ECLI:NL:TVVTPVV:2014:15 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV1714
| ECLI: | ECLI:NL:TVVTPVV:2014:15 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 25-06-2014 |
| Datum publicatie: | 15-07-2014 |
| Zaaknummer(s): | TPVV1714 |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Geldboete |
| Inhoudsindicatie: | Betreft: 1. Het niet deelnemen aan het basismonitoringsprogramma van het Productschap of van een erkend kwaliteitssysteem inzake de monitoring kritische stoffen (MKS) bij kalveren; 2. Het afvoeren in het jaar 2013 tot en met heden van kalveren met bestemming slachterij of export, zonder dat deze zijn onderzocht op de afwezigheid van kritische stoffen; 3. Het nalaten van de verplichting zich aan te melden bij het Productschap voor registratie in het register monitoring kritische stoffen; 4. Het nalaten in het jaar 2013 van de verplichting tot jaarlijkse controle door een erkende controle-instantie op de naleving van de Verordening antibioticagebruik. Aan betrokkene is eerder een tuchtrechtelijke maatregel opgelegd. In zaak TPVV 10/2011 wenste de ondernemer duidelijkheid over de vraag of hij als kalverhouder in de zin van de Verordening diende te worden aangemerkt (proefprocedure). De uitspraak van het Tuchtgerecht is bekrachtigd is door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: CBb). Daarmee is duidelijk dat betrokkene onder de Verordening MKS valt en dus aan de verplichtingen dient te voldoen. De onderhavige zaak ziet wederom op MKS en ditmaal ook op antibiotica. Het Tuchtgerecht legt een geheel voorwaardelijke geldboete op. Er zijn overtredingen aan de orde, voor het grootste deel betrekking hebbend op het jaar 2013. Betrokkene heeft nagelaten een aantal verplichtingen uit te voeren, zolang hij wachtte op de uitspraak van het CBb; die kwam aan het eind van 2013. Als in 2014 niet aan de verplichtingen wordt voldaan, zullen de eerder opgelegde voorwaardelijke boetes alsnog ten uitvoer kunnen worden gelegd. |
Zaaknummer :
TPVV 17/2014
Betrokkene :
[bedrijfsnaam]
[adres]
Datum :
25 juni 2014
Gang van zaken :
De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD MKS 1418, naar aanleiding van administratieve inspecties op 11 april 2013, op 4 en 18 februari 2014 en op 13 maart 2014, door een controleur van CoMore met betrekking tot het bedrijf van betrokkene, gelegen aan [adres bedrijf], dat op naam van [bedrijfsnaam] geregistreerd is onder [UBN].
Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, als bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 15 mei 2014 behandeld op zijn openbare zitting, gehouden te Amersfoort.
Ter zitting is verschenen de heer [betrokkene], geboren [1957] [geboorteplaats], wonende aan de [adres].
Voorts zijn ter zitting verschenen de heer mr. R.B.R. Henke en de heer ir. H. Bekman, beide namens het Productschap Vee en Vlees (PVV) en de heer H.G.M. Grolleman, namens CoMore.
Behandeling van de zaak :
Ter zitting is gebleken dat op pagina 2 van de schriftelijke verklaring sprake is van een onjuist UBN. In de derde alinea is [UBN] vermeld. Uit het berechtingsrapport en uit de aanhef van de schriftelijke verklaring blijkt dat het gaat om [UBN]. Het Tuchtgerecht bepaalt dat het nummer op pagina 2 van de schriftelijke verklaring gewijzigd dient te worden gelezen, aangezien het voor betrokkene uit de context van de schriftelijke verklaring en de bijbehorende stukken duidelijk moet zijn geweest, welk UBN bedoeld is.
Het Tuchtgerecht heeft op 25 juni 2014 uitspraak gedaan.
Verweten gedragingen :
1. Het niet deelnemen aan het basismonitoringsprogramma van het Productschap of van een erkend kwaliteitssysteem inzake de monitoring kritische stoffen (MKS) bij kalveren;
2. Het afvoeren in het jaar 2013 tot en met heden van kalveren met bestemming slachterij of export, zonder dat deze zijn onderzocht op de afwezigheid van kritische stoffen;
3. Het nalaten van de verplichting zich aan te melden bij het Productschap voor registratie in het register monitoring kritische stoffen;
4. Het nalaten in het jaar 2013 van de verplichting tot jaarlijkse controle door een erkende controle-instantie op de naleving van de Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik kalversector (PVV) 2011 (hierna: de Verordening antibioticagebruik).
