ECLI:NL:TPETPVE:2013:10 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE0813

ECLI: ECLI:NL:TPETPVE:2013:10
Datum uitspraak: 24-04-2013
Datum publicatie: 01-05-2013
Zaaknummer(s): TPPE0813
Onderwerp: Dierengezondheid
Beslissingen: Geldboete
Inhoudsindicatie: 7x niet binnen de voorgeschreven termijnen zorg dragen voor een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels. Onderdeel van het “Plan van Aanpak” voor de pluimveesector, opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, is de monitoring van de salmonellastatus van het koppel gedurende de legperiode. Het is immers van het grootste belang om, als een salmonellabesmetting zich voordoet, deze zo spoedig mogelijk te constateren. Daarom is een schema afgesproken, vastgelegd in de regelgeving. Hoe meer van dat schema wordt afgeweken, hoe minder zicht er is op de salmonellastatus van de dieren. In het geval van betrokkene is vast komen te staan dat in 7 gevallen de onderzoeken naar de aanwezigheid van Salmonella te vroeg of te laat hebben plaatsgevonden, waaronder een overschrijding van zes weken en een overschrijding van 18 weken, wat hem ernstig wordt aangerekend. Voor deze 7 overtredingen wordt één tuchtrechtelijke maatregel opgelegd, een geldboete van € 5.400, waarvan € 4.000 voorwaardelijk, proeftijd twee jaar.

Zaaknummer :

TPPE 08/2013

Betrokkene :

[bedrijfsnaam] B.V.

[adres]

Datum :

24 april 2013

Gang van zaken :

De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD HYG 1301, naar aanleiding van een inspectie door een controleur van CoMore op 21 januari 2013. Deze inspectie had betrekking op de onderneming die wordt uitgeoefend op het bedrijf aan [adres], dat op naam van [bedrijfsnaam] B.V. is geregistreerd onder [KIP-nummer PLV].

Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, zoals bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 9 april 2013 behandeld op zijn openbare terechtzitting, gehouden te Amersfoort.

Ter terechtzitting is verschenen de heer [bbetrokkene], geboren [1965] te [geboorteplaats], wonende aan [adres] (hierna: betrokkene).

Voorts zijn ter zitting verschenen de heer mr. R.B.R. Henke en de heer ir. J.N. Schouwenburg, beide namens het PPE, en de heer H.G.M. Grolleman, namens CoMore.

Het Tuchtgerecht heeft op 24 april 2013 uitspraak gedaan.

Verweten gedraging :

Het niet binnen de voorgeschreven termijnen er voor zorg dragen dat een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels plaatsvindt. Het eerste onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella dient plaats te vinden op een leeftijd van de leghennen van minimaal 22 weken en maximaal 26 weken en vervolgens ten minste één maal per 15 weken. Dit is op het pluimveebedrijf van betrokkene in totaal zeven maal te vroeg of te laat uitgevoerd.

Verklaring van betrokkene :

In het berechtingsrapport is onder meer de volgende verklaring van betrokkene opgenomen, zakelijk weergegeven:

“Het is juist dat de onderzoeken naar de aanwezigheid van Salmonella niet altijd op de juiste momenten zijn uitgevoerd, Na de brand in 2008 zijn er verschillende verbouwingen geweest (..) In de drukte van de verbouwingen ben ik er zelf niet alert genoeg op geweest (…). Het is geen opzet geweest; ik vind zelf ook dat de regels goed nageleefd dienen te worden.”

Ter terechtzitting heeft betrokkene onder meer nog verklaard zakelijk weergegeven:

“ Ik heb nooit koppels gehad die positief getest waren. Het is mij naar aanleiding van deze zitting nu weer zeer duidelijk geworden waar deze regelgeving voor is. Ik heb ook begrepen dat ik het Productschap erbij kan betrekken mocht er ooit iets mis gaan. De de bemonstering is nu regelmatiger, we hebben het nu heel systematisch aangepakt.”

