ECLI:NL:TPETPVE:2013:46 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE4513

ECLI: ECLI:NL:TPETPVE:2013:46
Datum uitspraak: 04-12-2013
Datum publicatie: 21-01-2014
Zaaknummer(s): TPPE4513
Onderwerp:
  • Hygiënevoorschriften
  • Voedselveiligheid en kwaliteit
Beslissingen: Geldboete
Inhoudsindicatie: Zes overtredingen: op twee locaties in 2011 en 2012 niet op kosten van betrokkene door een erkende controle-instantie gecontroleerd op de naleving van de hygiënevoorschriften (Actieplan-controle). Tevens is op beide locaties in 2011 en in 2012 niet op kosten van betrokkene door een erkende controle-instantie gecontroleerd op de naleving van de Verordening antibioticaregistratie. Voor deze 6 overtredingen wordt één tuchtrechtelijke maatregel opgelegd. Wordt opgelegd een geldboete van € 3.450,- geheel onvoorwaardelijk, alsmede tenuitvoerlegging van de eerdere, bij uitspraak van 22 februari 2011 in de zaak TPPE 14/2011, voorwaardelijk opgelegde geldboete van € 875,-

Zaaknummer:

TPPE 45/2013

Betrokkene:

De vennootschap onder firma [bedrijfsnaam]

[adres]

Datum:

4 december 2013

Gang van zaken:

De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD HYG 1363, naar aanleiding van een administratieve inspectie door een controleur van CoMore op 11 juni 2013. Deze inspectie had betrekking op de onderneming die wordt uitgeoefend op het bedrijf aan de [adres], dat op naam van V.O.F. [bedrijfsnaam] is geregistreerd onder [Kipnummer PLV].

Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, zoals bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Het tuchtgerecht heeft de zaak op 4 december 2013 behandeld op zijn openbare zitting, gehouden te Amersfoort.

Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de zitting verschenen, zodat verstek is verleend.

Voorts zijn ter zitting verschenen de heer mr. R.B.R. Henke namens het PPE, en de heer H.G.M. Grolleman namens CoMore.

Het Tuchtgerecht heeft op 4 december 2013 uitspraak gedaan.

Verweten gedraging:

Acht overtredingen: op twee locaties van het pluimveebedrijf van betrokkene is in het jaar 2011 en in het jaar 2012 niet op kosten van betrokkene door een erkende controle-instantie gecontroleerd op de naleving van de hygiënevoorschriften (Actieplan-controle). Tevens is op beide locaties in het jaar 2011 en in het jaar 2012 niet op kosten van betrokkene door een erkende controle-instantie gecontroleerd op de naleving van de Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik pluimveesector (PPE) 2011 (hierna: Verordening antibioticaregistratie).

Verklaring van betrokkene:

In het berechtingsrapport is onder meer de volgende verklaring van betrokkene opgenomen, zakelijk weergegeven:

“Ik kan mij niet herinneren dat ik u in november 2010 ook gesproken heb over het niet uitvoeren van Actieplancontroles. Het klopt wel dat ik toen, zoals u zegt, ziek was. Ik ben toen een tijd behoorlijk ziek geweest en kan mij daarom het gesprek misschien ook niet meer herinneren. Ik zal beide bedrijven gaan aanmelden bij IKB zodat ik op beide bedrijven voldoe aan de regelgeving.”

Bewijs en verwijtbaarheid:

Ten aanzien van het verwijt dat betrokkene geen Actieplancontroles heeft laten uitvoeren,

oordeelt het Tuchtgerecht dat op grond van de inhoud van het berechtingsrapport met bijlagen en de daarin opgenomen verklaring van betrokkene, ter zitting vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene, dat geregistreerd is bij het Productschap Pluimvee en Eieren onder [PLV], de volgende gedraging heeft plaatsgevonden:

Het nalaten op twee locaties in 2011 en in 2012 van een jaarlijkse controle op de naleving van de hygiënevoorschriften door een erkende controle-instantie.

Dit levert op:

4x overtreding van artikel 21, lid 1, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 (hierna: Verordening hygiënevoorschriften).

Ten aanzien van het verwijt dat betrokkene geen controles op de naleving van de Verordening antibioticaregistratie heeft laten uitvoeren,

oordeelt het Tuchtgerecht dat in 2011 – zo is ter zitting komen vast te staan – nog niet werd gehandhaafd. Dit feit werd dus (op beide locaties) ten onrechte verweten;

oordeelt het Tuchtgerecht dat wat betreft het jaar 2012 op grond van de inhoud van het berechtingsrapport met bijlagen en de verklaring van de vertegenwoordiger van CoMore en de vertegenwoordiger van het Productschap ter zitting, voldoende vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene de volgende gedraging heeft plaatsgevonden:

Het nalaten op twee locaties in 2012 van een jaarlijkse controle op de naleving van Verordening antibioticaregistratie.

Dit levert op:

2x overtreding van art. 5 van de Verordening antibioticaregistratie.

Motivering van de tuchtrechtelijke maatregel:

Bij de vorming van zijn oordeel ten aanzien van het nalaten van de Actieplancontrole en het nalaten van de controle op de antibioticaregistratie neemt het Tuchtgerecht nota van de verklaring van de betrokkene zoals blijkt uit het berechtingsrapport onder nummer CBD HYG 1363.

