ECLI:NL:TPETPVE:2013:28 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1613

ECLI: ECLI:NL:TPETPVE:2013:28
Datum uitspraak: 24-04-2013
Datum publicatie: 01-05-2013
Zaaknummer(s): TPPE1613
Onderwerp: Hygiënevoorschriften
Beslissingen: Geldboete
Inhoudsindicatie: Nadat op het bedrijf van betrokkene in een vleeskuikenstal een besmetting met Salmonella Ohio was vastgesteld, is niet aan de eis voldaan een stalonderzoek (in de gereinigde en ontsmette stal) door een erkende HOSOWO-instantie te laten uitvoeren, ter controle op de aanwezigheid van Salmonella. Verweer van betrokkene over verkeerde voorlichting door de dierenarts, en al jaren geen besmetting meegemaakt waardoor de regels niet duidelijk voor ogen stonden, worden door het Tuchtgerecht verworpen. Volgt een geldboete, deels voorwaardelijk.

Zaaknummer :

TPPE 16/2013

Betrokkene :

Mts. [bedrijfsnaam]

[adres]

Datum :

24 april 2013

Gang van zaken :

De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD HYG 1310, naar aanleiding van een administratieve inspectie door een controleur van CoMore op 28 januari 2013. Deze inspectie had betrekking op de onderneming die wordt uitgeoefend op het bedrijf aan [adres], dat op naam van Mts. Mulder is geregistreerd onder [KIP-nummer PLV].

Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, zoals bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 9 april 2013 behandeld op zijn openbare terechtzitting, gehouden te Amersfoort.

Ter terechtzitting is verschenen de heer betrokkene, geboren [1973] te [geboorteplaats], wonende aan [adres] (hierna: betrokkene).

Voorts zijn ter zitting verschenen de heer mr. R.B.R. Henke en de heer ir. J.N. Schouwenburg, beide namens het PPE, en de heer H.G.M. Grolleman, namens CoMore.

Het Tuchtgerecht heeft op 24 april 2013 uitspraak gedaan.

Verweten gedraging :

Nadat op het bedrijf van betrokkene in een vleeskuikenstal een besmetting met Salmonella Ohio was vastgesteld, is niet aan de eis voldaan een stalonderzoek (in de gereinigde en ontsmette stal) door een erkende HOSOWO-instantie te laten uitvoeren, ter controle op de aanwezigheid van Salmonella.

Verklaring van betrokkene :

Blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD HYG 1310 heeft betrokkene onder meer verklaard, zakelijk weergegeven:

“Het is juist dat er een Salmonella Ohio besmetting is geweest in stal 1 op ons bedrijf. Ik heb toen telefonisch contact gehad met een medewerker van Dierenartspraktijk Noord en Oost en volgens die medewerker was het niet nodig dat er verdere onderzoeken werden uitgevoerd. Toen de controleur tijdens de controle op 1 november 2012 vertelde dat er wel een stalonderzoek had moeten plaatsvinden schrok ik daarvan. (…) Ik vind dat ik verkeerd ben voorgelicht en ben daarom ook naar een andere dierenarts gegaan. Ik was mij van geen kwaad bewust. Om de kosten (..) heb ik het in ieder geval niet nagelaten . Ik laat de stallen altijd door professionele bedrijven reinigen en ontsmetten.”

Ter terechtzitting heeft betrokkene onder meer nog verklaard zakelijk weergegeven:

“Iedereen zei dat ik met dit type Salmonella niet nog een extra controle moest laten doen. Dit type salmonella is ook eigenlijk niet gevaarlijk. Verder ben ik afgegaan op wat de dierenarts zei. Het is dan wel mijn verantwoordelijkheid, maar als je zes of zeven jaar geen besmetting hebt meegemaakt, heb je die regels niet duidelijk voor ogen. Nu weet ik dat ik naar het Productschap kan. Ik doe alles met erkende bedrijven, dit is alleen fout gegaan.”

