ECLI:NL:TVVTPVV:2013:11 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV1013
| ECLI: | ECLI:NL:TVVTPVV:2013:11 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 28-06-2013 |
| Datum publicatie: | 28-06-2013 |
| Zaaknummer(s): | TPVV1013 |
| Onderwerp: | Diergezondheid |
| Beslissingen: | Geldboete |
| Inhoudsindicatie: | Betreft het stelselmatig overtreden van twee afzonderlijke normen: 1) Centrale digitale registratie zoals bepaald in de Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik varkenssector (PVV) 2011 (hierna: de Verordening antibiotica); 2) Jaarlijkse controle op eigen kosten door een erkende controle-instantie op de naleving van de Verordening antibiotica. Betrokkene valt onder de werking van de Verordening en dient zich dus aan deze regelgeving te houden. Hij dient zich in te schrijven in het centrale register antibiotica en zich aan te melden bij een monitoringsprogramma. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij alleen aan de verplichtingen van de Verordening antibiotica zal voldoen, als hij daarvoor financieel gecompenseerd wordt. Het Tuchtgerecht is van oordeel dat dit verweer moet worden afgewezen. De bedrijven in de varkenssector houden zich aan deze regelgeving en dragen alle zelf de kosten. Tevens heeft betrokkene aangevoerd dat deelname aan het registratie- en aan het controlesysteem te duur voor hem is. Het Tuchtgerecht neemt in aanmerking dat de prijs voor varkensvlees tot stand komt door een samenspel van factoren, waaronder niet in het minst het vertrouwen dat de consument in het vlees stelt. Als ondernemer dient betrokkene – net zoals alle overige ondernemers – te voldoen aan de eisen van de sector en van deze tijd. Het gaat niet aan om als ‘free rider’ als een van de weinige bedrijven wel te profiteren van de gezamenlijke voordelen – zoals het consumentenvertrouwen – maar daar niet aan bij te dragen middels het voldoen aan de regels van het spel. Bij die regels hoort dat betrokkene zich houdt aan de monitoring op het gebruik van antibiotica. Vanuit het Productschap en van de zijde van de controleinstantie CBD zijn aan betrokkene extra mogelijkheden geboden om aan zijn verplichtingen te voldoen. Het Tuchtgerecht rekent het betrokkene aan dat hij deze speciaal tot hem gerichte aanwijzingen heeft genegeerd. Namens het Produktschap was niet gevraagd om plaatsing onder verscherpt toezicht of openbaarmaking van de uitspraak met naam en toenaam van de overtreder. Aan betrokkene is (uitsluitend) een geldboete opgelegd. De hoogte van de boete wordt beïnvloed door de mate van ernst van de overtreding. In dit geval acht het Tuchtgerecht de hoogste graad van ernst aan de orde. Op basis van voormelde overwegingen komt het Tuchtgerecht in beginsel tot een hoge standaard boete van € 750 per geconstateerde overtreding inzake het niet-deelnemen aan de centrale digitale registratie en van € 1.000 per geconstateerde overtreding inzake het niet-uitvoeren dan wel niet-toelaten van de jaarlijkse controle. Het Tuchtgerecht houdt bij het bepalen van de hoogte van de boete rekening met het feit dat betrokkene een bedrijf heeft van kleinere omvang. |
Zaaknummer:
TPVV 10/2013
Betrokkene:
Maatschap [bedrijfsnaam]
[adres]
Datum:
28 juni 2013
Gang van zaken:
De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CBD) heeft opgemaakt onder nummer CBD AB 1247, naar aanleiding van een administratieve inspectie op 30 november 2012 en op 4 en 5 april 2013 door een controleur van het CBD met betrekking tot het bedrijf van betrokkene, dat deze uitoefent aan [adres] en dat op naam van Maatschap [bedrijfsnaam] geregistreerd is onder [UBN].
Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, als bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 4 juni 2013 behandeld op zijn openbare terechtzitting, gehouden te Amersfoort.
