ECLI:NL:TPETPVE:2013:13 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1113
| ECLI: | ECLI:NL:TPETPVE:2013:13 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 24-04-2013 |
| Datum publicatie: | 01-05-2013 |
| Zaaknummer(s): | TPPE1113 |
| Onderwerp: | Dierengezondheid |
| Beslissingen: | Geldboete |
| Inhoudsindicatie: | 7x niet binnen de voorgeschreven termijnen zorg dragen voor een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels . Onderdeel van het “Plan van Aanpak” voor de pluimveesector, opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, is de monitoring van de salmonellastatus van het koppel gedurende de legperiode. Het is immers van het grootste belang om, als een salmonellabesmetting zich voordoet, deze zo spoedig mogelijk te constateren. Daarom is een schema afgesproken, vastgelegd in de regelgeving. Door de ondernemer is aangevoerd dat de onderzoeken soms te laat zijn uitgevoerd omdat hij deze zoveel mogelijk in alle stallen op dezelfde dag neemt en dan door het leeftijdsverschil tussen de koppels de tijd tussen de onderzoeken soms wat langer is. Het Tuchtgerecht merkt op dat het een ondernemersbeslissing is om de onderzoeken op een dag te willen bundelen en daarmee ook om dat op goede wijze te doen. Volgt een geldboete van € 1.250 onvoorwaardelijk, alsmede de tenuitvoerlegging van de bij uitspraak van 29 november 2011 voorwaardelijk opgelegde boete van € 600. |
Zaaknummer :
TPPE 11/2013
Betrokkene :
Maatschap [bedrijfsnaam]
[adres]
Datum :
24 april 2013
Gang van zaken :
De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD HYG 1305, naar aanleiding van een administratieve inspectie door een controleur van CoMore op 23 januari 2013. Deze inspectie had betrekking op de onderneming die wordt uitgeoefend op het bedrijf aan [adres], dat op naam van Maatschap [bedrijfsnaam] is geregistreerd onder [KIP-nummer PLV].
Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, zoals bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 9 april 2013 behandeld op zijn openbare terechtzitting, gehouden te Amersfoort.
Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de zitting verschenen, zodat verstek is verleend.
Voorts zijn ter zitting verschenen de heer mr. R.B.R. Henke en de heer ir. J.N. Schouwenburg, beide namens het PPE, en de heer H.G.M. Grolleman, namens CoMore.
Het Tuchtgerecht heeft op 24 april 2013 uitspraak gedaan.
Verweten gedraging :
Het niet binnen de voorgeschreven termijnen er voor zorg dragen dat een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels plaatsvindt. Het eerste onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella dient plaats te vinden op een leeftijd van de leghennen van minimaal 22 weken en maximaal 26 weken en vervolgens ten minste één maal per 15 weken. Dit is op het pluimveebedrijf van betrokkene in totaal zeven maal te laat uitgevoerd.
Verklaring van betrokkene :
In het berechtingsrapport is onder meer de volgende verklaring van betrokkene opgenomen, zakelijk weergegeven:
“ Soms zijn de onderzoeken inderdaad een dag of tien te laat uitgevoerd. Als u constateert dat ook de eerste onderzoeken na de opzet van de hennen te laat zijn uitgevoerd zal dat komen doordat ik de onderzoeken zoveel mogelijk in alle stallen op dezelfde dag neem. Doordat er soms wat leeftijdsverschil tussen de koppels zit (stallen staan soms tijdelijk leeg) is de tijd tussen de onderzoeken soms wat langer.”
Bewijs en verwijtbaarheid :
Het Tuchtgerecht oordeelt dat op grond van de inhoud van het berechtingsrapport en de daarin opgenomen verklaring van betrokkene, ter zitting vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene, dat geregistreerd is bij het Productschap Pluimvee en Eieren onder [KIP-nummer PLV], de volgende gedraging heeft plaatsgevonden:
Het niet binnen de voorgeschreven termijnen zorgdragen voor een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels, zeven maal gepleegd.