Bewijs en verwijtbaarheid :

Het Tuchtgerecht oordeelt dat op grond van de inhoud van het berechtingsrapport en de daarin opgenomen verklaring van betrokkene, ter zitting vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene, dat geregistreerd is bij het Productschap Pluimvee en Eieren onder [KIP-nummer PLV], de volgende gedraging heeft plaatsgevonden:

Het niet binnen de voorgeschreven termijnen zorgdragen voor een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op het bedrijf aanwezige stalkoppels, zeven maal gepleegd.

Dit levert op:

7 x overtreding van art. 10, eerste lid en artikel 17, tweede lid van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 en artikel 4, eerste lid, van het Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2011.

Motivering van de tuchtrechtelijke maatregel :

Bij de vorming van zijn oordeel neemt het Tuchtgerecht nota van de verklaring van de betrokkene blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD HYG 1301 en van de verklaring van betrokkene ter terechtzitting.

Op grond van het bovenstaande overweegt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, het volgende:

Voor de pluimveesector is een “Plan van Aanpak” opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, om de consument een betere bescherming te bieden tegen gezondheidsproblemen die mogelijk door deze besmettingen kunnen worden veroorzaakt. Er is nu een samenstel van maatregelen van kracht op grond van het bij of krachtens bepaalde in de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011. Om het met het Plan van Aanpak beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat een ieder zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen.

Onderdeel hiervan is de monitoring van de salmonellastatus van het koppel gedurende de legperiode. Het is immers van het grootste belang om, als een salmonellabesmetting zich voordoet, deze zo spoedig mogelijk te constateren. Daarom is een schema afgesproken, vastgelegd in de regelgeving. Hoe meer van dat schema wordt afgeweken, hoe minder zicht er is op de salmonellastatus van de dieren. Tegen die achtergrond bezien heeft het Tuchtgerecht geoordeeld dat hoe langer de periode van overschrijding is, des te ernstiger ook de overtreding is. Dit vertaalt zich in de hoogte van de op te leggen geldboete.

Het Tuchtgerecht komt aldus tot de slotsom dat in het geval van betrokkene is vast komen te staan dat in 7 gevallen de onderzoeken naar de aanwezigheid van Salmonella te vroeg of te laat hebben plaatsgevonden, waaronder een overschrijding van zes weken en een overschrijding van 18 weken waren, wat hem ernstig wordt aangerekend. Voor deze 7 overtredingen wordt één tuchtrechtelijke maatregel opgelegd.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is tevens rekening gehouden met het feit dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd en met het feit dat betrokkene een bedrijf van zeer grote omvang heeft. V anwege de bijzondere omstandigheden, zoals de grote impact en lange nasleep van de brand op het bedrijf, alsmede vanwege de indruk dat betrokkene voor het overige een conscientieuze bedrijfsvoering heeft en de getoonde goede wil van betrokkene om herhaling in de toekomst te voorkomen, legt het Tuchtgerecht een groter deel voorwaardelijk op dan gebruikelijk.

Gelet op het bovenstaande legt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, betrokkene – ingevolge artikel 23, tweede lid, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 – de volgende tuchtrechtelijke maatregel op:

Beslissing:

Een geldboete van € 5.400 (zegge: vijfduizend vierhonderd euro), waarvan € 4.000 (zegge: vierduizend euro) voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Indien binnen deze periode door betrokkene niet aan de nader te noemen voorwaarde wordt voldaan, wordt – nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt – het voorwaardelijke deel van de boete alsnog ten uitvoer gelegd. De voorwaarde is, dat geen enkele bepaling van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 of van enige andere verordening over hygiënevoorschriften met betrekking tot de pluimveehouderij zal worden overtreden.

Toepasselijke artikelen :

Naast de al vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren.

Samenstelling van het Tuchtgerecht:

De uitspraak is gedaan door mevrouw mr. W.N. Everts, voorzitter en de heren drs. T.S. de Vries en mr. drs. H. Lommers, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.