ECLI:NL:TVVTPVV:2013:10 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0913
| ECLI: | ECLI:NL:TVVTPVV:2013:10 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 28-06-2013 |
| Datum publicatie: | 28-06-2013 |
| Zaaknummer(s): | TPVV0913 |
| Onderwerp: | Diergezondheid |
| Beslissingen: | Geldboete |
| Inhoudsindicatie: | 2x als B-bedrijf aan meer dan zes D-bedrijven varkens afvoeren binnen een periode van zes weken, alsmede 2x als B-bedrijf ongeoorloofd afvoeren van varkens naar een ander B-bedrijf. Er wordt een geldboete opgelegd, deels voorwaardelijk. |
Zaaknummer:
TPVV 09/2013
Betrokkene:
Firma [bedrijfsnaam]
[adres 1]
Datum:
28 juni 2013
Gang van zaken:
De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CBD) heeft opgemaakt onder nummer CBD VVL 1343, naar aanleiding van een administratieve inspectie op 4 april 2013 door een controleur van het CBD met betrekking tot het bedrijf van betrokkene, dat deze uitoefent aan [adres 2] en dat op naam van Firma [bedrijfsnaam] geregistreerd is onder [UBN].
Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, als bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 4 juni 2013 behandeld op zijn openbare terechtzitting, gehouden te Amersfoort.
Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de zitting verschenen, zodat verstek is verleend.
Voorts zijn ter zitting verschenen mevrouw ir. M. van Lent, de heer ing. A.M. Bikker MSc en de heer mr. R.B.R. Henke, alle namens het Productschap Vee en Vlees (PVV) en de heer H.G.M. Grolleman, namens het CBD.
Het Tuchtgerecht heeft op 28 juni 2013 uitspraak gedaan.
Verweten gedraging:
Twee keer, beide keren op 14 november 2012, als B-bedrijf aan meer dan zes D-bedrijven varkens afvoeren binnen een periode van zes weken, in de periode tussen 16 oktober 2012 en 14 november 2012.
en
Twee keer, op 9 juli 2012 en op 19 of 20 juli 2012, als B-bedrijf varkens geleverd aan een ander B-bedrijf. Het leveren van een B-bedrijf naar een ander B-bedrijf is niet toegestaan.
Verklaring van betrokkene:
In het berechtingsrapport is onder meer de volgende verklaring van betrokkene opgenomen, zakelijk weergegeven:
“Ik weet dat er vorig jaar een keer iets fout is gegaan met de levering aan een B-bedrijf. Bij dat bedrijf was de status nog niet gewijzigd van B- naar D-bedrijf. (…) Ik was niet op de hoogte van de overtredingen op 14 november 2012. (…) Mijn varkenshandelaar regelt alle transporten van de biggen en ik heb hem destijds ook aangesproken op de overtreding.”
Bewijs en verwijtbaarheid:
Betrokkene heeft een varkenshouderijbedrijf met een B-status. De aan- en afvoermogelijkheden voor betrokkene worden in artikel 13 van de Verordening varkensleveringen (PVV) 2007 geregeld. Uit het berechtingsrapport blijkt dat op 9 juli 2012, op 19 of 20 juli 2012 en tweemaal op 14 november 2012 niet-geoorloofde afvoer van varkens heeft plaatsgevonden.
Het Tuchtgerecht oordeelt dat, op grond van wat ter zitting is komen vast te staan, op het bedrijf van betrokkene, dat geregistreerd is onder [UBN], de volgende gedragingen hebben plaatsgevonden:
Het als B-bedrijf aan meer dan zes D-bedrijven varkens afvoeren binnen een periode van zes weken, in de periode tussen 16 oktober 2012 en 14 november 2012, alsmede twee keer als B-bedrijf ongeoorloofd afvoeren van varkens naar een ander B-bedrijf, op 9 juli 2012 en op 19 of 20 juli 2012.
Dit levert op:
Twee afzonderlijke overtredingen van artikel 9 van de Verordening varkensleveringen (PVV) 2007, daarbij gelet op artikel 13 tweede lid van de Verordening,
en
twee afzonderlijke overtredingen van artikel 9 van de Verordening varkensleveringen (PVV) 2007, gelet op de artikelen 10 en 13.
Motivering van tuchtrechtelijke maatregel:
Om een gezonde Nederlandse varkensstapel te houden, is regulering van de contactstructuur in de Nederlandse varkenshouderij noodzakelijk. Door specifieke regels met betrekking tot de aan- en afvoer van varkens wordt het risico van verspreiding van besmettelijke dierziekten zoveel mogelijk beperkt.
Deze voorschriften zijn door het PVV in de Verordening varkensleveringen (PVV) 2007 neergelegd.
De toegestane contacten zijn afhankelijk gesteld van de veterinaire waarborgen waaraan de varkenshouderijbedrijven zijn onderworpen. De Verordening onderscheidt daarbij zes regimes die geduid worden met een A-, B-, C-, D-, E- of F-status. Afhankelijk van de status is het varkenshouderijbedrijf, in afwijking van het algemene aan- en afvoerverbod van varkens, een beperkt aantal aan- en afvoermogelijkheden toegestaan. Naarmate de veterinaire en hygiënische omstandigheden op een bedrijf dat rechtvaardigen, is het aantal contactmogelijkheden groter.
Door varkens aan- of af te voeren in strijd met de voorschriften van de Verordening is risico van verspreiding van besmettelijke dierziekten vergroot. Daarmee is een gevaar voor de hele varkenssector in Nederland ontstaan.
Op 19 juli 2012 stuurde het PVV een waarschuwingsbrief inzake de levering van 9 juli 2012. De overtredingen begaan vóór de eerste waarschuwingsbrief van het Productschap worden betrokkene niet aangerekend. De overtredingen die daarna zijn begaan, worden wel aangerekend, te weten twee maal op 14 november 2012.
Aan betrokkene wordt een geldboete opgelegd. Het Tuchtgerecht tekent aan dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd en legt de geldboete deels voorwaardelijk op.
Gelet op het bovenstaande oordeelt het Tuchtgerecht dat betrokkene – gelet op artikel 22 van de Verordening varkensleveringen (PVV) 2007 – de volgende tuchtrechtelijke maatregel wordt opgelegd:
Beslissing:
Een geldboete van € 1.000 (zegge: eenduizend euro), waarvan € 250 (zegge: tweehonderdvijftig euro) voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Indien binnen deze periode door betrokkene niet aan de voorwaarde wordt voldaan, wordt – nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt – het voorwaardelijke deel van de boete alsnog ten uitvoer gelegd. De voorwaarde is, dat geen enkele bepaling van de Verordening varkensleveringen (PVV) 2007 mag worden overtreden.
Toepasselijke artikelen:
Naast de reeds vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees.
Samenstelling van het Tuchtgerecht:
De uitspraak is gedaan door de heer mr. drs. J.Y.B. Jansen, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Everts en de heer mr. drs. H. Lommers, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.