ECLI:NL:TPETPVE:2014:6 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0414
| ECLI: | ECLI:NL:TPETPVE:2014:6 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-01-2014 |
| Datum publicatie: | 21-01-2014 |
| Zaaknummer(s): | TPPE0414 |
| Onderwerp: | Hygiënevoorschriften |
| Beslissingen: | Geldboete |
| Inhoudsindicatie: | Na afvoer van de stalkoppels op (donderdag) 17 januari 2013 zijn de drie stallen niet gereinigd en ontsmet voorafgaand aan de opzet van het volgende koppel op (dinsdag) 22 januari 2013. Het Tuchtgerecht constateert dat het drie maal is voorgekomen dat betrokkene in overtreding was, maar constateert dat het kennelijk een incident betreft. De feiten worden beoordeeld als één handeling, gelijktijdig voorgekomen in de drie stallen, als gevolg van het feit dat betrokkene klem zat door het geleverd krijgen van de nieuwe dieren, te snel nadat de vorige dieren waren afgevoerd. Er wordt één tuchtrechtelijke maatregel opgelegd. |
Zaaknummer:
TPPE 04/2014
Betrokkene:
[bedrijfsnaam]
[adres]
Datum:
21 januari 2014
Gang van zaken:
De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD HYG 1348, naar aanleiding van een telefonische inspectie door een controleur van Comore op 8 mei 2013. Deze inspectie had betrekking op de onderneming die wordt uitgeoefend op het bedrijf aan [adres], dat op naam van [bedrijfsnaam] is geregistreerd onder [Kipnummer PLV].
Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, zoals bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 21 januari 2014 behandeld op zijn openbare zitting, gehouden te Amersfoort.
Ter zitting is verschenen de heer [betrokkene], geboren [1968] te [geboorteplaats], wonende aan de [adres] (hierna: betrokkene).
Voorts zijn ter zitting verschenen de heer mr. R.B.R. Henke namens het PPE, en de heer
H.G.M. Grolleman namens CoMore.
Behandeling van de zaak:
Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van het Productschap aangegeven dat in de schriftelijke verklaring de verwijzing naar artikel 3 eerste lid van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 (hierna: de Verordening Hygiënemaatregelen) dient te worden geschrapt, aangezien betrokkene dieren houdt in de vleessector en niet in de legsector.
Het Tuchtgerecht heeft op 21 januari 2014 uitspraak gedaan.
Verweten gedraging:
Na afvoer van de stalkoppels op (donderdag) 17 januari 2013 zijn de drie stallen niet gereinigd en ontsmet voorafgaand aan de opzet van het volgende koppel op (dinsdag) 22 januari 2013.
Verklaring van betrokkene:
In het berechtingsrapport is onder meer de volgende verklaring van betrokkene opgenomen, zakelijk weergegeven:
“Het is juist dat de stallen na de vorige opfokronde niet gereinigd en ontsmet zijn. Op donderdag (..) zijn de laatste dieren weggegaan en op de dinsdag erna (..) moesten er alweer nieuwe kuikens in. Een en ander wordt allemaal geregeld door de Opfokorganisatie De Kuikenaer. Het kon volgens hen niet anders. (…) Er was onvoldoende tijd om de stallen schoon te spuiten en te ontsmetten. Bovendien zou er, indien er wel gereinigd en ontsmet was, bij het plaatsen van het volgende koppel kuikens, zo snel daarna, nog teveel vocht in de stallen aanwezig zijn.”
Ter zitting heeft betrokkene onder meer nog verklaard, zakelijk weergegeven:
“Ik doe dit nu tien jaar. Ik vind het prettig de stallen goed schoon te maken. Nu is het een keer mis gegaan. Ik weet inderdaad van tevoren, wanneer de kippen weggaan. Dan maak ik de stallen leeg en plan ik het spuitbedrijf in; die zijn dan twee dagen bezig. Maar als de opfokorganisatie dan zegt dat de nieuwe kippen er al in moeten…. Het lukte niet hen te zeggen dat zij de kuikens twee dagen later moesten leveren. Ik heb het er ook met de opfokorganisatie over gehad en zij weten dat ik hier nu zit.”
Bewijs en verwijtbaarheid:
Het Tuchtgerecht oordeelt dat op grond van de inhoud van het berechtingsrapport en de daarin opgenomen verklaring van betrokkene, ter zitting vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene, dat geregistreerd is bij het Productschap Pluimvee en Eieren onder [Kipnummer PLV], de volgende gedraging heeft plaatsgevonden:
Het niet reinigen en ontsmetten van de stallen voorafgaand aan de opzet van het volgende koppel, drie maal gepleegd.
Dit levert op:
3x overtreding van art. 3, tweede lid, van de Verordening Hygiënemaatregelen.
Motivering van de tuchtrechtelijke maatregel:
Bij de vorming van zijn oordeel neemt het Tuchtgerecht nota van de verklaring van de betrokkene blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD HYG 1348.
Op grond van het bovenstaande overweegt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, het volgende:
Voor de pluimveesector is een “Plan van Aanpak” opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, om de consument een betere bescherming te bieden tegen gezondheidsproblemen die mogelijk door deze besmettingen kunnen worden veroorzaakt. Er is nu een samenstel van maatregelen van kracht op grond van het bij of krachtens bepaalde in de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011. Om het met het Plan van Aanpak beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat een ieder zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen.
Onderdeel hiervan is het reinigen en ontsmetten van de stallen voorafgaand aan de opzet van het volgende koppel.
Het Tuchtgerecht constateert dat het op de [adres] drie maal is voorgekomen dat betrokkene in overtreding was, maar constateert dat het kennelijk een incident betreft. De feiten worden beoordeeld als één handeling, gelijktijdig voorgekomen in drie stallen, als gevolg van het feit dat betrokkene klem zat door het geleverd krijgen van de nieuwe dieren, te snel nadat de vorige dieren waren afgevoerd. Er wordt één tuchtrechtelijke maatregel opgelegd.
Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is rekening gehouden met het feit dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd en met het feit dat betrokkene een bedrijf van gemiddelde omvang heeft. Ter zitting heeft het Tuchtgerecht de indruk gekregen dat betrokkene in de regel een zorgvuldige bedrijfsvoering heeft. Betrokkene heeft ook gesproken met de kuikenbroederij om ervoor te zorgen dat te snelle levering in de toekomst niet weer zal gebeuren. Dit alles in aanmerking nemende legt het Tuchtgerecht de geldboete deels voorwaardelijk op.
Gelet op het bovenstaande legt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, betrokkene – ingevolge artikel 23, tweede lid, van de van de Verordening Hygiënemaatregelen – de volgende tuchtrechtelijke maatregel op:
Beslissing:
Een geldboete van € 500 (zegge: vijfhonderd euro), waarvan € 250 (zegge: tweehonderd vijftig euro) voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
Indien binnen deze periode door betrokkene niet aan de nader te noemen voorwaarde wordt voldaan, wordt – nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt – het voorwaardelijke deel van de boete alsnog ten uitvoer gelegd. De voorwaarde is, dat geen enkele bepaling van de Verordening Hygiënemaatregelen of van enige andere verordening over hygiënevoorschriften met betrekking tot de pluimveehouderij zal worden overtreden.
Toepasselijke artikelen:
Naast de al vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren.
Samenstelling van het Tuchtgerecht:
De uitspraak is gedaan door de heer mr. L.F.A. Husson, voorzitter en de heren mr. drs. J.Y.B. Jansen en mr. drs. H. Lommers, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.