkene heeft gekregen, dat betrokkene jegens [A] niets heeft ondernomen vanwege dat gebruik van de stukken en ook de rechtbank en partijen niet heeft laten weten dat die stukken zonder zijn toestemming in de procedure waren overgelegd.

Gezien de inhoud van het stuk waarom het hier gaat, zijn de werkzaamheden die daaraan ten grondslag liggen, verricht ter uitvoering van een opdracht zoals bedoeld in standaard 4400 van de Nadere voorschriften controle en overige standaarden. Daarin is onder meer bepaald dat de uitkomst van de werkzaamheden uitsluitend is bestemd voor de partij met wie de werkzaamheden zijn overeengekomen. Daarvan uitgaande moet het achterwege laten door betrokkene van enige actie naar aanleiding van het zonder zijn toestemming inbrengen van het betreffende stuk in een gerechtelijke procedure hem tuchtrechtelijk worden aangerekend, omdat ook dit in strijd is met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 2 onder d van de VGBA. Klachtonderdeel 5) moet daarom in zoverre ook gegrond worden geacht.

4.5       Nu de klacht (gedeeltelijk) gegrond moet worden verklaard, kan de Accountantskamer een tuchtrechtelijke maatregel opleggen. Bij de beslissing daaromtrent houdt zij rekening met de aard en de ernst van de verzuimen van betrokkene en de omstandigheden waaronder deze zich hebben voorgedaan. De Accountantskamer acht in deze klachtzaak de maatregel van waarschuwing passend en geboden. Daarbij heeft de Accountantskamer in aanmerking genomen dat betrokkene, wetende dat zijn cliënt in een echtscheidingsprocedure met klaagster was verwikkeld, heeft nagelaten op de hiervoor genoemde punten de vereiste zorgvuldigheid te betrachten. Anderzijds is meegewogen dat betrokkene niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld.

4.6        Op grond van al het hiervoor overwogene wordt als volgt beslist.

5.         Beslissing

De Accountantskamer:

·       verklaart de klacht in de onderdelen 1), 2) en 5) gegrond in voege als hiervoor omschreven;

·       verklaart de klacht voor het overige ongegrond;

·       legt ter zake aan betrokkene de maatregel van waarschuwing op;

·       verstaat dat de AFM en de voorzitter van de Nba, na het onherroepelijk worden van deze uitspraak én de uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging door de voorzitter van de Accountantskamer, zorgen voor opname van deze tuchtrechtelijke maatregel in de registers, voor zover betrokkene daarin is of was ingeschreven;

·       verstaat dat betrokkene op grond van het bepaalde in artikel 23, derde lid Wtra het door klaagster betaalde griffierecht van € 70,-- (zeventig euro) aan haar vergoedt.

Aldus beslist door mr. M.J. van Lee, voorzitter, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. R.P. van Eerde (rechterlijke leden), A.M.H. Homminga AA en mr. drs. J.B. Backhuijs RA (leden-accountant), in aanwezigheid van W. Welmers, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2016.

_________                                                                                          __________

secretaris                                                                                           voorzitter

Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________

Ingevolge artikel 43 Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld door middel van het indienen van een beroepschrift bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (adres: Postbus 20021, 2500 EA  Den Haag). Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en de gronden van het beroep te bevatten.