Verklaring van betrokkene :
In het berechtingsrapport zijn onder meer de volgende verklaringen van betrokkene opgenomen, zakelijk weergegeven:
Op 11 april 2013: “Er staan nu alleen nog dieren op [UBN]. Ik vind het jammer dat de beroepszaak bij het College van Beroep op 9 april 2013 niet is doorgegaan. (..) Ik wil weten waar ik aan toe ben en heb om die reden ook nog geen contact opgenomen met een controle-instantie voor de controle op de Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik kalversector (PVV) 2011. Ik heb geen geheimen en heb een laag antibioticaverbruik op het bedrijf. Mijn dierenarts meldt alle medicijnen in de databank.”
Op 4 februari 2014: “Nadat ik de brief van 3 december 2013 had ontvangen heb ik mij aangemeld bij SGS. (…) De heer [naam medewerker SGS] gaf aan dat hij niet goed wist wat hij met de aanmelding moest. Waar moeten de controlegegevens heen als het Productschap wordt opgeheven? Ik heb verder niets meer van hem vernomen. Het Bedrijfsgezondheidsplan en het Bedrijfsbehandelplan zijn opgemaakt (…). Het is dus niet zo dat ik niet gereageerd heb op de brief.”
Op 13 maart 2014: “Ik wil mij aanmelden bij SGS maar dan ook de rekeningen van uitgevoerde controles door SGS ontvangen en geen rekeningen van het productschap waarbij ik niet kan nagaan of dit de werkelijk gemaakte kosten zijn. (…) Ik heb er recht op om te weten waarvoor ik ga betalen.”
Ter zitting heeft betrokkene onder meer nog verklaard, zakelijk weergegeven:
“Het is voor mij niet vooral een kostenvraagstuk. Het gaat mij om de dwang om de sector één kant op te sturen. De kalversector is erop toegesneden om de Van Drie Groep te bedienen. SKV is ook alweer de Van Drie Groep. Wij als vrije jongens zijn daartegen. Ik heb geen problemen met de regelgeving; ik heb problemen met het gebrek aan transparantie. Niemand durft iets te zeggen, maar ik lig daar niet wakker van. Ik ben zwaar gecontroleerd door de NVWA en ik heb dus niets te verbergen. Die komen elke 2 weken, steeds als ik wil exporteren, dus kosten maak ik echt wel.”
Reactie Productschap :
Het Productschap haalt aan dat de uitspraak in de eerdere tuchtzaak, no. TPVV 10/2011, bekrachtigd is door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: CBb) bij uitspraak van 13 november 2013 in de zaak [AWB]. Daarmee is duidelijk dat betrokkene onder de Verordening MKS valt en dus aan de verplichtingen dient te voldoen.
De zaak van vandaag ziet wederom op MKS en nu ook op antibiotica. Alle bedrijven moeten in dat kader een bedrijfsbehandelplan en bedrijfsgezondheidsplan indienen. Daarnaast is er ook de verplichting tot jaarlijkse controle, op eigen kosten. Dat zijn de drie verplichtingen inzake antibiotica. Aan de laatste daarvan heeft betrokkene niet voldaan.
Bewijs en verwijtbaarheid :
Het Tuchtgerecht constateert op grond van de inhoud van het berechtingsrapport, de daarin opgenomen verklaring van betrokkene, en het verhandelde ter zitting, dat op het bedrijf van betrokkene, locatie [adres bedrijf], de navolgende gedragingen hebben plaats gevonden.
Uitgangspunt is dat betrokkene een kalverbedrijf heeft. Vast is komen te staan dat betrokkene niet heeft deelgenomen aan het basismonitoringsprogramma van het Productschap of van een erkend kwaliteitssysteem. Tevens is geconstateerd – en door betrokkene niet weersproken – dat in het jaar 2013 tot en met heden kalveren zijn afgevoerd met bestemming slachterij of export, zonder dat deze zijn onderzocht op de afwezigheid van kritische stoffen. Vast is voorts komen te staan dat betrokkene niet is aangemeld voor registratie in het register monitoring kritische stoffen. Tenslotte is vast komen te staan dat betrokkene in het jaar 2013 geen jaarlijkse controle door een erkende controle-instantie heeft laten verrichten op de naleving van de Verordening antibioticagebruik.
Dit levert op:
Overtreding van artikel 2 tweede en derde lid van de Verordening monitoring kritische stoffen bij kalveren (PVV) 2008 (hierna: de Verordening MKS);
Overtreding van artikel 3 eerste lid van de Verordening MKS;
Overtreding van artikel 6 van de Verordening MKS;
Overtreding van artikel 5, eerste lid, van de Verordening antibioticagebruik.
