ECLI:NL:TPETPVE:2014:17 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2914

ECLI: ECLI:NL:TPETPVE:2014:17
Datum uitspraak: 18-03-2014
Datum publicatie: 18-03-2014
Zaaknummer(s): TPPE2914
Onderwerp: Hygiënevoorschriften
Beslissingen: Geldboete
Inhoudsindicatie: Op het pluimveebedrijf van betrokkene is het voorgeschreven Salmonellaonderzoek drie maal te laat uitgevoerd. Betrokkene voert aan dat het op zijn bedrijf, waar ook bloembollen worden geteeld, vaak druk is en dat de monstername voor Salmonella bij de kippen in de chaos wel eens te vroeg of te laat gebeurt. Het Tuchtgerecht oordeelt dat het van groot belang is dat de onderzoeken binnen de daarvoor bepaalde tijd worden uitgevoerd en onderstreept daarbij het belang van discipline en verantwoordelijkheid van de ondernemer. Het tijdig nemen van de Salmonellamonsters is onderdeel van de normale bedrijfsvoering, met name gezien het belang een mogelijke salmonellabesmetting zo spoedig mogelijk te kunnen constateren.

Zaaknummer:

TPPE 29/2014

Betrokkene:

[bedrijfsnaam]

[adres]

Datum:

18 maart 2014

Gang van zaken:

De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD HYG 1389, naar aanleiding van een administratieve inspectie door een controleur van het CBD op 30 juli 2013. Deze inspectie had betrekking op de onderneming die wordt uitgeoefend op het bedrijf aan de [adres], dat op naam van [bedrijfsnaam] is geregistreerd onder [Kipnummer PLV].

Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, zoals bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 18 maart 2014 behandeld op zijn openbare zitting, gehouden te Amersfoort.

Ter zitting is verschenen de heer [betrokkene], geboren [1956] te [geboorteplaats], wonende aan de [adres] (hierna: betrokkene).

Voorts zijn ter zitting verschenen de heer mr. R.B.R. Henke namens het PPE, en de heer H.G.M. Grolleman namens CoMore.

Het Tuchtgerecht heeft op 18 maart 2014 uitspraak gedaan.

Verweten gedraging:

Voorgeschreven is dat een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels wordt verricht voor de eerste keer op een leeftijd (van de leghennen) tussen 22 en 26 weken en vervolgens ten minste één maal per iedere 15 weken. Dit is op het pluimveebedrijf van betrokkene drie maal te laat uitgevoerd.

Verklaring van betrokkene:

In het berechtingsrapport is onder meer de volgende verklaring van betrokkene opgenomen, zakelijk weergegeven:

“Ik kan mij herinneren dat er een keer een monstername is zoekgeraakt. De monsters worden via Plantema verzonden en volgens mij is daar iets fout gegaan. In het voorjaar en in het najaar gaat het vanwege de drukte met de bloembollen wel eens fout. Het schiet er dan gewoon bij in. Het is geen opzet.”

Ter zitting heeft betrokkene onder meer nog verklaard, zakelijk weergegeven:

“De eerste monstername ging via de eierhandel. Dat was te vroeg. Toen ik dat hoorde, heb ik alsnog twee keer een monster gemaakt en opgestuurd. Plantema wist niet wat ermee gebeurd was. Nu doe ik het via de GD. Ik heb het op de kalender gezet, elke 15 weken. Toen een keer een uitslag niet is gekomen, was het op mijn kalender een chaos. Begin oktober begint het bollen rooien, en aardappels, en bietjes. Dan is het druk op het bedrijf. En ik controleer de uitkomsten van de Salmonella niet. Het houdt voor mij bij de monstername op. Dus op 24 december was ik weer veel te vroeg. Nu gaat de KBBL de schoentjes opsturen op het moment dat er monsters genomen moeten worden. Ik hoop dat het dan beter gaat. Ik wil toe naar een systeem dat het automatisch goed gaat. Een berisping is wel terecht en daar kan ik niets meer aan veranderen.”

Bewijs en verwijtbaarheid:

Het Tuchtgerecht oordeelt dat op grond van de inhoud van het berechtingsrapport en de daarin opgenomen verklaring van betrokkene, ter zitting vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene, dat geregistreerd is bij het Productschap Pluimvee en Eieren onder [Kipnummer PLV], de volgende gedraging heeft plaatsgevonden:

Het niet binnen de voorgeschreven termijnen zorgdragen voor het onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels, drie maal gepleegd.

