ECLI:NL:TPETPVE:2013:9 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0713

ECLI: ECLI:NL:TPETPVE:2013:9
Datum uitspraak: 24-04-2013
Datum publicatie: 01-05-2013
Zaaknummer(s): TPPE0713
Onderwerp: Dierengezondheid
Beslissingen: Geldboete
Inhoudsindicatie: Betreft het niet vaccineren tegen Newcastle Disease, drie maal gepleegd, alsmede het nalaten van bloedonderzoek ter controle op het effect van de vaccinaties tegen Newcastle Disease, vijf maal gepleegd. Betrokkene heeft aangevoerd dat de problemen zijn begonnen toen de aanmelding bij het Productschap door het nieuwe systeem problemen gaf. Ter zitting is gebleken dat de tijd van ingebruikname van het nieuwe systeem niet overeenkomt met de door ondernemer aangegeven periode van problemen. Betrokkene heeft ook niet gebeld of gemaild met het Productschap. Het opzeggen van het onderhoudscontract met de dierenarts, waardoor er minder contact was met de dierenartspraktijk, is een ondernemerskeuze geweest. Betrokkene blijft te allen tijde verantwoordelijk voor de gang van zaken op zijn bedrijf.

Zaaknummer :

TPPE 07/2013

Betrokkene :

[betrokkene]

[adres 1]

Datum :

24 april 2013

Gang van zaken :

De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD NCD-1246, naar aanleiding van een inspectie door een controleur van CoMore op 10 december 2012 op het bedrijf van betrokkene. Deze inspectie had betrekking op de onderneming die wordt uitgeoefend op het bedrijf aan [adres 1], dat op naam van [betrokkene] is geregistreerd onder [UBN 1].

Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, zoals bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 9 april 2013 behandeld op zijn openbare terechtzitting, gehouden te Amersfoort.

Ter terechtzitting zijn verschenen de heer [betrokkene] , geboren op [1964] te [geboorteplaats], wonende aan [adres 1] (hierna: betrokkene), alsmede de heer [X te Y], voormalig dierenarts van de heer [betrokkene].

Voorts zijn ter zitting verschenen de heer mr. R.B.R. Henke, namens het PPE, en de heer H.G.M. Grolleman, namens CoMore.

Het Tuchtgerecht heeft op 24 april 2013 uitspraak gedaan.

Verweten gedraging :

Met betrekking tot de locatie [adres 1], [UBN 2]:

A. Met betrekking tot twee koppels vleeskuikens met geboortedata 13 oktober 2011 en 17 mei 2012, kon niet worden aangetoond dat er vaccinaties tegen NCD waren uitgevoerd;

B. Met betrekking tot drie koppels vleeskuikens met geboortedata 13 oktober 2011, 17 mei 2012 en 10 juli 2012 zijn geen bloedmonsters onderzocht ter controle op de aanwezigheid van antistoffen tegen de ziekte NCD;

Met betrekking tot de locatie [adres 2], [UBN 1]:

C. Met betrekking tot twee koppels vleeskuikens met opzetdata 22 december 2011 en 19 april 2012, kon niet worden aangetoond dat er vaccinaties tegen NCD waren uitgevoerd;

D. Met betrekking tot twee koppels vleeskuikens met opzetdata 22 december 2011 en 19 april 2012, zijn geen bloedmonsters onderzocht ter controle op de aanwezigheid van antistoffen tegen de ziekte NCD.

Vanwege het ontbreken van uitslagen van bloedonderzoek is het daarnaast niet goed mogelijk te voldoen aan de verplichtingen zoals geformuleerd in de artikelen 5 en 6 van de Verordening vaccinatie Newcastle Disease (PPE) 2006 (hierna: de Verordening NCD) .

Behandeling van de zaak :

De heer [X, voormalig dierenarts] heeft tijdens de zitting gemotiveerd en onderbouwd aangegeven dat h et koppel van 19 april 2012 wel is gevaccineerd.