Motivering van tuchtrechtelijke maatregel(en) :
Uit tekst en toelichting van de Verordening MKS blijkt het navolgende:
- De monitoringsregeling, zoals vastgelegd in de Verordening MKS, is een intensieve controle op het voorkomen van kritische stoffen in kalveren en kalfsvlees en is bedoeld om het consumentenvertrouwen veilig te stellen;
- Het is een ondernemer of handelaar niet toegestaan kalveren in de handel te brengen, als deze kalveren niet aan de monitoring op kritische stoffen zijn onderworpen;
- Artikelen 5 en 6 betreffen de aanmeldingsplicht met betrekking tot registratie in het register monitoring kritische stoffen. In deze artikelen is de verplichte monitoringssystematiek vormgegeven;
- Bedrijven die niet aan een erkend kwaliteitssysteem deelnemen dienen zich bij het Productschap aan te melden in het kader van een monitoringsprogramma van het Productschap;
- Alle ondernemers, zowel deelnemers aan een erkend kwaliteitssysteem als deelnemers aan de basismonitoring, worden in het register van het Productschap ingeschreven. De afnemer van kalveren behoort zekerheid te kunnen inwinnen (via inzage) aangaande de monitoring kritische stoffen bij de hem geleverde dieren.
Betrokkene valt onder de werking van de Verordening MKS, zo heeft ook het CBb geoordeeld. Hij dient zich dus in te schrijven in het register van het Productschap en zich aan te melden bij een monitoringsprogramma. Indien en zolang hij hier niet aan voldoet, mag hij geen kalveren (zijnde runderen niet ouder dan twaalf maanden) aan- of afvoeren. Voor de geconstateerde overtredingen wordt een boete opgelegd.
De hoogte van de boete wordt beïnvloed door de mate van ernst van de overtreding. Omdat het niet naleven van de verplichtingen uit de verordening kan leiden tot imagoschade in Nederland en in andere afzetlanden of in het uiterste geval tot het op de markt brengen van vlees met kritische stoffen, acht het Tuchtgerecht de hoogste graad van ernst aan de orde en komt tot een standaard boete van € 750 per geconstateerde overtreding.
Er zijn drie overtredingen aan de orde. Het niet-monitoren en niet-registreren in het kader van de MKS en het afvoeren van niet-gemonitorde kalveren in 2013 tot heden, hangen naar het oordeel van het Tuchtgerecht met elkaar samen wegens het wachten op de uitspraak van het CBb, aangaande de twijfel van betrokkene of hij als kalverhouder in de zin van de Verordening diende te worden aangemerkt. Het Tuchtgerecht heeft begrip voor deze stellingname en beziet de drie MKS-overtredingen daarom als één overtreding.
Uit tekst en toelichting van de Verordening antibiotica blijkt het navolgende:
Het gebruik van antibiotica in de veehouderij is in de jaren tot en met 2009 toegenomen. De overdracht van resistente bacteriën uit de veehouderij naar de mens is een toenemende zorg van wetenschappers, maatschappij en veehouderij. Naarmate bacteriën resistent zijn tegen meer antibiotica zal de behandeling van zieke dieren en zo mogelijk van zieke mensen bemoeilijkt worden.
Vier veehouderijsectoren, gefaciliteerd door het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hebben afspraken gemaakt over de reductie van het gebruik van antibiotica in de veehouderijsectoren via een Convenant. De kalversector geeft invulling aan het Convenant door middel van het vastgestelde Masterplan selectief en correct gebruik van antibiotica kalverhouderij. Daaraan gekoppeld heeft het Productschap regelgeving vastgesteld inzake de registratie van antibioticagebruik door de ondernemers in de sector, gekoppeld aan voorschriften inzake het voeren van een bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan. De maatregelen bevorderen de productie en afzetmogelijkheid van de verschillende producten in de kalversector en dienen de voedselveiligheid.
Het Productschap draagt zodoende zorg voor transparantie van het gebruik van antibiotica in de sector en zorgt ook voor publieke rapportage en verantwoording. Er wordt gebruik gemaakt van de registratie in de databank van de deelnemers aan een bestaand erkend kwaliteitssysteem. De op de ondernemers drukkende verplichting tot jaarlijkse controle op de naleving benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer.
