ECLI:NL:TPETPVE:2014:2 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4613

ECLI: ECLI:NL:TPETPVE:2014:2
Datum uitspraak: 18-03-2014
Datum publicatie: 17-04-2014
Zaaknummer(s): TPPE4613
Onderwerp:
  • Hygiënevoorschriften
  • Voedselveiligheid en kwaliteit
Beslissingen: Geldboete
Inhoudsindicatie: Drie overtredingen: in 2011 en 2012 niet op kosten van betrokkene door een erkende controle-instantie gecontroleerd op de naleving van de hygiënevoorschriften (Actieplan-controle). Tevens is in 2011 en in 2012 niet op kosten van betrokkene door een erkende controle-instantie gecontroleerd op de naleving van de Verordening antibioticaregistratie. Volgt een geldboete van € 1.000 (zegge: eenduizend euro), waarvan € 700 (zegge: zevenhonderd euro) voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Zaaknummer:

TPPE 46/2013

Betrokkene:

[bedrijfsnaam]

[adres]

Datum:

18 maart 2014

Gang van zaken:

De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD HYG 1364, naar aanleiding van een administratieve inspectie door een controleur van CoMore op 25 juni 2013. Deze inspectie had betrekking op de onderneming die wordt uitgeoefend op het bedrijf aan de [adres], dat op naam van [bedrijfsnaam] is geregistreerd onder [PLV].

Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, zoals bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 18 maart 2014 behandeld op zijn openbare zitting, gehouden te Amersfoort.

Ter zitting is verschenen de heer [betrokkene], geboren [1969] te [geboorteplaats] (hierna: betrokkene), wonende aan de [[adres].

Voorts zijn ter zitting verschenen de heer mr. R.B.R. Henke namens het PPE, en de heer H.G.M. Grolleman namens CoMore.

Het Tuchtgerecht heeft op 18 maart 2014 uitspraak gedaan.

Verweten gedraging:

Het pluimveebedrijf van betrokkene is in de jaren 2011 en 2012 niet op kosten van betrokkene door een erkende controle-instantie gecontroleerd op de naleving van de hygiënevoorschriften (Actieplan-controle). Tevens is in het jaar 2011 en 2012 niet op kosten van betrokkene door een erkende controle-instantie gecontroleerd op de naleving van de Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik pluimveesector (PPE) 2011 (hierna: Verordening antibioticaregistratie).

Verklaring van betrokkene:

In het berechtingsrapport is onder meer de volgende verklaring van betrokkene opgenomen, zakelijk weergegeven:

“Ik heb mij na ons eerste telefoongesprek gemeld bij CBD om mij aan te melden voor IKB. (…) Momenteel zitten er echter geen vleeskuikens in de stallen en in dat geval wordt er geen IKB-controle uitgevoerd. In 2013 hebben er drie rondes vleeskuikens in de stallen gezeten. (…) In het verleden ben ik wel aangesloten geweest bij IKB.”

Tijdens de zitting is door betrokkene onder meer nog aangegeven:

“Ik ben nu weer bij het IKB aangesloten. Ik laat u het certificaat zien, dat is van november 2013. Ik laat u ook het certificaat van het vleeskuikenbesluit zien. Door ziekte heb ik sinds 2009 veel werk uit handen moeten geven en achteraf bleek dat er niet altijd de juiste mensen op de juiste plek hebben gezeten. Ik had in die periode weinig kippen. Direct na controle van de heer Grolleman heb ik mij laten controleren en ben ik gecertificeerd. Het antibiotica-gebruik wordt volgens de voorschriften genoteerd. Ik heb me aan alle regels gehouden; ik heb het bedrijf alleen niet laten controleren. Dit zal niet weer gebeuren, ik geef dit niet meer uit handen.”

Bewijs en verwijtbaarheid:

Ten aanzien van het verwijt dat betrokkene geen Actieplancontrole heeft laten uitvoeren ,

oordeelt het Tuchtgerecht dat op grond van de inhoud van het berechtingsrapport met bijlagen en de daarin opgenomen verklaring van betrokkene, ter zitting vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene, dat geregistreerd is bij het Productschap Pluimvee en Eieren onder [PLV], de volgende gedragingen hebben plaatsgevonden:

Het nalaten in 2011 en 2012 van een jaarlijkse controle op de naleving van de hygiënevoorschriften door een erkende controle-instantie.

Dit levert op:

2x overtreding van artikel 21, lid 1, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 (hierna: Verordening hygiënemaatregelen).

Ten aanzien van het verwijt dat betrokkene geen controles op de naleving van de Verordening antibioticaregistratie heeft laten uitvoeren ,

oordeelt het Tuchtgerecht dat deze regelgeving – zo is ter zitting komen vast te staan – in 2011 nog niet werd gehandhaafd. Dit feit is betrokkene dus ten onrechte verweten;

oordeelt het Tuchtgerecht dat wat betreft het jaar 2012 op grond van de inhoud van het berechtingsrapport met bijlagen en de verklaring van de vertegenwoordiger van CoMore en de vertegenwoordiger van het Productschap ter zitting, voldoende vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene de volgende gedraging heeft plaatsgevonden:

Het nalaten in 2012 van een jaarlijkse controle op de naleving van Verordening antibioticaregistratie.