Hierop geeft het Productschap aan om, ten voordele van de betrokkene, de schriftelijke verklaring aldus te wijzigen dat in onderdeel C de woorden “resp. 19 april 2012” worden geschrapt. Het Tuchtgerecht aanvaardt de voorgestelde wijziging.

Verklaring van betrokkene :

Volgens het berechtingsrapport heeft betrokkene onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

“De vleeskuikens zijn door mij rechtstreeks geïmporteerd uit Denemarken. (…) Er is iets veranderd bij het GS PVE, waardoor het ons niet meer lukte de koppels aan te melden. [Daardoor] werden de koppels door de GD ook niet aangestuurd voor de bloedmonsternames voor controle op NCD. Daardoor krijgt de dierenarts geen bericht meer en hoort hij van ons vervolgens ook niet wanneer er weer een nieuw koppel komt om te vaccineren. Het een is dus eigenlijk het gevolg van het ander en het is allemaal begonnen met de meldingen. (..) Het is geen opzet geweest en ik vind dat de dierenarts [X te Y] ook wel eens aan de bel had mogen trekken. De koppels die er nu zitten zijn allemaal aangemeld. “

Ter terechtzitting heeft de heer [X te Y], voormalig dierenarts van betrokkene, onder meer verklaard, zakelijk weergegeven:

“[Betrokkene] zegt dat ik ook wel eens aan de bel had mogen trekken. Dat klopt. Mijn vrouw is in 2011 overleden en ik heb een hele tijd slecht gefunctioneerd. Voor die tijd ging het altijd goed.”

Ter terechtzitting heeft betrokkene onder meer nog verklaard, zakelijk weergegeven:

“Vroeger hadden wij een onderhoudscontract met dierenarts [X te Y]. Dat hebben wij opgezegd, omdat we weinig verdienden en nooit een dierenarts nodig hadden. Dus hadden wij überhaupt geen contact meer met de dierenartspraktijk of routinecontroles. En daarom misschien hebben we ook wel wat dingen gemist. De verantwoordelijkheid ligt deels bij mij, maar volgens mij ook bij het Productschap. Mijn vrouw meende de koppels steeds te hebben aangemeld bij het Productschap, maar dat bleek niet zo te zijn.”

Bewijs en verwijtbaarheid :

De verweten gedragingen, zoals ter zitting gewijzigd, blijven ter zitting onomstreden.

Het Tuchtgerecht oordeelt dat op grond van de inhoud van het berechtingsrapport en de daarin opgenomen verklaring van betrokkene, ter zitting vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene, dat geregistreerd is bij het Productschap Pluimvee en Eieren onder [UBN 1], de volgende gedragingen hebben plaatsgevonden:

- Het niet vaccineren tegen NCD, drie maal gepleegd;

- Het nalaten van bloedonderzoek ter controle op het effect van de vaccinaties tegen Newcastle Disease, vijf maal gepleegd.

Dit levert op:

3 x overtreding van artikel 2, lid 1, van de Verordening vaccinatie Newcastle Disease (PPE) 2006;

5 x overtreding van artikel 2, lid 1, van de Verordening vaccinatie Newcastle Disease (PPE) 2006 juncto artikel 3, lid 1, van het Besluit bloedonderzoek Newcastle Disease (PPE) 2006;

Motivering van tuchtrechtelijke maatregel(en) :

Bij de vorming van zijn oordeel neemt het Tuchtgerecht nota van de verklaring van de betrokkene blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD NCD-1246 en van de verklaring van betrokkene en diens voormalige dierenarts ter terechtzitting . Het Tuchtgerecht overweegt als volgt.

Newcastle Disease (NCD), ook wel pseudo-vogelpest genoemd, is een voor pluimvee zeer besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een paramyxovirus. De laatste uitbraak in Nederland dateert van 1992. In het buitenland wordt NCD nog regelmatig vastgesteld. In de moderne pluimveehouderij in Nederland wordt NCD bij pluimvee preventief bestreden door toepassing van daartoe ontwikkelde vaccins. Het preventief vaccineren voorkomt dat de exportpositie van de Nederlandse pluimveesector gevaar loopt vanwege uitbraak van deze ziekte.