Door betrokkene is aangevoerd – en ter zitting is niet weersproken – dat zijn dierenarts alle medicijngebruik meldt aan de databank en dat betrokkene een Bedrijfsgezondheidsplan en een Bedrijfsbehandelplan heeft opgemaakt. Het Tuchtgerecht constateert dat betrokkene deze zaken klaarblijkelijk wel op orde heeft, maar zich niet laat controleren. Ook hier wachtte hij kennelijk op duidelijkheid van het CBb. Het niet-voldoen aan de jaarlijkste controle AB had weliswaar betrekking op een andere Verordening, maar hieraan lag dezelfde vraag ten grondslag. Als afgeleide van de uitspraaak van het CBb is sinds einde 2013 duidelijk, dat betrokkene als kalverhouder ook onder de werking van de Verordening AB valt. Hij dient zich dus aan deze regelgeving te houden. Er is een overtreding aan de orde; betrokkene heeft geen jaarlijkse controle door een erkende controle-instantie op de naleving van de Verordening AB laten uitvoeren. Hiervoor wordt een boete opgelegd.
De hoogte van de boete wordt beïnvloed door de mate van ernst van de overtreding. Omdat het niet naleven van de verordening, in casu de jaarlijkse controle, kan leiden tot imagoschade in Nederland en in andere afzetlanden of in het uiterste geval tot gevaar voor de dier- en volksgezondheid, acht het Tuchtgerecht ook hier de hoogste graad van ernst aan de orde. Op basis van voormelde overwegingen komt het tot een hoge standaardboete van
€ 750 per geconstateerde overtreding inzake het niet-uitvoeren dan wel niet-toelaten van de jaarlijkse controle.
Tenslotte wordt nog het volgende opgemerkt. Betrokkene heeft zich eind 2013 aangemeld bij SGS en heeft in februari 2014 opnieuw met SGS contact gehad. Tijdens de zitting is door het Productschap uiteen gezet, dat SGS een controle-instantie is, die echter niet de monitoring in het kader van de MKS kan uitvoeren. Met betrekking tot AB kan betrokkene zich wel tot SGS wenden. Voor de verplichtingen uit de Verordening MKS heeft een ondernemer twee keuzes: zich wenden tot een erkend kwaliteitssysteem of tot het Productschap.
Aan betrokkene is eerder een tuchtrechtelijke maatregel opgelegd. In zaak TPVV 10/2011 wenste de ondernemer duidelijkheid over de vraag of hij als kalverhouder in de zin van de Verordening diende te worden aangemerkt (proefprocedure). In dat licht legde het Tuchtgerecht de geldboete geheel voorwaardelijk op.
In lijn met die uitspraak legt Tuchtgerecht ook nu de geldboete geheel voorwaardelijk op. Er zijn overtredingen aan de orde, voor het grootste deel betrekking hebbend op het jaar 2013. Betrokkene heeft nagelaten een aantal verplichtingen uit te voeren, zolang hij wachtte op de uitspraak van het CBb. Die uitspraak kwam op 13 november 2013. Daarna heeft ondernemer naar oordeel van het Tuchtgerecht zijn goede wil getoond door zich aan te melden bij SGS. Dat dit niet de instantie is waarvoor hij terecht kan inzake de monitoring MKS is tijdens deze zitting afdoende helder geworden.
Het Tuchtgerecht tekent hierbij aan, dat voor wat betreft het jaar 2014 aan de genoemde verplichtingen dient te worden voldaan, op straffe waarvan eerder opgelegde voorwaardelijke boetes alsnog ten uitvoer kunnen worden gelegd.
Beslissing :
Gelet op het bovenstaande oordeelt het Tuchtgerecht dat aan betrokkene – gelet op artikel 14 van de Verordening MKS en artikel 7 van de Verordening antibioticagebruik – de volgende tuchtrechtelijke maatregel wordt opgelegd:
Een geldboete van € 1.500 (zegge: eenduizend vijfhonderd euro) geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar .
Voorwaarde is dat binnen de proeftijd door betrokkene geen enkele bepaling van de Verordening monitoring kritische stoffen bij kalveren (PVV) 2008 of van de Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik kalversector (PVV) 2011 mag worden overtreden.
Wordt aan de voorwaarde niet voldaan dan kan het Productschap aan het Tuchtgerecht verzoeken om de voorwaardelijke boete alsnog ten uitvoer te leggen.
De proeftijd gaat onmiddellijk in nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt.
Toepasselijke artikelen :
Naast de reeds vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees.
Samenstelling van het Tuchtgerecht :
De uitspraak is gedaan door mr. drs. J.Y.B. Jansen, voorzitter, en de heren B.J. Warmelink en mr. H.J. van Heusden, leden, in aanwezigheid van drs. A.M.P. Regout, secretaris.