Dit levert op:
7 x overtreding van art. 10, eerste lid en artikel 17, tweede lid van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 en artikel 4, eerste lid, van het Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2011.
Motivering van de tuchtrechtelijke maatregel :
Bij de vorming van zijn oordeel neemt het Tuchtgerecht nota van de verklaring van de betrokkene blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD HYG 1305.
Op grond van het bovenstaande overweegt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, het volgende:
Voor de pluimveesector is een “Plan van Aanpak” opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, om de consument een betere bescherming te bieden tegen gezondheidsproblemen die mogelijk door deze besmettingen kunnen worden veroorzaakt. Er is nu een samenstel van maatregelen van kracht op grond van het bij of krachtens bepaalde in de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011. Om het met het Plan van Aanpak beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat een ieder zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen.
Onderdeel hiervan is de monitoring van de salmonellastatus van het koppel gedurende de legperiode. Het is immers van het grootste belang om, als een salmonellabesmetting zich voordoet, deze zo spoedig mogelijk te constateren. Daarom is een schema afgesproken, vastgelegd in de regelgeving. Hoe meer van dat schema wordt afgeweken, hoe minder zicht er is op de salmonellastatus van de dieren. Tegen die achtergrond bezien heeft het Tuchtgerecht geoordeeld dat hoe langer de periode van overschrijding is, des te ernstiger ook de overtreding is. Dit vertaalt zich in de hoogte van de op te leggen geldboete.
Door de ondernemer is aangevoerd dat de onderzoeken soms te laat zijn uitgevoerd omdat hij dez e zoveel mogelijk in alle stallen op dezelfde dag neemt en dan door het leeftijdsverschil tussen de koppels de tijd tussen de onderzoeken soms wat langer is. Het Tuchtgerecht merkt op dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk is voor de juiste naleving van de regelgeving op zijn bedrijf. Het is een ondernemersbeslissing om de onderzoeken op een dag te willen bundelen en het is dus ook zijn beslissing om dat op goede wijze te doen.
Het Tuchtgerecht komt aldus tot de slotsom dat in het geval van betrokkene is vast komen te staan dat in 7 gevallen de onderzoeken naar de aanwezigheid van Salmonella te laat hebben plaatsgevonden, waaronder een overschrijding van zes weken, wat hem ernstig wordt aangerekend. Voor deze 7 overtredingen wordt één tuchtrechtelijke maatregel opgelegd.
Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is tevens rekening gehouden met het feit dat betrokkene een bedrijf van gemiddelde omvang bedrijf heeft.
Het Tuchtgerecht merkt het volgende op. Aan betrokkene is op 29 november 2011 in de zaak TPPE 44/2011 een voorwaardelijke boete van € 600,- opgelegd. Deze uitspraak is inmiddels onherroepelijk geworden. De overtreding die nu door het Tuchtgerecht wordt berecht heeft plaatsgevonden binnen de daarbij bepaalde proeftijd van twee jaar, zodat het Tuchtgerecht constateert dat de beschreven algemene voorwaarde is overtreden. Daarom wordt nu ook het voorwaardelijke deel van deze geldboete ten uitvoer gelegd.
Gelet op het bovenstaande legt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, betrokkene – ingevolge artikel 23, tweede lid, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 – de volgende tuchtrechtelijke maatregel op:
Beslissing:
met betrekking tot de zaak TPPE 11/2013:
een geldboete van € 1.250,- (zegge: eenduizend tweehonderdvijftig euro) onvoorwaardelijk
en met betrekking tot de zaak TPPE 44/2011:
de tenuitvoerlegging van de bij uitspraak van 29 november 2011 voorwaardelijk opgelegde boete van € 600,- (zegge: zeshonderd euro).
Toepasselijke artikelen :
Naast de al vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren.
Samenstelling van het Tuchtgerecht:
De uitspraak is gedaan door mevrouw mr. W.N. Everts, voorzitter en de heren drs. T.S. de Vries en mr. drs. H. Lommers, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.