ECLI:NL:TVVTPVV:2014:17 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV1914

ECLI: ECLI:NL:TVVTPVV:2014:17
Datum uitspraak: 24-11-2014
Datum publicatie: 27-11-2014
Zaaknummer(s): TPVV1914
Onderwerp: Diergezondheid
Beslissingen: Geldboete
Inhoudsindicatie: Betreft 2 overtredingen: geen dan wel onvoldoende bloedmonsters genomen en onderzocht ter controle op de aanwezigheid van de Vesiculaire varkensziekte (SVD) en op de aanwezigheid van de Ziekte van Aujeszky (ZvA) in de periode 1 mei 2013 tot en met 31 augustus 2013. Daarnaast hetzelfde met betrekking tot ZvA voor wat betreft de periode 1 januari 2014 tot en met 30 april 2014.   In verband met de (voorgenomen) opheffing van het PVV en overname van taken door het ministerie van Economische Zaken is bepaald dat de monitoring naar SVD op varkenshouderijen niet wordt aangemerkt als een publieke taak. Als gevolg daarvan is de monitoringstaak terzake SVD op varkenshouderijen met ingang van 1 januari 2014 geëindigd. De Verordening bestrijding ZvA bij varkens (PVV) 2008 blijft onverminderd van kracht. In deze zaak wordt een geldboete opgelegd, deels voorwaardelijk.

Zaaknummer :

TPVV 19/2014

Betrokkene :

[bedrijfsnaam]

[adres]

Datum :

24 november 2014

Gang van zaken :

De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD SVD-ZvA 1444, naar aanleiding van een administratieve inspectie op 11 juli 2014 door een controleur van CoMore met betrekking tot de locatie [adres], die op naam van [bedrijfsnaam] geregistreerd is onder [UBN].

Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, als bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 28 oktober 2014 behandeld op zijn openbare zitting, gehouden te Amersfoort.

Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen. Hij heeft bij fax van 22 oktober 2014 laten weten om hem moverende redenen niet aanwezig te zullen zijn bij de zitting. Er is verstek verleend.

Voorts zijn ter zitting verschenen mevrouw M. Makkinje namens het Productschap Vee en Vlees (PVV) en de heer H.G.M. Grolleman, namens CoMore.

Het Tuchtgerecht heeft op 24 november 2014 uitspraak gedaan.

Verweten gedraging :

Met betrekking tot de varkens bedrijfsmatig gehouden op het [UBN] zijn geen dan wel onvoldoende bloedmonsters genomen en onderzocht ter controle op de aanwezigheid van de Vesiculaire varkensziekte (hierna: SVD) en op de aanwezigheid van de Ziekte van Aujeszky (hierna: ZvA), in de periode 1 mei 2013 tot en met 31 augustus 2013. Daarnaast is voor wat betreft de periode 1 januari 2014 tot en met 30 april 2014 eenzelfde constatering gedaan met betrekking tot ZvA.

Verklaring van betrokkene :

In het berechtingsrapport heeft betrokkene onder meer verklaard, zakelijk weergegeven:

“Ik draai maar twee rondes per jaar. Ik wist niet dat er elke vier maanden getapt diende te worden. Ik dacht dat elke opgelegde ronde gecontroleerd moest worden. Ik heb in december 2013 bloed getapt. De laatste ronde is naar Duitsland gegaan. Hebben ze geen andere plek waar ze geld kunnen halen? Van brieven kan ik mij niets herinneren.”

Bewijs en verwijtbaarheid :

Het Tuchtgerecht oordeelt dat op grond van hetgeen ter zitting is komen vast te staan dat op het bedrijf dat geregistreerd is onder [UBN], de volgende gedragingen hebben plaatsgevonden:

Het nalaten van bloedmonstername ten behoeve van onderzoek naar SVD en ZvA, in de periode 1 mei 2013 tot en met 31 augustus 2013 en het nalaten van bloedmonstername ten behoeve van onderzoek naar ZvA in de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 april 2014.

Het Tuchtgerecht is van oordeel dat voor wat betreft het jaar 2013 er in de praktijk sprake is van één keer geen bloed afnemen, waarbij de bloedmonsters voor verschillende controles worden gebruikt en dat er in dit geval dus sprake is van één overtreding, geen twee. Sinds 2014 wordt niet meer gecontroleerd op SVD en wordt betrokkene dus alleen het niet-onderzoeken ten behoeve van ZvA verweten.

Dit levert op:

Eenmaal overtreding van artikel 2 lid 1 en 2 van de Verordening SVD en van artikel 3 lid 1 van de Verordening ZvA jo. artikel 1 van het Besluit monitoring ZvA bij varkens (PVV) 2008, alsmede eenmaal overtreding van artikel 3 lid 1 van de Verordening ZvA jo. artikel 1 van het Besluit monitoring ZvA bij varkens (PVV) 2008.

Motivering van tuchtrechtelijke maatregel :

Vanaf september 2009 is door het PVV nauwgezet de hand gehouden aan de monitoringsplicht voor SVD en ZvA. Vanaf begin 2010 is het PVV handhavend gaan optreden. Voor zowel SVD als de ZvA gold dat de fase van de verplichte vaccinatie is gevolgd door de status van officieel ziekte-vrij zijn.

