ECLI:NL:TVVTPVV:2014:5 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0514

ECLI: ECLI:NL:TVVTPVV:2014:5
Datum uitspraak: 25-06-2014
Datum publicatie: 15-07-2014
Zaaknummer(s): TPVV0514
Onderwerp: Diergezondheid
Beslissingen: Geldboete
Inhoudsindicatie: 2 maal geen of onvoldoende bloedmonsters genomen en onderzocht ter controle op de aanwezigheid van de vesiculaire varkensziekte (SVD) en op de aanwezigheid van de Ziekte van Aujeszky (ZvA), in de periode 1 mei 2013 tot en met 31 augustus 2013 en de periode 1 september 2013 tot en met 31 december 2013. afzonderlijke verordeningen.   Terzake van een van de perioden is ter zitting door het Productschap aangegeven dat de overtreding in die periode minder ernstig was, aangezien slechts sprake was van het ontbreken van één bloedmonster, waar kennelijk wel 8 bloedmonsters zijn genomen. Daarom oordeelt het Tuchtgerecht dat het de overtreding in die periode niet zal aanrekenen. Voor de andere overtreding wordt een geldboete opgelegd; gelet op alle omstandigheden van het geval geheel voorwaardelijk.

Zaaknummer :

TPVV 05/2014

Betrokkene :

[bedrijfsnaam] B.V.

[adres]

Datum :

25 juni 2014

Gang van zaken :

De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD SVD-ZvA 1406, naar aanleiding van een administratieve inspectie op 5 en 6 februari 2014 door een controleur van CoMore met betrekking tot het bedrijf van betrokkene, dat deze uitoefent aan de [adres], dat op naam van [bedrijfsnaam] B.V. geregistreerd is onder [UBN].

Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, als bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 15 mei 2014 behandeld op zijn openbare zitting, gehouden te Amersfoort.

Ter zitting is verschenen de heer [betrokkene], geboren [1969] te [geboorteplaats], wonende aan de [adres] (hierna: betrokkene).

Voorts zijn ter zitting verschenen mevrouw ir. M. van Lent en de heer mr. R.B.R. Henke , beide namens het Productschap Vee en Vlees (PVV) en de heer H.G.M. Grolleman, namens CoMore.

Het Tuchtgerecht heeft op 25 juni 2014 uitspraak gedaan.

Verweten gedraging :

Geen of onvoldoende bloedmonsters genomen en onderzocht ter controle op de aanwezigheid van de vesiculaire varkensziekte en op de aanwezigheid van de Ziekte van Aujeszky, in de periode 1 mei 2013 tot en met 31 augustus 2013 en de periode 1 september 2013 tot en met 31 december 2013.

Verklaring van betrokkene :

In het berechtingsrapport heeft betrokkene onder meer verklaard, zakelijk weergegeven, dat er getapt is c.q. opdracht tot tappen is gegeven. In periode 2 is sprake van één bloedmonster (ZvA) te weinig, in totaal waren er toen 5 onderzocht van de 8 die genomen zijn. In periode 3 is opdracht gegeven tot het nemen van 8 monsters. Daarvan heeft betrokkene geen uitslagen. Er lijkt een fout te zitten bij Vion, dat wordt nog uitgezocht.

Ter zitting heeft betrokkene onder meer nog verklaard, zakelijk weergegeven:

“Ik doe geen zaken met Vion, ik doe zaken met Van Rooij. Het gaat eigenlijk altijd goed. Ik vind tappen aan de slachtlijn het beste voor het dierenwelzijn, anders moet je de dieren een keer extra pijn doen. Ik loop niet weg voor mijn verantwoordelijkheid.”

Bewijs en verwijtbaarheid :

Het Tuchtgerecht oordeelt dat op grond van hetgeen ter zitting is komen vast te staan dat op het bedrijf van betrokkene, dat geregistreerd is onder [UBN], de volgende gedraging heeft plaatsgevonden:

Het nalaten van bloedmonstername ten behoeve van onderzoek naar vesiculaire varkensziekte en de Ziekte van Aujeszky, in de periode 1 mei 2013 tot en met 31 augustus 2013 en de periode

1 september 2013 tot en met 31 december 2013.

Uit de schriftelijke verklaring blijkt, dat het Productschap van mening is dat er sprake is van vier overtredingen, tweemaal van de Verordening monitoring vesiculaire varkensziekte (PVV) 2009 (hierna: de Verordening SVD) en tweemaal van de Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky bij varkens (PVV) 2008 (hierna: de Verordening ZvA).

Het Tuchtgerecht is echter van oordeel dat er in de praktijk sprake is van twee keer geen bloed afnemen, waarbij de bloedmonsters voor verschillende controles worden gebruikt en dat er in dit geval dus sprake is van twee overtredingen, geen vier.