Bewijs en verwijtbaarheid :

Het Tuchtgerecht oordeelt dat op grond van de inhoud van het berechtingsrapport en de verklaring van betrokkene, ter zitting vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene, geregistreerd bij het Productschap Pluimvee en Eieren onder [KIP-nummer PLV] , de volgende gedraging heeft plaatsgevonden:

Het niet kunnen aantonen van het laten uitvoeren van Salmonellaonderzoek door een HOSOWO-instantie na reiniging en ontsmetting van de stal, na de constatering van een Salmonellabesmetting.

Dit levert op:

Een overtreding van artikel 14, lid 3 en artikel 17, lid 5, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 en artikel 9, lid 1 van het Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2011.

Motivering van tuchtrechtelijke maatregel(en) :

Bij de vorming van zijn oordeel neemt het Tuchtgerecht nota van de verklaring van de betrokkene blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD HYG 1310.

Op grond van het bovenstaande overweegt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, het volgende:

Voor de pluimveesector is een “Plan van Aanpak” opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, om de consument een betere bescherming te bieden tegen gezondheidsproblemen die mogelijk door deze besmettingen kunnen worden veroorzaakt. Er is nu een samenstel van maatregelen van kracht op grond van het bij of krachtens bepaalde in de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011. Om het met het Plan van Aanpak beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat een ieder zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen.

Betrokkene heeft aangevoerd dat hij verkeerd is voorgelicht door de dierenarts en dat de fout hem dus niet valt aan te rekenen. Daarnaast heeft betrokkene gesteld dat hij al jaren geen besmetting had meegemaakt en de regels daardoor niet duidelijk voor ogen had . Beide verweren wordt door het Tuchtgerecht verworpen. De ondernemer kan zich door derden laten voorlichten, maar hij blijft t e allen tijde zelf verantwoordelijk voor de juiste naleving van de regels op zijn bedrijf. Ter zitting heeft het Productschap aangegeven dat de informatie goed te vinden is op de website van het Productschap.

Ter terechtzitting heeft betrokkene nog als verweer gevoerd dat hij van mening was aangaande dit type Salmonella niet nog een extra controle te hoeven doen en dat dit type salmonella niet gevaarlijk is. Ook dit verweer houdt geen stand. Het Tuchtgerecht stelt vast dat er na be smetting, van elke soort salmonellabesmetting, moet worden gereinigd en ontsmet, en daarna gecontroleerd. Dat is staand beleid wat tot stand is gekomen binnen de sector. Bovendien geldt dat de Salmonella Ohio wel degelijk ook voor de menselijke gezondheid een risico is.

De overtreding wordt aangemerkt als ernstig.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is tevens rekening gehouden met het feit dat betrokkene een bedrijf van grote omvang bedrijf heeft en met het feit dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Het Tuchtgerecht legt de boete deels voorwaardelijk op.

Gelet op het bovenstaande legt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, betrokkene – ingevolge artikel 23, tweede lid, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 – de volgende tuchtrechtelijke maatregel op:

Beslissing:

Een geldboete van € 1.125 (zegge: eenduizend honderdvijfentwintig euro), waarvan € 375 (zegge: driehonderdvijfenzeventig euro) voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Indien binnen deze periode door betrokkene niet aan de nader te noemen voorwaarde wordt voldaan, wordt – nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt – het voorwaardelijke deel van de boete alsnog ten uitvoer gelegd. De voorwaarde is, dat geen enkele bepaling van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 of van enige andere verordening over hygiënevoorschriften met betrekking tot de pluimveehouderij zal worden overtreden.

Toepasselijke artikelen :

Naast de al vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren.

Samenstelling van het Tuchtgerecht:

De uitspraak is gedaan door mevrouw mr. W.N. Everts, voorzitter en de heren drs. T.S. de Vries en mr. drs. H. Lommers, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.