ECLI:NL:TPETPVE:2013:30 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1813

ECLI: ECLI:NL:TPETPVE:2013:30
Datum uitspraak: 24-04-2013
Datum publicatie: 01-05-2013
Zaaknummer(s): TPPE1813
Onderwerp: Hygiënevoorschriften
Beslissingen: Geldboete
Inhoudsindicatie: Nadat op 3 februari 2012 op het bedrijf van betrokkene een besmetting met Salmonella Typhimurium was vastgesteld in de stal L6+15 en later, te weten op 12 april 2012, ook in de stal 13+16, is niet aan de eis voldaan een stalonderzoek (in de gereinigde en ontsmette stallen) door een erkende HOSOWO-instantie te laten uitvoeren. Betrokkene heeft aangevoerd dat het systeem met de overschoentjes niet waterdicht is omdat hij eerst positief en later weer negatief testte. Dit verweer wordt door het Tuchtgerecht verworpen. Als er geen Salmonella wordt aangetroffen, was het er niet of is het niet gevonden; maar als het wel wordt aangetroffen, moet men ervan uitgaan dat het er is en daarnaar handelen. Ook het verweer van betrokkene dat het aanleveren van kippen elke week doorgaat en dat hij daarom geen eindcontrole heeft gedaan, wordt verworpen. Ondernemer dient zich, net als alle ondernemers in de sector, te houden aan de maatregelen die zijn bepaald ten behoeve van de volksgezondheid. Een individuele ondernemer heeft niet de vrijheid zelf te bepalen welke maatregelen hij wel of niet zal toepassen. Geldboete van € 1.500, waarvan € 750 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Zaaknummer :

TPPE 18/2013

Betrokkene :

Mts. [bedrijfsnaam]

[adres]

Datum :

24 april 2013

Gang van zaken :

De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD HYG 1312, naar aanleiding van een administratieve inspectie door een controleur van CoMore op 4 februari 2013. Deze inspectie had betrekking op de onderneming die wordt uitgeoefend op het bedrijf aan [adres], dat op naam van [bedrijfsnaam] is geregistreerd onder [KIP-nummer PLV].

Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, zoals bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 9 april 2013 behandeld op zijn openbare terechtzitting, gehouden te Amersfoort.

Ter terechtzitting is verschenen de heer [betrokkene] , maat in de maatschap [bedrijfsnaam], geboren [1950] te [geboorteplaats], wonende aan [adres] (hierna: betrokkene).

Voorts zijn ter zitting verschenen de heer mr. R.B.R. Henke en de heer ir. J.N. Schouwenburg, beide namens het PPE, en de heer H.G.M. Grolleman, namens CoMore.

Het Tuchtgerecht heeft op 24 april 2013 uitspraak gedaan.

Verweten gedraging :

Nadat op 3 februari 2012 op het bedrijf van betrokkene een besmetting met Salmonella Typhimurium was vastgesteld in de stal L6+15 en later, te weten op 12 april 2012, ook in de stal 13+16, is niet aan de eis voldaan een stalonderzoek (in de gereinigde en ontsmette stallen) door een erkende HOSOWO-instantie te laten uitvoeren.

Behandeling van de zaak

Ter terechtzitting is door betrokkene opgemerkt dat er een fout in de schriftelijke verklaring zou staan: daar worden de nummers van 4 stallen genoemd, namelijk L6+15 en 13+16. Betrokkene geeft aan dat dit niet klopt; alleen stal L6 en stal 13 waren positief. Gebleken is ter zitting en ook is door betrokkene bevestigd, dat het wel klopt dat er in 2 van de vermelde stallen op 2 verschillende momenten een besmetting is geconstateerd. Het Productschap geeft aan dat betrokkene een informatieverplichting aan het Productschap heeft om ervoor te zorgen dat de juiste gegevens daar bekend zijn en gehanteerd kunnen worden. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de feiten omtrent de besmetting niet weersproken worden en dat daarbij ook in ieder geval de juiste stalnummers genoemd zijn. Het gaat over tot behandeling van de zaak.

Verklaring van betrokkene :

Blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD HYG 1312 heeft betrokkene onder meer verklaard, zakelijk weergegeven:

“De onderzoeken op Salmonella zijn allemaal weer negatief. Een stalonderzoek op het bedrijf had daar niets aan veranderd. Ik weet dat er twee keer een positieve salmonellauitslag is geweest en ik heb geen idee waar die besmetting vandaan gekomen is.”