De ondernemer is voorts verplicht om via bloedonderzoek aan de hand van de Hemagglutinatieremmingstest (HAR) te laten controleren of de uitgevoerde vaccinaties hebben geleid tot een voldoende hoge weerstand tegen NCD. Deze monitoring is een essentieel onderdeel van het beheersbeleid NCD van het Productschap Pluimvee en Eieren.

Ten aanzien van de verklaring van betrokkene overweegt het Tuchtgerecht als volgt.

Betrokkene heeft aangevoerd dat de problemen zijn begonnen toen de aanmelding bij het Productschap niet bleek te kunnen. Het Tuchtgerecht merkt op dat in het berechtingsrapport een passage is opgenomen, waarover de controleur bij het Productschap heeft nagevraagd hoe het zat met het systeem GS PVE. Daaruit blijkt dat er weliswaar een nieuw systeem in gebruik is genomen, maar dat dit niet overeenkomt met de genoemde tijd van problemen die door betrokkene wordt aangegeven. Betrokkene heeft ook niet gebeld of gemaild met het Productschap. Het Tuchtgerecht oordeelt dan ook dat dit verweer geen stand houdt.

Verder is door betrokkene aangegeven dat er door het opzeggen van het onderhoudscontract met de dierenarts minder contact was met de dierenartspraktijk, hoewel hij tevens aangeeft dat de dierenarts wel aan de bel had mogen trekken. Het Tuchtgerecht oordeelt dat dit een ondernemerskeuze is geweest en dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk blijft voor de gang van zaken op zijn bedrijf.

De overtredingen worden aangemerkt als ernstige overtredingen.

Het Tuchtgerecht houdt bij het bepalen van de op te leggen maatregel rekening met de grootte van het bedrijf (bedrijf van zeer grote omvang). Ook is rekening gehouden met de door betrokkene niet uitgevoerde vaccinaties en bespaarde kosten voor niet uitgevoerd onderzoek

Verder heeft het Tuchtgerecht de indruk dat betrokkene voor het overige een conscientieuze bedrijfsvoering heeft en dat betrokkene herhaling in de toekomst wil voorkomen . Dit leidt ertoe dat het Tuchtgerecht de geldboete deels voorwaardelijk oplegt.

Gelet op het bovenstaande oordeelt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, dat betrokkene – gelet op artikel 11, eerste en tweede lid, van d e Verordening NCD – de volgende tuchtrechtelijke maatregel wordt opgelegd:

Beslissing:

- Voor het drie maal niet vaccineren tegen NCD:

een geldboete van € 4.500-, waarvan € 2.250,- voorwaardelijk.

- Voor het vijf maal nalaten van bloedonderzoek:

een geldboete van € 7.500,- waarvan € 3.750,- voorwaardelijk.

Samengevat:

Een totale geldboete van € 12.000,- (zegge: twaalf duizend euro), waarvan € 6.000,- (zegge: zes duizend euro) voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Indien binnen deze periode van twee jaar niet door betrokkene aan de nader te noemen voorwaarde wordt voldaan, wordt – nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt – het voorwaardelijke deel van de boete alsnog ten uitvoer gelegd. De voorwaarde is, dat geen enkele bepaling van de Verordening of het Besluit NCD dan wel enige verordening houdende bepalingen omtrent hygiënevoorschriften met betrekking tot de pluimveehouderij zal worden overtreden.

Toepasselijke artikelen :

Naast de reeds vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren.

Samenstelling van het Tuchtgerecht:

De uitspraak is gedaan door mevrouw mr. W.N. Everts, voorzitter en de heren drs. T.S. de Vries en mr. drs. H. Lommers, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.