Dit levert op:

3x overtreding van artikel 10, eerste lid, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 jo. artikel 4, eerste lid, van het Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2011.

Motivering van de tuchtrechtelijke maatregel:

Bij de vorming van zijn oordeel neemt het Tuchtgerecht nota van de verklaringen van de betrokkene, blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD HYG 1389 en ter zitting.

Op grond van het bovenstaande overweegt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, het volgende:

Voor de pluimveesector is een “Plan van Aanpak” opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, om de consument een betere bescherming te bieden tegen gezondheidsproblemen die mogelijk door deze besmettingen kunnen worden veroorzaakt. Er is nu een samenstel van maatregelen van kracht op grond van het bij of krachtens bepaalde in de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011. Om het met het Plan van Aanpak beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat een ieder zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen.

Onderdeel hiervan is de monitoring van de salmonellastatus van het koppel gedurende de legperiode. Het is immers van het grootste belang om, als een salmonellabesmetting zich voordoet, deze zo spoedig mogelijk te constateren. Daarom is een schema afgesproken, vastgelegd in de regelgeving. Hoe meer van dat schema wordt afgeweken, hoe minder zicht er is op de salmonellastatus van de dieren. Tegen die achtergrond bezien heeft het Tuchtgerecht geoordeeld dat hoe langer de periode van overschrijding is, des te ernstiger ook de overtreding is. Dit vertaalt zich in de hoogte van de op te leggen geldboete.

Ondernemers in de sector zijn soms van mening dat een kleine overschrijding van de termijn niet zo belangrijk is. Het Tuchtgerecht benadrukt dat het uitgangspunt van de regeling is, dat de eerste monstername plaatsvindt op een leeftijd van 24 weken. Er is in de regeling voor de ondernemer een marge ingebouwd van 2 weken tijd voor en 2 weken tijd na dit ijkpunt van 24 weken om uitvoering te geven aan de monstername. Kortom: de ondernemer heeft hiervoor 4 weken de tijd. Vindt de monstername daarvoor of daarna plaats, dan is de ondernemer in overtreding.

Betrokkene voert aan dat het op zijn bedrijf, waar ook bloembollen worden geteeld, vaak druk is en dat de monstername voor Salmonella bij de kippen in de chaos wel eens te vroeg of te laat gebeurt. Het Tuchtgerecht oordeelt dat het van groot belang is dat de onderzoeken binnen de daarvoor bepaalde tijd worden uitgevoerd en onderstreept daarbij het belang van discipline en verantwoordelijkheid van de ondernemer. Het tijdig nemen van de Salmonellamonsters is onderdeel van de normale bedrijfsvoering, met name gezien het belang een mogelijke salmonellabesmetting zo spoedig mogelijk te kunnen constateren.

Betrokkene heeft een gemengd bedrijf met akkerbouw, bloembollenteelt en twee stallen met leghennen. Het Tuchtgerecht constateert dat het op het bedrijf op [adres] drie maal is voorgekomen dat betrokkene in overtreding was. Het betreft eenmaal 1 week en 2 dagen te vroeg, eenmaal 1 week en 2 dagen te laat en eenmaal 2 weken en 6 dagen te laat. Voor de overtredingen wordt een tuchtrechtelijke maatregel opgelegd.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is rekening gehouden met het feit dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd en met het feit dat betrokkene een bedrijf van gemiddelde omvang heeft. Het Tuchtgerecht legt de geldboete deels voorwaardelijk op.

Gelet op het bovenstaande legt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, betrokkene – ingevolge artikel 23, tweede lid, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 – de volgende tuchtrechtelijke maatregel op:

Beslissing:

Een geldboete van € 800 (zegge: achthonderd euro), waarvan € 300 (zegge: driehonderd euro) voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Indien binnen deze periode door betrokkene niet aan de nader te noemen voorwaarde wordt voldaan, wordt – nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt – het voorwaardelijke deel van de boete alsnog ten uitvoer gelegd. De voorwaarde is, dat geen enkele bepaling van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 of van enige andere verordening over hygiënevoorschriften met betrekking tot de pluimveehouderij zal worden overtreden.

Toepasselijke artikelen:

Naast de al vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren.

Samenstelling van het Tuchtgerecht:

De uitspraak is gedaan door de heer mr. L.F.A. Husson, voorzitter, en mevrouw mr. W.N. Everts en de heer drs. T.S. de Vries, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.