Ter terechtzitting zijn verschenen de heer [betrokkene], geboren 1962 te [geboorteplaats], woonachtig aan [adres], hierna te noemen: betrokkene, alsmede de heer [adviseur], adviseur en vertegenwoordiger van de voerleverancier van betrokkene.
Voorts zijn ter zitting verschenen mevrouw ir. M. van Lent, de heer ing. A.M. Bikker MSc en de heer mr. R.B.R. Henke, alle namens het Productschap Vee en Vlees (PVV) en de heer H.G.M. Grolleman, namens het CBD.
Het Tuchtgerecht heeft op 28 juni 2013 uitspraak gedaan.
Verweten gedraging:
Het stelselmatig overtreden van twee afzonderlijke normen:
1) Centrale digitale registratie zoals bepaald in de Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik varkenssector (PVV) 2011 (hierna: de Verordening antibiotica).
2) Jaarlijkse controle op eigen kosten door een erkende controle-instantie op de naleving van de Verordening antibiotica.
Verklaring van betrokkene:
In het berechtingsrapport is onder meer de volgende verklaring van betrokkene opgenomen, zakelijk weergegeven:
“Ik kan mij geen brieven van het Productschap herinneren. (…) Ik ben niet van plan nog weer kosten te gaan maken als mij dat niets oplevert. (…) Ik doe dus (…) niets als ik er geen geld voor krijg.”
Betrokkene heeft doorverwezen naar zijn dierenarts van DAP Midden Nederland. Blijkens het berechtingsrapport heeft de dierenarts van betrokkene verklaard, zakelijk weergegeven:
“Het zal wel fout zijn gegaan bij het niet aanmelden van de heer [betrokkene] bij één van de twee controle-instanties. De heer [betrokkene] is namelijk als enige varkenshouder in onze praktijk geen IKB-deelnemer, waardoor hij zichzelf moet aanmelden. Ik heb hem gisteren de twee telefoonnummers van de controle-instanties gegeven.”
Ter terechtzitting heeft betrokkene onder meer nog verklaard, zakelijk weergegeven:
“Ik wil wel meewerken, maar iemand moet de kosten dragen. U zegt dat ze moeten controleren, maar die controleur is ook geweest. Ik heb daar wel een papier van. Het probleem is dat die controleur 180 euro wilde hebben. Tenslotte: de dierenarts zou het aanmelden.”
Ter terechtzitting heeft de adviseur van betrokkene onder meer nog verklaard, zakelijk weergegeven:
“De heer [betrokkene] voelt zich bedrogen door het vervallen van de 5 cent die vergoed zou worden in het kader van de IKB, en door het steeds stapelen van regelgeving. Het is overigens ook niet zo dat betrokkene niets bijhoudt; hij heeft zijn dierenarts, hij houdt zijn zaken bij.”
Reactie Productschap:
Het Productschap blijft van mening dat betrokkene deel moet nemen aan de verplichtingen uit de Verordening antibiotica. Alle bedrijven moeten een bedrijfsbehandelplan en bedrijfsgezondheidsplan indienen. Daarnaast is er ook de verplichting tot jaarlijkse controle, op eigen kosten. Dat zijn de drie verplichtingen.
Het Productschap heeft gesteld dat het belang van meewerken aan centrale registratie is dat in beeld wordt gebracht hoe het in Nederland staat met het gebruik van antibiotica. Als bedrijven niet registreren, dan ontstaat er geen goed beeld. De druk vanuit de maatschappij tot terugdringen van antibiotica is erg groot. De hele sector varkenshouderij heeft deze regeling ingesteld. Alle bedrijven moeten zich er aan houden. Daarbij is het overigens niet verplicht om deel te nemen aan de IKB. Bedrijven mogen de controles ook zelf laten doen. Dat is wel duurder, maar het kan. Betrokkene heeft nu – aldus de vertegenwoordiger van het Productschap – bijvoorbeeld de MKS-controle wel zelf laten uitvoeren en betaald: dat kost 500 euro indien het apart van de IKB wordt gedaan. Als IKB-deelnemer zou dit bij de prijs van 250 euro bij zijn inbegrepen.
