ECLI:NL:TPETPVE:2014:23 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3814

ECLI: ECLI:NL:TPETPVE:2014:23
Datum uitspraak: 31-07-2014
Datum publicatie: 31-07-2014
Zaaknummer(s): TPPE3814
Onderwerp: Hygiënevoorschriften
Beslissingen: Geldboete
Inhoudsindicatie: Betreft het nalaten van stalonderzoek door een HOSOWO-instantie na constatering van een Salmonella Infantis besmetting, na reiniging en ontsmetting van de stal. Het Tuchtgerecht heeft begrip voor het feit dat de planning van betrokkene onderdeel is van de keten, waardoor hij niet zomaar met zijn planning kan schuiven. Echter, na constatering van een Salmonellabesmetting dient een reeks maatregelen te worden genomen. Als door een te krappe planning deze maatregelen niet (goed) uitgevoerd kunnen worden, is dat onderdeel van het ondernemersrisico. Op donderdag slachten en op dinsdag nieuwe kuikens in de stal is kennelijk te krap. Het is goed dat betrokkene er nu in ieder geval een dag aan heeft toegevoegd.

Zaaknummer :

TPPE 38/2014

Betrokkene :

[bedrijfsnaam]

[adres]

Datum :

31 juli 2014

Gang van zaken :

De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD HYG 1425, naar aanleiding van een administratieve inspectie door een controleur van CoMore op 5 mei 2014. Deze inspectie had betrekking op de onderneming die wordt uitgeoefend op het bedrijf aan de [adres], dat op naam van [bedrijfsnaam] is geregistreerd onder [KIP-nummer PLV].

Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, zoals bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 24 juni 2014 behandeld op zijn openbare zitting, gehouden te Amersfoort.

Ter zitting is verschenen de heer [betrokkene], geboren op [1983] te [geboorteplaats], wonende aan de [adres] (hierna: betrokkene).

Voorts zijn ter zitting verschenen de heer mr. R.B.R. Henke namens het PPE, en de heer H.G.M. Grolleman namens CoMore.

Van de zijde van het Tuchtgerecht waren ter zitting aanwezig de heer mr. L.F.A. Husson en de heer J. Bazuin. De heer P. Vingerling was onverwacht verhinderd. Met instemming van de aanwezigen ter zitting heeft de behandeling van de zaak plaatsgevonden zonder aanwezigheid van de heer Vingerling.

Het Tuchtgerecht heeft op 31 juli 2014 uitspraak gedaan.

Verweten gedraging :

Nadat op het bedrijf van betrokkene op 2 mei 2013 in stal 2 een besmetting met Salmonella Infantis was vastgesteld heeft er (na het afvoeren van het stalkoppel vleeskuikens en het vervolgens reinigen en ontsmetten van de stal) geen stalonderzoek plaatsgevonden door een erkende HOSOWO-instantie.

Verklaring van betrokkene :

Blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD HYG 1425 heeft betrokkene onder meer verklaard, zakelijk weergegeven:

“De stalonderzoeken naar Salmonella zijn door verschillende omstandigheden niet tijdig uitgevoerd. (…) De monsternemer was (..) op tweede Pinksterdag niet in de gelegenheid (..). De volgende keer (..) bleek hij ziek te zijn. (…) Ik ben erachter gekomen dat (het) waarschijnlijk te maken heeft met besmetting door wilde vogels die naar binnen komen bij het strooien van de stallen. (..) De straat buiten wordt nu tevens ontsmet. Ik heb er dus van alles aan gedaan om de besmetting weg te krijgen.”

Ter zitting heeft betrokkene onder meer nog verklaard, zakelijk weergegeven:

“Op donderdag gaan de kippen eruit. De dinsdag erna komen dan weer de nieuwe erin. Op maandag moest de controleur komen, maar die keer was het Pinksteren. Er zijn niet zoveel mensen die dat werk doen bij ons in het Noorden, en ik ben ook nogal trouw aan de mensen met wie ik werk. Dus ik ga niet zomaar een ander bellen. Toen heb ik een keuze gemaakt, dat had ik achteraf beter anders kunnen doen.