Dit levert op:

1x overtreding van artikel 5 van de Verordening antibioticaregistratie.

Motivering van de tuchtrechtelijke maatregel:

Bij de vorming van zijn oordeel ten aanzien van het nalaten van de Actieplancontrole en het nalaten van de controle op de antibioticaregistratie neemt het Tuchtgerecht nota van de verklaring van de betrokkene blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD HYG 1364 en van het verweer van betrokkene ter zitting.

Op grond van het bovenstaande overweegt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, het volgende:

Voor de pluimveesector is een “Plan van Aanpak” opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, om de consument een betere bescherming te bieden tegen gezondheidsproblemen die mogelijk door deze besmettingen kunnen worden veroorzaakt. Er is nu een samenstel van maatregelen van kracht op grond van het bij of krachtens bepaalde in de Verordening hygiënemaatregelen. Om het met het plan van aanpak beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat een ieder zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen.

De jaarlijkse controle maakt onder meer duidelijk of een ondernemer de verplichte monsternemingen en analyses met betrekking tot Salmonella en Campylobacter uitvoert dan wel laat uitvoeren.

Ten aanzien van het antibioticagebruik in de pluimveesector is een stelsel van maatregelen getroffen, neergelegd in de Verordening antibioticaregistratie uit 2011, gericht op het correct gebruik van antibiotica en op termijn verlaging van de ontwikkeling van antibioticaresistentie. Door de registratie van antibiotica in een centrale databank kan er onder meer voor worden zorggedragen dat er monitoring van het gebruik van antibiotica is en dat daarover rapportages kunnen worden opgesteld. Naast de verplichting tot registratie (en rapportage) is er ook sprake van een verplichting tot jaarlijkse controle. Deze komt voor rekening van de ondernemer en benadrukt – aldus de toelichting van de Verordening – de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer.

De jaarlijkse controle maakt onder meer duidelijk of de gegevens zoals vastgelegd in de databank overeenkomen met de werkelijkheid, of er sprake is van deelname aan een erkend kwaliteitssysteem en of er een actueel bedrijfsbehandelplan en bedrijfsgezondheidsplan aanwezig zijn.

Pluimveebedrijven hebben eind 2011 en begin 2012 brieven ontvangen van het Productschap over de nieuwe regelgeving. Ook is de informatie op de site van het Productschap geplaatst. Het Tuchtgerecht oordeelt dat het Productschap ruime aandacht heeft besteed aan de bekendmaking van de antibioticaregelgeving, zowel individueel naar bedrijven toe als naar de sector als geheel. In 2011 is voor het eerst gecontroleerd en in 2012 voor het eerst gehandhaafd.

Het Tuchtgerecht komt tot de slotsom dat betrokkene de controle met betrekking tot de naleving van hygiënevoorschriften in 2011 en in 2012 niet heeft laten uitvoeren. Hetzelfde concludeert het Tuchtgerecht ten aanzien van de controle met betrekking tot de naleving van de Verordening antibioticaregistratie in 2012. Betrokkene wordt daarom het nalaten van deze controles aangerekend, waarvoor een tuchtrechtelijke maatregel wordt opgelegd.

Bij het vaststellen van de hoogte van de boete overweegt het Tuchtgerecht als volgt. In 2012 zijn twee verschillende normen door het nalaten van dezelfde handeling overtreden. Beide overtredingen hadden met één bedrijfsbezoek voorkomen kunnen worden; betrokkene heeft éénmaal nagelaten een afspraak voor beide controles te maken. Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is tevens rekening gehouden met het feit dat betrokkene een bedrijf van gemiddelde omvang heeft, met het feit dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd en met de bijzondere omstandigheden van het geval. Tenslotte heeft betrokkene ter zitting voldoende duidelijk gemaakt dat hij maatregelen heeft genomen om herhaling in de toekomst te voorkomen. Dit alles in aanmerking genomen legt het Tuchtgerecht een groter deel van de boete voorwaardelijk op.

Gelet op het bovenstaande legt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, betrokkene – ingevolge artikel 23 van de Verordening hygiënemaatregelen en ingevolge artikel 7 van de Verordening antibioticaregistratie – de volgende tuchtrechtelijke maatregel op:

Beslissing:

Een geldboete van € 1.000 (zegge: eenduizend euro), waarvan € 700 (zegge: zevenhonderd euro) voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Indien binnen deze periode door betrokkene niet aan de voorwaarde wordt voldaan, wordt – nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt – het voorwaardelijke deel van de boete alsnog ten uitvoer gelegd. De voorwaarde is, dat geen enkele bepaling van de Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik pluimveesector (PPE) 2011 of van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 of van enige andere verordening over hygiënevoorschriften met betrekking tot de pluimveehouderij mag worden overtreden.

Toepasselijke artikelen:

Naast de al vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren.

Samenstelling van het Tuchtgerecht:

De uitspraak is gedaan door de heer mr. L.F.A. Husson, voorzitter, en mevrouw mr. W.N. Everts en de heer drs. T.S. de Vries, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.