Desgevraagd verklaart het Productschap over de hoogte van de kosten voor ondernemers: het aanmelden bij de databank kost niets. Het uitvoeren van de controle kost 180 euro. Dan zijn er nog de dierenartskosten om te registreren en de kosten voor het opstellen van een bedrijfsbehandelplan en bedrijfsgezondheidsplan. Het Productschap verklaart dat nu de andere ondernemers in de sector zich wel houden aan deze verplichtingen, het voorstander is van een hoge boete voor betrokkene.
Het Productschap reageert als volgt op de opmerking van betrokkene dat er een controleur op het bedrijf is geweest: er is inderdaad een controle gevraagd, daartoe is een brief verstuurd op 26 april 2013, door het CBD. Dezelfde brief, die eerder door betrokkene werd getoond, wordt nu door de vertegengewoordiger van het Productschap aan het Tuchtgerecht overlegd en wordt bij de stukken van de zaak gevoegd. In de brief is te lezen dat de controle zou plaatsvinden op 17 mei 2013 om half 10. De vertegenwoordiger van het Productschap geeft aan dat de controleur ter plekke is geweest, dat hij toen gehoord heeft dat betrokkene niet wilde betalen en dat de controleur daarop onverrichterzake weer is vertrokken.
Bewijs:
Het Tuchtgerecht constateert op grond van de inhoud van het berechtingsrapport, de daarin opgenomen verklaring van betrokkene alsmede het verhandelde ter terechtzitting dat op de het bedrijf van betrokkene, gevestigd te Harskamp, de navolgende gedragingen hebben plaats gevonden.
Vast is komen vast te staan dat betrokkene een vleesvarkenbedrijf heeft. Als zodanig dient hij zich te houden aan de voorschriften die voortvloeien uit de Verordening antibiotica. Voorts is vast komen te staan – en niet door betrokkene betwist – dat betrokkene zich niet heeft gehouden aan het voorschrift om binnen twee weken na levering van een antibioticum op het bedrijf, deze levering electronisch te registreren in de centrale databank. Eveneens is vast komen te staan – en niet door betrokkene bestreden – dat betrokkene zich niet jaarlijks, op eigen kosten heeft laten controleren op de naleving van de regelgeving uit de Verordening antibiotica.
Dit levert op:
Betreffende de centrale digitale registratie: Overtreding van artikel 2 eerste lid, van de Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik varkenssector (PVV) 2011
en
Betreffende de jaarlijkse controle: Overtreding van artikel 5, eerste lid, van de Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik varkenssector (PVV) 2011, minstens een maal (in 2012).
Verwijtbaarheid:
Betrokkene heeft aangevoerd dat hij alleen aan de verplichtingen van de Verordening antibiotica zal voldoen, als hij daarvoor financieel gecompenseerd wordt. Het Tuchtgerecht is van oordeel dat dit verweer moet worden afgewezen. De Verordening antibiotica (artikel 2 en volgende) voorziet in een stelsel van aanmelding, registratie en controle. De bedrijven in de varkenssector houden zich aan deze regelgeving. Het is voor betrokkene een vrije ondernemerskeuze bij welk kwaliteitssysteem hij wil aansluiten of welke controle organisatie hij wil laten monitoren. Of betrokkene zich daarbij laat leiden door de tariefstelling van de controle-organisatie, danwel andere aspecten is hier niet relevant. Van belang is dat in de sector deze kosten door de bedrijven zelf gedragen worden.
Tevens heeft betrokkene aangevoerd dat deelname aan het registratie- en aan het controlesysteem te duur voor hem is. Het Tuchtgerecht neemt in aanmerking dat de prijs voor varkensvlees tot stand komt door een samenspel van factoren, waaronder niet in het minst het vertrouwen dat de consument in het vlees stelt. Als ondernemer dient betrokkene – net zoals alle overige ondernemers, die het zelf betalen – te voldoen aan de eisen van de sector en van deze tijd. Het gaat niet aan om als ‘free rider’ als een van de weinige bedrijven wel te profiteren van de gezamenlijke voordelen – zoals het consumentenvertrouwen – maar daar niet aan bij te dragen middels het voldoen aan de regels van het spel. Bij die regels hoort dat betrokkene zich houdt aan de monitoring op het gebruik van antibiotica. Het Tuchtgerecht verwerpt het verweer.