Op grond van het bovenstaande overweegt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, het volgende:

Voor de pluimveesector is een “Plan van Aanpak” opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, om de consument een betere bescherming te bieden tegen gezondheidsproblemen die mogelijk door deze besmettingen kunnen worden veroorzaakt. Er is nu een samenstel van maatregelen van kracht op grond van het bij of krachtens bepaalde in de Verordening hygiënevoorschriften). Om het met het plan van aanpak beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat een ieder zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen.

De jaarlijkse controle maakt onder meer duidelijk of een ondernemer de verplichte monsternemingen en analyses met betrekking tot Salmonella en Campylobacter uitvoert dan wel laat uitvoeren.

Betrokkene heeft in 2011 betreffende de Verordening hygiënevoorschriften ook reeds te maken gehad met een tuchtprocedure (zaaknummer TPPE 14/2011). Het betrof toen het niet-uitvoeren van de Actieplancontroles in 2009 en in 2010. Blijkens deze uitspraak stelde betrokkene in november 2010 al dat hij de IKB-deelname alsmede de Actieplancontrole “zo snel mogelijk” zou regelen. Bij de uitspraak in 2011 is betrokkene tot een – deels voorwaardelijke – boete veroordeeld. Bij brief van 28 november 2012 heeft de secretaris van het Productschap betrokkene per brief gewezen op het nagelaten Actieplanonderzoek in 2012 en de kans geboden de tot op dat moment nagelaten controle alsnog uit te laten voeren, voor 31 december 2012, wat echter niet gebeurd is. Het Tuchtgerecht rekent het betrokkene zwaar aan dat de Actieplancontrole nog steeds niet is geregeld.

Ten aanzien van het antibioticagebruik in de pluimveesector is een stelsel van maatregelen getroffen, neergelegd in de Verordening antibioticaregistratie uit 2011, gericht op het correct gebruik van antibiotica en op termijn verlaging van de ontwikkeling van antibioticaresistentie. Door de registratie van antibiotica in een centrale databank kan er onder meer voor worden zorggedragen dat er monitoring van het gebruik van antibiotica is en dat daarover rapportages kunnen worden opgesteld. Naast de verplichting tot registratie (en rapportage) is er ook sprake van een verplichting tot jaarlijkse controle. Deze komt voor rekening van de ondernemer en benadrukt – alsdus de toelichting van de Verordening – de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer.

De jaarlijkse controle maakt onder meer duidelijk of de gegevens zoals vastgelegd in de databank overeenkomen met de werkelijkheid, of er sprake is van deelname aan een erkend kwaliteitssysteem en of er een actueel bedrijfsbehandelplan en bedrijfsgezondheidsplan aanwezig zijn.

Pluimveebedrijven hebben eind 2011 en begin 2012 brieven ontvangen van het Productschap over de nieuwe regelgeving. Ook is de informatie op de site van het Productschap geplaatst. Het Tuchtgerecht oordeelt dat het Productschap ruime aandacht heeft besteed aan de bekendmaking van de antibioticaregelgeving, zowel individueel naar bedrijven toe als naar de sector als geheel. In 2012 is voor het eerst gehandhaafd.

Het Tuchtgerecht komt tot de slotsom dat betrokkene op twee locaties de controle met betrekking tot de naleving van de Verordening hygiënevoorschriften in 2011 en in 2012 niet heeft laten uitvoeren. Hetzelfde concludeert het Tuchtgerecht ten aanzien van de beide locaties met betrekking tot de controle op de naleving van de Verordening antibioticaregistratie in 2012.

Betrokkene wordt daarom het nalaten van 6 controles aangerekend. Voor deze 6 overtredingen wordt één tuchtrechtelijke maatregel opgelegd.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is tevens rekening gehouden met het feit dat betrokkene een vestiging van kleinere omvang heeft en een vestiging van grote omvang.

Aan betrokkene is op 22 februari 2011 in de zaak TPPE 14/2011 een voorwaardelijke boete van € 875,- opgelegd. Deze uitspraak is intussen onherroepelijk geworden. De overtreding die nu door het Tuchtgerecht wordt berecht heeft plaatsgevonden binnen de daarbij bepaalde proeftijd van twee jaar, zodat het Tuchtgerecht constateert dat de beschreven voorwaarde is overtreden. Daarom wordt nu ook het voorwaardelijke deel van deze geldboete ten uitvoer gelegd.

Gelet op het bovenstaande legt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, betrokkene – ingevolge artikel 23 van de Verordening hygiënevoorschriften en ingevolge artikel 7 van de Verordening antibioticaregistratie – de volgende tuchtrechtelijke maatregel op:

Beslissing:

Een geldboete van € 3.450,- (zegge: drieduizend vierhonderd vijftig euro) geheel onvoorwaardelijk

en

tenuitvoerlegging van de bij uitspraak van 22 februari 2011 in de zaak TPPE 14/2011

voorwaardelijk opgelegde geldboete van € 875,- (zegge: achthonderd vijfenzeventig euro).

Toepasselijke artikelen:

Naast de al vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren.

Samenstelling van het Tuchtgerecht:

De uitspraak is gedaan door de heer mr. L.F.A. Husson, voorzitter en de heren drs. T.S. de Vries en ing. J. Bazuin, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.