Ter terechtzitting heeft betrokkene onder meer nog verklaard, zakelijk weergegeven:

“ Het systeem is niet waterdicht. Het onderzoek was positief, ik heb het toen nog een keer laten doen en toen was het niet positief. Ik heb de eindcontrole niet heeft gedaan, omdat het aanleveren van kippen elke week doorgaat. Wij werken al 15 jaar met langzaam groeiende kippen en hebben wel 10 verschillende leeftijden. Een bureau geeft ook geen garantie. Maar als er weer een besmetting komt, ga ik wel een hosowo-instantie inschakelen, ik moet toch zorgen dat de zaak in orde is. Nu is alles goed en we hebben na de laatstgenoemde besmetting geen salmonella meer gehad.”

Bewijs en verwijtbaarheid :

Het Tuchtgerecht oordeelt dat op grond van de inhoud van het berechtingsrapport en de verklaring van betrokkene, ter zitting vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene, geregistreerd bij het Productschap Pluimvee en Eieren onder [ KIP-nummer PLV] , de volgende gedraging heeft plaatsgevonden:

Het niet kunnen aantonen van het laten uitvoeren van Salmonellaonderzoek door een HOSOWO-instantie na reiniging en ontsmetting van de stal, na de constatering van een Salmonellabesmetting, tweemaal gepleegd.

Dit levert op:

2 maal overtreding van artikel 14, lid 3 en artikel 17, lid 5, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 en artikel 9, lid 1 van het Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2011.

Motivering van tuchtrechtelijke maatregel(en) :

Bij de vorming van zijn oordeel neemt het Tuchtgerecht nota van de verklaring van de betrokkene blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD HYG 1312.

Op grond van het bovenstaande overweegt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, het volgende:

Voor de pluimveesector is een “Plan van Aanpak” opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, om de consument een betere bescherming te bieden tegen gezondheidsproblemen die mogelijk door deze besmettingen kunnen worden veroorzaakt. Er is nu een samenstel van maatregelen van kracht op grond van het bij of krachtens bepaalde in de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011. Om het met het Plan van Aanpak beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat een ieder zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen.

Betrokkene heeft aangevoerd dat het systeem met de overschoentjes niet waterdicht is omdat hij eerst positief en later weer negatief testte. Dit verweer wordt door het Tuchtgerecht verworpen. Als er geen Salmonella wordt aangetroffen, was het er niet of is het niet gevonden; maar als het wel wordt aangetroffen, moet men ervan uitgaan dat het er is en daarnaar handelen.

Ook het verweer van betrokkene dat het aanleveren van kippen elke week doorgaat en dat hij daarom geen eindcontrole heeft gedaan, snijdt geen hout. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de ondernemer zich, net als alle ondernemers in de sector, dient te houden aan de maatregelen die zijn bepaald ten behoeve van de volksgezondheid. Een individuele ondernemer heeft niet de vrijheid zelf te bepalen welke maatregelen hij wel of niet zal toepassen. Hij is te allen tijde verantwoordelijk is voor de juiste naleving van de verordening op zijn bedrijf.

De overtredingen worden aangemerkt als ernstig.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is tevens rekening gehouden met het feit dat betrokkene een bedrijf van gemiddelde omvang bedrijf heeft en met het feit dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Daarnaast heeft betrokkene aangegeven ervoor te zullen zorgen dat in de toekomst herhaling van de overtreding wordt voorkomen . Daarom legt het Tuchtgerecht de geldboete deels voorwaardelijk op.

Gelet op het bovenstaande legt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, betrokkene – ingevolge artikel 23, tweede lid, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 – de volgende tuchtrechtelijke maatregel op:

Beslissing:

Een geldboete van € 1.500 (zegge: eenduizend vijfhonderd euro), waarvan € 750 (zegge: zevenhonderd vijftig euro) voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Indien binnen deze periode door betrokkene niet aan de hierna genoemde voorwaarde wordt voldaan, wordt – nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt – het voorwaardelijke deel van de boete alsnog ten uitvoer gelegd. De voorwaarde is, dat geen enkele bepaling van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 of van enige andere verordening over hygiënevoorschriften met betrekking tot de pluimveehouderij zal worden overtreden.

Toepasselijke artikelen :

Naast de al vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren.

Samenstelling van het Tuchtgerecht:

De uitspraak is gedaan door mevrouw mr. W.N. Everts, voorzitter en de heren drs. T.S. de Vries en mr. drs. H. Lommers, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.