Vanuit het Productschap is in correspondentie met betrokkene diverse malen specifiek gewezen op de verplichtingen uit de Verordening antibiotica. Bijgevoegd in het berechtingsrapport zijn brieven gericht aan betrokkene van 25 mei 2012 en 10 augustus 2012. Ook van de zijde van de controleinstantie CBD is – na de inspectie van 30 november 2012 – aan betrokkene per aangetekende brief van
11 december 2012 nog een extra mogelijkheid geboden aan zijn verplichtingen te voldoen. Het Tuchtgerecht rekent het betrokkene aan dat hij deze speciaal tot hem gerichte aanwijzingen heeft genegeerd.
Betrokkene heeft tijdens de zitting aangevoerd dat hij van mening was dat het antibioticagebruik op zijn bedrijf geregistreerd werd bij zijn dierenarts. Het Tuchtgerecht overweegt dat elke dierenarts weliswaar zijn eigen database heeft, maar dat is niet hetzelfde als de centrale database die de Verordening antibiotica nastreeft. Het Tuchtgerecht oordeelt dat het van belang is dat het voorschrijven van dit soort geneesmiddelen centraal geregistreerd wordt, zodat de omvang van het gebruik van antibiotica kan worden bepaald. Zo weten we in Nederland precies welke ondernemer wanneer welke diergeneesmiddelen, in welke stal, heeft gebruikt. Dat moet ook gecontroleerd worden en makkelijk terug te vinden zijn. Alleen dan valt te controleren of het antibioticagebruik minder wordt. Het verweer houdt geen stand.
Blijkens het berechtingsrapport alsook tijdens de zitting heeft betrokkene tenslotte aangevoerd dat hij van mening was dat de dierenarts hem zou aanmelden bij de centrale registratie. Uit de verklaring van dierenarts [naam], opgenomen in het berechtingsrapport, blijkt dat deze aan betrokkene heeft laten weten dat hij er zelf voor moet zorgen om zich apart aan te melden. Ook dit verweer houdt dus geen stand.
Motivering van tuchtrechtelijke maatregel(en):
Uit tekst en toelichting van de Verordening blijkt het navolgende:
Het gebruik van antibiotica in de veehouderij is in de jaren tot en met 2009 toegenomen. De overdracht van resistente bacteriën uit de veehouderij naar de mens is een toenemende zorg van wetenschappers, maatschappij en veehouderij. Naarmate bacteriën resistent zijn tegen meer antibiotica zal de behandeling van zieke dieren en zo mogelijk van zieke mensen bemoeilijkt worden.
Vier veehouderijsectoren, gefaciliteerd door het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hebben afspraken gemaakt over de reductie van het gebruik van antibiotica in de veehouderijsectoren via een Convenant. De varkenssector geeft invulling aan het Convenant door middel van het vastgestelde Masterplan selectief en correct gebruik van antibiotica varkenshouderij. Daaraan gekoppeld heeft het Productschap regelgeving vastgesteld inzake de registratie van antibioticagebruik door de ondernemers in de sector, gekoppeld aan voorschriften inzake het voeren van een bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan. De maatregelen bevorderen de productie en afzetmogelijkheid van de verschillende producten in de varkenssector en dienen de voedselveiligheid.
Door de registratie in een databank kan onder meer worden bewerkstelligd dat:
- er een monitoring is op het sectorale gebruik van antibiotica;
- rapportages over het gebruik van antibiotica en voor de varkensgezondheidszorg worden opgesteld;
- categorisering van bedrijven naar antibioticagebruik gerealiseerd kan worden ten behoeve van een aanpak van veelgebruikende veehouders;
- inzicht kan worden verkregen of getroffen maatregelen effect hebben.
