ECLI:NL:TVVTPVV:2013:12 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV1113

ECLI: ECLI:NL:TVVTPVV:2013:12
Datum uitspraak: 28-06-2013
Datum publicatie: 28-06-2013
Zaaknummer(s): TPVV1113
Onderwerp: Diergezondheid
Beslissingen: Geldboete
Inhoudsindicatie: Het nalaten van bloedmonstername ten behoeve van onderzoek naar vesiculaire varkensziekte en de Ziekte van Aujeszky in de periode 1 januari tot en met 30 april 2012.   De exportbelangen voor de Nederlandse varkenshouderij en de daarvan afgeleide belangen voor de binnenlandse markt zijn dermate groot dat correcte naleving van de monitoringsplicht plaats dient te vinden. Op basis van voormelde overwegingen komt het Tuchtgerecht in beginsel tot een hoge standaard boete van € 1.000 per geconstateerde overtreding.   Betrokkene – blijkens het berechtingsrapport – en ook de dierenarts – in diens brief – heeft aangegeven dat de omissie is veroorzaakt door gedeeltelijke leegstand van het bedrijf en het feit dat betrokkene, gezien zijn leeftijd, het bedrijf aan het afbouwen is. Het is vaste rechtspraak van het Tuchtgerecht dat de UBN-houder in alle omstandigheden verantwoordelijk blijft voor het goed naleven van de regels op zijn bedrijf. Wel wordt een groter deel dan gebruikelijk als voorwaardelijke boete opgelegd.

Zaaknummer:

TPVV 11/2013

Betrokkene:

De stille maatschap [bedrijfsnaam]

[adres]

Datum:

28 juni 2013

Gang van zaken:

De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CBD) heeft opgemaakt onder nummer SVD-ZvA 1252, naar aanleiding van een administratieve inspectie op 6 en 7 december 2012 door een controleur van het CBD met betrekking tot het bedrijf van betrokkene, dat deze uitoefent aan [adres], dat op naam van De stille maatschap [bedrijfsnaam] geregistreerd is onder [UBN].

Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, als bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 4 juni 2013 behandeld op zijn openbare terechtzitting, gehouden te Amersfoort.

Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de zitting verschenen, zodat verstek is verleend. Op 31 mei 2013 heeft het Tuchtgerecht ten behoeve van betrokkene een schriftelijk verweer ontvangen van Gelre Dierenartsen.

Voorts zijn ter zitting verschenen mevrouw ir. M. van Lent, de heer ing. A.M. Bikker MSc en de heer mr. R.B.R. Henke, alle namens het Productschap Vee en Vlees (PVV) en de heer

H.G.M. Grolleman, namens het CBD.

Het Tuchtgerecht heeft op 28 juni 2013 uitspraak gedaan.

Verweten gedraging:

Geen of onvoldoende bloedmonsters genomen en onderzocht ter controle op de aanwezigheid van de vesiculaire varkensziekte en op de aanwezigheid van de Ziekte van Aujeszky, in de periode 1 januari 2012 tot en met 30 april 2012.

Verklaring van betrokkene:

In het berechtingsrapport heeft betrokkene onder meer verklaard, zakelijk weergegeven:

Omdat van deze varkens al bloed getapt was dacht betrokkene dat het niet nodig was aan het begin van 2012 opnieuw bloedmonsters te nemen. De stal heeft ook gedeeltelijk leeg gelegen. Betrokkene is op leeftijd en is aan het afbouwen.

De brief van Gelre Dierenartsen wordt bij de stukken van de zaak gevoegd en wordt door de voorzitter voorgelezen. De strekking van de brief is dat de dierenarts stelt dat betrokkene rechtschapen en ordentelijk is, dat inderdaad door omstandigheden te weinig bloedmonsters zijn ingestuurd in de betreffende periode, dat er tijdelijk leegstand is geweest en dat de toenemende administratieve lasten en almaar ingewikkeldere regelgeving de kans op fouten voor iemand op leeftijd steeds groter maken. De dierenarts steekt deels de hand in eigen boezem maar stelt tegelijkertijd dat er geen diergeneeskundig gevaar is geweest.

Bewijs en verwijtbaarheid:

Het Tuchtgerecht oordeelt dat op grond van hetgeen ter zitting is komen vast te staan dat op het bedrijf van betrokkene, dat geregistreerd is onder [UBN], de volgende gedragingen hebben plaatsgevonden:

Het nalaten van bloedmonstername ten behoeve van onderzoek naar vesiculaire varkensziekte en de Ziekte van Aujeszky in de periode 1 januari tot en met 30 april 2012.