Dit levert op:

Tweemaal overtreding van artikel 2 lid 1 en 2 van de Verordening SVD en van artikel 3 lid 1 van de Verordening ZvA jo. artikel 1 van het Besluit monitoring Ziekte van Aujeszky bij varkens (PVV) 2008.

Motivering van tuchtrechtelijke maatregel :

Vanaf september 2009 wordt door het PVV nauwgezet de hand gehouden aan de monitoringsplicht voor vesiculaire varkensziekte (SVD) en de Ziekte van Aujeszky (ZvA).

In diverse publicaties van het PVV alsmede in de vakbladen is diverse malen aangegeven dat het PVV prioriteit zal geven aan de controle op de naleving van de desbetreffende verordeningen. Vanaf begin 2010 is het PVV handhavend gaan optreden.

Voor zowel SVD als de ZvA geldt dat de fase van de verplichte vaccinatie is gevolgd door de status van officieel ziekte-vrij zijn. Thans geldt een verbod op het houden van varkens die niet vrij zijn van SVD of drager zijn van het ZvA-virus, danwel gevaccineerd zijn tegen deze ziekten. Voor

het buitenland dient Nederland zichtbaar te kunnen maken dat het de status van ziekte-vrij zijn, verdient. Zonder monitoring kan de officiële ziekte-vrij status niet worden verkregen en behouden.

De verboden worden daarom ondersteund door een verplichting tot monitoring naar de aanwezigheid van voormelde dierziekten.

De exportbelangen voor de Nederlandse varkenshouderij en de daarvan afgeleide belangen voor de binnenlandse markt zijn dermate groot dat correcte naleving van de monitoringsplicht plaats dient te vinden, aldus valt op te maken uit de toelichting van de onderhavige Verordening.

De essentie van de regeling is, dat er – om het ziektebeeld goed in beeld te krijgen – gespreid over het jaar driemaal gemonitord moet worden. Ondernemers zijn soms van mening dat men bloedmonsters kan inhalen (van een vorige periode) of vooruitschuiven (naar een volgende periode). Het Tuchtgerecht benadrukt dat dit niet mogelijk is en dat men in zo’n geval, ondanks extra bloedmonsters in een periode, toch in overtreding is voor de periode(n) waarin niet gemonitord is.

Het Tuchtgerecht komt op basis van voormelde overwegingen tot het aanmerken van de overtreding als “zeer ernstig”, categorie A. Dit betekent dat het Tuchtgerecht in beginsel zal opleggen, een boete van € 1.000 per geconstateerde overtreding. Op het bedrijf van betrokkene, met [UBN]  zijn, zo is ter zitting vast komen te staan, twee overtredingen begaan van twee afzonderlijke verordeningen.

Nu terzake van de periode tussen 1 mei 2013 en 31 augustus 2013 ter zitting door het Productschap is aangegeven dat de overtreding in die periode minder ernstig was, aangezien slechts sprake was van het ontbreken van één bloedmonster, waar kennelijk wel 8 bloedmonsters zijn genomen, oordeelt het Tuchtgerecht dat het de overtreding in die periode niet zal aanrekenen.

Aan betrokkene wordt met betrekking tot de periode tussen 1 september 2013 en 31 december 2013 een geldboete opgelegd. Bij het bepalen van de strafmaat houdt het Tuchtgerecht rekening met de gemiddelde omvang van het bedrijf (met circa 900 zeugen) en met het feit dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Ook heeft het Tuchtgerecht de indruk gekregen – ter zitting ook door het Productschap benadrukt – dat betrokkene in het algemeen een consciëntieuze bedrijfsvoering heeft. Dit alles in overweging nemende leidt ertoe dat het Tuchtgerecht de geldboete geheel voorwaardelijk oplegt.

Gelet op het bovenstaande oordeelt het Tuchtgerecht dat aan betrokkene – gelet op artikel 5 van de Verordening SVD en artikel 10 lid 2 van de Verordening ZvA – de volgende tuchtrechtelijke maatregel wordt opgelegd:

Beslissing :

Een geldboete van € 1.000 (zegge: eenduizend euro) geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar .

Voorwaarde is dat binnen de proeftijd door betrokkene geen enkele bepaling van de Verordening SVD of van de Verordening ZvA mag worden overtreden.

Wordt aan de voorwaarde niet voldaan dan kan het Productschap aan het Tuchtgerecht verzoeken om de voorwaardelijke boete alsnog ten uitvoer te leggen.

De proeftijd gaat onmiddellijk in nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt.

Toepasselijke artikelen :

Naast de reeds vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees.

Samenstelling van het Tuchtgerecht :

De uitspraak is gedaan door mr. drs. J.Y.B. Jansen, voorzitter, en de heren B.J. Warmelink en mr. H.J. van Heusden, leden, in aanwezigheid van drs. A.M.P. Regout, secretaris.