Ik heb me overigens ook maar aan de planningen te houden, bijvoorbeeld van de broederij. Even een dagje later de kippen erin kan niet. Mijn hele cyclus schuift dan ook een dag door en dat gaat niet. Ik heb verder een verantwoording naar mijn financiers, dat brengt een krappe planning mee. Ik neem er nu wel een dag meer voor.

Het vergeten onderzoek was absoluut niet mijn bedoeling, ik voel mij verantwoordelijk voor hoe het loopt.”

Bewijs en verwijtbaarheid :

Het Tuchtgerecht oordeelt dat op grond van de inhoud van het berechtingsrapport en de verklaring van betrokkene, ter zitting vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene, geregistreerd bij het Productschap Pluimvee en Eieren onder [KIP-nummer PLV], de volgende gedraging heeft plaatsgevonden:

Het nalaten van stalonderzoek door een HOSOWO-instantie na constatering van een Salmonella Infantis besmetting, na reiniging en ontsmetting van de stal.

Dit levert op:

Een overtreding van art. 14 lid 3 van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 (hierna: de Verordening), gelet op art. 1, onder 50 van de Verordening.

Motivering van tuchtrechtelijke maatregel(en) :

Bij de vorming van zijn oordeel neemt het Tuchtgerecht nota van de verklaring van de betrokkene blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD HYG 1425 en van de verklaringen ter zitting.

Op grond van het bovenstaande overweegt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, het volgende:

Voor de pluimveesector is een “Plan van Aanpak” opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, om de consument een betere bescherming te bieden tegen gezondheidsproblemen die mogelijk door deze besmettingen kunnen worden veroorzaakt. Er is nu een samenstel van maatregelen van kracht op grond van het bij of krachtens bepaalde in de Verordening. Om het met het Plan van Aanpak beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat een ieder zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen.

Het Tuchtgerecht stelt vast dat er na elke salmonellabesmetting moet worden gereinigd en ontsmet, en daarna gecontroleerd. Dat is staand beleid wat tot stand is gekomen binnen de sector. De overtreding wordt aangemerkt als ernstig. Er wordt een geldboete opgelegd.

Het Tuchtgerecht heeft begrip voor het feit dat de planning van betrokkene onderdeel is van de keten, waardoor hij niet zomaar met zijn planning kan schuiven. Echter, na constatering van een Salmonellabesmetting dient een reeks maatregelen te worden genomen. Als door een te krappe planning deze maatregelen niet (goed) uitgevoerd kunnen worden, is dat onderdeel van het ondernemersrisico. Op donderdag slachten en op dinsdag nieuwe kuikens in de stal is kennelijk te krap. Het is goed dat betrokkene er nu in ieder geval een dag aan heeft toegevoegd.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is tevens rekening gehouden met het feit dat betrokkene een bedrijf van grote omvang heeft en met het feit dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Het Tuchtgerecht heeft ter zitting de indruk gekregen dat betrokkene een consciëntieus ondernemer is. Dit alles in aanmerking nemende legt het Tuchtgerecht de boete deels voorwaardelijk op.

Gelet op het bovenstaande legt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, betrokkene – ingevolge artikel 23, tweede lid, van de Verordening – de volgende tuchtrechtelijke maatregel op:

Beslissing :

Een geldboete van € 1.125 (zegge: eenduizend honderdvijfentwintig euro), waarvan € 625 (zegge: zeshonderdvijfentwintig euro) voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar .

Voorwaarde is dat binnen de proeftijd door betrokkene geen enkele bepaling van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 of van enige andere verordening over hygiënevoorschriften met betrekking tot de pluimveehouderij mag worden overtreden.

Wordt aan de voorwaarde niet voldaan dan kan het Productschap aan het Tuchtgerecht verzoeken om de voorwaardelijke boete alsnog ten uitvoer te leggen.

De proeftijd gaat onmiddellijk in nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt.

Toepasselijke artikelen :

Naast de al vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren.

Samenstelling van het Tuchtgerecht :

De uitspraak is gedaan door de heer mr. L.F.A. Husson, voorzitter, en de heren J. Bazuin en P. Vingerling, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.