Dit levert op:

Een overtreding van artikel 2 lid 1, 2 en 3 van de Verordening monitoring vesiculaire varkensziekte (PVV) 2009 (hierna: Verordening SVD) alsmede van artikel 3 lid 1 van de Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky bij varkens (PVV) 2008 (hierna: Verordening ZvA) jo. artikel 1 van het Besluit monitoring Ziekte van Aujeszky bij varkens (PVV) 2008.

Motivering van tuchtrechtelijke maatregel:

Vanaf september 2009 wordt door het PVV nauwgezet de hand gehouden aan de monitoringsplicht voor vesiculaire varkensziekte (SVD) en de Ziekte van Aujeszky (ZvA).

In diverse publicaties van het PVV alsmede in de vakbladen is diverse malen aangegeven dat het PVV prioriteit zal geven aan de controle op de naleving van de desbetreffende verordeningen. Vanaf begin 2010 is het PVV handhavend gaan optreden.

Voor zowel SVD als de ZvA geldt dat de fase van de verplichte vaccinatie is gevolgd door de status van officieel ziekte-vrij zijn. Thans geldt een verbod op het houden van varkens die niet vrij zijn van SVD of drager zijn van het ZvA-virus, danwel gevaccineerd zijn tegen deze ziekten. Voor het buitenland dient Nederland zichtbaar te kunnen maken dat het de status van ziekte-vrij zijn, verdient. Zonder monitoring kan de officiële ziekte-vrij status niet worden verkregen en behouden.

De verboden worden daarom ondersteund door een verplichting tot monitoring naar de aanwezigheid van voormelde dierziekten.

De exportbelangen voor de Nederlandse varkenshouderij en de daarvan afgeleide belangen voor de binnenlandse markt zijn dermate groot dat correcte naleving van de monitoringsplicht plaats dient te vinden, aldus valt op te maken uit de toelichting van de onderhavige Verordening.

Het Tuchtgerecht komt op basis van voormelde overwegingen tot het aanmerken van de overtreding als “zeer ernstig”, categorie A. Dit betekent dat het Tuchtgerecht in beginsel zal opleggen, een boete van € 1.000 per geconstateerde overtreding. Op het bedrijf van betrokkene, met [UBN] is, zo is ter zitting vast komen te staan, een overtreding begaan van twee afzonderlijke verordeningen.

Betrokkene – blijkens het berechtingsrapport – en ook de dierenarts – in diens brief – heeft aangegeven dat de omissie is veroorzaakt door gedeeltelijke leegstand van het bedrijf en het feit dat betrokkene, gezien zijn leeftijd, het bedrijf aan het afbouwen is. Het is vaste rechtspraak van het Tuchtgerecht dat de UBN-houder in alle omstandigheden verantwoordelijk blijft voor het goed naleven van de regels op zijn bedrijf.

Bij het bepalen van de strafmaat houdt het Tuchtgerecht rekening met de kleinere omvang van het bedrijf (met 120 vleesvarkens) en met het feit dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Tevens alle overige omstandigheden in aanmerking nemende legt het Tuchtgerecht een geldboete op met een groter deel voorwaardelijk dan gebruikelijk.

Gelet op het bovenstaande oordeelt het Tuchtgerecht dat aan betrokkene – gelet op artikel 5 van de Verordening SVD en artikel 10 lid 2 van de Verordening ZvA – de volgende tuchtrechtelijke maatregel wordt opgelegd:

Beslissing:

Een geldboete van € 500 (zegge: vijfhonderd euro), waarvan € 400 (zegge: vierhonderd euro) voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Indien binnen deze periode door betrokkene niet aan de voorwaarde wordt voldaan, wordt   – nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt – de voorwaardelijke boete alsnog ten uitvoer gelegd. De voorwaarde is, dat geen enkele bepaling van de Verordening monitoring vesiculaire varkensziekte (PVV) 2009 of van de Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky bij varkens (PVV) 2008 mag worden overtreden.

Toepasselijke artikelen:

Naast de reeds vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees.

Samenstelling van het Tuchtgerecht:

De uitspraak is gedaan door de heer mr. drs. J.Y.B. Jansen, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Everts en de heer mr. drs. H. Lommers, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.