Dit heeft geleid tot een verbod op het houden van varkens die niet vrij zijn van SVD of drager zijn van het ZvA-virus, danwel gevaccineerd zijn tegen deze ziekten. Voor het buitenland dient Nederland zichtbaar te kunnen maken dat het de status van ziekte-vrij zijn, verdient. Zonder monitoring kan de officiële ziekte-vrij status niet worden verkregen en behouden. De verboden zijn daarom ondersteund door een verplichting tot monitoring naar de aanwezigheid van voormelde dierziekten.

Het doel van de regelingen is, dat er - om de gezondheidstoestand van de varkens goed in beeld te krijgen - gespreid over het jaar driemaal gemonitord moet worden.

De exportbelangen voor de Nederlandse varkenshouderij en de daarvan afgeleide belangen voor de binnenlandse markt zijn dermate groot dat correcte naleving van de monitoringsplicht plaats dient te vinden, aldus valt op te maken uit de toelichting van de onderhavige Verordening.

In de praktijk bestaat hier en daar het misverstand dat het aantal bloedmonsters kan worden ingehaald (van een vorige periode) of vooruitgeschoven (naar een volgende periode) door extra bloedmonsters in eenzelfde periode te nemen. Het Tuchtgerecht benadrukt dat dit niet mogelijk is - simpelweg omdat het niet beantwoordt aan de verplichting om een gespreid beeld over het hele jaar te verkrijgen. Er dienen in iedere periode afzonderlijk voldoende bloedmonsters te worden genomen en geanalyseerd.

In verband met de (voorgenomen) opheffing van het PVV en overname van taken door het ministerie van Economische Zaken is bepaald dat de monitoring naar SVD op varkenshouderijen niet wordt aangemerkt als een publieke taak. Als gevolg daarvan is de monitoringstaak terzake SVD op varkenshouderijen met ingang van 1 januari 2014 geëindigd. De Verordening bestrijding ZvA bij varkens (PVV) 2008 blijft onverminderd van kracht.

Gelet op de door het Tuchtgerecht ontwikkelde richtsnoeren voor het opleggen van tuchtrechtelijke maatregelen, wordt de overtreding van de Verordeningen terzake SVD en ZvA als “zeer ernstig”, categorie A, aangemerkt. Dit betekent dat het Tuchtgerecht voor de periode waarin op beide Verordeningen werd gehandhaafd, in beginsel een boete van € 1.000 per geconstateerde overtreding wordt opgelegd. Voor de periode ná 1 januari 2014 wordt alleen nog de naleving van de Verordening ZvA gehandhaafd, waarvoor in beginsel een boete van € 500 per geconstateerde overtreding wordt opgelegd.

Op het bedrijf van betrokkene, met [UBN] zijn, zo is ter zitting vast komen te staan, twee overtredingen begaan: één in 2013 van twee afzonderlijke verordeningen en één in 2014 van de Verordening ZvA.

Ter zitting is het Productschap ingegaan op de eigen verklaring van betrokkene, dat hij maar twee rondes per jaar draait. De misvatting daarbij is, aldus het Productschap, dat varkenshouders soms denken dat als de dieren niet naar de slacht gaan, de ondernemer ook niet hoeft te tappen. Dat is een misvatting. De regel is dat men bij meer dan 30 dieren op het bedrijf verplicht is bloed te tappen, eenmaal per 4-maands periode, zo nodig (bij geen slacht) op het bedrijf zelf. In het geval van betrokkene is hij bijvoorbeeld, door het weer opleggen van varkens in augustus na een paar maanden leegstand, toch verplicht om ook voor het 2e trimester te controleren op Ziekte van Aujeszky.

Aan betrokkene zal een geldboete van de hierna nader te bepalen omvang worden opgelegd.

Bij het bepalen van de hoogte van de boete houdt het Tuchtgerecht rekening met het feit dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd en met de grootte van het bedrijf, een D-bedrijf met ca. 1.360 vleesvarkens en met het feit dat betrokkene maar twee rondes per jaar draait.

Gelet op het bovenstaande oordeelt het Tuchtgerecht dat aan betrokkene - gelet op artikel 5 van de Verordening SVD en artikel 10 lid 2 van de Verordening ZvA - de volgende tuchtrechtelijke maatregel wordt opgelegd:

Beslissing :

Een geldboete van € 750 (zegge: zevenhonderd vijftig euro), waarvan € 250 (zegge: tweehonderd vijftig euro) voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar .

Voorwaarde is dat binnen de proeftijd door betrokkene geen enkele bepaling inzake dierziekten mag worden overtreden. Wordt aan de voorwaarde niet voldaan dan kan de Minister van Economische Zaken (als rechtsopvolger van het Productschap) aan het Tuchtgerecht verzoeken om de voorwaardelijke boete alsnog ten uitvoer te leggen. De proeftijd gaat onmiddellijk in nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt.

Toepasselijke artikelen :

Naast de reeds vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees.

Samenstelling van het Tuchtgerecht :

De uitspraak is gedaan door mr. drs. J.Y.B. Jansen, voorzitter, en de heren mr. H.J. van Heusden en B.G.J. Gussinklo, leden, in aanwezigheid van drs. A.M.P. Regout, secretaris.