Het Productschap draagt zodoende zorg voor transparantie van het gebruik van antibiotica in de sector en zorgt ook voor publieke rapportage en verantwoording. Er wordt gebruik gemaakt van de registratie in de databank van de deelnemers aan een bestaand erkend kwaliteitssysteem. De op de ondernemers drukkende verplichting tot jaarlijkse controle op de naleving benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer.
Betrokkene valt onder de werking van de Verordening en dient zich dus aan deze regelgeving te houden. Hij dient zich in te schrijven in het centrale register antibiotica en zich aan te melden bij een monitoringsprogramma.
In de toelichting van de Verordening antibiotica staat voorts het navolgende: ”Het tuchtrechtelijk handhavingsinstrumentarium kan goed worden ingezet bij de groep ondernemers die nalaat te voldoen aan de verplichtingen. Naast het opleggen van een boete zal – vanwege het publieke belang – aan het bevoegde tuchtgerecht worden verzocht om oplegging van de maatregelen onder verscherpt toezichtstelling en openbaarmaking van de uitspraak met naam en toenaam van overtreders.”
Nu namens het Produktschap niet is gevraagd om plaatsing onder verscherpt toezicht of openbaarmaking van de uitspraak met naam en toenaam van de overtreder, en bovendien het Tuchtgerecht daartoe in deze zaak geen aanleiding ziet, zal aan betrokkene (uitsluitend) een geldboete opgelegd worden.
De hoogte van de boete wordt beïnvloed door de mate van ernst van de overtreding. Omdat het niet naleven van de verordening, in casu de centrale registratie en de jaarlijkse controle, kan leiden tot imagoschade in Nederland en in andere afzetlanden of in het uiterste geval tot gevaar voor de dier- en volksgezondheid, acht het Tuchtgerecht de hoogste graad van ernst aan de orde. Op basis van voormelde overwegingen komt het Tuchtgerecht in beginsel tot een hoge standaard boete van € 750 per geconstateerde overtreding inzake het niet-deelnemen aan de centrale digitale registratie en van € 1.000 per geconstateerde overtreding inzake het niet-uitvoeren dan wel niet-toelaten van de jaarlijkse controle. Op het bedrijf van betrokkene, met [UBN] is, zo is ter zitting vast komen te staan, twee maal een overtreding begaan van twee afzonderlijke onderdelen van de Verordening antibiotica.
Het Tuchtgerecht behandelt het niet-deelnemen aan de centrale registratie tot aan de datum van de zitting als één overtreding. Het niet laten uitvoeren van de jaarlijkse controle behandelt het Tuchtgerecht ook als één overtreding.
Bij het bepalen van de strafmaat houdt het Tuchtgerecht rekening met het feit dat betrokkene een bedrijf heeft van kleinere omvang (circa 325 vleesvarkens). Omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd, legt het Tuchtgerecht een deel van de geldboete voorwaardelijk op.
Beslissing:
Gelet op het bovenstaande oordeelt het Tuchtgerecht dat aan betrokkene - gelet op artikel 7 van de Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik varkenssector (PVV) 2011 - de volgende tuchtrechtelijke maatregel wordt opgelegd:
Een geldboete van € 875 euro (zegge: achthonderd vijfenzeventig euro), waarvan € 200 (zegge: tweehonderd euro) voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Indien binnen deze periode door betrokkene niet aan de voorwaarde wordt voldaan, wordt – nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt – het voorwaardelijke deel van de boete alsnog ten uitvoer gelegd. De voorwaarde is, dat geen enkele bepaling van van de Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik varkenssector (PVV) 2011 mag worden overtreden.
Toepasselijke artikelen:
Naast de reeds vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees.
Samenstelling van het Tuchtgerecht:
De uitspraak is gedaan door de heer mr. drs. J.Y.B. Jansen, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Everts en de heer mr. drs. H. Lommers, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.